Jezus en Petrus
en terstond kraaide de haan.’ Joh. 18 : 27b
Het is ondertussen koud geworden; de dienstknechten en de slaven hebben een vuur van houtskool aangestoken en staan zich daarbij te warmen. De dienaren hadden Jezus gevangen genomen en de slaven brengen de nacht hier door. Petrus loopt naar hen toe; hij hoopt onopgemerkt te blijven. Na de eerste schok doet hij zo onverschillig mogelijk. Hij warmt zijn handen boven het kolenvuur. De onverschilligheid is algemeen; wat gaat het deze mensen aan, dat Christus verhoord en veroordeeld wordt, als zij maar warm worden. Zij stellen geen belang in Hem, Hij heeft al afgedaan, zoals hij bij duizenden en duizenden in deze lijdensweken allang heeft afgedaan.
Ik bezweer u, bij de levende God. Waaien zulke sterke woorden tot hen over? Zij warmen zich aan het vuur. Het lijden van Christus wordt ons verkondigd en wie wordt er koud of heet van. Wij staan ons te warmen bij het vuur van geld en goed, vermaak en werk en naar Jezus ziet niemand om. Eten en drinken, en als het koud is, warm worden, wat wil een mens nog meer? Zo is het toch; wie heeft belang bij de borgtocht van Christus, bij alles wat Hij wilde lijden, om de schuld weg te nemen? Simon Petrus soms? Ik? Ik ben niet. Christus strijdt alleen verder. Gij hebt vriend en metgezel verre van Mij gedaan, al mijn bekenden staan van verre. De wereld draait door en het leven gaat door, en er brandt menig strovuur om de kou te verdrijven. Toch kan men vannacht maar moeilijk warm worden. De wind, weet u, de windvlaag uit de hel, die doet het hem. Petrus staat op de tocht.
Zij zeiden dan tot hem: zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Petrus schrikt op uit zijn gepeins. Ik? Ik ben niet. Het rolt hem zo maar over de lippen, hij ontkent kortweg. Val mij toch niet langer lastig met uw praatjes; eerst die dienstbode en nu de soldaten. Hij loochende het. Simon slaapt gij? Waakt en bid, opdat ge niet in verzoeking komt. Slaapdronken is Simon de verzoeking binnengewankeld. Zijn vlees bezwijkt voor de tweede keer: Hij loochende het. Hij verloochent Christus.
Hoort Christus het? Och, Hij weet het wel. Simon Petrus, een schaap van Zijn kudde, een toekomstige herder van Zijn schapen, loopt bij Hem vandaan. Christus wordt in deze nacht een herder zonder schapen. Hij die de schare zag als schapen zonder herder. Hij is de goede herder. Hij stelt zijn leven voor de schapen. Ik zou mijn herderschap maar neerleggen, schimpt Satan, uw trouwste schaap zet het op een hollen. Ik ben niet. Ik ben geen schaap van deze herder. Ik ben wel. Ik ben de herder van dit schaap. Hoe schittert hier de herderlijke trouw, hoe maakt Christus Zijn woorden waar. Laat de hele kudde Hem in de steek. Hij zal er niet één verliezen. Hij koopt hen en betaalt met zijn leven. Zulke schapen. Een waardeloze kudde, dat moet ieder toegeven. Zulke schapen drukt Hij het stempel van zijn liefde tot het einde op. Straks roept Hij hen één voor één, als Hij uit de doden is opgestaan. Zij zijn toch van Mij! Die grote schare, die niemand tellen kan. Weer verstrijkt er enige tijd. De dienaren nemen Petrus nog eens goed op en mompelen wat onder elkaar. Dan richt een van hen het woord tot hem: Heb ik u niet gezien in de hof met Hem? De rillingen lopen Petrus over de rug. Die slaaf heeft hem in de hof gezien, hij is bovendien een familielid van Malchus. De vraag betekent gevaar, de verwarring in Petrus' hart neemt toe. Petrus dan loochende het wederom.
Heb ik u niet gezien met Hem? Gedoopt in Zijn naam, opgevoed bij Zijn Woord. O, dat is al lang verleden tijd. Ik dacht dat jij christelijk was, ging je niet naar de kerk? Zo'n vraag kan onze jongens en meisjes in verlegenheid brengen. Zullen jullie het gemakshalve maar niet loochenen? En de ouderen, die het woord hoorden. Bent u soms een van zijn leerlingen? Deed u geen belijdenis? Hoe heb ik het nu? Nee en nog eens nee. Met Hem heb ik niets te maken. Hoe lijdt Christus daar onder, als was het een schande, bij Hem te behoren. Komt het ons slecht uit, dan loochenen wij het. In de bonte wereld, tegenover deze en gene, aan wie we liever vasthouden dan aan Hem.
Heb ik u niet gezien met Hem? Nu, in de buurt van Hem, dat kan, maar met Hem, nee. Hoe vreselijk als u zou zeggen: dat kan echt niet. Wie niet bij Jezus behoort, is een schaap zonder herder, hij dwaalt de eeuwige wildernis in, zo alleen, zo verschrikkelijk alleen. Jezus heet Hij, Hij redt van de dood. Hij is het leven. Niet met Hem, dat is zonder Hem, dat is tegen Hem. Dan kent Hij u straks niet in de dag der dagen. Ga weg van Mij, zal Hij zeggen. Ik heb u nooit gekend. En dan te moeten zeggen: ik heb U nooit gekend. Wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader die in de hemelen is.
Het heilig avondmaal wordt gevierd in het midden der gemeente. Satan houdt de wacht. U soms? En u? Doch zij loochenden het wederom. En u? O, het kan, want Zijn woord deed kracht in mijn leven. Hij trok mij naar zich toe en ik dacht: Bij Hem zal ik blijven, wat zou mij van Hem kunnen scheiden. De wereld, de zonde, de duivel trachten er tussen te komen.
En dan: Nee.
Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valt. Wie zich voor Christus schaamt, zal met schande en schade overladen worden. Petrus loochende het. Hij was zo rotsvast overtuigd van zijn aanhankelijkheid. Desnoods de anderen, maar hij niet. Hij niet. Want hij nam Jezus' woord niet ter harte. Wij gaan allen onder de tucht van dit woord door en wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen. Het onze gaat er aan in deze nacht. Het zijne niet! En terstond kraaide de haan. Hij kraaide reeds eerder, maar niemand hoorde het. Nu is er tenminste één, die het hoort: Petrus. Hoorde u de haan nooit kraaien? Keek u nooit naar de kerktoren? De haan is het teken van de waakzaamheid: Waakt! Hij kraait soms midden in de nacht en soms in de vroege ochtend. Hinderlijk is dat, u keert zich om en slaapt door. Heerlijk is dat. Want Christus' woord klinkt overduidelijk in dit hanengekraai. Kan Jezus de slapende Petrus niet meer wakker roepen, vóór Hij wegging wond Hij de wekker op, en stelde haar op dit uur. Nu loopt ze af: en terstond kraaide de haan. Hij kan Petrus niet laten slapen. Zijn gebed wordt verhoord: Ik heb voor u gebeden. Wederom ten derden male. Nu is het genoeg; er volgt geen vierde en geen vijfde maal. Christus' woord wordt vervuld.
Die schorre hanenkreet scheurt de stikdonkere nacht uiteen. Het uur van de duisternis is voorbij gegaan, de dageraad der genade wordt luidkeels aangekondigd. Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten. Ook over Petrus; het wordt pasen. Midden in het lijden grijpt Christus vooruit op de opstanding. Alleen gelaten, laat Hij niet los. Staande gebleven is er in Hem kracht om op te richten, allen die vielen. Twee is beter dan één! Wee de éne, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen. Inderdaad, twee is beter dan één.
De haan kraait het glasharde hart van Petrus stuk, rinkelend valt het aan scherven voor de voeten van Jezus. En Petrus naar buiten gaande, weende bitter. De ban is gebroken, de ban van de boze, de ban van dat ontzettende 'wederom'. Wat is Christus toch sterk. Dat was Hij toen, dat is Hij nog. Dwingen duivel en wereld ons tot onvruchtbaar verloochenen, tot een beklemmend ontkennen in woord en daad: Hem is gegeven alle macht. Eindelijk wringt zich een snik los uit onze keel.
Het verfoeilijke ongeloof kan de liefde niet verstikken. Trekt u niet op aan uw eertijds, of uw voortaan, aan uw bekering en verkiezing, maar richt u op aan Hem, die onwrikbaar stand hield.
De liefde? Simon, zoon van Jona hebt gij Mij lief? Here, Gij weet alle dingen. Gij weet dat ik U lief heb. Dan gordt ge uzelf niet langer Zijn liefde. Er brandt weer een kolenvuur aan de oever van de zee van Tiberias. Warmt u daaraan, allen die zo door en door koud geworden zijt. Zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm. Want de liefde — Zijn liefde — is sterk als de dood, de ijver is hard als het graf, haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des Heren. Vele wateren zullen deze liefde niet kunnen uitblussen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's