De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragen rond het schoolgaan II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragen rond het schoolgaan II

In gesprek met het gezin

6 minuten leestijd

Kenmerkend voor de huidige opvoedingssituatie is, dat van ouders een duidelijk standpunt wordt gevraagd. Wat vroeger als vanzelfsprekend gold, is thans in discussie. Ook jongeren komen met deze vragen en ze verwachten van de ouderen een luisteren naar hun vragen, een bereidheid om zich te verdiepen in wat hen bezighoudt. Tenminste, voor zover de verhouding ouders-kinderen nog zodanig is, dat vragen gesteld kunnen worden; voorzover een conflict tussen de generaties niet de communicatie verstopt.

Meer dan ooit is nodig dat er in de opvoeding eenheid is. Dat allen die bij de opvoeding betrokken zijn vanuit dezelfde grondbeginselen leven en werken. Onze jeugd raakt geconfronteerd met allerlei wind van leer. Dat is niet erg, als de opvoeders maar één lijn trekken, als er een stevig tegenwicht is in de opvoeding zelf. Daarbij kan de school belangrijk opvoedend werk verrichten als ze vanuit dezelfde levensovertuiging als de ouders zich richt op bepaalde facetten van de opvoeding.

Wanneer de school in plaats van een medestander een tegenstander wordt, is dat een ernstige zaak. Vooral gezien de noodzakelijke eenheid tussen school en gezin. Die eenheid moet er zijn, wil de christelijke school haar doelstellingen waar maken.

Daarom is het des te ernstiger dat in veel gevallen deze overeenstemming ontbreekt, zoals in het vorige artikel is geschetst en zoals ook de heer v. d. Graaf in zijn artikelenserie 'De crisis in het christelijk onderwijs' heeft geconstateerd. Hoe kan het gezin, gegeven deze situatie, begeleidend bezig-zijn, luidt de vraag Voor dit en voor de volgende artikelen.

Schoolkeuze

Een eerste aanknopingspunt betreft de schoolkeuze. We mogen er van uitgaan dat in onze gezinnen gekozen wordt voor het christelijk onderwijs. In sommige kerkelijke gezinnen koos men vroeger wel voor de openbare school, redenerend vanuit het standpunt 'geen leer is beter dan een verkeerde'. De 'neutrale' openbare school zou dan een betere plaats zijn dan de christelijke school. Ik schrijf hier 'neutrale' tussen aanhalingstekens, om daar mee aan te geven, dat deze neutraliteit alleen in theorie aanwezig is, maar in de praktijk niet gevonden wordt. Neutraliteit bestaat immers niet, en zeker niet binnen het onderwijs. Er is zoveel leerstof waarbij de levensbeschouwing van onderwijzer of leraar in de overdracht van kennis een rol speelt, dat dit moeilijk met een 'neutrale' positiebepaling te rijmen valt. Zeker de laatste jaren is wel duidelijk geworden dat de openbare school wel terdege invloed uitoefent in een bepaalde richting.

Daarom mag de keuze tussen openbaar of christelijk onderwijs geen moeilijke keuze zijn. Bij een christelijke opvoeding behoort het christelijk onderwijs! Helaas is met deze keuze niet alles gezegd. Want al kiezen we uit overuiging voor het christelijk onderwijs, dan zijn hiermee de keuzemogelijkheden niet uitgeput.

We moeten verder vragen naar het gehalte van het christelijk onderwijs. Gezien de crisis van het christelijk onderwijs zullen de ouders meer dan ooit bewust kiezend bezig moeten zijn.

Niet alles wat zich als christelijk onderwijs aandient, is christelijk onderwijs. Dan dient een keuze gemaakt te worden voor die vorm van christelijk onderwijs, die in hoofdlijnen het meest aansluit bij de levensbeschouwelijke achtergrond van de gezinnen.

U vraagt waaraan dit te toetsen is. Allereerst heeft elke christelijke school een verenigings-of stichtingsbestuur, dat gebonden is aan de statuten. Wordt in de statuten uitgegaan van de Schrift als Woord van God, als richtsnoer voor het onderwijs?

Voert het bestuur een beleid in gebondenheid aan de Schrift?

Eén van de belangrijkste taken van een bestuur is het benoemingsbeleid. Elke school staat of valt met het team van onderwijzers of leraren. Een school kan voortreffelijke statuten hebben — en dat is voor ouders ook belangrijk om te weten en zo nodig hierop een bestuur aanhoudend te attenderen — het belangrijkste is de man of vrouw voor de klas. Of eigenlijk, het totale team dat aan de school verbonden is. Wil het team zich in het onderwijs laten richten door het Woord van God?

't Is goed om daarnaar te informeren, want de voortwoekerende Schriftkritiek is één van de belangrijkste gevaren die het christelijk onderwijs bedreigen. Hoe staat het met het kerkelijk meeleven van de leerkrachten? Er zijn helaas christelijke scholen waar maar een gering percentage van de docenten kerkelijk meelevend is. Nu weet ik wel, dat het bijzonder moeilijk is voor een school om goed personeel te krijgen. Alleen, is het de intentie van een schoolbestuur om bijbelgetrouw personeel te vinden, of acht men dit al geen haalbare kaart meer. Hiermee is ook de vervlakking begonnen. Een schoolbestuur zal geen moeite moeten sparen om een verantwoord personeelsbeleid te voeren en in het uiterste geval liever bepaalde lessen niet te geven, dan op die plaatsen mensen benoemen die niet achter het christelijk onderwijs staan.

't Is noodzakelijk om deze overwegingen te betrekken in de schoolkeuze van onze kinderen. De tijd is voorbij dat we konden vaststellen: het is een school, dus ... christelijke

Binnen het christelijk onderwijs wordt nu óók een keuze gevraagd.

Wanneer ouders in hun omgeving niet een school kunnen vinden die positief christelijk is en hun kinderen moeten plaatsen op een school waarvan het christelijk gehalte dubieus is, wat dan?

Dan zal de geestelijke begeleiding dubbele aandacht vragen in die gezinnen. Nooit mag de opvoeding in christelijke zin volledig gedelegeerd worden aan kerk en school. De eerste opvoedingsverantwoordelijkheid ligt bij de ouders, omdat het gezin het belangrijkste opvoedingsmilieu is. School en kerk zijn daarbij hulporganen. Wanneer de schoolopvoeding echter het onderwijs in de bijbelse leer verzaakt, dan wordt de verantwoordelijkheid van de ouders des te groter. Dat in de eerste plaats.

Vervolgens dienen wij allen de kanalen te benutten die er nog zijn. Daarom geen gelegenheid voorbij laten gaan om zowel schoolbesturen als leerkrachten te wijzen op hun verantwoordelijkheden, op hun specifieke taak bij het christelijk onderwijs.

Veelal zijn de contacten louter zakelijk geworden: men is benieuwd naar de leerresultaten van de kinderen en verder gelooft men het wel. En hoevelen komen regelmatig op een ledenvergadering van een schoolvereniging? Een regelmatig attenderen op de roeping van het christelijk onderwijs zou ieder christenouder moeten doen.

Een eerste werkelijke vernieuwing in bijbelse zin van het christelijk onderwijs begint daarom in de gezinnen; begint bij de overwegingen die aan een schoolkeuze voorafgaan; begint waar ouders hun opvoedingsverantwoordelijkheden in bijbelse zin aanvaarden!

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vragen rond het schoolgaan II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's