De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven en sterven met verwachting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven en sterven met verwachting

5 minuten leestijd

De geruchtmakende uitlating van ds. M. A. Krop in Groningen 'Dood is Dood' heeft heel wat deining veroorzaakt. Op de Hervormde synode, waar gesproken werd over een ontwerp-verklaring inzake dit onderwerp, kwam diaken W. K. v. d. Veen uit Groningen vertellen dat het allemaal zo'n vaart niet liep met die uitspraken. Ds. Krop is op persoonlijke wijze met de dood geconfronteerd. Het ging hem om de pastorale vragen rondom de dood. Toen diverse sprekers vervolgens op de kwestie Krop ingingen haakte ds. Landsman in met de opmerking dat hier niet de zaak ds. Krop aan de orde was, maar de kwestie 'dood-is-dood' op zichzelf. De naam van ds. Krop kon beter niet meer genoemd worden anders ging het lijken op een verkapte leertuchtprocedure.

Even later ontstond er een incident. Een Groninger student drong zich naar voren om te vertellen dat het wel erg was wat ds. Krop gezegd had. Hij vroeg herhaaldelijk het woord maar kreeg het niet van de praeses. Hij vertrok met de mededeling dat één en ander voor hem aanleiding was de Hervormde Kerk te verlaten.

Terecht kreeg de student geen spreekverlof. Het eind is niet te overzien als ieder zich zo maar kan gaan opwerpen om het woord te voeren. Maar dat neemt niet weg dat het een bijzondere ongelukkige gang van zaken was dat de naam van ds. Krop niet meer genoemd mocht worden. Was hij niet de oorzaak dat dit rapport er nu lag? Men kan hier toch bepaald niet de zaak van de persoon scheiden! En als de­ ze vorm van tuchtoefening, in de zin van een synodale bespreking, zelfs al geschuwd wordt dan geeft dat toch wel te denken.

Inmiddels nam de synode met algemene stemmen de concept verklaring, opgesteld door prof. dr. H. Berkhof, aan, waarin onomwonden de dood-is-dood gedachte wordt afgewezen.

Het rapport zegt: 'Het zijn voornamelijk drie ervaringen en overtuigingen die het de gemeente onmogelijk hebben gemaakt om het 'dood-is-dood' als laatste waarheid te beschouwen. Deze ervaringen en overtuigingen zijn achtereenvolgens betrokken op God, op Christus en op de Geest.

In het Oude Testament, zo vervolgt het rapport dan, wordt sterk beseft dat het persoonlijk leven verankerd ligt in de trouw van God, zodat de Israëliet besefte dat, als die trouw zou halt houden bij de doodgrens, dit in strijd zou zijn met de overmacht van Gods liefde, die men in eigen leven ervaren had. Moge het Oude Testament echter nog verhuld spreken over het leven na de dood (aangeduid worden hier Ps. 16 : 9-11, 49 : 16, 73 : 25 v; Jes. 26 : 19; Dan. 12 : 2), in de Nieuw-Testamentische verkondiging is het zeker, dat de trouw van God borg staat voor onze persoonlijke toekomst (Matth. 22 : 29; 1 Cor. 15 : 34). Dat geloof wordt bovendien op de meest krachtige wijze bevestigd door de opwekking van Jezus uit de dood. 'Jezus, die als eenling uit de dood tot een nieuw verheerlijkt leven bij de Vader kwam, is tegelijk de eersteling die daadwerkelijk vooruitgrijpt op de toekomst van al de zijnen. En vanuit de opstanding valt nu ook het ware licht op Zijn leven en sterven. Hij is degene die zich vernederd heeft tot de dood en die Zijn leven heeft willen verliezen om het onze te behouden; daarom heeft God hem verhoogd. En daarin is God nu met het teken van Zijn trouw, die ook de dood overwint, op aarde in ons midden aanwezig. Wie nu de opstanding der doden ontkent, miskent de opwekking van Christus. Maar wie het tweede gelooft mag van het eerste zeker zijn (1 Cor. 15).’

We mogen dankbaar zijn dat het rapport hier duidelijke taal spreekt. De conclusie, waartoe dit rapport komt, is geheel aanvaardbaar. Dat wil niet zeggen dat er ook niet kritiek op de inhoud geleverd zou moeten worden. Ds. Binnekamp merkte op dat de dood, als bezoldiging op de zonde, duidelijk gesteld had moeten worden (Rom. 5 : 12) evenals het bijbelse gegeven dat er behalve een opstanding van de rechtvaardigen ook een opstanding van de onrechtvaardigen is. Ds. v. d. Bosch uit Goes onderstreepte dit en merkte op dat de beleving van het gericht in dit leven ook duidelijker uit de verf had moeten komen. Ds. Spilt legde de vinger bij de uitspraak in het rapport dat God in Christus onze verwerping op zich genomen heeft. Ook stelde hij dat de dood als zodanig teveel gezien wordt vanuit de menselijke ervaring. Ook wilde hij meer benadrukt zien dat het behoud van ons leven alleen in Christus ligt en dat we alleen door het geloof in Hem ten laatsten dage zonder verschrikken voor Gods rechterstoel kunnen verschijnen.

Berkhofs opmerking terzake van de verschillende leemten, die in genoemd opzicht geconstateerd werden, was niet sterk. Hoe meer je zegt, hoe meer je moet verantwoorden, stelde hij. Ik geloof dat op dit laatste gezegd moet worden dat je vanuit de Schrift niet gauw teveel zegt.

Uiteindelijk zijn er dingen die onder ons volkomen zekerheid moeten hebben en die als zodanig telkens weer door de kerk verwoord zullen moeten worden. Ds. Binnekamp merkte terecht op dat we de dood niet mogen benaderen vanuit het levensgevoel van de mensen — een opmerking ook door ds. Spilt gemaakt — maar vanuit het verband met zonde en schuld. Als deze noties dan de moderne mens niet meer zouden aanspreken dan kan en mag dat voor de kerk toch geen reden zijn om er dan maar over te zwijgen? Want zo voltrekt zich een cirkelredenering. Van wie zullen de mensen, de moderne mensen het nog moeten horen dat er een relatie ligt tussen de dood en de zonde, als de kerk het niet zegt?

Terecht werd het rapport aangenomen, gezien de conclusies, die in de actuele situatie onomwonden gegeven worden. Als handreiking vanuit de kerk mag het een positieve zaak genoemd worden. Bovendien is het rapport duidelijk geschreven en kort. Dat zijn goede zaken. Met dit rapport is echter niet alles gezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Leven en sterven met verwachting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's