De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragen rond het schoolgaan V

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragen rond het schoolgaan V

In gesprek met het gezin

7 minuten leestijd

Buiten de lesuren

De school heeft er verscheidene taken bijgekregen die niet strikt behoren tot de kennisoverdracht, tot het leren. Men geeft de school een belangrijke plaats in de sociale vorming, in de gevoelsmatige ontwikkeling, en in de vrijetijdsbesteding. Ten dele is deze situatie gegroeid uit wat men noemt, het funktieverlies van het gezin. Men bedoelt er mee, dat verschillende taken aan het gezin onttrokken zijn en in handen komen van andere opvoedingsmilieus, zoals de school en de jeugdgroepen.

Zo behoorde vroeger de beroepsopvoeding tot de opgaven van de ouders. Door de maatschappelijke ontwikkeling, de verscheidenheid aan beroepen etc, hebben nu de ouders maar een geringe invloed hierop. Het behoort tot de uitzonderingen wanneer jongemensen binnen het eigen gezin hun beroepsvorming ontvangen. Iets hiervan komt nog voor in agrarische milieus, maar ook hier is het allang geen regel meer. In de andere gevallen is deze opvoedingstaak 'uitbesteed'; ja, zelfs voor de beroepskeuze moeten vaak al andere instanties ingeschakeld worden.

Wat de sociale- en gevoelsmatige vorming betreft, ook hiervan wordt al vroeg de hulp van andere instanties ingeroepen. Was hier vroeger bij uitstek het gezin de aangewezen plaats, nu is het geen uitzondering meer, wanneer voor de kleuter van 3 a, 4 jaar speelgroepen worden gezocht met het oog op de sociale- en gevoelsmatige opvoeding. Een gevaarlijke ontwikkeling is het, wanneer men het gezin als het meest geëigende opvoedingsmilieu ter discussie gaat stellen. In publicaties van de laatste jaren bemerkt men een verschuiving in de waardering van het gezin. Langzamerhand gaat men een maatschappij propageren die niet meer als kern de gezinnen heeft, maar die een commune-achtige struktuur bezit.

En dan de vrijetijdsbesteding. Met de toename van de welvaart is ook de vrije tijd aanzienlijk vermeerderd. Men moet constateren dat de vrijetijdsbesteding in gezinsverband met het ouder worden van de kinderen een moeilijke zaak wordt. Jongeren zoeken andere jongeren, juist in de vrije tijd. Het bewustzijn een eigen generatie te zijn leeft sterk bij onze jongeren en doet ze elkaar opzoeken om een eigen wereld op te bouwen.

Het funktieverlies van het gezin veroorzaakt een toename aan taken waar de school zich voor gesteld ziet. Men wil niet meer een eenzijdig, intellektualistisch gerichte school, neen, het onderwijs moet een totale vorming beogen. Begrijpelijk, gegeven de maatschappelijke situatie.

Toch is voor de school geboden niet uit het oog te verliezen, dat haar eigenlijke taak kennisoverdracht is. Het onderwijs kan zo overwoekerd worden door nevenaktiviteiten dat de eigenlijke taak verdoezeld wordt. Zeker in een tijd waarin de gerichtheid tot werken, tot leren minder is, dient dit voorop te staan.

Een bekend puberteitspedagoog, prof. Beets, schreef onlangs dat het er op de middelbare scholen nog steeds om gaat dat jongeren 'leren hun verstand te gebruiken!' Het goed-gemotiveerd zijn tot leren schuilt in het 'met-liefde-het-verstand-gebruiken'. Bij alle kennisoverdracht, bij alle leren gaat het erom van de leerstof te gaan houden'. Dat moet inderdaad de hoofdschotel van het onderwijs zijn. Zeker in een tijd waarin 'uitleef-theorieën het beter doen dan inspanningsbeschouwingen' is het goed deze wijze woorden van prof. Beets ter harte te nemen als school.

Intussen is een brok vrijetijdsbesteding de school binnengekomen. Clubs, klasseavonden, schoolavonden, feestjes behoren tot het vaste menu van de middelbare scholen.

Veel ouders die het goede voor hun kinderen zoeken, deinzen terug als ze vernemen wat ook op christelijke middelbare scholen gebeurt. De resten van een christelijke levensstijl lijken verdwenen, en op christelijke scholen is het geen probleem meer of je mag dansen, ja dan nee. De discussies hierover zijn ook alweer verleden tijd. Met het argument 'de jongeren doen het toch, dan maar buiten de school', is het tot de normale trekken van het schoolleven gaan behoren. Nu kan er tenminste 'toezicht door leraren uitgeoefend worden'. De praktijk is evenwel, dat de leraren met een positieve instelling op deze avonden niet verschijnen en dan het onder 'toezicht' van anderen een bende wordt.

Afgezien van avonden die een cultureel doel beogen, lijkt het me als ouders niet verantwoord om kinderen aan deze avonden te laten deelnemen. Gelukkig zijn er nog vele jongeren die uit eigen beweging zich distanciëren van dergelijke praktijken. In de overige gevallen is het vaak een moeilijke taak om alternatieven te vinden.

Toch is belangrijk: wat kan er tegenover gesteld worden, dat enigszins bevredi­gend is?

Daarbij zijn m.i. twee richtlijnen als uitgangspunt van waarde. In de eerste plaats moet ingespeeld worden op de bovengenoemde tendens, dat jongeren in hun vrijetijdsbesteding contact zoeken met generatiegenoten. De jeugd richt zich in de fase van de puberteit niet allereerst naar de ouderen, maar zoekt aansluiting bij leeftijdgenoten. Van belang is het daarom te zoeken naar vervangende contactmogelijkheden met jongeren. Ook in dit verband wil ik een pleidooi voeren voor gericht jeugdwerk. Bloeiend kerkelijk jeugdwerk is een goed alternatief voor onverantwoorde vrijetijdsbesteding op school.

Vervolgens constateren we een ontoereikende doordenking van het totale gebied van de ontspanning in de gereformeerde traditie. Alle nadruk is gelegd op de verantwoordelijkheid, die met name beleefd wordt in het werk als opdracht. De arbeid is sterker geaccentueerd dan de ontspanning. Ik meen dat we hierin de bijbelse boodschap mee hebben. Wel moet bedacht worden, dat deze levenshouding haaks staat op de moderne mentaliteit. In de moderne mensbeschouwing ligt alle nadruk op de harmonische ontwikkeling van de persoonlijkheid en deze wordt bevorderd door creatief bezig zijn. De moderne arbeidsmethoden geven weinig ruimte aan creativiteit, dus men zoekt het in de ontspanning. Het 'werken aan zichzelf' is een zaak van de vrije tijd geworden. Pas dan kunnen spanningen zich ontladen en kan de mens tot optimale ontplooiing komen.

De gereformeerde traditie heeft daarentegen altijd de zuiverende werking van de arbeid benadrukt, hoewel aan de jeugd een zekere speelruimte werd gegeven.

Niemand zal durven ontkennen dat de middelbare scholier naast zijn werk behoefte heeft aan ontspanning. Maar hoe? Hier wreekt zich de onvoldoende doordenking van deze vragen. Terecht wordt benadrukt dat het Woord Gods het totale leven beheerst, dat de 'vreze des Heren' ook onze vrijetijdsbesteding moet stempelen.

Terecht is men huiverig van de Kuyperiaanse lijn om alle gebieden maar te annexeren, er de naam gereformeerd voor te zetten en alle problemen zijn de wereld uit.

Terecht worden bepaalde ontspanningsgebieden afgegrendeld: dansen, gokspelen, goedkoop amusement behoren niet bij een christelijke levensstijl.

Maar, de gebieden die wèl toegankelijk zijn, laten we die dan ook ten volle benutten, zonder reserve. Het spel van de kinderen is een groot goed, evenals het leren genieten van de natuur, de sportieve prestaties van jongeren, de denksporten, de mogelijkheden om van het kunstzinnige en culturele te genieten. Het is goed om als ouders van schoolgaande kinderen hier volledig achter te gaan staan. Genuanceerd in te gaan op de aktiviteiten buiten lesverband op school. Niet zomaar alles van tafel vegen. Wanneer de school gelegenheid geeft om op een ongeoorloofde wijze 'ontspannend' bezig te zijn, in een rustig gesprek met onze kinderen duidelijk maken waarom, dit onverenigbaar is met een christelijke levensstijl, met de doopbelofte van de ouders. Maar wanneer het geoorloofde ontspanning betreft, hiertoe ook volledig ruimte te geven.

Niet alle vragen zijn met deze richtlijnen opgelost. Er komen problemen voor in de opvoeding van onze jongeren die tot gewetensvragen leiden. Hierbij hebben we als ouders biddend onze weg te gaan. Is opvoeding ook niet: 'Leer mij, o Heer', de weg door U bepaald’?

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vragen rond het schoolgaan V

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's