Op een ander spoor
N.a.v. de synodale Boodschap (I)
In de februarizitting heeft de Hervormde sjrnode de conceptboodschap van prof. Hasselaar en prof. Rasker c.s. als een nadere bezinning en evaluatie van het Getuigenis en alles wat er rondom heen is gezegd niet aanvaard, maar terugverwezen naar de commissie, die het geheel zal herschrijven. Het concept was te onduidelijk voor de 'eenvoudige' gemeenteleden. In de julivergadering hopen wij een nieuw en duidelijker gesteld concept te ontvangen. Toch blijft de structuur van het oude concept gehandhaafd. Daarom kunnen wij over de strekking van het komende concept nu reeds een oordeel vellen. Wij zijn van oordeel dat de wissel van de komende Boodschap is overgezet op een ander spoor dan wat het Getuigenis in diepste zin heeft bedoeld. De opdracht van de commissie was 'om met behoud van de bijbels verantwoorde tendenties van het Getuigenis voort te gaan met een bezinning van een verdere evaluatie van alles wat in de Generale Synode in verband met het Getuigenis naar voren is gebracht, daarbij ook rekening houdende met datgene wat in de kerk naar aanleiding van het Getuigenis gezegd is. De Synode sprak de hoop uit, dat zij in de gelegenheid zou zijn het resultaat van deze bezinning op zo kort mogelijke termijn aan de kerk te kunnen voorleggen en zo in staat te zijn een boodschap ter voorlichting en bemoediging aan de gemeenten aan te bieden'. Aldus het begeleidend schrijven bij het oude concept van het moderamen.
In het concept wordt alles gezet op de noemer van de polarisatie tussen getuigen en handelen, tussen belijdende Christenen en handelende Christenen, tussen 'opium-Christenen' en 'barricade-Christenen'. De laatste aanduiding is van mij, ze werd ingegeven door de formulering van het concept: 'Zij die daarentegen alle nadruk leggen op het ongerept en volledig bewaren van de schat des geloofs in persoonlijk geloof, bekering en heilszekerheid, raken in de verdenking dat er toch iets waar kan zijn van de these dat de 'religie' een opium van het volk is'. De strekking van het concept is nu dat deze beide groepen leden in de kerk elkaar moeten vasthouden ’bij de Ene’.
Welnu, in het Getuigenis wordt ook gehandeld over de verhouding tussen belijden en handelen, maar het speelt met opzet de ene groep Christenen niet uit tegen de andere groep. Het wil een theologische verantwoording geven van de verhouding tussen geloven en handelen (zie II). Het wil vanuit de Waarheid Gods onderwijs geven vanuit het reformatorische leerstuk van de rechtvaardiging van de goddeloze. Het Getuigenis gaat dieper op de zaken in, maar ook: het stelt meer zaken aan de orde, zaken die met enkele volzinnen in de concept-Boodschap worden afgedaan of niet aan de orde worden gesteld, nl. de aardse messianiteit van Jezus Christus, de vermaatschappelijking van het heil, de transcendentie Gods, de ideologisering van de verkondiging, de schuldverzoening, de interpretatie van vleeswording. Kruis en Opstanding, terwijl in de inleiding theologische signalen worden gegeven door te wijzen op de theologische 'vossen' die de wijngaard kunnen bederven. Ongetwijfeld komt een en ander in hoofdstuk III van het concept ter sprake, maar onduidelijk en zwak. Alles wordt uiteindelijk toegespitst op het ene punt: de tegenstelling tussen geloven en handelen. Zo staat de komende Boodschap op een veel smallere basis. Er is een wissel overgehaald naar een ander spoor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's