Nicolaas S. van Leeuwaarden en zijn ’God-vreezende zeeman’
Minder bekende oude schrijvers
Van Leeuwaardens vrienden
De niet-geschoolde leke-theoloog Van Leeuwaarden heeft de eer genoten te behoren tot de vrienden van theologen die nog heden ten dage vermaardheid genieten. Reeds is een en andermaal genoemd de naam van Hieronymus Simons van Alphen. Hij was het die een Voorrede schreef in Van Leeuwaardens Godvrezende Zeeman, dat was in 1709. Vier jaren later, in 1713 droeg als blijk van dankbaarheid en vriendschap Van Leeuwaarden het eerste deel van zijn Godsdienstige Christen aan Van Alphen op. Het waren de jaren waarin Van Alphen nog als predikant in Amsterdam stond. In 'Het Protestantsche Vaderland' (deel I, 1907, blz. 95) lees ik: 'De bekende Nicolaas Simons van Leeuwaarden had veel omgang met hem''. In 1715 is Van Alphen vertrokken naar Utrecht waar hij hoogleraar in de theologie werd. In 1742 overleed hij, toch nog 77 jaren oud, ondanks een zwakke gezondheid.
Een andere vriend van Van Leeuwaarden is geweest Taco Hajo van den Honert, geboren in 1666 en overleden in 1740. Na de gemeenten te Hendrik Ido Ambacht en Den Briel te hebben gediend werd hij predikant van Amsterdam, tot 1714, want toen werd hij hoogleraar in de theologie te Leiden. In onze vaderlandse kerkgeschiedenis staat hij te boek als een Coccejaan. Dat Van Leeuwaarden met hem bevriend is geweest staat te lezen (waarop een goede kennis mij attent heeft gemaakt) in een Voorrede die zijn zoon, Johannes van den Honert, geschreven heeft in een der delen van de vroegeif zo bekende commentarenreeks van Patrick-Polus-Wels, waar hij sprekend over Van Leeuwaarden hem noemt 'mijns vaders dierbare vriend, een man bekend in Israël' (Koningen, Amsterdam 1742, Voorrede p. VII).
Een derde vriend van Van Leeuwaarden is geweest Bernhard Sandyk, predikant te 's-Gravenhage. Door hem is een uitvoerige Voorrede geschreven op een van Van Leeuwaardens geschriften, namelijk: De bekommerde christen. Het zij mij vergund uit deze Voorrede een paar wat lange zinnen te citeren. Sandyk schrijft: 'Kende ik een man, die Sion in sulk een welvaart wenste te aanschouwen, 't was de Schryver van dit Boek, onse seer waarde Vader in Christus, Nicolaas Simons van Leeuwaarden. Gelyk syn loflyke Schriften dit getuygen; soo wierd ik sulks gewaar, wanneer ik elders eenige daagen, desselvs genoeglyk, en seer stigtelyk geselschap genietende, veele samenspreekingen, van de weynig Kragt der Godsaligheydt, in ons Christendom hadde; en wy met elkanderen 't eens waaren, dat onder de voornaamste oorsaaken daar van, de verkeerde bestieringen, van Jonge Christenen, moeten geteld worden'. Op deze Voorrede van Sandyk willen wij in een ander verband nog terugkomen, nu volstaan wij met de vinger er bij te leggen dat er een persoonlijk contact moet zijn geweest tussen de Haagse predikant en de Amsterdamse leke-theoloog.
Nog enkele andere goede vrienden van Van Leeuwaarden zijn geweest de stadspredikanten Johannes d' Outrein, Petrus Boudaan en Florentius Bomble, getuige het feit dat zij zijn geschriften van Lofdichten hebben voorzien of dat Van Leeuwaarden zijn boeken aan hen heeft opgedragen. Hier kunnen nog bij genoemd worden Abraham van Klaveren, predikant te Nijmegen en Hendrik Fouree, krankenbezoeker te Amsterdam. Het pleit dunkt mij voor al de mannen die nu genoemd zijn dat zij als hoogleraren en predikanten toch de vriend hebben willen zijn van de eenvoudige, godvrezende handarbeider die Van Leeuwaarden was, terwijl omgekeerd Van Leeuwaarden zelf deze vriendschap als een grote eer zal hebben ervaren.
Van Leeuwaardens geschriften
Van Leeuwaarden heeft een stuk of acht boeken geschreven, waarvan zovele herdrukken zijn verschenen dat zij nog heden, in vergelijking met boeken van andere schrijvers uit die tijd, gemakkelijk zijn te verkrijgen. Bijna allen zijn het boeken van 600 a 800 of nog meer bladzij den. Zij bevatten hele series verhandelingen van bepaalde bijbelteksten. Eerst worden deze teksten nauwkeurig ontleed, daarna volgt telkens de toepassing, waarin vermaningen, vertroostingen en opwekkingen te vinden zijn. Van wijdlopigheid is Van Leeuwaarden niet vrij te pleiten. Er moet ook worden gezegd dat het straatje waarin hij loopt vrij nauw is. In al zijn verhandelingen blijft hij dicht bij de heilsweg, al wil dat niet zeggen dat hij enghartig is. Kan men uit de lectuur van menig ander 'oude schrijver' een heel tijdsbeeld opdoen, bij Van Leeuwaarden is dat niet het geval. Het belangrijkste en ook waardevolste is, naar mijn gevoelen, in de werken van deze schrijver de manier waarop de zielen der mensen behandeld worden. Ze te leiden tot de Heere Jezus Christus en ze in het geloof te bevestigen dat is het enige doel geweest in al wat door hem geschreven werd.
Van Leeuwaarden heeft in de namen die hij aan zijn boeken gaf bij voorkeur gebruik gemaakt van de titel: De godsdienstige christen. Hier volgt een opsomming: De Godsdienstige Christen in zynen aart en in zyn gedrag omtrent de pligten van den Openbaren Godsdienst, 1713; De Godsdienstige Christen in zyn gedrag en wandel, zo met zyne huysgenoten als by zig zelv alleen, ende in allerley gelegentheden, - 1715(? ); De godsdienstige Christen in zyn gedrag by kranken, ende hemzelve bereydende tot een zalig sterven, 1719; Des godsdientige Christens Zielsverlustiging, 1719; De bekommerde christen onderrigt en bemoedigt, 1722; De bevestigde Christen, 1725; De Wedergebooren Christen, 1718; De verloren Zondaar gezogt en gezaligt, 1717. En tot slot zijn: De godvreezende Zeeman, Ofte de Nieuwe Christelyke Zeevaart, 1709.
Het kernwoord
Hoeveel de 'oude schrijvers' onderling gemeen hebben zij hebben toch ook elk steeds iets eigens, een accent dat men bij anderen niet zo sterk vindt. Voor wie niet verder komt dan wat bladeren in hun geschriften lijkt het allemaal één pot nat, maar dat is het toch niet. Ook Van Leeuwaarden heeft gehad wat men een kernwoord kan noemen. Het is het woord overgave. Wat ruimer uitgedrukt, hij heeft het steeds weer over het zich overgeven aan Jezus. Het is de gedachte die men niet slechts in zijn stichtelijke verhandelingen maar ook in de versen, die hij maakte, tegenkomt; hij heeft namelijk ook vele versen gemaakt. Heel vaak wordt daar dan nog aan toegevoegd van welke aard deze overgave aan de Heere Jezus moet zijn. Zij moet onbepaald ofwel absoluut zijn. De zondaar mag niets achterhouden, hij mag niet achterhouden een stil voornemen om toch de wereld en de zonde te blijven dienen, hij mag niet achterhouden de heimelijke begeerte God slechts half of voor een deel te dienen. De overgave aan de Heere Jezus Christus moet ook oprecht zijn. God haat alle geveinsdheid, zij is. het ergste wat er in de godsdienst is.
Dit zware accent op de overgave aan Christus bij Van Leeuwaarden heeft een speciale reden, zij hangt samen met iets anders wat ook van gewicht is, Daarover wordt licht verspreid door zijn vriend ds. Sandyk van Den Haag in de Voorrede die deze schreef op Van Leeuwaardens Bekommerde Christen. Sandyk laakt daarin de collega's die al te zeer nadruk leggen op de Wet, zowel in hun prediking als in hun pastoraat. Zijn er mensen die er blijk van geven dat zij smart gevoelen vanwege hun zonden dan leggen die collega’s er nog eens de zweep van de Wet overheen. Zij talmen met de zondaar naar Christus te verwijzen. Zelden heeft de mens volgens hen zondekennis genoeg om tot Christus te mogen gaan. Het moet nóg dieper, zeggen zij steeds. Daarmee houden zij de zielen onder een ondragelijk juk; een juk dat niet nodig is. Sandyk wil niets ervan afdoen dat uit de Wet de kennis der zonde is, maar men mag dit niet zó hanteren in de prediking dat de mensen onnodig opgehouden worden om tot Christus te gaan. Sandyk vindt het een weldaad dat Van Leeuwaarden, met wie hij een persoonlijk gesprek heeft gehad, dat blijkbaar niet wil doen, dat bij hem in zijn geschriften de weg naar Christus ópen blijft.
Wie nu Van Leeuwaardens geschriften leest zal bemerken dat dit inderdaad zo is. Bij hem wordt het wel nergens zo scherp uitgedrukt als bij Sandyk, maar ontegenzeggelijk heeft Sandyk hem hierin toch goed begrepen.
Eenmaal wordt door Van Leeuwaarden, zij het zeer beknopt, op de kwestie uitdrukkelijk ingegaan. Hij wijst dan op het voorbeeld van de Heere Jezus zelf en dat van de apostel Paulus. Eén voorbeeld: toen Paulus en Silas uit de gevangenis te Filippi door de Heere verlost werden en de stokbewaarder in grote nood uitriep: Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? , hebben Paulus en Silas deze man niet opgehouden, maar hem rechtstreeks naar de Heere Jezus Christus verwezen, met de woorden: Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis! Aan dit en andere voorbeelden wil Van Leeuwaarden, zoals hij zelf zegt, zich houden. Door echter niet het kenmerk van het werk Gods te zoeken in een bepaalde diepte van de zondekennis stond Van Leeuwaarden voor de noodzaak dat kenmerk des te duidelijker te leggen in iets anders. Welnu, hij heeft dat gedaan in de daad van het geloof zelf, in de daad van het zich overgeven aan Christus. Het moet onbepaald, absoluut en ongeveinsd zijn, zei hij. Zo hield hij enerzijds de weg naar Christus open, terwijl hij toch anderzijds, althans voorzover dat ons mogelijk is, geveinsden en mensen bij wie niet werkelijk de Geest werkte, aan hun tekort kon ontdekken en bewaren voor een vertrouwen op valse gronden.
Het komt mij voor dat de leke-theoloog Van Leeuwaarden hierin een betere weg is gegaan dan menig predikant in die dagen, indien wij tenminste de klachten van ds. Sandyk over zijn collega's (hij noemt geen namen) mogen geloven. Alleen al om dit ene is 'vader Van Leeuwaarden', zoals hij al tijdens 'zijn leven genoemd werd, in het geheel van de stichtelijke schrijvers van die dagen toch een man van betekenis geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's