De algemene genade IV
In ons laatste artikel hebben wij gezien, dat de algemene genade zeer nauw met de bijzondere verbonden is. Zeker is er een verschil. Dat wij genieten van de algemene genade maakt ons niet zalig. Dat mag tot geen enkele prijs worden vergeten. Alleen wie het voorwerp is van de bijzondere genade zal het Koninkrijk Gods beërven. Toch raken deze twee elkaar. De algemene genade wordt slechts van de bijzondere uit gekend. Maar er is meer. In het slotwoord van het prachtige werk van de Algra's over onze vaderlandse geschiedenis 'Dispereert niet', dat eigenlijk door al onze jonge mensen en ook door de ouderen moest worden gelezen — de kennis van de bijbelse geschiedenis en ook van de vaderlandse geschiedenis is ontstellend gering — staat een citaat van H. Tielich. Hij zegt daar dat krachtens het verzoenende werk van Christus geschiedenis mogelijk is. Terwille van de komende Christus heeft God in de oude bedeling de wereld gespaard, en terwille van de gekomen Christus in de nieuwe bedeling. Door de verzoening met Christus wordt de wereld bewaard voor de wederkomst en is er geschiedenis mogelijk .. . Hij spaart tijd en ruimte uit voor de loop van Zijn woord over de aarde en daarmee draagt Hij de aarde.
Het is mij bekend, dat niet ieder het met deze opvatting eens is, omdat men vreest, dat op deze wijze de gedachte wordt gewekt, dat het heil door ieder zal worden genoten. Het is goed, dat men daartegen waarschuwt en zeer sterk de nadruk legt op het eeuwig welbehagen Gods, op het feit dat het heil alleen is voor degenen, die door de H. Geest zijn begiftigd met het geloof. De leer van de wederoprichting aller dingen en van de algemene verzoening wijzen wij af. Dat is trouwens uit het eerste artikel zeer duidelijk gebleken. Toch is er een nauw verband tussen de algemene en de bijzondere genade en het is zeker, dat het voortbestaan van deze wereld, dat de gaven die de Heere ons schenkt in een bepaald verband staan met hét verzoenend werk van Christus.
Toen de mens in het Paradijs van de Heere was afgeweken en Hij de geestelijke dood was gestorven moest naar recht heel de wereld te gronde gaan. De mens moest op dat zelfde ogenblik sterven en wegzinken in de eeuwige dood. Geen voedsel meer zou op de aarde groeien, geen dier meer leven. Heel de wereld gaat in vlammen op. Maar ... o wonder dat doet de Heere niet. Hij laat de mens nog leven. Hij geeft hem kleding. Hij geeft hem voedsel. Abel heeft zijn schapen en Kaïn oogst van de vruchten des velds. Zeer hoog is de leeftijd die de eerste mensen bereiken. Zie Genesis 5. Dit hoofdstuk der Schrift wijst ons erop, dat Methusalach 969 jaar werd. Ook de andere personen, die daar worden genoemd, bereiken een zeldzaam hoge ouderdom. Straks komt de zondvloed. Het grootste deel van de mensheid verdrinkt in het water. Noach en zijn zonen worden gered in de ark en straks, als zij uit de ark zijn uitgegaan, geeft de Heere de belofte bij het altaar dat Noach heeft gebouwd, dat Hij voortaan niet meer al het levende zal slaan gelijk zoals Hij in de zondvloed gedaan heeft. Voortaan zullen al de dagen der aarde zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter en dag en nacht niet ophouden. Rijke belofte! Maar let er op, dat deze belofte bij het altaar is geschonken. Wie denkt, als hij het woord altaar hoort, niet aan de Heere Jezus. Het is om Hein, dat deze aarde nog wordt gespaard, dat wij brood hebben en kleding. Het is om Hem als ons leven wordt verlengd, als het heden der genade nog blijft voortduren. In déze tijd komt Hij tot ons met de roepstem dat wij het Brood des levens zouden begeren. Dat wij zouden zoeken bekleed te worden met het kleed der gerechtigheid. Het is niet waar, dat wie de algemene genade met het werk van Christus in verband brengt een remonstrant is.
De bijbel geeft ons van één en ander rijke voorbeelden. De Heere Jezus hangt aan het kruis. Hij spreekt het eerste van de zeven kruiswoorden uit. Zij vormen een gebed voor Zijn vijanden: 'Vader vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen'. Bekwame uitleggers van de Schrift wijzen ons er op, dat dit woord in de eerbidt, dat de Vader hun alle zonden moge vergeven. En dat gebed is verhoord want in het boek van de Handelingen lezen wij dat een grote schare van priesters het geloof gehoorzaam werd. Zeer waarschijnlijk waren verschillende van deze priesters op de heuvel Golgotha aanwezig en hebben zij de Christus gesmaad. Hij ontving hen als loon voor Zijn arbeid maar deze voorbede heeft ook betekenis voor de anderen. Ze waren waardig op hetzelfde ogenblik weg te zinken in het eeuwig verderf. Maar dat geschiedt niet. Zij ontvingen uitstel, de uitvoering van het rechtvaardig verdiende vonnis wordt nog enige tijd opgeschort. Tot hen komt de prediking van het heil en het wordt hen gezegd, dat het nog mogelijk is dat zij behouden worden. Dat is één van de doeleinden van de algemene genade, dat de van de Heere afgeweken mens Hem nog zou zoeken, en het is ontzettend als de trotse mens deze invitatie afwijst. Dan wordt het gericht des te zwaarder.
Nog een voorbeeld wil ik noemen. Het staat in Lucas 13. Hier is sprake van een man, die een vijgeboom had geplant in zijn wijngaard. Hij kwam en zocht naar de vrucht. Dat doet hij nu al drie jaar lang, maar helaas vindt hij ze niet. Hij zegt tot de wijngaardenier: 'Houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde? ' Het antwoord van de wijngaardenier luidt: Heere laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben. Waarom wordt de onvruchtbare vijgeboom nog gespaard? Waarom geeft de Heere aan zovelen uitstel van exequtie en verlengt hij hun leven? Waarom legt Hij mest om onze boom? ' Het is — zo is door een kundig uitlegger van de Schrift opgemerkt — omdat er Eén voor hen pleit, 't Is omdat in de hemel een voorspreker is, die tussentreedt met zijn voorbede: Heere, laat hem ook nog dit jaar.. Om Christus' wil alleen is de rechter der ganse aarde lankmoedig over de onbekeerde zondaren, die Zijn hart verdriet aan doen ... Zelfs de onbekeerden gaat die voorspraak ter harte. En om de gedachte af te snijden, dat de voorbede van Christus zo werkt dat het met allen wel goed komt gaat onze uitlegger aldus verder: 'Gewis Zijn verzoende gemeente voelt zich op geheel enige wijze door Zijn voorbede gedragen. Zij fluistert wanneer zij gestruikeld is met een verbroken en toch zo vertrouwend hart: Wij hebben enen voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige. Maar de voorbede van Christus komt de ongelovige wereld dan toch in zoverre ten goede, dat het finale oordeel der uitroeiing er tijdelijk door opgeschort en tegengehouden wordt: Heere laat hem ook nog dit jaar’.
Als de Heere de mens, die van Hem afgevallen is, algemene genade bewijst stelt Hij het vonnis, dat over ons allen moet gaan, uit en komt Hij tevens met het bevel dat wij Hem zullen zoeken. Men heeft dit wel het invitatie motief genoemd. Invitatie betekent uitnodiging. God nodigt de mens uit doordat Hij de straf uitstelt. Hij roept ons toe dat wij Hem moeten zoeken. Later zullen wij, als over de algemene genade op het erf van het verbond wordt gesproken, hierop nader in gaan. Hier reeds willen wij de opmerking maken, dat het woord invitatie zeer goed bruikbaar is als wij maar bedenken dat deze invitatie niet vrijblijvend is. Een voorbeeld: u wordt uitgenodigd, geïnviteerd, een avondje door te brengen bij de buren maar u bent echt verhinderd en zegt dat het u wel spijt maar u kunt niet komen. Niemand neemt dat u kwalijk. Maar als u Gods uitnodiging niet aanvaardt neemt Hij het u wel kwalijk. Als u zegt: Ik heb vijf juk ossen gekocht, ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen, openbaart u door deze afwijzing de vijandschap van uw hart. U laat zien dat u van de eis en van het Woord des Heren niets weten wil. Het afwijzen van de nodiging des Heren doet u voor eeuwig verloren gaan. Dat dit zo is blijkt heel duidelijk in hoofdstuk 17 van de Handelingen der Apostelen. Paulus houdt op de Areopagus te Athene zijn bekende rede en dan zegt hij (zie vers 26 en 27) dat de Here uit enen bloede het ganse geslacht der mensen heeft gemaakt om op de gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden tevoren geordineerd en de bepalingen van hun woning. Deze aarde is jvoor de mensen een woning. Wij lezen in heel de Schrift, dat de aarde zeer zeker een tijdelijk verblijf is voor de mensen; en voor Gods kinderen is zij de plaats der vreemdelingschappen. De aarde is hun een woestijn waar zij niet thuis horen. Zij volbrengen hun exodus (hun uittocht) naar het land Gods, de stad van de grote koning. Helaas vergeten wij dit en het jammerlijkste van alles is wel, dat de theologie van onze tijd dat ook vergeet. Men wil zich hier op de aarde een paradijs bouwen en let niet op het woord der Schrift dat het nieuwe Jeruzalem neerdaalt van God uit de heifael. Niet wat onze handen tot stand brengen heeft waarde. Het is Gods werk alleen en tot dit werk gaan wij in door het geloof. Toch maakt de Here deze aarde nog bewoonbaar voor de mens. Er is brood, er is kleding. Wij hebben een dak boven ons hoofd en waarom geeft Hij dat? U kunt het lezen in vers 27 van Handelingen 17 : Opdat zij de Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons.
Er zijn delen in de wereld waar de strook van de algemene genade wel zeer smal is. Er heerst honger en gebrek. Steden en dorpen worden in brand gestoken en het is goed dat wij voor deze mensen in nood doen wat wij kunnen. Het mag echter niet worden vergeten, dat de schone plant van de liefde tot de naaste opbloeit uit de gemeenschap met God in Christus Jezus. Wij hebben het zoveel beter dan zij. De winkels zijn vol en de sociale maatregelen zeer uitgebreid. Nu klemt de vraag of wij Gods goede hand reeds in dit alles zien en Hem zoeken terwijl Hij te vinden is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's