De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Schriftverklaring I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Schriftverklaring I

Aandacht voor de prediking

9 minuten leestijd

Een artikel over de Schriftverklaring in prediking veronderstelt vooraf enkele inleidende opmerkingen. Immers, willen we spreken over Schriftverklaring in de prediking, dan zullen we eerst toch dienen te weten wat onder prediking wordt verstaan. Alleen tegen deze achtergrond komt de taak, de functie en de plaats van de Schriftverklaring scherper en concreter uit. De ontvouwing van de Schriftgedachten vormt nu eenmaal een onmisbaar element in het geheel van de overdracht van het Woord Gods in de prediking.

Welnu, de prediking of liever de preek geldt vanouds in de gereformeerde theologie als explicatie en applicatie van het Woord Gods, de Heilige Schrift. Het woord explicatie betekent verklaring; applicatie kan worden vertolkt met toepassing. De preek is dus een verklaring en toepassing van het Woord Gods, zoals we dit in de Schrift bezitten. Een beroemd theoloog uit de bloeitijd van de vaderlandse kerk omschreef de preek, of prediking als: een heilige handeling van de dienaar des Woords voor de gemeente, waarbij het Woord Gods wordt ontvouwd en toegepast ter ere Gods en opbouw en zaligheid der toehoorders.

Wij zijn ons er wel van bewust, dat we in dit artikel slechts één deel van het wezen der prediking bespreken. De toepassing verdient evenzeer zorgvuldige overweging en bezinning, maar de lezer oefene een weinig geduld. Men vrage niet om toepassing zonder de verklaring te hebben gehoord. Willen wij de onderhavige kwestie ordelijk stellen, dan moeten drie motieven worden behandeld: a. de methode, b. de bedoeling, c. de practische uitwerking van de Schriftverklaring in de prediking.

a. De methode

Laten we nu in gedachten eens binnengaan in de studiekamer van een predikant, die bezig is met de voorbereiding van de preek. Laten we maar veronderstellen, dat de tekstkeuze is vastgesteld. Hij weet dus, waarover hij preken zal. We zouden nog veel kunnen schrijven over de moeite, die de wekelijkse tekstkeuze kan veroorzaken, maar we laten dit nu terzijde om niet oeverloos af te dwalen. De predikant weet dus zijn tekst en vóór zich heeft hij de tekst liggen. Maar nu is het nog volkomen onbekend wat voor een preek daaruit zal groeien. Het eerste wat nu te doen staat, is zich te verdiepen in de inhoud van die tekst. De vraag, die daarbij allesbeslissend is, luidt: wat staat er nu eigenlijk? Wat staat er precies? Goed lezen is alzo eerste noodzaak, omdat we zo gemakkelijk komen met onze vooronderstellingen aangaande de tekst. Het gevaar is, dat we de tekst zouden kunnen laten zeggen, wat er wezenlijk helemaal niet staat. Het zal de getrouwe Bijbellezer meer dan eens zijn overkomen, dat een bepaald woord in de Bijbel soms ineens er uit schiet. Jarenlang las hij dat woord, maar het komt nu in een 'ander licht te staan. Het komt hem voor, dat hij pas nu het Woord verstaat. Voor de prediker is het een kwestie van heilige gehoorzaamheid zich gewetensvol te verdiepen in de boodschap van de tekst. Theologie studeren is daarom ook in belangrijke mate léren lezen. De aandacht aan de verklaring van de tekst besteed is onmisbaar. Het eist litteraire exegese oftewel letterlijke verklaring. Voor de prediker de tekstinhoud zich kan indenken, moet hij door de gewone wetenschappelijke exegese vastgesteld hebben wat de zin en de betekenis is van datgene wat God hier wil zeggen.

Daartoe moet hij voor zich hebben de Hebreeuwse Bijbel van het Oude Testament of de Griekse Bijbel van het Nieuwe Testament, al naar de tekstkeuze is uitgevallen. De uitlegging naar de oorspronkelijke talen is onvoorwaardelijk nodig, om de Schrift in de diepte te kunnen begrijpen. Het Woord Gods is ons nu eenmaal niet in het Nederlands gegeven, maar in het Hebreeuws en Grieks. Het is louter gebrek aan eerbied voor het Woord Gods, wanneer de predikant hierin nalatig is. Zijn wetenschappelijke opleiding heeft hem bewerktuigd het Bijbelwoord te verstaan in de grondtalen, en de verwaarlozing van deze kunde toont aan, dat hij traag wordt in het onderzoek, en bovendien geen helder inzicht heeft in zijn roeping. Het preken geschiede in voortdurend besef van de verantwoordelijke taak, waartoe men is gesteld.

Om deze redenen hebben onze vaderen de nadruk gelegd op de studie aan een universiteit of theologische hogeschool. In Zondag 38 van de Heidelbergse catechismus wordt reeds het accent gelegd op de onderhouding van het predikambt en de scholen en daarbij denkt men bovenal aan de universiteiten. Bovendien is het de ervaring van vele eenvoudige mensen geweest, oefenaars, dat hun onvermogen om de grondtekst te verstaan, de zin van de Schrift hun verborgen deed blijven. De sprankelende schoonheid van dit speciale Godswoord ging niet voor hen open. Zij verstonden wel de hoofdzaak van de Schrift, maar om nu van week tot week die zaak te belichten moet men zich toeleggen op het doorgronden van de kleine facetten van het geheel, wil men niet spoedig uitgepreekt raken. Bij hetgeen we reeds opmerkten, moeten we ook voegen: ziet u eens welke geleerden onze oude schrijvers waren in de oude talen!
Mannen als Brakel en Comrie kenden de talen als niet velen.
Zo kan deze kennis er toe leiden, dat de dienaar des Woords moet concluderen bij de bestudering van de tekst, dat een bepaalde vertaling niet geheel juist is of nog nauwkeuriger kan geschieden, waardoor de kleur veel dieper wordt. Bij alle eerbied voor de Statenvertaling moeten we toch niet menen, dat deze goddelijk geïnspireerd is. Zo leest u ook dikwijls in de kanttekeningen van de Statenvertaling afwijkende lezingen en overzettingen. Zo schijnt Haggaï 2 : 8 rechtstreeks te spreken van de Messias als de wens aller heidenen: Zij zullen komen tot de wens aller heidenen'. Maar een betere vertaling luidt: de gewenste dingen, kostbaarheden, van de heidenen zullen tot de tempel komen. De kanttekeningen van de Statenvertaling wijzen hierop reeds. De prediker mag dus zeker een gewijzigde of verdiepte vertaling geven. Dat is over het algemeen niet bezwaarlijk. Mits het maar niet gebeurt in het wilde weg of uit zucht tot nieuwlichterij, of om met geleerdheid te pronken. De Statenvertaling is over het algemeen degelijk en goed. Maar het nieuwe licht van voortgaand onderzoek mogen we niet versmaden. Als voorbeeld geven we Jeremia 51 : 59. Daar wordt gesproken van een zekere Seraja, die een vreedzaam vorst was. Nieuwere studie leert evenwel dat hier beter kan worden vertaald: hofmaarschalk. Ook hier wijst de kanttekening reeds in deze richting.

De verklaring van de tekst beginne dus met de verklaring van de woorden, die er staan. Door eigen kennis van deze talen en met behulp van uitlegkundige werken kunnen we de zin vaststellen van het Schriftwoord, dat aan de gemeente wordt voorgehouden. De dienaar des Woords buige zich over de sporen van Gods heilige voet. Hoe meer hij zich daarin oefent, hoe groter vrucht zal dit dragen voor de prediking. Toch mag van al dit geleerde materiaal niets op de kansel komen. Het vorme wel de achtergrond van zijn denken, maar men demonstrere niet met de oude talen op de preekstoel. De predikanten van de achttiende eeuw hebben zich wel aan deze fout bezondigd. Wanneer men hun werken leest, wordt één ding wonderlijk: hoe geduldig was hun gehoor om zoveel te kunnen verteren? Maar daarnaast: hoeveel pure ijdelheid stak niet achter al die hoogdravende woorden. De eenvoud was vaak ver zoek.

Desalniettemin, hoe zeer de ouden in de verklaring van de tekst vaak doorvloeiden en er mee pronkten, toch legt hun werk getuigenis af van hun ijver om de zin van het tekstwoord voor de gemeente te ontvouwen. En dit zij een leidraad ook voor onze tijd. De verklaring van de tekst is het fundament, waarop het preekhuis rust. Men mag gerust aan de explicatie hogere eisen stellen dan in vorige eeuwen, omdat God met de voortschrijding van de tijd ook meer licht op de duistere plaatsen van Zijn Woord heeft laten schijnen. De wetenschap heeft niet stil gestaan; allerlei opgravingen, onderzoekingen van taalgeleerden en dergelijke gaven verrassende verheldering. De oude klassieke verklaringen gaven veel goeds, maar we moeten ook de nieuwe beproeven. Het veel misbruikte Schriftwoord: beproeft alle dingen; behoudt het goede, dit geldt hier volkomen terecht!

De verklaring van de tekst, kan ook veel beter zijn, omdat we nauwkeuriger bekend zijn geworden met de Oosterse toestanden en gewoonten. Wat zijn de ontdekkingen niet verveelvoudigd, wat is de kennis van het Grieks vooral niet verrijkt. Twee voorbeelden daarbij willen we geven. Zo leest u in Matth. 6 : 2, dat de geveinsden hun aalmoezen in de synagogen en op de straten doen, zodat elk ze ziet en prijst. Maar Christus antwoordt: Voorwaar. Ik zeg u, zij hebben hun loon weg. Deze uitdrukking is in onze taal niet duidelijk. Uit de vondsten van opschriften is nu evenwel gebleken dat het woord 'weg hebben' in het Grieks gebruikt werd voor het 'voldaan' tekenen onder een kwitantie. Jezus bedoelt: Ze hebben hun loon ontvangen; door de verering van de mensen is hun rekening voldaan, zij hebben straks niets meer te verwachten. Voorts wordt in het Nieuwe Testament ook de nadruk er op gelegd het gebed niet in het openbaar te doen, maar in de binnenkamer. Het Grieks gebruikt hier de uitdrukking voor het provisiekamertje. Dat had als enig vertrek in de oosterse woning een deur, omdat de boerderij een geheel open woonverblijf was op de manier van een Twents ’los hoes’.

Door de ontwikkeling van het oudheidkundig onderzoek, de taalwetenschap en de exegese wordt kleur en fleur aan de tekst verklaring gegeven. Er valt menigkeer rijker licht over de tekst. Het Bijbelonderzoek verfrist de prediker en door hem de gemeente. De prediker brenge deze nieuwe vondsten dan ook naar voren bij de ontvouwing van zijn tekst. Wat wordt de zin en mening van Gods Woord niet oneindig rijk, wat komt het tekstwoord scherp en concreet voor de gerneente te staan. En bovendien: wat kan de toepassing veelkleuriger wezen op het hart en het leven der gemeente!

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Schriftverklaring I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's