Predikantentekort
Rond het predikambt
Het is al weer geruime tijd geleden, dat ik, op grond van bepaalde gegevens een aanhoudend en toenemend predikantentekort voorspelde. Ik ben er helemaal niet blij mee, dat ik gelijk gekregen heb. Dat is inmiddels wel tot velen doorgedrongen. De vraag is maar: duurt dat voort, of tekent zich een gunstiger ontwikkeling af? Die vraag is niet een, twee, drie te beantwoorden. Enerzijds zal het aantal predikantsplaatsen aanzienlijk verminderen. Vooral, wanneer de economische toestand verslechtert zullen de financiën van menige gemeente in het ongerede raken. Worden de algemene kerkelijke lasten verzwaard, dan zal het plaatselijke budget daarvan de kwade gevolgen ondervinden. Voeg daarbij de tanende kerkelijke belangstelling in stad en land, en de ontvolking van hele streken, en het beeld ziet er niet bepaald rooskleurig uit. Dus: predikanten genoeg mettertijd. Wie zal het zeggen? Er zijn bovendien noodmaatregelen getroffen, om het aantal predikanten te vermeerderen, en om de bevoegdheden tot de predikdienst uit te breiden, maatregelen, die op de lange duur ook hun bedenkelijke kanten hebben.
Anderzijds ... Het geldt voornamelijk voor de gemeenten, die tot de gereformeerde bond gerekend worden. Hoewel ...? Laat ik mij daar dan even toe beperken. Hier doet zich het predikanten tekort het sterkste voor en hier zal het ook het langste duren. Op een aantal van 350 predikantsplaatsen, tel ik 55 vacatures. Deze getallen zijn vrij constant. Al waren er de laatste jaren vrij veel candidaten, die hun intrede in de gemeente deden, toch daalde het aantal vacatures niet. U zult toegeven dat het nogal aan de hoge kant is en dat het zorgwekkend mag heten, dat daarin zo weinig verbetering komt. Vooral als een gemeente het aan den lijve ondervindt, is het haar een zorg. Eigenlijk is dat wat laat; misschien is dat een van de redenen, van dit euvel: dat wij er niet echt mee bezig zijn, voor Gods aangezicht, in het midden der gemeente en met elkaar.
Waaraan is dit predikantentekort te wijten? Er is natuurlijk meer dan één oorzaak. Om te beginnen neemt het aantal predikantsplaatsen, tegen de algemene neiging in, toe. Niet met sprongen tegelijk, maar één voor één. Die toename wordt stellig geremd door het bestaande tekort aan predikanten. Er wordt slechts een heel enkele predikantsplaats opgeheven. Of dat zo blijven zal weet niemand; het laat zich denken dat wij ook onze tol zullen moeten betalen aan de hierboven geschetste ontwikkeling.
Vervolgens zijn er telkens predikanten, die de dienst in de gemeente verlaten, en in ander verband hun werk voortzetten. Zij veroorzaken een vacature, zonder er een te vervullen. In de toekomst zullen meerderen met emeritaat gaan, en velen eerder dan vroeger. Het is duidelijk, dat de gemiddelde leeftijd, waarop men het predikambt aanvaardt, hoger ligt dan vroeger; steeds minder dominees zullen de veertig jaren vol kunnen maken. Wij zullen dus voor een gelijk blijvend aantal predikantsplaatsen, eèn groter aantal predikanten nodig hebben. De gemiddelde tijd, dat een dominé dienst doet ligt nu al dichter bij de 30 dan bij de 40 jaren.
Tenslotte: het komt nogal eens voor, dat iemand begint in een gemeente die een 'gereformeerde-bonds' stempel draagt, maar zijn tweede gemeente doet dat niet. Daarover vel ik geen oordeel — het verschijnsel kan van meer dan één kant beoordeeld worden — maar het feit blijft: Ook in zo'n geval ontstaat een vacature, binnen deze kring van gemeenten, zonder dat er een wordt vervuld. Al met al, geen redenen om te hopen dat het predikantentekort spoedig zal zijn opgeheven.
Het schijnt wel alsof ik aan marktonderzoek doe. Hoe ontwikkelt zich de vraag? En het aanbod? Dat klinkt wat zakelijk, maar getallen zijn zakelijk. Wie bieden zich aan? De candidaten tot de heilige dienst. Het voorzetsel zegt het al: tot. Om de gemeenten te dienen. Laten wij bidden dat zij zich echt aanbieden aan God en zijn heilige gemeente. Dat de liefde hen drijft. Er zijn jaren geweest, waarin het aanbod ver beneden de maat was. Het schommelde tussen de 5 en de 13, om in 1967 een dieptepunt van 3 te bereiken. Nu, dat hebt u ondertussen in het beroepingswerk kunnen merken! Rekent u even mee? Aantal predikantsplaatsen 350. Gemiddelde diensttijd 35 jaar — dat is aan de hoge kant. Dan zijn er ten minste 10 per jaar nodig, zonder dat daardoor op het tekort wordt ingelopen. Wij mogen gerust het getal 75 als een minimum aanhouden. Dan begrijpt u, waarom het tekort zo nijpend is.
Daartegenover staat, dat het aantal studenten de laatste tijd redelijk tot bevredigend mag heten. Dat zou er op kunnen wijzen, dat het tekort toch langzamerhand zal verminderen en daar kunnen we alleen maar dankbaar voor zijn. We maken echter enig voorbehoud. Niet alle studenten worden candidaten; dat geldt ook van 'onze' studenten. Veel studenten doen er langer over dan vroeger, vóór ze candidaat tot de heilige dienst worden en zich beroepbaar stellen. Meerderen doen eerst een doctoraal examen. Misschien omdat de studie echt beslag op hen legt. Misschien omdat ze toch wat opzien tegen het beroep dat de gemeente op hen doet. Daar is niets kwaads van te zeggen. Het zou wel een veeg teken zijn. als het betekende, dat studenten in de godgeleerdheid zich niet voldoende voorbereiden tot het ambt. En als ze de dringende nood van de gemeenten, en daarmee van de kerk en het volk, niet verstonden. De gemeente roept! En daar ligt mijn roeping. Bij dezen breng ik het maar onder hun aandacht.
‘Onze’ studenten worden niet allen 'onze' candidaten. Ik heb een hekel aan dat onze, vandaar de aanhalingstekens. Het lijkt als zouden wij onze mensen warm maken voor onze zaak. Dat zou een misverstand zijn; u vat de bedoeling. Er ontbreekt nogal wat aan het begeleiden van de studenten. Aan hun onderlinge begeleiding. Sommigen hebben het meteen al bekeken, met dié kunnen ze wel, met dié niet overweg. Groepen vormen zich, die van elkaar geen boodschap hebben. In plaats dat ze, heel bescheiden, deel nemen aan de onderlinge vorming, zijn ze al gevormd. Vraag niet hoe! Dat is een kwaad ding onder de zon en het wreekt zich. Daardoor voelen anderen zich miskend, ze komen tekort, en gaan hun eigen gang. Wij verliezen meer 'eigen' studenten, dan dat we 'anderen' winnen. Dat is heel vroeger wel eens anders geweest.
Er ontbreekt nogal wat aan de begeleiding in de gemeente en door de voorgangers. Er diende contact te zijn tussen predikanten en studenten. Wij kunnen van elkaar leren. Ondertussen vellen we oordelen over elkaar, over en weer, zonder dat we elkaar bijstaan. Bijstand is geboden! Om staande te blijven, en om gaande te blijven. Naast de hoogleraren, hebben de gemeenten hier een taak, dominees en studenten.
Het predikantentekort is natuurlijk niet beslissend. Beslissend is hóe er in wordt voorzien. Ik heb de indruk, dat de studenten zich al spoedig opstellen. De een is links-bonds, de ander midden-bonds-de derde rechts, tot uitgesproken rechts. Wat dat dan ook allemaal zijn mag! Dat is een armoedige bedoening. Wat mij betreft mogen ze het laten afweten, rechts en links en midden. Als er candidaten kwamen tot de heilige dienst. Die ijver hebben voor Gods huis; die er zich voor over hebben om de gemeente van de levende God te dienen. Wat zouden wij ons opstellen? 'Toen kwam de Here en stelde zich daar en riep gelijk de andere malen Samuel, Samuel! En Samuel zei: spreek, want uw knecht hoort’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's