De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De tijd waarin Luther leefde I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De tijd waarin Luther leefde I

Luthers leer van de twee regimenten

5 minuten leestijd

De leer van de twee regimenten

De staatsopvatting van Luther, met name zijn visie op de verhouding van Kerk en Staat, van religie en politiek is vaak onderwerp van discussie geweest. Vooral in en na de tweede wereldoorlog is daarvoor veel aandacht geweest, omdat velen meenden dat er lijnen lopen van Luthers visie in dezen naar de politieke situatie in het Duitse Derde Rijk, de Hitlerperiode. In enkele artikelen wil ik wat aandacht besteden aan Luthers visie op de verhouding van religie en politiek. Zonder ook maar enigermate volledig te willen zijn wil ik daarin stilstaan bij de achtergronden van Luthers staatsopvatting. Allereerst wil ik enkele hoofdmomenten behandelen van de tijd waarin hij leefde, vervolgens wil ik zijn staatsopvatting als zodanig bespreken en tenslotte wil ik iets zeggen over bepaalde interpretaties van Luthers visie, zoals die de laatste jaren naar voren gekomen zijn.

Periode van verval

De tijd, die aan de Hervorming vooraf ging, was een tijd van bloei in het culturele en wetenschappelijke leven, die gevolgd was op een periode van groot verval. Langzaam raaar zeker was het gezag en het aanzien van de kerk gaan tanen. De kerkelijke leiders hadden in het begin der middeleeuwen al niet meer dat gezag dat ze oorspronkelijk bezaten, en deze ontwikkeling zette zich wel heel sterk door toen op een bepaald moment twee Pausen, één te Rome en één te Avignon de scepter voerden over de kerk, hetgeen uiteraard aan het gezag niet ten goede kwam. Daarentegen waren de kloosters verworden tot machtcentra, die voor een groot gedeelte werden bevolkt door lieden uit de hoge standen die in het politieke leven van hun dagen niet tot een aanzienlijke positie konden komen. De geestelijkheid was vaak uit op winstbejag, hetgeen uiteraard ook gezagsondermijnend werkte.

Een gevolg van de gezagscrisis was dat in de kerk steeds meer leringen werden geuit, die in het oog van de geestelijkheid evenzo veel ketterijen waren. Exponenten hiervan waren de ideeën van Wicliff in Engeland en van de Tsjech Johannes Hus (baanbrekers van de Reformatie), die al zover ging dat hij de onfeilbaarheid van de Paus in twijfel trok. Op het concilie te Constanz, waar de twee heersende Pausen werden afgezet, en een nieuwe Paus, Martinus V werd gekozen, werd Hus ter verantwoording geroepen. Zijn standvastigheid bekocht hij met de dood op de brandstapel. De leider van een belangrijke nieuwe ontwikkeling was dood, maar de strijd bleef. Van nu af was de eenheid in de kerk verbroken.

Ook cultureel betekende de kerk niet veel meer. De scholastiek droeg vrijwel niets meer bij tot de cultuur. Van meer betekenis was de mystiek die in figuren als Thomas a Kempis, Eckhart en Ruusbroec, in staat was op veel maatschappelijke verbanden een stempel te zetten.

Humanisme en Renaissance

In die tijd kwam echter de voorlopig toonaangevende stroming op, die heel Europa zou beheersen, het Humanisme. De bakermat van het ontstaan van deze stroming ligt in Italië. Daar had de koopmansstand zich steeds meer ontwikkeld hetgeen met een dermate grote machtsuitbreiding gepaard ging, dat deze stand in vele steden het stadsbestuur in handen kreeg, zoals in Venetië, Genua en Florence. En bij velen zat de bedoeling voor dat hun stad of staat in kunst en wetenschap de eerste zou zijn. Als zij niet zelf dichter of geleerde waren zoals Lorenzo de Medici, dan wensten zij een kring van kunstenaars rondom zich, stichtten zij kostbare bibliotheken, en bekostigden zij de uitgave der klassieken hetgeen een renaissance in de cultuur betekende. Al spoedig was men niet meer tevreden met alleen maar de klassieken (schrijvers uit de oudheid) te lezen, maar verlangde men naar een nieuw wijsgerig systeem, waarmee de klassieken in eigen cultuur en tijd zouden kunnen worden ingepast. Deze heroriëntatie op de oude klassieken bracht met zich mee een sceptische instelling tegenover vele 'dogma's der kerk, hoewel een afscheiding der kerk ver buiten de gezichtskring bleef. Zo ging de renaissance in de cultuur gepaard met een veranderde levensinstelling, het zgn. humanisme.

Vooral Erasmus kreeg door zijn geschriften, waarin hij de wantoestanden in de kerk fel hekelde, grote invloed, maar hij bleef ondanks zijn felle kritiek de kerk trouw. Door Erasmus te noemen is al gezegd dat de Renaissance in de cultuur en het Humanisme in wetenschap en filosofie van Italiaanse stromingen algemeen Europese waren geworden. Allerwege is nu opbloei te bemerken. Ulrich van Hutten, een tijdgenoot van Luther roept uit: 'De wetenschappen bloeien, de geesten ontwaken, het is een lust om te leven’.

Alle wetenschappen werden teruggeworpen op de klassieken, hetgeen enerzijds tot verdieping aanleiding gaf, en anderzijds enorme impulsen gaf tot nieuwe ontdekkingen. De wiskunde, medicijnen, astronomie en fysica kwamen tot grote bloei. Tegelijkertijd werd de blik verwijd door de vele ontdekkingsreizen die werden gedaan, waardoor de handel enorm toenam, en de rijke handelaars nog rijker en nog machtiger werden. Hier doemt dan ook tevens het beeld op van de koopman-kapitalist, die de structuur van de maatschappij voor een belangrijk deel bepaalt, terwijl de positie van de handwerksman er niet beter op wordt, hoewel zij niet slecht te noemen is. Op het platte land echter is er de grote tegenstelling tussen de rijke grootgrondbezitters en de betrekkelijk arme boeren. In sommige delen van het platteland leeft de boer in zulk een toestand van afhankelijkheid dat de tijd voor opstand begint te rijpen.

In die tijd gaven de vorsten zich over aan een weelderig hofleven, terwijl ze er tevens voor zorgden zich te omgeven met beroemde mannen uit de kunst of uit de wereld der wetenschappen. In het paleis van de Franse vorst Frans I b.v. leefde Leonardo da Vinci, aan het hof van de Engelse vorst Hendrik VIII, Thomas Morus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De tijd waarin Luther leefde I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's