De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De oud-Christelijke kerk VI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De oud-Christelijke kerk VI

5 minuten leestijd

In ons vorige artikel werd gesteld, dat de gewone ambten, in het bijzonder het ambt van bisschop, sterk naar voren kwamen in de oud-Christelijke Kerk. De bijzondere ambten speelden nu geen rol meer, het ging om de onderlinge verhouding tussen de gewone ambtsdragers. Deze verheffing van de gewone ambtsdragers hangt ten nauwste samen met ketterijen, die de leer schenen te bedreigen. Het welzijn van de gemeente is daaraan gelegen, dat men zich voegt naar die éne bisschop, in wie de zuivere leer vertegenwoordigd is en als gastheer aan het Avondmaal Jezus Zelf vertegenwoordigt. Dit werd het begin van de hiërarchie, zoals wij die kennen in de Rooms-Katholieke Kerk.

d. De bisschop

Irenaeus (plm. 180) is een besliste voorvechter van het bisschoppelijk gezag: hij herleidt de reeks van Rome's bisschoppen tot Paulus en Petrus, en spreekt zijn voorkeur uit voor de centralisatie van heel het kerkelijk leven in deze hoofdstad van de wereld.

De Clementinen, een uitvoerige roman over de reizen van Petrus, zegt, dat de bisschop 'op de stoel van Christus' zit. Hij heeft macht om te binden en te ontbinden. Zijn tekortkomingen doen zelfs geen afbreuk aan zijn gezag. De oudsten zijn uitvoerders van zijn bevelen. De diakenen staan hem ter zijde.

Tenslotte is nog belangrijk als bron voor de kennis van de kerkelijke organisatie de brief van Clemens aan Jacobus. In deze brief vertelt hij n.b., hoe hij door Petrus tot bisschop werd benoemd. Zijn taak is acht te geven op de woorden van de Opperstuurman, daarom hebben allen hem te erkennen in zijn waardigheid.

e. Conclusie

Wanneer we nu onze gegevens overzien, dan kunnen we concluderen, dat de inhoud van de geschriften uit de na-apostolische periode een belangrijke bijdrage heeft geleverd tot de ontwikkeling van het drietal ambten van predikant-ouderling-diaken. Maar dit neemt niet weg, dat door het zó sterke nadruk leggen op het éne ambt van bisschop een weg werd ingeslagen, waarbij de geestelijkheid niet onder de kritiek der Schrift, maar met een eigen goddelijk leergezag boven de gemeente staat.

3. Het nieuwe leven

Hoe heeft het Christendom gereageerd op de heidense omgeving, waarin het gesteld was? Deze reactie werd door twee motieven bepaald: in de eerste plaats door het bewustzijn van de afstand, die Christen en wereld scheidt, en in de tweede plaats door het besef, dat de Christen een taak had in de wereld.

a. Afstand tussen kerk en wereld

De na-apostolische schrijvers laten in dezen geen onzeker geluid horen. De Didache en de brief van Barnabas spreken beide uitvoerig over de twee wegen: 'Twee wegen zijn er, de éne is de weg des levens en de andere de weg des doods, en tussen beide wegen is een groot onderscheid. De weg des levens is deze: ten eerste, heb God, die u gemaakt heeft, lief; ten tweede, heb uw naaste lief als uzelf en wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe gij dat niet aan een ander', wat dan verder zeer uitvoerig wordt uitgewerkt.

Er waren dingen, die voor een Christen verboden waren: de staatsverering der goden, in het bijzonder van de keizergod. Er waren ook maatschappelijke functies, die zeer gevaarlijk werden ge­acht: het soldatenvak met name. En men bleef, vooral in de eerste twee eeuwen huiverig voor het aanvaarden van een openbaar ambt. In zijn tractaat De Idololatria verbiedt Tertullianus de Christenen koopmanschap te bedrijven, aangezien de handel voortkomt uit hebzucht. Bovendien verbiedt hij hen verder vrijwel ieder handwerk: timmeren, meubelmaken, leidekken, beeldhouwen, want al deze beroepen staan in verband met de afgodendienst. Immers, veel van deze beroepen waren verbonden met formaliteiten van eerbetoon aan de heidense goden. We moeten dit goed zien, om de wat bekrompen aandoende levensopvatting van de eerste Christenen te begrijpen. Ik meen, dat er een tegenstelling móest zijn tussen Christen en wereld, wanneer die Christen wilde leven naar Gods Woord. Een voorbeeld moge verduidelijken, wat vele woorden niet kunnen. Tertullianus spreekt ergens over de vraag, of de Christen de vertoningen in de schouwburg mag bijwonen. Daar kon men namelijk de gladiatorengevechten zien, die bijna steeds eindigden met de dood van één der strijders. Ook werden er wel gevechten tussen mensen en dieren gehouden. Daar gebruikte men gaarne ter dood veroordeelde misdadigers voor. Sommige christenen zeiden: 'het zijn toch maar misdadigers, die hun rechtvaardige straf ondergaan; wat kan er voor zondigs in steken naar de schouwburg te gaan? ' Daarentegen merkt Tertullianus op: 'Het is goed, wanneer schuldigen gestraft worden. Toch kan de onschuldige zich niet verblijden in de straf van een ander; veeleer past het de onschuldige bedroefd te zijn dat een mens, hem gelijk, zo schuldig is geworden, dat hij zo wreed gestraft moet worden'. Hier legt hij de vinger op de wonde plek in het openbare leven van zijn tijd: de diepe minachting voor het mensenleven, dat zelfs de dood van een medemens moet dienen tot vermaak van een ander. Juist omdat de Christen wist, hoe waardevol het mensenleven is, kon hij niet delen in de grenzenloze levensverachting van het heidendom der volksmassa’s.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De oud-Christelijke kerk VI

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's