De tijd waarin Luther leefde II
Luthers leer van de twee regimenten
Kerkhervorming
Als in 1517 met Luthers stellingen de Hervorming een aanvang neemt, wordt opeens de gehele Europese samenleving intens beïnvloed. Ze krijgt haar invloedssfeer binnen alle levensverbanden. Iemand schreef: 'Ze is godsdienstig omdat ze direct ontstaan is uit de religieuze behoeften van het gemoed, intellectueel omdat ze bevorderd wordt door de nieuwe wijsgerige inzichten van het Humanisme, en maatschappelijk omdat ze onverbrekelijk verbonden wordt met de opkomst van de burgerij die de voornaamste draagster van het nieuwe geloof wordt'. En de gehele Europese samenleving wordt juist daarom zo sterk beïnvloed, omdat Kerk en Staat nog altijd nauw verbonden waren. De staat werd ernstig bedreigd nu de kerk onherstelbaar spleet. En het getij was voor de Hervorming uitermate gunstig, omdat het Humanisme voor haar het pad geëffend had, doordat zij op verschillende zelfde misvattingen had geattendeerd. In tegenstelling tot het Humanisme, dat zich tot de geleerden had beperkt, werd de Reformatie volksbeweging. Dat de Reformatie echter volksbeweging werd bracht met zich mee, dat zij soms revolutionair verliep, wat Luthers bedoeling geenszins was.
Direct gevolg van de Reformatie was echter dat er een andere verhouding ontstond tussen Kerk en Staat. De kloosters verliepen en werden gesloten, en spoedig werden de goederen van kerken en kloosters door de wereldlijke overheid onder beheer genomen, om daaruit te bekostigen de predikanten, schoolmeesters, gemoderniseerde universiteiten en de armenverzorging. Dit alles had de goedkeuring van Luther, want hij kende aan de Staat een taak toe in het kerkelijke zoals we hierna nog zullen zien. In plaats van de ene universele kerk traden nu landskerken op onder de wereldlijke overheid. Dit laatste werd een reden dat veel vorsten de Hervorming een goed hart toe droegen omdat ze er een goede bron van inkomstenvermeerdering in zagen. Vaak ging hun steun aan de Reformatie dan ook gepaard met ruwe aanvallen op de papen, zodat vaak revoluties werden ontketend. En hoewel Luther zich juist tot de adel gericht had om het ware geloof te vestigen, hij heeft de effectuering hiervan nooit op bloedige wijze bedoeld.
Boerenstand
Niet alleen traden revolutionaire bewegingen op doordat Katholieken zich verzetten als de adel hen dwong Protestant te worden, maar belangrijker revolutionaire stromingen kwamen juist uit een andere hoek. De nieuwe aandacht op de Bijbel bracht namelijk ook de ontdekking van de Bergrede mee. Voor velen die in de mijnen een armoedig bestaan hadden of op het land onder zware lasten gebukt gingen was de bergrede blijde boodschap: armoede en eenvoud voor allen, rechtvaardige verdeling van het aardse goed, allen gelijk in stand niet in de hemel, maar hier en nu, zo werd geconcludeerd. Men mocht niet blijven staan bij een hervorming van de kerk, maar ook een hervorming van de maatschappij was nodig. In 1524 brak dan ook in hevige vorm de reeds eerder begonnen boerenopstand uit in al zijn felheid. Een ware revolutie ontstond: weigering van herendiensten en pacht, pogingen tot weder in bezitname van de markgronden, bewapening van de boeren, opstelling van programma's omtrent bezitsvorming, bestorming van kloosters en kastelen.
Toch is niet waar wat vele Rooms Katholieken schrijven, namelijk dat de boerenopstand een zuiver reformatorische beweging was. Ze was al een eeuw ouder maar stak in alle hevigheid de kop op doordat de bergrede als welkome aanmoediging werd aangegrepen om de slechte toestanden te verbeteren. Daarbij beschouwden de opstandige boeren Luther als hun vriend en zetten zijn naam bovenaan in hun revolutieprograms. Luther zegt er zelf van: 'De boeren die op dit ogenblik in Schwaben in opstand gekomen zijn, hebben 12 artikelen opgesteld over de ondraaglijke lasten die de overheid hen oplegt. Daarin bevalt mij dat artikel het beste, waarin ze zich bereid verklaren zich te laten onderrichten en van beter inzicht te laten overtuigen, waar hun dit ontbreekt. Ik wil mijn onderricht hierbij openlijk in het licht geven, in het bijzonder nu ze mij met name genoemd hebben, opdat het mij niet voor God en de wereld toegerekend worde als daar ellende uit voortkomt.' Hij erkent wel dat veel eisen va' de boeren rechtvaardig zijn, maar met geweld een revolutie ontketenen verbiedt hij ten stelligste. 'Al hebben de vorsten verdiend dat God hen van de troon stoot, dat geeft de boeren nog geen recht tot opstand.' In zijn eerste geschrift keert Luther zich dan tegen de vorsten en zegt: 'Het zijn de boeren niet die zich tegen u verzetten lieve heren, het is God zelf.' Hartelijk spreekt hij de boeren toe, maar hij waarschuwt hen sterk, want zegt hij: 'anderen zullen de leiding van de revolutie nemen, en een nieuwe tyrannie uitoefenen erger dan de eerste.' Hij toont zich diep verontrust over de twaalf artikelen van de boeren, waarin onder andere voorkomt dat economische en sociale vrijheid rechtstreekse consekuenties zijn van de vrijheid in Christus. Hier wordt van het geestelijk rijk van Christus een aards rijk gemaakt. Toen in Saksen de sociaal georiënteerde revolutie versmolt met de radicaal religieuze beweging van Thomas Münzer, brak voor Luther mede door een andere gebeurtenis een moeilijke tijd aan. Frederik de Wijze namelijk, de keurvorst van Saksen, ontving in die tijd, toen 35.000 man van de opstandige beweging tegen hem op de been was, op zijn sterfbed, zijn eerste avondmaal, waarmee hij tevens belijdenis deed van zijn overgang naar de reformatie. Daarna stierf hij. Toen Luther dit hoorde hield hij in Wittemberg een lijkrede, waarna hij zijn bitterharde boekje schreef: Tegen de roofzuchtige en moorddadige boeren. Hij roept daarin de vorsten toe: 'Dolle honden moet men dood slaan, slaat gij hen niet dan slaan zij u en het hele land erbij'. Juist toen dit boekje van de pers kwam was George van Saksen bezig de opstand in bloed en tranen te smoren. Dan wordt Luther gedwongen naar links en rechts te slaan. Hij keert zich nu in een volgend geschrift tegen de vorsten en zegt: 'zulke bloedhonden geef ik over aan hun meester de duivel; de duivelen, die in de boeren zaten, zijn nu in de vorsten gevaren.’
Toch had Luther door zijn oorspronkelijke stellingname tegen de boeren de adel vaster aan zich verbonden en later boekte Karel V winst uit deze stellingname toen hij de strijd aanbond met het keurvorstendom Saksen, het bolwerk der Lutheranen. De Lutheranen waren traag in hun verdediging, omdat ze geremd werden door Luthers leer omtrent de gehoorzaamheid aan de wettige overheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's