’De twijfel liturgisch gevoed’
In De Waarheidsvriend van 17 februari 1.1 werd melding gemaakt van een gedicht, dat als een soort belijdenis had gefungeerd in een jeugddienst te Abcoude, o.l.v. ds. Th. M. Loran. We plaatsten één en ander met een kritisch naschrift onder de titel 'De twijfel liturgisch gevoed'. Van ds. Loran ontvingen we een brief met het verzoek iets daarvan te willen opnemen in De Waarheidsvriend ter verduidelijking. Hieronder volgt de brief van ds. Loran voorzover deze de punten betreft waarom het ging.
Ik ben van oordeel dat elke dienst — niet alleen een jeugddienst, maar ook elke gewone eredienst — uitvoerig voorbereid moet worden met gemeenteleden. In dit geval met een vrij grote groep jongeren uit de gemeente Abcoude.
Tijdens deze dienst kwam naar voren dat het vieren van een eredienst een probleem voor deze jongeren was. Nu meen ik dat het elimineren van een vraag die door jongeren serieus naar voren wordt gebracht, onjuist is en dat deze vraag ook als een vraag mee moet blijven spelen.
Toen tijdens het gesprek duidelijk werd dat het voor deze jongeren volslagen onduidelijk was waarom een dienst gevierd zou moeten worden, kwam men tot de konklusie dat dit geheel afhankelijk was van de wijze waarop de gemeente van Christus in de plaats, dus Abcoude, zich manifesteert. De wijze waarop ze gemeenschap is, de wijze waarop ze belijdt, waarop ze leeft, zingt, bidt en 'studeert'. Dit bijzonder lange voorwerk in de gedachte hebbend kwamen we tot de konklusie dat de dienst uit twee delen moest bestaan. Eerste gedeelte het 'voorwerk', waarin juist alle vragen rondom gemeente-zijn, kerk-zijn; alle twijfels, alle aarzelingen zouden moeten worden geventileerd. Dat is gebeurd in het eerste deel van de dienst, waar het door u bedoelde, door een meisje gemaakte, gedicht een deel van was. Een zestal jongeren hebben op hun manier eveneens gesproken over datgene wat zij meenden dat de gemeente zou moeten zijn, wat ze in antwoord op Gods Woord kan zijn, wat ze vaak niet is, enz. enz.
U zegt in uw artikeltje dat kommentaar overbodig is en dat het gaat om het 'ik geloof'. Eerlijkheidshalve zou u dan moeten vermelden dat direkt na deze formulering van aarzel (er zit trouwens ook een zeer positief getuigen in: het geloven in God voor alle mensen, in Christus die niet verdeelt, enz.; maar dat is weggelaten) vanuit de schriftlezingen het antwoord wordt gegeven waarom de gemeente samen komt, wat de zin van de eredienst is, wat de opdracht van de gemeente is, namelijk vanuit Handelingen 2 waar staat dat de gemeente eendrachtelijk bijeen is in het onderwijs, in het gebed en in het breken van het brood. In het eerste gedeelte van de liturgie is ook niet gezongen, omdat men van oordeel was: waar zoveel twijfels zijn moeten we niet de zekerheid in het lied uitzingen. Waar het antwoord kwam is gezongen, is gebeden, is beleden.
Ook na deze toelichting van ds. Loran, die we volledigheidshalve doorgeven, blijft de vraag recht overeind staan of in de liturgie de twijfel zo aan de orde mag komen als hier is gedaan. We menen dat het reformatorisch belijden anders, duidelijker, meer van de vastlgheden van God uit dan van de onzekerheden van de mens uit spreekt. Maar hier zal toch wel een fundamenteel verschil van inzicht zijn tussen de wijze waarop ds. Loran en wij de functie en de inhoud van de eredienst zien en ervaren. Trouwens waar ds. Loran spreekt over een 'zeer positief getuigen' blijft onzes inziens ook de twijfel overheersen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's