Vragen rond het schoolgaan
In gesprek met het gezin
IntroductieIn de komende serie artikelen zal drs. Burggraaf met onze gezinnen spreken over de problemen van school en gezin. Een zeer actuele aangelegenheid. Drs. Burggraaf staat midden in de praktijk. Hij is nl. rector aan het Reformatorisch Atheneum in Rotterdam-Zuid.U kunt zich ook met uw vragen op dit terrein tot hem richten. Doet u dat vooral. Ze zijn zeer welkom.R. J. V. d. H.
Onder de vragen die ouders zich stellen bij de opvoeding van hun kinderen neemt de school problematisch een steeds belangrijker plaats in. Dat is te begrijpen. want de ontwikkeling van kind tot volwassene is niet meer los te denken van de scholing. Ieder volgt na kleuterschool en basisschool óók een vorm van voortgezet onderwijs. Bovendien is de leerplicht telkens verlengd, zodat de meeste jongeren tot aan hun 18e jaar nog wel geheel of gedeeltelijk onderwijs volgen. Geen wonder, dat dit in de opvoeding een belangrijke rol speelt. Onze maatschappij vraagt gediplomeerden, en daarmee is het belang van de school getypeerd!
Maar ook vanuit een ander gezichtspunt is de school onderwerp van gesprek in talloze gezinnen. De tijd is voorbij dat christenouders hun kinderen zonder zorg volledig aan een school toevertrouwden. Men wist dat het in goede handen was en daar vertrouwde men op. Vaak stuurt men zijn kinderen nog wel met een gerust hart naar de basisschool, omdat in verschillende plaatsen deze scholen nog bijbelgetrouw zijn. Hoewel, ook in het basisonderwijs begint een uitholling van binnenuit, een aantasten van de bijbelse waarden.
Veel fundamenteler is dat het geval in de christelijke scholen voor voortgezet onderwijs, de middelbare scholen, zoals ze vroeger werden genoemd.
Helaas is het aantal scholen waar men zich in het totale onderwijsprogramma nog wil richten naar het Woord van God, niet groot meer. De mogelijkheden om scholen te stichten, die wel op deze grondslag gebaseerd zijn, zijn beperkt. Lang niet alle ouders kunnen daarom een bevredigende oplossing vinden voor de schoolkeuze van hun kinderen. Tenminste ... als ze naast de noodzakelijke onderwijsmogelijkheden, ook letten op de levensbeschouwelijke sfeer waarin hun kinderen terecht komen.
Geen wonder dat er in de kerken van gereformeerd belijden verontrusting bestaat over de ontwikkeling van het christelijk onderwijs.
Geen wonder dat talloze ouders, predikanten zorgen hebben over de invloed van de scholen op onze jeugd.
In het eerste artikel wil ik enkele verontrustende signalen noemen. Wellicht herkennen ouders èn jongeren er hun moeilijkheden in. In de volgende artikelen hoop ik wat verder in te gaan op de vraag hoe dit in de gezinnen en in de gemeenten is op te vangen.
Verontrustende signalen: het godsdienstonderwijs
Een veel gehoorde klacht betreft het peil van het godsdienstonderwijs op verschillende christelijke scholen. Binnen het totale onderwijsprogramma neemt het godsdienstonderwijs al een benauwend geringe plaats in, maar door de recente maatregelen komt dit onderwijs helemaal in de verdrukking. Er zijn weinig scholen meer, waar nog twee uur per week godsdienstonderwijs gegeven wordt. Meestal is dit maximaal 1 uur. Afgezien van de omvang betreffen veel klachten de inhoud van deze lessen. Veel godsdienstleraren zien het als hun taak om koploper te zijn bij onbijbelse praktijken. Niet Christus maar Marx lijkt hun leermeester te zijn.
Wanneer dit op een arrogante en provocerende wijze de leerlingen wordt ingepompt (met recht indoctrinatie genoemd), dan bestaat er terecht verontrusting bij ouders en kerkeraden. Godsdienstonderwijs is immers niet in de eerste plaats maatschappijkritiek, maar onderricht in de bijbelse leer, onderwijs vanuit de Schrift. Wanneer hiermee het godsdienstonderwijs niet getypeerd kan worden, draagt het ten onrechte deze naam.
Bijbel en onbijbelse theorieën
Ook al is het godsdienstonderwijs op een school bijbelgetrouw, dan moet dit functioneren binnen het geheel van de school. Wanneer bij andere vakken openlijk tegen het bijbels getuigenis wordt ingegaan, dan kan goed godsdienstonderwijs dit niet vergoeden. Dit is een volgend probleem waarmee ouders en leerlingen op middelbare scholen vaak geconfronteerd worden.
Veel leraren bij het christelijk voortgezet onderwijs zijn overstag gegaan voor de resultaten van de wetenschappen; zodat ze theorieën verkondigen, die indruisen tegen het bijbels getuigenis. En dit met een vanzelfsprekendheid en overtuigingskracht dat jongeren wel méé moeten.
Dat er vragen liggen rond de verhouding geloof-wetenschap is duidelijk. Dat men leerlingen confronteert met opvattingen die strijdig zijn met de bijbelse leer is ook noodzakelijk, nl. om ze daarin te wapenen, toe te rusten tot hun taak als volwassenen in deze ontkerstende maatschappij. Maar dat men dit doet op een wijze die besmettend is, een wijze die het Woord Gods ontkracht, is een kwalijke zaak. Wat men er voor in de plaats geeft, ' zijn ook maar vermeende zekerheden.
Intussen wordt hierdoor de positie van kerkelijke jongeren op middelbare scholen moeilijk gemaakt. Velen moeten door een crisis heen; als ze er doorheen komen, kan dat louterend zijn. Maar velen komen er niet doorheen en raken voor de kerk verloren.
Op deze leeftijd vallen beslissingen die bepalend zijn voor de verdere levensloop. Daarom moet een christelijke school uiterst behoedzaam zijn en voorzichtig in de begeleiding van jongeren. Er staat immers veel op het spel. Voor ouders en geestelijke verzorgers roept dit veel problemen op. Vaak hebben zij niet de ontwikkeling waardoor zij tegenwicht kunnen bieden, wanneer jongeren met hun kritiek komen. Hoe moeten ze erop ingaan? Wat moet gedaan worden aan de met zekerheid geponeerde uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek? Vragen die ouders bezighouden en waarop ze zouden willen ingaan, maar hoe?
Vragen waarop de christelijke school zou moeten ingaan. Alleen: vaak gaat men de verkeerde kant op; vaak is het meer een losweken van de bijbelse waarden dan een luisteren naar de Schrift.
Spot, een machtig wapen
Niemand verdraagt gemakkelijk spot. Dit geldt ook volwassenen. De smaadheid van Christus zoeken wij niet uit onszelf. Des te meer geldt voor de jeugd, in een gevoelige periode, dat spot een machtig wapen is. Een enkele opmerking als: 'geloof jij daar nog in, dat is toch al lang achterhaald! Of: 'ga jij nog naar de kerk!', doet veel kwaad.
Dit alléén-gezet-worden, in een klas, in een groep, is een verfijnde manier van aanvechting, die je overtuiging aan het wankelen kan brengen. Het belachelijk maken van waarden komt zeker op middelbare scholen voor en niet alleen door jongeren, helaas ook door leraren. Wanneer de bijbelse waarden niet meer, leven, is een middel om er helemaal van los te komen, de spot, het kleineren, het belachelijk maken. Dergelijke situaties op onze scholen, hangen nauw samen met de crisis waarin de kerken verkeren. Wanneer het geloofsgoed verloren gaat, blijft het er-tegen-trappen over. Helaas ten koste van de komende generatie. Bovendien is een trek van de moderne (jonge) mens, dat hij niet alleen wil staan. Gevoelig als hij is voor de houding van anderen, is hij snel geneigd zich de opvatting van anderen over hem, aan te trekken en zich te richten naar de opvattingen van de groep. Een opvoedingsprobleem waar ouders met opgroeiende kinderen mee worstelen.
'Iedereen doet het, waarom ik niet? '
Velen leveren het christelijk geloof in voor een goedkope prijs, namelijk het geaccepteerd worden door anderen. Alsof het christelijk geloof een achterhaalde zaak is, van een achterlijk kaliber is. .
Intussen blijft het een probleem in de opvoeding: hoe kunnen we onze jongeren wapenen tegen dit instrument, dat helaas ook op christelijke scholen gehanteerd wordt.
Levensstijl
Levensstijlproblemen vormen één van de moeilijkheden voor ouders en jongeren op de middelbare scholen. Onderzoekingen tonen aan dat druggebruik en sexueel verkeer onder jongeren een benauwende omvang aannemen. Het totale gebied van de ontspanning (klasseavonden etc.) is voor de christelijke scholen een enorm probleem. Leraren met een positief christelijke instelling hebben de grootste moeite om dit in hun werk aan een school te integreren en te accepteren. Destijds was het een probleem of op klasseavonden gedanst mocht worden. Op de meeste christelijke scholen is dit al lang geen probleem meer, maar verschuift zich de bezinning naar de toelaatbaarheid van druggebruik enz.
Dat het in de sfeer van de ontspanning op veel scholen een liederlijke zaak is, hoeft geen betoog. De laatste resten van een christelijke levensstijl zijn weggezogen.
Ouders van middelbare scholieren komen wel voor de vraag te staan: 'wat moeten we doen? '
In veel gevallen houdt men de jongeren van klasseavond weg, naar ik meen, terecht. Blijft wel het probleem voor de jongeren van het apart staan. Voor enkelen is dit waarschijnlijk geen probleem, maar voor vele anderen des te meer. Wij (ouderen en jongeren!) willen liever geen uitzonderingspositie innemen.
Een leven van losbandigheid is echter op geen enkele manier in overeenstemming te brengen met de doopbelofte. Daarop zullen we bedacht moeten zijn, hoe moeilijk het is voor ouders èn voor jongeren om hierin de juiste weg te gaan.
Zoals aan het begin gezegd, is de bedoeling van dit eerste artikel om veel voorkomende problemen te noemen. Graag wil ik een volgende keer ingaan op de vraag, hoe we in de opvoeding onze jongeren enige begeleiding kunnen geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's