De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indrukken van een richtingsgesprek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Indrukken van een richtingsgesprek

9 minuten leestijd

Het gesprek tussen de richtingen in de Hervormde Kerk is al jaren verstomd. Nu waren die richtingen er ook niet meer, althans zo wilde de kerkorde het. Na de oorlog waren ze immers omgedoopt in modaliteiten, verschillende wijzen van hetzelfde belijden. Plotseling is dit woord echter weer opgedoken in de officiële Hervormde stukken. Het rapport van de visitatoren-generaal, dat kortgeleden op de Hervormde synode besproken werd, spreekt er weer over. Wanneer namelijk die stroming in de kerk ter sprake komt, voor wie kerk-zijn en gemeentelid-zijn betekenen 'kritiek uitoefenen vanuit het evangelie op de politieke en maatschappelijke structuren en deze kritiek ook omzetten in daden', dan constateert het rapport een toenemende polarisatie en zegt: 'Het zijn geen modaliteiten meer, maar richtingen, die elkaar niet of moeilijk aanvaarden.’

Het mag een merkwaardige samenloop van omstandigheden genoemd worden, dat, uitgerekend nu weer over richtingen gesproken wordt, een richtingsgesprek tot stand kwam. Een delegatie van Septuagint — representatief voor de in het visitatoren rapport genoemde maatschappijkritische stroming — sprak met een vertegenwoordiging van de Gereformeerde Bond, op initiatief van ds. J. Lugtigheid, die na de synodezitting over het Getuigenis meende dat er een gesprek tussen deze twee groeperingen moest plaats vinvinden.

Het gesprek werd gevoerd op Kerk en Wereld en stond onder leiding van ds. F. N. M. Nijssen, directeur van Kerk en Wereld. Voor de Gereformeerde Bond namen aan het gesprek deel: dr. H. Bout, dr. C. Graafland, ds. W. Kalkman, ds. A. Noordegraaf, dr. C. A. Tukker en ondergetekende. Van Septuagint waren de gespreksdeelnemers: dr. F. O. van Gennep, dr. G. H. ter Schegget, ds. H. D. v. Hoogstraaten, ds. R. Pomp, dr. H. H. Miskotte, ds. P. Bijlefeld en ds. J. Lugtigheid.

Merkwaardig was de motivatie voor dit gesprek van de kant van ds. Lugtigheid bij het begin van de bijeenkomst. Zowel Septuagint als de Gereformeerde Bond komt op de synode, waar de midden-orthodoxie de lakens uitdeelt, niet aan bod, aldus Lugtigheid. Daarom dit gesprek. Er is namelijk geen echte communicatie. Ik weet niet of hij toen dacht aan een soort monsterverbond, maar toen we op de inhoudelijke toer gingen bleek al spoedig dat — zoals te verwachten was — de basis voor een dergelijk verbond bepaald niet aanwezig was. Waarbij ik overigens in het midden laat of het juist is wat ds. Lugtigheid over de invloed van beide groeperingen in de synode zei.

Eén ding viel op bij de Septuagintgroep, namelijk het ontbreken van een gemeenschappelijk uitgangspunt. Eén der onzen merkte op dat, mocht Septuagint ooit een officiële modaliteit — lees richting — worden in de kerk, de aandacht dan zozeer zou worden opgeëist voor de onderlinge verschillen, dat men aan de eigenlijke doelstellingen nauwelijks zou toekomen.

Hoe ervaren?

Ik ervaar een dergelijk gesprek als een uiterst moeizame aangelegenheid, hoe indringend, bewogen, to-the-point en openhartig, zoals in dit geval, zo'n gesprek ook gevoerd wordt. Je wil doorstoten tot de kern en het lukt niet helemaal, omdat die kern voor beide groepen anders ligt. Wat voor de één hoofdzaak is, behoort voor de ander tot de vooronderstellingen, waarvan je uitgaat zonder dat je er al te veel over behoeft te praten. Een dergelijk gesprek moet eigenlijk worden gevoerd over wat dan door de 'tegenpartij' met vooronderstelling wordt aangeduid, maar diezelfde tegenpartij wil direct naar de consequenties van die vooronderstellingen.

Wat mij betreft, het zou me een lief ding waard geweest zijn als het gesprek een spits had gekregen naar de betekenis van Christus voor het geloof en het gelovig handelen, en wat dan 'gemeenschap in Hem' betekent. Dat kwam er niet uit. Ik heb sterk het gevoel gekregen dat wanneer het gaat om b.v. de betekenis van Christus als Borg (Hebr. 7 : 22) of ook 'het geopenbaard worden van Christus in ons' (Gal. 1 : 16) de communicatie met Septuagint moeilijk gelegd wordt. Bovendien, de hele vraag naar de 'innerlijkheid' is voor Septuagint niet van betekenis, of het ligt in de sfeer van de vooronderstelling. Toegegeven wordt wel dat 'het' eerst door je zelf moet zijn heengegaan alvorens je kan toekomen aan echt dienstbetoon aan de wereld. Maar wat dat 'het' is blijft verhuld, wordt niet uitgediept. De vraag naar de persoonlijke dimensies van het heil krijgt niet de aandacht, die de Schrift er wel terdege voor heeft. Ik meen dat het dr. Graafland was, die tijdens het gesprek opmerkte dat een dergelijke vraag al spoedig verwezen wordt naar een achterhaald stadium van de religie of wordt gekwalificeerd als een ziekelijke uitwas van het christendom.

Ik zeg niet dat dit algemeen zo leefde bij de Septuagintgroep. Daarvoor was de samenstelling ook te heterogeen. Maar niet zodra kwam een notie als b.v. de gerechtigheid ter sprake, of men haastte zich om op het politieke pad te komen, daarbij de vraag naar wat het bijbelwoord 'Christus onze gerechtigheid' betekent latend voor wat het was. Kortom je mist in alles de religie.

Tekenend was in dit verband een opmerking van dr. Ter Schegget. Hij zei — vrij vertaald — dat de enige taak van de kerk in b.v. Angola is de politieke verhoudingen te saneren. Toen daarbij onzerzijds gevraagd werd of de kerk in Angola ook nog zou moeten oproepen tot persoonlijke bekering in de prediking van het evangelie, werd Ter Schegget's opmerking in de groep wel wat afgezwakt, maar ik ervaar het als kenmerkend en onthullend dat een dergelijke opmerking 'de enige taak' zo impulsief wordt geuit. Hier treedt namelijk de actieradius, waarin men het evangelie plaatsen wil, duidelijk aan het licht.

In dit verband ligt het voor de hand dat Van Niftriks opmerking ter Hervormde Synode, namelijk dat de kerk niet met hetzelfde gezag prediken kan de verzoening in en door Christus en een mening over Angola of Zuid-Afrika, bij Septuagint bepaald geen klankbodem vond. Hier liggen fundamentele verschillen tussen Septuagint en ons. Die verschillen cirkelen in feite rondom de inhoud van de verkondiging.

Is er bij Septuagint sprake van een humanisering van de verzoening! Ik meen van wel. Wij voor ons hebben er op z'n minst moeite mee om op grond van de verzoening in allerlei concrete politieke situaties te zeggen: 'Zo spreekt de Heere', terwijl voor Septuagint hier juist de spits van de verkondiging ligt.

Interpretaties

Een moeilijke zaak in een dergelijk gesprek is de Schriftinterpretatie. Hier is geen sprake meer van eenzijdige benadrukking van bepaalde evangelie gedeelten, zo in de zin van dat b.v. Septuagint een eenzijdige aandacht zou hebben voor b.v. de Bergrede en het boek Amos, met geen enkele aandacht voor b.v. de Psalmen en de Hebreeën brief. De problematiek ligt dieper. Het hele verstaan van de Schrift is in het geding. Wij spreken over de Bergrede anders dan zij en zij interpreteren de Psalmen anders dan wij. Voor Ter Schegget staat Abrahams offer — hij sprak daarover in IKOR's leerhuis! — in verband met de revolutie, voor ons wijst het heen naar Golgotha. Voor ons zijn de Psalmen liederen, waarin je de 'heiligen' in het hart ziet, bevindelijke uitdrukkingen van geloof, waarin de lof van God bezongen wordt en het menselijke bestaan in relatie tot de Schepper wordt blootgelegd, individueel en collectief. Zijn ze dat voor Septuagint ook? Of liggen ze in de sfeer van de strijdliederen van de revolutie? Ik meen dat prof. Jonker gelijk had toen hij op de Hervormde synode sprak over een interpretatie van de gerechtigheid in het huidige denken vanuit Martin Buber in plaats van vanuit Paulus en het hele Nieuwe Testament. De interpretatie van de Psalmen ligt bij zo velen op datzelfde vlak. En dan, soms worden dezelfde woorden gebruikt, maar de vulling blijkt verschillend te zijn. Op een zeker moment viel het woord 'bevinding', een zaak die eigenlijk niet in woorden te vangen is zonder de beleving van het heil, die ermee uitgedrukt wil zijn, af te zwakken. De kwestie is intussen waar je de realiteit van het heil 'bevindt'. Voor ons is er dan allereerst de binnenkamer en vandaaruit de straat, het publieke leven. Voor Septuagint ligt ook hier direct weer de politieke omgeving, waarin het heil ervaren, 'bevonden' wordt. Ook hier is het weer moeilijk om tot een echte communicatie te komen, gezien de verschillende richtingen waarin je beiden kijkt.

Het komt in de kern van de zaak steeds op hetzelfde neer. Wanneer b.v. het Getuigenis, dat mede de aanleiding was tot dit gesprek, zegt dat de rechtvaardiging aan de heiliging vooraf gaat, protesteert Septuagint. Je mag ze niet scheiden, zo wordt dan gezegd. Ze zijn wèl onderscheiden, zeggen wij, en tegelijk denk je dat de mensen van Septuagint de rechtvaardiging in de heiliging laten opgaan. Waarbij het dan de vraag is of je zó nog wel van heiliging kunt spreken.

Bewogenheid

Ik zou niet willen beweren dat bij enkele deelnemers van Septuagint soms niet een bewogenheid aan de dag trad inzake de verhoudingen in de wereld, al gaat de één hier duidelijker op de theologische toer, die voor ons dan al gauw als een ideologische wordt gezien.

Bewogenheid op zich mag echter geen criterium zijn. De inhoud van de bewogenheid is het primaire. Er is een bewogenheid, die op een totaal ander vlak ligt dan de evangelische bewogenheid, die raakt aan de bewogenheid van Christus over de stad (Jeruzalem), de mens (Lazarus), de schare (Matth. 9 : 36), de zieken (Matth. 14 : 14) of die raakt aan de ontferming van God over mensen, zodat zij die voorheen 'geen volk' waren nu 'volk van God' mogen zijn.

Als dan gevraagd wordt — zoals aan het slot van het gesprek gebeurde — of we elkaar kunnen aanvaarden in onze diepste bedoelingen, dan mag die vraag niet beantwoord worden op grond van geconstateerde bewogenheid bij de ander. In de kerk liggen de dimensies dieper. Herkennen we elkaar in de 'gemeenschap in dezelfde Heere'? Dat is de kernvraag. Die vraag mag na dit gesprek bepaald niet bevestigend beantwoord worden, temeer ook omdat we het juist over die éne Heere niet hebben gehad.

Het elkaar aanvaarden in de eenheid met dezelfde Heere mag niet zo maar voorondersteld worden. Want dat betekent dat we ook elkaars verkondiging inhoudelijk aanvaarden. En zo lag en ligt het stellig niet.

We hadden die middag in Driebergen een indringend.en openhartig gesprek en ik zou willen zeggen dat gesprekken als deze er in de kerk nog te weinig zijn. Maar zolang je beiden nog in zo verschillende richtingen kijkt is er van een verbond zeker geen sprake.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Indrukken van een richtingsgesprek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's