De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toen, nu en nog

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toen, nu en nog

7 minuten leestijd

’Die ons uit zo grote dood verlost heeft en verlost; op Wien wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal.' 2 Korinthe 1 : 10

Hallelujah. Looft de Here; heft hart en handen omhoog: Hij leeft. Hoopt, omdat God de doden opwekt. Ach, het klinkt wel mooi, maar... Woorden zijn het, hoogdravende woorden, tegelijk verre en vage woorden. Zo komen ze tot ons over, als ze tenminste nog overkomen. En woorden laten de zaken onveranderd en de harten ook. Nee, het zijn geen woorden. Het is een Naam: iemand wordt aan u voorgesteld en Hij doet het! De kennis van deze  God is bevindelijke kennis: Hij is krachtig bevonden een hulp in benauwdheden. Er zijn getuigen, laten ze zeggen: waar of niet? Zijn naam staat uitgeschreven in het leven van allen, die Hem kennen. Het gaat niet om onze verhalen, hoe zwart het werd en hoe zwaar het viel. Het gaat om Hem, Die ons uit zo grote dood verlost heeft. Wij moeten dit niet verzwakken tot: zulk een groot doodsgevaar. Zo vreselijke dood ... Wij sterven vele doden voordat we sterven. En zo'n vaart liep het, toen het vonnis des doods ons ter hand gesteld werd. Paulus denkt aan het verleden, dat zo levend kan worden; hij denkt aan de menigvuldige verlossingen zijns aangezichts. Zou hij de voornaamste kunnen vergeten? Zo gróte dood, waarin wij verzonken zijn: dood in zonden en misdaden. Ter dood veroordeeld door de wet Gods, die met mij meegaat en mij het vonnis telkens onder de neus duwt. Banden des doods, angsten der hel. Nee, we gaan dat niet beschrijven, nog veel minder beschouwen. Maar iedere hulp moet het hier af laten weten. Toen mij geen hulp of uitkomst bleek, wat toen? Christus sprong in de bocht van de dood, God wekt de doden op met Hem. De levende, de levende, die zal U loven. Dat is de verlossing in de vergeving der zonden. Zo worden goddelozen gerechtvaardigd, zo ontvangen mensen die ter dood veroordeeld waren, vrijspraak ten eeuwigen leven. En u heeft Hij mede levend gemaakt. Niet los van Christus, maar met Hem, in Zijn gemeenschap met Hem.

Uit zo grote dood. Wie kan het bevatten? De dood komt mij vaak zo groot voor, té groot eigenlijk. Ik ken er Een, die nog groter is: God in Christus door de Geest. Sindsdien weet ik, dat Hij nergens voor staat. Hoe vaak moest ik om hulp roepen, omdat het alles zo hulpeloos was, en ik zo hulpeloos. Ik haalde een streep door alles, er was geen redden meer aan. fiere!, haast u. Kwam Hij te laat. Ik had Hem al door gedaan, toen was Hij er: ziet, hier ben Ik. Hij beschaamt het wantrouwen, maar het vertrouwen beschaamt Hij nooit. Verlost heeft. Gaat het eens na, toen en toen en onlangs nog; Hij is een God van veel verlossingen. Sterke verhalen: ik heb het op de dood afgehaald. Een nog sterker verhaal, nee, het is een lied ter ere des Heren: Hij heeft mij uit de dood opgehaald, uit het graf opgevoerd. Die ons verlost heeft.

Dat was toen. Dus is het geen nieuws, u moet er een oud boek voor openslaan, het papier is wat vergeeld. Laat maar. Nee, het is nieuws voor jong en oud. Zo grote dood. Een mens kan vastraken, muurvast, in de wereld van vandaag, in de zorgen die hem belasten, de zonden die hem binden, de dood die hem aangrijnst. Kom dan maar eens los. Loskomen, dat lukt niet. De Here maakt de gevangenen los. Een verhaal van vroeger? Het is vermoeiend, altijd maar weer van vroeger te horen. Maar vraag gerust: Doet Hij dat nog. Leeft God nog, is Hij nog Dezelfde. Zo'n vraag mag ik bevestigend beantwoorden. En nog verlost, nu, vandaag de dag. De naam, de naam des Heren, die is niet van vandaag of gisteren, die is ook niet voor morgen of overmorgen. Die verlost heeft en verlost. Wij knopen aan bij Pasen: God, die de doden opwekt. Wij kijken uit naar Pinksteren: God, die de doden opwekt. Dat wordt dagelijks van kracht in het leven der gelovigen. Als ik wandel in het midden der benauwdheden maakt Gij mij levend.

De noden zijn van dagelijkse aard. Nu dit en dan dat. Gewone noden, ziekte en zorg; noden in het gezin, de kinderen, de toekomst. Geestelijke noden en gemeentelijke noden. Ik red het niet meer, ik kan het niet meer aan. Zou Ik het ook niet meer aankunnen? Wie vraagt dat? God, die de doden opwekt Here, van U denk ik niet klein, o nee. Gij kunt en wilt en zult. Verlost heeft en verlost. Die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, dat Hij God is. Verlosser van ouds her is Zijn naam.

Op Wien wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal. Verleden, heden, toekomst, schakels in de ketting van het leven. Toen, nu en nog! Het staat er zo eenvoudig: ook nog. Ook verder. Niemand die de Here kent, heeft redenen om aan te nemen dat Hij het verder maar op zijn beloop zal laten. Dat wij in noden en doden zullen blijven steken. Hij zal hen nimmer om doen komen, hoort u, nimmer. Nu niet en nooit. Wie garandeert mij dat? De naam is de garantie. De verlossing is een verlossing onder garantie, die geldig is in eeuwigheid. Want de Here verlost met een eeuwige verlossing.

Ook nog. Ik weet niet wat er allemaal nog gebeuren moet en ik denk wel eens aan wat er allemaal nog gebeuren kan. Soms zie ik het donker in; dan kijk ik in de toekomst als in een doodvonnis. Wat dan? Op Wien wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal. Zoveel kennis van God deed ik op, dat ik leerde hopen. En de hoop wordt vaster naarmate de bevinding toeneemt. De lijdzaamheid werkt bevinding en de bevinding hoop. Saul neemt David op van het hoofd tot de voeten. Wat wil die jongen? Goliath te lijf gaan? David zei: De Here die mij uit de macht van de leeuw gered heeft en uit de macht van de beer, Die zal mij redden uit de macht van deze Filistijn! We zien niet alleen leeuwen en beren op de weg, we zien ze ook verslagen liggen op het veld> Een leeuw toen, een beer nu, een reus straks. Ook nog verlossen zal. Het verleden gaat meedoen, de daden des Heren strekken zich uit tot in de toekomst. Hoe ver? Tot in het uur van de dood. Daar valt weer dat harde woord. Dan is het mijn uur, gromt de dood. Nee, dan is het zijn uur. Dan zal het er op aankomen, die de doden opwekt. Het fs wat te boud gesproken; wij hopen ons door de dood heen tot de wederopstanding van het vlees en het eeuwige leven. Maar de hoop is de wettige dochter van het geloof, en zij aardt naar haar moeder. Het geloof is geloof in God! De hoop is hoop op God! En zo mag het gezegd worden: Wij hopen op Hem, door de dood heen, op Gòd.

Paulus wekt de gemeente op om op God te hopen. Hij maakte hen deelgenoot van zijn noden, om hen te doen delen in de hoop op God, de troost in God, de dank aan God. Hij eindigt met een Hallelujah. Hoor ik het Hosannah er niet door heen. U hoort het er altijd doorheen. Paulus kwam even met u praten; zo verging het mij, zei hij. En u, hoe gaat het met u? Is zijn woord opgewassen tegen de noden die u bevangen, de angsten die u bevliegen? God, die de doden opwekt. Hij stelde zich aan ons voor, opdat wij nader met Hem kennis zouden maken, in geloof en liefde en hoop. Die kennis is een kracht ten leven. Een verlossende kracht, toen en nu en nog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Toen, nu en nog

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's