De crisis in het christelijk onderwijs III
Het christelijke niet beperken tot een 'vakje'
Ik wil tenslotte nog ingaan op een laatste facet wat betreft de crisis waarin het christelijk onderwijs zich bevindt. In het verleden is één van de principia van het christelijke onderwijs geweest dat de Schrift betekenis had voor alle vakken. Dat het niet alleen aanging het christelijke van de school tot uiting te laten komen bij het godsdienstonderwijs of het bijbelonderricht, laat staan dat het alleen een kwestie zou zijn van bijbellezen en gebed aan het begin van de lessen.
Het christelijke van de school moest ook tot uitdrukking komen bij de geschiedenis, de letterkunde, de aardrijkskunde en welke andere vakken er ook nog te noemen mogen zijn. Het gevaar is thans levensgroot aanwezig dat het christelijke opgeborgen wordt in een daarvoor bestemd vakje, het vakje van het godsdienstonderwijs, en dat het verder bij het geheel van het onderwijs niet meer of alleen in de eerder genoemde maatschappij-kritische zin ter sprake komt. Terecht merkt drs. Gilhuis op dat het niet aangaat de leerstof christelijk te vernissen. Ook betekent het niet dat je in de wiskunde en natuurkunde vanuit christelijk oogpunt bezien tot andere resultaten komt dan vanuit niet-christelijk standpunt. Maar wel dient de christelijke school op het geheel van de geschiedenis, de biologie, de fysica een eigen visie te hebben en dit ook over te dragen op de leerlingen. De geschiedenis dient gegeven te worden vanuit het zicht op Christus, die de zin der geschiedenis is. De biologie kan niet los gezien worden worden van de Schepper. Het is dan ook een enorme verarming wanneer bij deze vakken de achtergrond van het christelijk geloof niet meer meespeelt, wanneer deze vakken op precies dezelfde wijze gegeven worden als op de neutrale scholen. Dan kan het niet anders of er wordt bij de leerlingen juist twijfel gezaaid ten aanzien van het geloof in de Schrift. Dan lijkt het alsof het Schriftgeloof en het wetenschappelijk bezig zijn niets met elkaar te maken hebben, of sterker nog, tegenstellingen zijn. Op menige christelijke school wordt de twijfel gevoed in plaats van de zekerheid. We zullen de leerlingen moeten leren met elke wetenschap, met elk van de sectoren van wetenschap God te dienen. Dat betekent niet dat we elke les over de Bijbel moeten praten. Maar op de snijlijnen van het vak met het geloof in de Schrift mogen we de confrontatie niet uit de weg gaan en zal getracht moeten worden de richting aan te geven waarin, vanuit het geloof in de Schrift, moet worden gedacht.
Ik citeer hier wat drs. Gilhuis in zijn eerder genoemde boekje schrijft: 'Dat houdt voor het geschiedenisonderwijs onder meer in dat het wereldgebeuren daarin gezien wordt als een zich over de gehele aarde realiserende analogie van het Christus-gebeuren, waarin als tekenen van het Christus' lijden gezien worden vervolging, afval, concurrentie van andere wereldgodsdiensten; als tekenen van Zijn overwinning: oecumene, zending, evangelisatie (Berkhof) en waarbij de zekerheid dat deze laatste reeks doorslaggevend is zich telkens weer aandient...
Bij de exacte vakken zal de leraar zijn leerlingen duidelijk dienen te maken dat het geloof niet voor één wetenschap behoeft weg te vluchten. De wetenschappelijke onderzoeker toch houdt zich op zijn terrein slechts bezig met één bepaald aspect van de tijdelijke werkelijkheid en is derhalve niet bevoegd over geloofszaken een uitspraak te doen (Kalsbeek).'
Ik zou daaraan toe willen voegen dat de leraar aan een christelijke school er op gespitst zal moeten zijn te onderkennen of bepaalde theorieën, die zich onder de schijn van wetenschappelijk aandienen, in feite niet gebaseerd zijn op niet-christelijke vooronderstellingen, of erger nog op atheïstische ideologieën. Het zal duidelijk zijn dat ik hier bijvoorbeeld het oog heb op een omstreden zaak als de evolutie. Telkens weer zal moeten worden nagegaan of het onderwijs niet in strijd is met de grondlijnen van de Bijbel, juist ook waar het vakken als de biologie en de geschiedenis betreft. Dat wil niet zeggen dat de Schrift moet worden gehanteerd als een handboek voor wetenschap. Maar wel geldt hier het woord van Galilei: 'De werken van Gods mond (Zijn Woord) en de werken van Gods vinger (Zijn Schepping) kunnen elkaar niet tegenspreken'. Dat mag en moet bepalend zijn voor het christelijk onderwijs. Hier ligt een kenmerkend verschil met het neutrale onderwijs. Dat verschil is met name gevoeld bij de Stichting van de V.U. Het is daarom alleen maar te betreuren dat dit verschil in uitgangspunt tussen niet christelijk en christelijk onderwijs aan de V.U. steeds minder tot zijn recht komt, zoals dat ook het geval ik aan menig christelijke middelbare school.
Ik wil hier wijzen op de visie van Hoedemaker, die stelde dat de scholen niet allereerst scholen met de bijbel moeten zijn maar scholen op de bijbel. En dat geldt voor alle vakken. Dat houdt ook méér in dan alleen maar aandacht voor de intermenselijke verhoudingen, al speelt dit laatste wel terdege mee. Het gaat om het eerste en het tweede gebod. Het gebod om de naaste lief te hebben staat niet los van de liefde tot God, maar is er wel duidelijk van onderscheiden.
Onderwijsvernieuwing
Nog één punt wil ik tenslotte ter sprake brengen. Het christelijk onderwijs staat met het onderwijs in het algemeen in de stroomversnelling van de vernieuwingsdrang. Daarin weerspiegelt zich de hele maatschappelijke ontwikkeling van dit moment. Het onderwijs is op de maatschappij en de maatschappelijke behoeften gericht. Daarom zijn de maatschappelijke ontwikkelingen in de school voelbaar. Met de mammoetwet is gepoogd aan te sluiten bij de huidige maatschappelijke behoeften. Ik ga hier niet in op allerlei onderwijs-technische aspecten, maar wil toch nog wel opmerken dat de onderwijskundige vernieuwingen tegelijkertijd gepaard zijn gegaan met allerlei andere symptomen, zoals bijvoorbeeld de sterk doorgevoerde democratisering, waardoor een school soms vrijwel onbestuurbaar dreigt te worden. Als ieder in het beleid zijn zegje moet doen, tot en met de leerlingen, dan wordt het soms wel zeer moeilijk om de zaak in goede banen te houden. Voor de christelijke scholen betekent dat met name ook een stuk verlies van zelfstandigheid in het voeren van een eigen beleid door bestuur en schoolleiding. We behoeven in de huidige situatie echt niet te denken dat als de schoolleiding en het bestuur een vaste koers willen varen, dit ook zonder meer mogelijk is. Men is vaak door de sterke democratisering aan handen en voeten gebonden. Een bijkomend verschijnsel is daarbij nog dat veel schoolleiders vroegtijdig afknappen omdat de school momenteel veel te veel van hen vergt.
De mammoetwet bracht bovendien de schaalvergroting, waardoor het steeds moeilijker wordt om scholen met een uitgesproken eigen signatuur in het leven te roepen of in het leven te houden. Er is weliswaar enerzijds de uitholling van het christelijk onderwijs van binnenuit, maar anderzijds ook van buitenaf door de van overheidswege gestimuleerde schaalvergroting.
Daarom zal al met al bewust christelijk onderwijs steeds meer weer een zaak worden waarvoor in de bres moet worden getreden. Het moge dan al sinds jaar en dag een vanzelfsprekende zaak zijn dat we christelijke scholen hebben, het wordt tijd dat ieder die het christelijk onderwijs echt ter harte gaat, weer iets krijgt van de bezieling waarmee in de vorige eeuw voor het christelijk onderwijs in de bijbelse zin van het woord is opgekomen. Het gaat erom het kind te confronteren met Christus en om deze confrontatie te doen plaatsvinden in voluit Bijbelse geest. Wanneer de christelijke school niet meer de school met Christus is, waarin is hij dan nog christelijk? Wat von Zinzendorf, de pionier van de Inwendige Zending, zei: 'Ik ken maar één hartstocht, dat is Hij, slechts Hij' geldt ook, en niet in de laatste plaats voor het christelijk onderwijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's