De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De algemene genade VI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De algemene genade VI

10 minuten leestijd

In ons vorige artikel hebben wij gezien, dat de Heere Zijn algemene genade bewijst tot beteugeling van het kwaad.

Sinds onze val in het paradijs is een stroom van zonde en ongerechtigheid over de wereld gaan golven. De zonde ontbindt en werkt de dood, zij brengt de ondergang mede van heel de mensheid. Als God Adam en Eva aan hun lot had overgelaten was onmiddellijk een einde aan de geschiedenis van de mensheid gekomen. Maar dat gebeurde niet. God is goed. Hij bewijst in algemene zin aan het gevallen schepsel Zijn genade. Hij zet de rem op de wagen, die van de berg dreigt te glijden in de diepste afgrond. Hij laat de mensen niet aan zichzelf over. Hij gebruikt daartoe, zoals ons bleek, de dienst van de engelen, vaak ook de dienst van de staat. Vooral echter de prediking van het Weord. Ook dan als wij het Woord niet ter zaligheid verstaan kan het ons nog terug houden van het kwade. Ik herinner mij, dat jaren geleden een vliegtuig verging. Het gebeurde op een zondag. Iemand sprak met mij over dat ongeluk en maakte de opmerking: Wat is het een voorrecht, dat ik christelijk ben opgevoed. Krachtens deze opvoeding zal ik op zondag nooit met een vliegtuig op reis gaan. Het is dus aan de vermaning van vader en moeder te danken dat zulk een ramp mij niet spoedig zal overkomen. Erg gelukkig was ik met deze uitdrukking niet. Deze woorden verraden niet het ware geloof, dat de Heere werkt in het hart van Zijn volk. Een zekere traditie wordt in ere gehouden en dat is niet genoeg. Toch schuilt er enige waarheid in. Een opvoeding bij het Woord, bij de prediking van het Woord kan ons voor veel onheil behoeden.

Maar nu is het dan ook duidelijk dat naarmate de kennis van het Woord minder wordt de remmen worden losgezet. Wij gaan dan met razende snelheid de afgrond in. Dat blijkt vandaag zeer duidelijk. Het Woord wordt niet geacht. Het gezag van de staat wordt niet geëerbiedigd. Soms krijg je de indruk, dat de overheid bezig is eigen autoriteit te ondergraven. Onze ouders hebben toe te zien, zij moeten b.v. wel weten naar welke scholen zij hun kinderen zenden. Het wordt meer dan tijd dat wij echt reformatorische scholen krijgen, waar onze kinderen onderwezen worden uit het volle Woord van God. Hoe is het met de basisscholen in onze steden en dorpen? Hoe is het met de andere scholen? Het mag toch niet voorkomen dat tot kinderen die pas van de lagere school naar de Mavo zijn gegaan wordt gezegd: Het is niet nodig dat jullie bidden vóór en danken na het eten! Het is niet erg als van ons als ouders wordt gezegd, dat wij lastig zijn, dat wij het mooie feest van de begeerde eenheid verstoren. Toen onze kinderen gedoopt werden hebben wij met een eed gezworen dat wij hen bij de voorzeide leer zouden onderwijzen en zouden doen en helpen onderwijzen. Naar de mate waarmede wij het Woord kwijt rakeij komen wij in een schrikkelijke afgrond terecht. Hoe diep deze afgrond is zal in de dagen van de anti-christ worden gezien.

De Heere heeft met het betonen van de algemene genade nog een doel. Hij wil, dat Zijn kerk door deze algemene genade hulp ontvangt, dat zij door haar wordt beschermd. In deze door God afgeweken wereld is een Kerk. Wondere genade! De Heere had ons allen kunnen verwerpen. Maar Hij verkiest zich in soeverein welbehagen een volk dat Zijn naam zal groot maken, dat wordt verlost van zonde en schuld en eenmaal zal juichen voor zijn troon. Deze kerk is, zo zegt het in onze belijdenis, een heilige vergadering der ware Christgelovigen, al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. (Artikel 27 van de nederlandse geloofsbelijdenis.) Lees ook wat staat in Zondag 21 van onze Catechismus. Deze kerk is wel het licht der wereld genoemd omdat de Heere Jezus het Licht der wereld is. Het gaat echter niet aan te zeggen, dat zij om de wille van de wereld bestaat. Dat wordt in onze tijd wel beweerd. Maar dat is onjuist. Zij is er voor God. De opvatting, die de mensen over de Kerk hebben, vinden wij terug in de trieste geschiedenis van de Koninginnekerk van Rotterdam. In dat imponerende gebouw werd jaar in jaar uit het Woord Gods verkondigd. De boodschap, dat God genadig is voor bozen en schuldigen. De kinderen der Gemeente werden daar gedoopt. Het Avondmaal werd daar tot sterking van het geloof bediend. Nu is men deze kerk aan het slopen. Er komt een bejaardentehuis voor in de plaats. Dat is de geest van onze tijd. Geen prediking meer maar hulp aan de bejaarden. Weg met het Woord. Leve de sociale voorziening. Hier zien wij de weg vóór ons, die de kerk in de toekomst zal gaan. Te niet gaan zal zij niet. Daar blijft een rest over. Maar het is een klein getal en in de toekomst zullen de torens en gebouwen van de kerken niet meer boven de woelige steden uitsteken. We zien de flats, de kranen en tussen al deze machtige gevaarten vinden we hier en daar nog een kerk. Misschien zal het wel een kleine kerkzaal zijn.

Een paar jaar geleden bevond ik mij met goede kennissen in een van de steden van Noord-Frankrijk. Overal trotse gebouwen, machtige Roomse kathedralen en dan zie je daar plots een oud vervallen huis. Op een schamel stukje hout staat met onbeholpen letters geschreven: Gereformeerde Kerk. In dat onbeduidend gebouwtje wordt dus de prediking van de reformatie nog gebracht. In Spanje is het niet beter. In de toekomst zal het wellicht nog erger worden. Dan gaat de kerk misschien de catacomben in en niemand zal kunnen kopen of verkopen dan die het teken van het beest draagt. In de stad van de mens zal geen plaats meer zijn voor de kerk. Sommigen zijn blij met de ontkerkelijking van het leven in onze tijd. Dat de weg van de kerk door een eenzame woestijn zal gaan heeft de Heere Jezus ons geleerd. Hij zegt: 'In de wereld zult gij verdrukking hebben'. De kerk komt in de engte, zij wordt bespot. Daar worden verkeerde informaties over haar gegeven. Het leven wordt haar zwaar gemaakt. Straks gaan de deuren van de gevange­ nissen open en krijgen de belijders, na schrikkelijke martelingen, een schot in de nek. Wie de boeken van Wurmbrand gelezen heeft weet hoe schrikkelijk de kerk achter het ijzeren gordijn gemarteld wordt. Het is gewoon een schande dat journalisten van verschillende kranten, die zich met de naam christelijk sieren zeggen dat het wel zal meevallen.

Hoe is het mogelijk dat de kerk blijft bestaan, dat zij niet ten onder gaat? Het is de Heere die Zijn kerk in stand houdt. Hij roept haar toe: 'Maar hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen'. Hij is de sterkste en gezeten aan Gods rechterhand zal Christus Zijn Gemeente behoeden. Dat is waar. Maar het is ook zo, dat de Heere gebruik maakt van mensen, die Hem niet kennen. Wilt u een voorbeeld? Het was in de raad des Heeren bepaald, dat de Zaligmaker zou worden geboren in Bethlehem Efratha. Lees maar na wat in Micha 5 vers 1 staat: 'En gij Bethlehem-Efratha zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen. Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds van de dagen der eeuwigheid.' Hoe zal dit woord in vervulling gaan? De Heere gebruikt keizer Augustus, de Verhevene als Zijn loopjongen. Wondere zaak! Hij wil dat Rome meer geld ontvangt. De macht van dat geduchte rijk moet groter worden. Daarom geeft hij het bevel, dat de gehele wereld zou worden beschreven. De namen en bezittingen van zijn onderdanen moeten worden geregistreerd. Ieder moest gaan naar zijn eigen stad, naar de stad waar zijn voorgeslacht had gewoond. Zo trekken Jozef en Maria op naar Bethlehem. Beiden waren zij afkomstig uit het huis en geslacht van David. Daar in dat oude stadje wordt de grote Zoon van David geboren. Augustus heeft er tegen wil en dank aan moeten meewerken. Zó zorgt de Heere er voor, dat de kerk een plaats krijgt voor het hol van haar voet en dat komt wat Hij wil. Hij gebruikt bij het in stand houden van de kerk de dienst van de goddelozen. Hij maakt gebruik van hun wetenschappelijke prestaties. Wat hebben wij voor het recht verstaan van de Bijbel niet veel te danken aan de vorderingen, die de geleerden hebben gemaakt in de kennis der Oosterse talen, en gelukkig als deze kennis geheiligd wordt aan ons hart. Anders zou het zo gaan als iemand eens heeft gezegd, dat wij met grotere kennis van het Hebreeuws en het Grieks minder verstaan dan de vroegere geslachten.

De Heere heeft heel de wereld zo ingericht, dat het Zijn kerk ten goede komt. U moet eens lezen wat er staat in Handelingen 16. De apostel Paulus is op weg naar Filippi om daar het Woord te prediken. Hij zet in Neapolis voet aan wal in Europa en dan trekt hij verder het land in naar Filippi, dat 15 km verder ligt. Door het gebergte hebben Romeinse ingenieurs een weg aangelegd, die zich straks te Filippi aansluit bij de grote weg. De Romeinen hebben deze weg aangelegd opdat de troepen in een minimum van tijd konden worden vervoerd naar de provincies van Klein-Azië. Rome streefde door het aanleggen van deze weg eigen doeleinden na maar nu wordt deze weg gebruikt door de krijgsknechten van koning Jezus, die met het zwaard van het Woord Europa begeren te veroveren. Dit te overdenken geeft troost aan het vaak zo angstige hart van Gods kinderen. Vrees bevangt hen, dat de wereld tot bloei komt en triumferen zal en dat de zaak van de Koning ten gronde gaat. Juist het omgekeerde is waar. Al de uitvindingen van onze tijd, al de vorderingen op het gebied van de wetenschappen dienen de komst en de opbouw van Gods rijk. Koning Jezus beschikt erover in Zijn welbehagen en de machthebbers van de wereld, koningen en dictatoren zijn Zijn knechten.

Calvijn heeft daar een rijk inzicht in en in zijn commentaar op de brief aan de Corinthiërs zegt hij: 'Dewijl Christus leven en dood en al wat er is aan ons onderworpen heeft, zo heeft Hij zonder twijfel ook de mensen ons onderworpen, dat zij ons door hunne dienst helpen, en niet door heerschappij verdrukken'. Dit is een deel van de verklaring van 1 Corinthe 3 vers 22.

Nu rijst de vraag: mag ik zonder meer van al de uitvindingen van onze tijd gebruik maken? Hier is zeer zeker grote behoedzaamheid geboden. De Heere zelf kan ons de rechte weg wijzen. Door Woord en Geest. Zij het onze bede: 'Zie o God of er bij mij een schadelijke weg is en leidt mij op de eewwige weg! Met een citaat van Calvijn wil ik dit artikel beëindigen. Hij geeft in een van zijn commentaren een uitvoerige verklaring van I Timotheüs 4. Daar maakt Calvijn o.a. de opmerking, dat Paulus hier van de geoorloofde gebruiken spreekt waarvan wij voor God zeker zijn. Deze worden de goddelozen geenszins deelachtig om hun onreine consciëntie, welke alles besmet, en voorwaar, om eigenlijk te spreken heeft God de wereld en al wat in de wereld is Zijnen kinderen alleen verordend waarom zij ook erfgenamen der wereld genaamd worden.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De algemene genade VI

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's