Schriftgezag waartoe?
Naast alles, wat aan de orde komt in de artikelen 2 tot 7 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis over de heilige Schrift, wordt in het vijfde artikel uitdrukkelijk het gezag van de heilige Schrift beleden. En dat in het nauwste verband met wat in de andere artikelen reeds is gezegd. De Bijbel heeft gezag, aanzien en autoriteit. Dat gezag brengt de Bijbel Zelf mee. Het ligt verankerd in de 'theopneustie', het Geest-doorademd-zijn van de Schriften. Wij belijden met de Kerk der eeuwen de Goddelijke ingeving van de Schriften ook de majesteit, het gezag en de volstrekte betrouwbaarheid van het Woord van God gegeven. Het is niet mogelijk in hoger beroep te gaan dan bij God Zelf. Daar getuigt de Schrift ook Zelf van. Zo dient zij zich aan: Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust' (2 Tim. 3:16, 17).
Over deze dingen hebben we uitvoerig nagedacht, toen we artikel 3 van de Geloofsbelijdenis behandelden. In artikel 5 gaat het echter over de vraag, hoe het Schriftgezag doorkomt in het hart en leven van de mens. We kunnen in dit verband daarom beter niet spreken over de 'grond' van het Schriftgezag, omdat deze ten diepste te vinden is in het Getuigenis des Geestes in de Schrift Zelf. Beter is het te spreken over 'de uitstraling van het gezag der heilige Schrift in ons door het getuigenis van de heilige Geest in onze harten. Als het gezag van de Bijbel rust in het getuigenis des Geestes in de Schrift zelf, dan rust het geloof in dat gezag in het Getuigenis van diezelfde Geest in onze harten.
Over dat laatste (het zogenaamde Testimonium Spiritui Sancti) gaat het in artikel 5. Hoe krijgt het Woord van God gezag over ons? Hoe leert een mens eronder buigen en vallen?
Wij kunnen en mogen de waarheid en de autoriteit van de Schrift niet veilig stellen vanuit onze bevindingen. Maar de waarheid en de autoriteit van de Bijbel straalt wel in de weg van het bevindelijke leven door. Daar zorgt diezelfde Geest voor, Die de Auteur van de Schriften is. Wat dat nu allemaal betekent, zullen we straks zien. Vooral kijken we echter het woord 'Schriftgezag' eens goed aan. Wat is dat voor een gezag, dat de Schrift uitoefent? ! Waarop is het gericht? Wat wordt erdoor bereikt?
De eerste zin van artikel 5
Dat wordt immers uitgesproken in de eerste zin van het vijfde artikel van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. 'Al deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen.' En dat is geheel in overeenstemming met wat we zojuist lazen in een tekst als die van 2 Tim. 3 : 16 en 17 ... 'en is nuttig tot lering, wederlegging, verbetering, onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is'. Het Schriftgezag heeft een practisch doel. Ze is zelfs gericht op 'de volmaakte toerusting tot een mens Gods'. Het Schriftgezag heeft te maken met 't leven des geloofs, met heel de practijk der godzaligheid. Daarom is het niet voor niets, dat het eenvoudige volk van God zich altijd weer tot diep in het hart geraakt gevoelt, wanneer er aan dat gezag van de heilige Schrift getornd wordt. Het voelt, dat daarmee het fundament van de zekerheid des heils en een leven op gezag van de betrouwbare God en Zijn Woord onder de voeten wordt weggegraven.
Het gezag van het Woord Gods is dus voor het geloof een door en door nuttige zaak. Het is voor het ontstaan van en de wasdom in het geloof van beslissende betekenis. Het geloof hangt aan het Woord Gods. Het wordt er dagelijks door gevoed.
Dat betekent niet, dat de Bijbel slechts gezag heeft vanwege haar utiliteit (nuttigheid). Als men dat stelt, hangt men immers de waarde van het Bijbelse gezag op aan het nut, dat de Bijbel heeft voor de vrede van 's mensen ziel en/of bestaan op aarde. En dan heeft men de norm voor het gezag van de Schrift geheel in de mens gelegd. Wij bepalen dan aan de hand van wat wij menen, dat nuttig en goed voor ons is, waarin het gezag van de Schriften bestaat.
Het is veeleer omgekeerd. Gods Woord bepaalt, wat nuttig voor ons is, werpt ons op de laatste en beslissende realiteit van het Leven terug en bewijst dan de nuttigheid van zijn gezag, doordat het het geloof blijft reguleren, gronden en bevestigen.
Het unieke van het Schriftgezag
Dit Schriftgezag heeft dan ook alszodanig een uniek karakter. Dat wil zeggen, dat het niet vergelijkbaar is met enig ander gezag. Er is nu eenmaal veel in onze wereld, dat gezaghebbend op ons afkomt. Er is om slechts enkele dingen te noemen, het gezag van de overheid. Er is het gezag van de wetten van een staat, en in verband daarmee het gezag van justitie en politie en militie. Daarnaast zouden we kunnen noemen het gezag van bepaalde maatschappijstructuren, waar wij ingegroeid zijn en die op een gegeven moment zelfs een boze macht over ons kunnen uitoefenen. Er is, om nog iets te noemen, het gezag van de moderne communicatiemiddelen (de krant, de radio, de t.v.), die , ons, zonder dat we er erg in hebben op sleeptouw kunnen nemen en ons vandaag helaas vaak vergiftigen, doordat zij ons in een leefklimaat brengen, waarin de mens de norm voor zijn leven enkel en alleen in zichzelf zoekt.
Gezag is vandaag niet 'in'. Er wordt allerwege tegen getrapt. Niettemin is het er natuurlijk. Waar de heerschappij van God niet meer erkend wordt, daar wordt de mens een slaaf van andere machten, ook al meent hij, dat hij volmaakt vrij is.
Temidden van al die machten nu oefent de heilige Schrift haar volstrekt unieke gezag uit. Gewild of ongewild blijven alle gezagsdragers, alle gezagsinstituten onderworpen aan de verhoogde Christus, Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde en die Zijn heerschappij kenbaar maakt in en door Zijn Woord. Alle dingen zijn aan Zijn voeten onderworpen. God eist in Christus door Zijn Woord de alleenheerschappij voor Zich op. Er is geen terrein, waarvan Christus en de Schrift niet zeggen kunnen: Het is van Mij!
Als daarom artikel 5 van de Geloofsbelijdenis zegt, dat wij al de kanonieke boeken van de Bijbel ontvangen voor heilig en kanoniek om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen, dan wordt daarmee het Schriftgezag niet beperkt tot een kwestie van de binnenkamer. Er is hier geen sprake van een 'met een boekje in een hoekje zitten', zo op de manier van: 'Laat ons in de waarde, waarin wij zijn, geef ons de kans om te geloven alles, wat er in de Bijbel staat; en doet u dat niet, even goede vrienden'. Nee, het geloof, waarin het Schriftgezag gestalte krijgt, is een allesomspannende zaak. Het is geloof in de schuldvergeving door Christus' bloed. Maar het is ondermeer ook geloof in de overheid als een dienares Gods. Daarom staat ook artikel 36 in de geloofsartikelen. Het geloof, dat hart en leven, kerk en koninkrijk Gods, verleden, heden en toekomst raakt, dat geloof wordt door de Schrift gereguleerd, gegrond en bevestigd. En omdat dat geloof in de rug gedekt was vanuit het bolwerk van de heilige Schrift, daarom kon bv. de man, uit wiens pen de geloofsartikelen gevloeid zijn, Guydo De Brés, in dat geloof aan de galg sterven. Ook in zijn laatste ademsnik werd zijn geloof door de Schrift gereguleerd en bevestigd. En de hartslag daarvan hield niet op, toen hem op aarde de levensadem werd afgesneden.
Schriftgezag ... waartoe?
Uit het bovenstaande zal het nu duidelijk zijn geworden, dat God in de wijze, waarop Hij door Zijn Woord gezag over ons uitoefent, een bepaald doel voor ogen staat. In de Bijbel gaat het om de glorie van God op heel de aarde, in heel de schepping. En daarom gaat het in de Bijbel ook om Christus centraal. Want in Hem komt God eeuwig aan Zijn eer. Maar daarom gaat het in de Bijbel ook om de mens. Beter gezegd: het gaat erom, dat wij leren geloven in Christus, in God, in de heilige Geest. En zonder de Schrift komen we niet tot dat geloof, kunnen we er ook niet in staande blijven. Daarom bv. is het zo nodig, dat de Bijbel dagelijks bij ons op tafel komt, dat wij vertrouwd raken met de inhoud van de Bijbel, dat we maar niet bij een gedeelte van de Bijbel leven, maar uit de volheid van de Schriften. De Bijbel is altijd dieper, rijker, heerlijker dan wat wij er tot nu toe van gezien en doorleefd hebben.
Vanuit de scopus van de heilige Schrift (het grote doel, waarop alles gericht is in de openbaring Gods), waarover we zojuist nadachten, wordt onze omgang met da Bijbel bepaald. We moeten de Bijbel niet lezen als een boek, waarin we allerlei nuttige wenken vinden voor het dagelijkse leven, zoals we dat bv. vinden in een biografie of in een medische encyclopaedie. We mogen de Bijbel ook niet lezen als een boek, waarin wij slechts geïnformeerd worden over allerlei historische en aardrijkskundige oudheden. Dan zou immers de Bijbel temidden van alle andere boeken in onze boekenkast wel nuttig en leerzaam kunnen zijn. Maar dan ontvluchten wij het gezag van de heilige Schrift, dat beslag wil leggen op heel ons gedachtenleven, op ons hart, op onze handen, op onze voeten.
Het Schriftgezag is er om der wille van het geloof, om dat te reguleren, te bevestigen, te gronden.
Reguleren, gronden, bevestigen
Het woord 'reguleren' roept gedachten op aan een maatregel, een lineaal. De Bijbel geeft maatstaven, neemt maatregelen om het geloof op orde te krijgen. En de ware gelovige wil ook niets anders dan wandelen naar deze regel des geloofs. Mensen kunnen ons 'zwaar' vinden of 'licht', ze kunnen ons bespotten en honen, als wij maar aan deze maat des geloofs zijn, gegeven in de Schrift. Zo leert het geloof alleen te staan met God. Al het menselijke moet er tussen uit.
Maar reguleren wekt ook nog andere gedachtenassociaties op. We denken aan een stroomsterkteregelaar. Het geloof is vaak bestreden en soms is het niet meer dan kleingeloof. Maar dan is de Schrift er om de stroomsterkte te regelen. Het Woord Gods geeft altijd weer nieuw vuur, nieuwe kracht, nieuwe moed. Het legt levende verbindingen met de levende God, het vangt op in de nacht van godsvervreemding en doodsdreiging. En zo geeft het ons nieuwe injecties om te leven, ook om te strijden voor Gods eer op aarde, ook om onze naaste hartelijk lief te hebben. De Bijbel geeft ons dus maar niet enkele voorbeelden van gedragingen der mensen uit het verleden om ons aan te moedigen om ook in dat spoor te gaan. In de Schrift spreekt de levende God Zelf. Hij reguleert en moduleert naar Zijn welbehagen.
Er wordt vandaag gesproken over de gemeente als over het 'volk Gods onderweg' en dat betekent nogal eens, dat de gemeente, heel anders dan vroeger soms haar weg in de wereld moet zoeken onder de directe leiding des Geestes. De Bijbel functioneert in dit gedachtenklimaat dan als een 'excemplum', een voorbeeld, een modus en manier van handelen uit vroeger eeuwen, die op een gegeven moment voor ons een flinke inspiratiebron kan zijn. Maar niet meer dan dat. Van eeuwiggeldende waarheden, die de Bijbel zou bevatten, is men dan wars. De ervaring leert echter, dat men op zulk een wijze vaak tot een ander geloof, niet slechts tot een andere vorm van geloven komt. Wij voor ons houden ons daarom liever aan wat onze belijdenis ons zegt, nl., dat de Schrift ons geloof reguleert, grondt en bevestigt. En dat betekent, dat dat geloof inderdaad op de Schrift terugvalt als op Gods eeuwige waarheid, die voor alle tijden en plaatsen zijn geldingskracht heeft.
De grond van het geloof ligt in de Schrift. En dat wil ook zoveel zeggen als dat het geloof in zijn geaardheid als geloof niet rust, alvorens het vastigheid vindt in het onaantastbare Getuigenis der Schriften. De geloofsbevinding moge dan het middel zijn, waardoor de dingen Gods in ons leven gaan en levend blijven, altijd weer wordt de ware gelovige in zijn 'hoogste aanvechtingen' teruggeworpen op de Schriften als op een laatste houvast. Hij (God, Christus, de heilige Geest) heeft het gezegd! Met het oog daarop is het bijzonder vertroostend, als wij bv. in de preken van de beide Erskine's telkens weer het beloftewoord Gods tegenkomen als de enige grond om op te bouwen. Niet, dat ik de waarheid van een Schriftwoord gevoel en ervaar, is de grond om het te geloven, maar dat het in Gods onfeilbaar Woord Zelf staat.
Zo vindt het geloof ook zijn bevestiging en uitbouw. Als het schip aan de meerkade is vastgelegd, vindt het daar zijn vastheid, ook al dobbert het hevig op en neer op het stormachtige water van de haven.
De Schrift is de meerkade voor het geloof. Wassen en toenemen in het geloof is hoe langer hoe meer zich verliezen aan het ontwijfelbaar getuigenis van de Bijbel. Want hoe het ook ga, en hoe het ook stormt, van al Zijn beloften neemt God er nooit één terug.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's