Een aangevochten leerstuk?
De lichamelijke opstanding van Christus
Dat wij achter de titel boven dit artikel een vraagteken gesteld hebben, is eigenlijk overbodig. Want ieder, die maar een weinig op de hoogte is met wat er op dit ogenblik in de theologie over de opstanding van Christus geleerd wordt, weet, dat er velen zijn, die inderdaad de lichamelijke opstanding van Christus aanvechten en zelfs uitdrukkelijk ontkennen.
Er zouden heel wat namen van vooraanstaande geleerden genoemd kunnen worden. Ik noem er slechts één: de bekende Duitse Nieuw-Testamentische geleerde Rudolf Bultmann. Hij meent, dat de dood van Jezus wel historisch vaststaat. Maar de opstanding van Jezus niet. Dat is niet echt gebeurd. De discipelen van Jezus hebben het later verteld, dat Hij is opgestaan. En dat geloof in de opstanding van Jezus hebben zij geprojecteerd op de feiten. Daarom is het niet een betrouwbaar historisch gegeven, als wij lezen in de Bijbel, dat Jezus is opgestaan. Het is slechts een geloofsgetuigenis van de latere volgelingen.
U merkt, dat wij hier in aanraking komen met een bepaalde manier van het lezen van de Schrift. Wat in de Evangeliën als historische feitelijkheid wordt uitgesproken, wordt in twijfel getrokken, omdat men er een later geloofsgetuigenis van de gemeente in ziet. Zo wordt ook omgesprongen met de woorden van Jezus zelf. De evangeliën laten ze inderdaad ons horen als woorden van Jezus zelf. Maar de geleerden ontkennen dit. Het zijn geen woorden van Jezus zelf. Althans in vele gevallen niet. Maar het zijn woorden van de latere christelijke gemeente, die Jezus in de mond zijn gelegd. Ja, als wij zo de Schrift gaan lezen, dan komt alles op losse schroeven te staan. Dan kunnen de geleerden naar believen al die woorden, die zij in hun denkschema niet kunnen inpassen, voor on-echt verklaren. Dan blijft er van de vastigheid van het Evangelie niet veel over.
Nu is echter de ontkenning van de lichamelijke opstanding van Jezus niet van recente datum. Zo wordt het wel eens voor gesteld, overigens. Men zegt dan, dat de moderne mens van vandaag niet meer kan geloven in een wonderlijk en bovennatuurlijk goddelijk ingrijpen. Wij, moderne mensen, zijn er achter gekomen, dat alles in deze wereld verloopt volgens de wetten van de natuur. Er bestaat geen bovennatuurlijke wereld, die op een onverklaarbare manier inbreuk doet op het gewone verloop van de dingen.
Inderdaad, de mens van vandaag is heel sterk in de ban van dit aardsgebonden denken gekomen. Men noemt dat: het natuur-wetenschappelijke denken. Dat wil zeggen, dat men alleen voor waar acht en dus ook alleen voor mogelijk acht, wat binnen onze menselijke mogelijkheden ligt en door menselijke waarnemingen valt te constateren en te doorzien.
Men noemt het ook wel het anti-metafysische denken. Dat wil zeggen, dat men ontkent, dat er een bovennatuurlijke macht bestaat, die de natuurlijke wetten kan doorbreken.
Inderdaad, wanneer men uitsluitend volgens deze maatstaven leeft en denkt, dan blijft er voor het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus geen plaats meer over. Want één ding staat wel vast, dat de opstanding van Jezus volslagen tegen al onze menselijke mogelijkheden ingaat, deze mogelijkheden overstijgt, en als een wonder Gods uitsluitend kan worden aanvaard en verstaan.
Maar dat geldt dan niet alleen de opstanding van Jezus. Dat geldt evenzeer zijn geboorte en zijn hemelvaart. Ja, is er wel een bladzijde in de Bijbel te vinden, waarin niet gesproken wordt over het wonderlijke en genadige ingrijpen van God in onze mensenwereld?
Ik wil er maar mee zeggen, dat wanneer men alleen volgens eigen maatstaven denkt, en daaraan zijn geloof meet, dan komt men met het hele Schriftgetuigenis vast te zitten en blijft er tenslotte niets van het christelijk geloof meer over.
De vraag is intussen, of wij wel alles kunnen schuiven op het moderne denken en het eigentijdse leefklimaat van de mens. Dat zou misschien wel kunnen, als het zo was, dat men nu pas de opstanding van Christus was gaan bestrijden. Maar die bestrijding stamt al van veel oudere datum.
Eigenlijk moeten wij dan terug tot de discipelen zelf. Lezen wij niet in de Schrift, dat ook Thomas reeds twijfelde aan de waarheid van de opstanding van Christus? En wat waren de voorwaarden, die Thomas stelde? Die voorwaarden lijken verdacht veel op die, welke de moderne daag zegt: ik moet het eerst weten en zien, ik moet het kunnen constateren met mijn ogen en met mijn historische en wetenschappelijke maatstaven en instrumenten. En wat zegt Thomas? Die zegt in de grond van de zaak precies hetzelfde. Hij zegt: ik moet het eerst zien, ik moet eerst met mijn eigen handen het constateren. Ik moet er eerst zeker van zijn volgens mijn eigen maatstaven. En dan zal ik het erkennen.
Ziet u, dat ten diepste de aanvechting van de opstanding van Christus dezelfde gebleven is, vroeger en nu?
Dat vinden wij nog eens een keer terug in 1 Cor. 15. Daar wordt door Paulus gereageerd op een ontkenning van de opstanding van de doden. Dat was volgens sommigen in die gemeente een onmogelijkheid. Welnu, zegt Paulus dan, dan is de opstanding van Christus ook een onmogelijkheid en een onwerkelijkheid. En dat is ook zo. Want als het uitgesloten is, dat de doden opstaan, is het ook uitgesloten, dat Jezus is opgestaan. Daar ligt een directe verbinding tussen. Toen, maar nu nog. Als ds. Krop ontkent, dat de doden opstaan, dan ligt de diepste wortel van deze ontkenning bij hem in de ontkenning van de lichamelijke opstanding van Jezus.
U ziet het: ook hier is er niets nieuws onder de mens. De lichamelijke opstanding is van begin af aan een aangevochten werkelijkheid geweest.
Wat moeten wij daar nu op antwoorden? Ik dacht, dat wij niet ons best moeten gaan doen om de feitelijkheid van Christus' opstanding te bewijzen. Want dat bewijs valt niet te leveren. Wij zullen voluit moeten en mogen erkennen, dat wij hier te maken hebben met een van ons uit totaal onverklaarbaar wonder van God. En wonderen kunnen niet bewezen worden. Anders zouden het geen wonderen meer zijn.
Het lijkt me toe, dat het ook niet vruchtbaar is om het opstandingsverhaal te gaan aanpassen aan de eigentijdse eisen. Als wij dat wel doen, komen wij tot voorstellingen als b.v. deze: ik geloof wel in een levende Christus, maar niet in een lichamelijke opstanding van Christus. Als wij zo gaan redeneren, dan komen wij misschien de moderne mens in het gevlei, maar het feit van de opstanding zelf wordt erdoor vervaagd en verdoezeld en in feite daardoor krachteloos gemaakt. Dan ligt er ook geen troost en heil meer in.
Nee, de Schrift zelf wijst ons een andere weg. Als Thomas in zijn twijfel dan toch bij Jezus terechtkomt, omdat Jezus tot Thomas komt, dan zegt de opgestane Jezus zelf tot Thomas èn tot ons allen: zalig zijn zij, die niet zullen gezien en nochtans geloofd hebben (Joh. 20:29). Dat is de kern van de zaak. Het geloof, dat is de enige weg om tot zekerheid te komen aangaande de lichamelijke opstanding van Christus. Wij geloven de opstanding van Jezus Christus uit de doden. En dat geloof kan niet met onze logische denkmogelijkheden worden doorzien of bevestigd. Maar dit geloof richt zich op en rust in het Woord des Heeren. Het gaat om geloofszekerheid en niet om een natuurwetenschappelijke zekerheid. Maar met die geloofszekerheid kunnen wij het wagen, in leven en in sterven.
Ik heb zelf ook een korte tijd gehad, dat ik sterk werd aangevochten in mijn geloof in de opstanding van Jezus. Dat was een benauwende tijd. Want als de opstanding van Christus gaat wankelen, gaat alles wankelen.
Maar de Here heeft mij eruit gehaald door dit woord van de apostel, dat in zijn eenvoud en kracht mijn twijfel overwon: Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden. Nog nooit is me dat kleine woordje 'is' zo dierbaar geweest als toen. Daar hing het nu helemaal van af. Christus is opgewekt uit de doden. Dat is geen fantasie, dat is geen projectie, dat is geen religieuze mening, geen theologische theorie, maar dat is werkelijkheid, reddende bevrijdende werkelijkheid. En gelukkig de mens, die uit al zijn twijfel wordt weggehaald en met lichaam en ziel geworpen wordt op de feitelijkheid van Gods heil, dat in de opstanding van Christus geopenbaard en gerealiseerd is geworden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's