Blijdschap - vrucht van de Heilige Geest
Wie zou het wagen de blijdschap verdacht te maken? Ze geeft wat kleur en fleur aan het leven, ze helpt ons over droefheid en stroefheid heen, ze haalt het alledaagse op, zodat het z'n sleur verliest. Kortom, de blijdschap is een zeer geziene gast en van goeden huize. Met blijdschap loopt alles vlotter van stapel; wat we met vreugde doen, doen we volgaarne, of liever: graag gedaan!
Nu fronst u de wenkbrauwen. Zó ouschuldig is de ~ blijdschap nu ook weer niet. U ziet liever een 'ernstig' gezicht, u zet ook een ernstig gezicht! Alsof ernst en vreugde eikaars vijanden waren! Ik weet het, de ene mens is aan de zwaarmoedige, de ander aan de blijmoedige kant, en dat doet terdege mee in ons leven. Maar het gaat niet aan de zwaarmoedigheid boven de blijmoedigheid te stellen. Vooral niet, als u meent dat ze meer overeenstemt met het Woord des Heren, en enigszins verwant zou zijn aan de droefheid naar God. Dat behoeft helemaal het geval niet te zijn; echt een gulle lach is niets minder dan een zware zucht; misschien wel meer, althans anderen hebben er meer aan.
Nu ben ik bezig, zo maar over de vreugde te schrijven, en u er van te overtuigen dat ze eigenlijk de voorkeur verdient! Maar we zouden er over schrijven, in verband met het Pinksterfeest! Blijdschap, als vrucht van de Heilige Geest. Dat is een andere vreugde! Inderdaad. We worden er niet mee geboren, we worden er mee wedergeboren. Want de Heilige Geest schenkt een nieuw leven en schept een nieuwe vreugde. En op dat 'nieuw' mag de nadruk vallen. Geen kwaad woord over de 'oude' vreugde, maar ze is niet te vergelijken met de nieuwe! Of vanuit die 'nieuwe', toch wat bedenkingen tegen die 'oude'? Inderdaad, want er is een verschil tussen, dat tot een tegenstelling uitgroeit. Als we navraag gaan doen: Vanwaar die vreugde, en waarin, dan treedt die tegenstelling aan de dag. Het nieuwe leven kent een nieuwe vreugde en het is een hartelijke vreugde in God, door Jezus Christus. Er worden namen bij genoemd. De naam van God. Ik ben zeer vrolijk in de Here. De blijdschap kan zo sterk zijn, dat een mens in moeilijke en karige omstandigheden nog kan opspringen in de Here Zijn God. Kortom, de vreugde krijgt in Hem de ruimte! Buiten Hem blijft er niets dan droefheid over.
En dan de naam Jezus Christus! Het evangelie is een bericht dat van blijdschap doortrokken is. Zo hoorden de herders het voor het eerst en zo hebben geslacht na geslacht, mensen in de naam van Jezus de vreugde gevonden, die ze in de wereld en in de zonde waren kwijt geraakt en waar ze niet meer aan wisten te komen. Wat een oorzaak van vreugde. Jezus Christus. Schept vreugde uit die naam.
Vaak wordt breed uitgeweid over wat het niet is! Dat kan echter kort worden gekenschetst: het is niet de vreugde zonder naam! Wat het wel is? De vreugde in de naam van de Vader en Zoon en de Heilige Geest.
Blijdschap, vrucht van de Heilige Geest. Dat lezen we in Galaten 5: de blijdschap is er in goed gezelschap, ze staat tussen de liefde en de vrede in. Soms wordt de blijdschap in één adem met de Heilige Geest genoemd: In Ikonium werden de discipelen vervuld met blijdschap en naet de Heilige Geest. Dat hoort blijkbaar bij elkaar; de pinkstergemeente hield vreugdemaaltijden, waarbij het lied niet ontbrak. De Heilige Geest is de Geest der blijdschap. Het Koninkrijk Gods is blijdschap door de Heilige Geest.
Dat is tegelijk de blijdschap des geloofs. Elders is sprake van blijdschap in het geloven. Het verband is duidelijk. Geloven in de Naam, is zich verblijden in die Naam. Beide werkt de Heilige Geest, die de eer van de Vader en van de Zoon zoekt. En daarom hangt de blijdschap samen met de boodschap. Waar het Woord gepredikt wordt wordt grote blijdschap gewekt. Toen Filippus in Samaria Christus verkondigde werd er grote blijdschap in die stad. En als Philippus de kamerling gedoopt heeft, reist deze zijn weg met blijdschap. Paulus noemt zich, als dienaar van het Evangelie een medewerker van de blijdschap der gemeente. En de gemeente heeft het Woord aangenomen met blijdschap van de Heilige Geest.
In deze verbanden is de vrucht van de Heilige Geest: blijdschap. En dat is geen vrucht, die ergens achter veel bladeren verscholen hangt, nee, die springt naar voren, zodat ze rijpt in het zonlicht der genade en geplukt wordt, door Hem, Die Zijn Geest uitstortte.
Tegenover de werken van het vlees staan de vruchten van de Geest! Hij is er de wortel van, en de wortel stuwt het voedsel naar de vrucht. Het is niet zo, dat we ons blij maken; we worden verblijd, en zo wordt het ook ervaren.
Hier zet u een vraagteken. De blijdschap uit de Geest, is nogal schaars, en dat is zacht gezegd. Nee, ik heb het niet over die krampachtige ernst, die er zo dik bovenop ligt, dat ze als onecht wordt herkend. En evenmin over die krampachtige blijdschap, die er al even dik bovenop kan liggen, en evenzeer onechtheid verraadt. Ik heb het over de blijdschap als vrucht van de Heilige Geest. De blijdschap in God, door het geloof. We lopen daar niet mee te koop, maar het is wel degelijk aan ons te merken. Bij de een breekt ze uit, bij de ander is het meer een stille vreugde, de een is immers de ander niet, niemand mag zich dwingen tot een beleven van de blijdschap, die niet bij hem past. Maar dat alles in rekening gebracht, waar is de blijdschap? Waar is ze in de gemeente? Met Pinksteren is dat een klemmende vraag, omdat de blijdschap een vrucht van de Heilige Geest is!
Waar schort het aan? Aan geloofskennis van God in Christus. Daardoor is er een bekrompen leven, en raakt de vreugde in de knel. Even is er blijdschap, maar spoedig is die weer uitgeblust. Blust de Geest niet uit, zet geen domper op de vreugde, ook de aanvankelijke vreugde! Wees, in de prediking, medewerker aan de blijdschap. Dat is vaak anders. Er wordt gepreekt alsof het evangelie een droefgeestige aangelegenheid zou zijn. Er ligt geen glans van vreugde over het evangelie, en het geloof is uit het gehoor. Wie spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien! Dat is de grote verantwoordelijkheid van de bediening.
Waar geloofd wordt — wat een wonder — daar wordt dat geloof telkens omgebogen, teruggebogen naar het eigen bestaan. Nu, dat eigen bestaan worden we wel gewaar. Maar daarbij moet de vreugde een vroegtijdige dood sterven. Zij kan alleen leven, als het geloof gericht blijft op God in Christus. Als de kennis toeneemt, neemt de vreugde toe. Wie de Here is, hoe al Zijn deugden mee gaan doen. Wie Christus is als God en mens, in zijn ambten. Wat een reden tot vreugde! Zo wil de Heilige Geest het op Pinksteren verzegelen!
Als deze blijdschap uit de Heilige Geest is, dan stikt ze, wanneer het vlees voortwoekert in de werken van het vlees. Waar het één leeft sterft het ander; dat geldt over en weer. Een leven bij de beloften des Heren — en de beloften, dat is de Naam van Hem Die het beloofd heeft — is een leven naar de geboden des Heren. Leven we naar het vlees, dan bedroeven we de Geest, dan sterven de vruchten van de Geest; de vreugde en de vrede. Gaat het maar na. Een nauwgezet leven, niet als verdienste, maar uit genade is dringend vereist. En zou veel slordigheid in handel en wandel geen schade doen aan de blijdschap? Slordigheid kan ook bezorgdheid zijn, bezigheid met van alles en nog wat. Zonder het aan de Here toe te vertrouwen.
Er is niet alleen sprake van blijdschap. We worden er ook toe opgewekt. Paulus doet het herhaaldelijk. Verblijdt u in de Here, wederom zeg ik u: verblijdt u. Verblijdt u ten alle tijde. Dat is nogal wat! Maar uit de aansporing blijkt dat het niet vanzelfsprekend is! Het blijft een vreemd bevel, vindt u misschien. Vreugde, dat is een grondstemming, een gevoelslaag die wij niet kunnen beïnvloeden en in de hand houden. Toegegeven. Maar de opwekking wekt op. De Heilige Geest, die Here is en levend maakt, maakt levend door ons op te wekken. Door de vermaningen wordt ons de genade meegedeeld, lees ik in de Dordtse leerregels. Trouwens, de vreugde is maar niet een stemming, het is een vrucht en een kracht van de Heilige Geest. Zij zet een stempel op woorden en daden.
Niet in het wilde weg en niet in het vage: Wees verblijd. Maar zeer opzettelijk en zeer bepaald: Verblijdt u in de Here! Dan worden we niet even door vreugde vervoerd, maar dan leven we in vreugde. Dan merken onze kinderen het in het gezin, en onze naaste, in ons werk. Geestelijke blijdschap, is niet 'geestelijk' in de zin van: aan het gewone leven onttogen. Integendeel. Uit de Heilige Geest. En daarom is ze er ook in verdrukking en vervolging, in nood en zorg. Het buitengewone dat haar soms bevangt, voegt zich naar het gewone. Want de vruchten van de Heilige Geest groeien op de koude grond; het zijn geen rasplanten. De zon schijnt, en ... het vriest ook wel eens.
Tenslotte, ook deze overwegingen moeten hun einde vinden. U moogt er deze dagen de uwe aan toevoegen. Overweegt het eens. Maar vooral: hoort het evangelie van Pinksteren! De Heilige Geest werkt! Hij werkt de blijdschap. Vooral, omdat Hij het geloof en de hoop en de liefde werkt.
Bij alles was ons ontmoedigen kan, verliezen wij de moed niet. En bij alles wat ons bedroeven kan, verliezen we de vreugde niet. Omdat de hoop opweegt tegen heel de tegenwoordige wereld. Daarom: verblijdt u in de hoop.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's