preek, quo vadis?
’Hier en Heden’
Nu, wanneer zoveel bij afslag of soms bij opbod van de hand gaat, hoeft het niet verwonderlijk aan te doen dat zelfs het ondoorgrondelijk fenomeen (verschijnsel) dat de preek toch altijd is, aan herwaardering onderhevig raakt. De vraag komt naar boven of de preek zijn tijd heeft gehad. Evenals het huiskamerorgel met op dek de ter gelegenheid van het volle werk driftig deinende borstbeeldjes van Beethoven en Mozart.
We lezen dat de toog aan de wilgen naar de schrale wind wordt gehangen. En dat we terwille van heimweeënde overjarigen nog eens weer een geheide vooroorlogse kerkdienst 'opvoeren'. Middenzang incluis.
En dat men zich vanwege het profetische, dat zich thans uitleeft in medogenloze maatschappijcritiek, afvraagt hoe het helemaal kan, dat deze beeldenstormers op hun tijd toch ook weer niet volstrekt afkerig zijn van de attractiviteiten, die, thuishoren onder de verzamelnaam 'rechtspositionele zaken’.
Komt de preek door de lijkt-wel totale crisis, die nu woedt, heen? Zal hij misschien naakt ontvlieden als eens de evangelist? Ik geloof echter niet, dat de poorten van de hel deze hemeldeursleutel zullen overweldigen.
De preek zal blijven. Zo waar als Christus tot de voleinding der wereld. Christus, Die sprak: Predikt het Evangelie aan alle creaturen. De preek blijft, wijl de woorden van Christus niet zullen voorbijgaan, zelfs niet wanneer hemel en aarde dat wel zullen doen. Zeker zal de culturele gestalte — want de preek, hoewel principieel niet van de wereld, is toch wel in de wereld — zich wijzigen, zoals aldoor is gebeurd. Er zit in de preek van de cultuur, van levensbeseffen van gister, eergister of vandaag, van onszelf. Het is wel goed dat we het goud van de prediking louteren zevenmaal, opdat zo zuiver mogelijk alleen de Woorden Gods klinken. Slechts het herscheppend Woord. Dat werkt in al wie gelooft. Slechts het Woord en niks als smaakmaker erin of er omheen. De prediker als hij goed is zal niets willen weten dan alleen Dat. We lopen vaak te bedillerig, te bevoogdend, te bemoederend en te dirigerend om de verkondiging heen, alsof we doodongerust zijn dat het Sola Scriptura — alleen de Schrift — het toch niet goed is toebetrouwd. Laten we niet mensen zijn, die zoveel 'o.i.'s in de preek doen, of die op prijs stellen dat dat' gebeurt. Het Woord mag best wat 'naakter' klinken met zo min mogelijk van onze betweterigheid erbij.
Het kan zover komen dat we terwille van de geloofwaardigheid wat van al dat rechtspositionele moeten laten gaan. Mogelijk moet het wel weer eens wat meer als in de tijd van de apostel 'met eigen handen'. Het Woord zal blijven en de prediking, doch er is niet gezegd dat er geen ups en downs zullen wezen. Integendeel. Wellicht niet die gewelfde huizen, want het gebeurt wel dat we het luidste roepen 'weg wereld, weg schatten' om, rustend na volbrachte arbeid, vergenoegd te constateren dat zo al niet voor de ziel luxe en comfort voor het lichaam wel iets uitmaken. Met 'inwikkelen' namelijk ligt het wat ingewikkeld in de Bijbel. Paulus zegt helder en voor betrokkenen bevrijdend, dat een goed krijgsknecht van Christus Jezus, druk bezig in de krijg, niet mag 'ingewikkeld worden in de handelingen van de leeftocht'. Denk echter niet dat ge het nu al allemaal weet, want Petrus waarschuwt ons dat we, nadat we de besmettingen van de wereld ontvloden zijn, er toch weer ingewikkeld kunnen raken. Waarom zou het ook krijgsknechten van Jezus Christus niet kunnen overkomen? Als we van de veronderstelling uitgaan dat we in de lijn van Paulus niet in de handelingen van de leeftocht worden ingewikkeld, moeten we niet Petrus onverhoeds en heftig tegenover ons vinden.
Het Woord wil gepredikt worden. Zó dat hoorders zeggen: Hoe horen we in onze eigen taal, waarin we geboren zijn! ik weet niet of zeventiende-en achttiendeeeuws het helemaal is. De taal van de mensen van vandaag moeten we leren om die te spreken. Niet gewild, dat het er dikbesmeerd bovenop ligt, dat lusten ze ook niet, maar toch wel duidelijk verstaanbaar, temeer omdat woorden van lang geleden — want ook woorden hebben hun geschiedenis — nu wel eens anders klinken dan ze destijds deden. Het
Woord dat werkt in die gelooft; dat schept; dat doet ontkiemen, groeien en vruchtdragen gelijk regen en sneeuw dit teweeg brengen in de biosfeer.
De preek moet niet alleen maar willen constateren of u of ik een rechtvaardige of een kind van God bent, maar de preek moet constitueren, roepen wat niet was. God heeft altijd meer dan dit ene om te geven en te doen.
Alleen maar separerend spreken is onvoldoende. Wel moet het plaats vinden. Naar de eis. De rechtvaardige wel en de goddeloze kwalijk. We zijn met onze lastbrief nog niet op de helft als we haarfijn vaststellen wie zich al of niet, of heel misschien als een rechtvaardige zou mogen beschouwen. De prediking moet Christus tegenwoordig stellen. Christus, Die rechtvaardigt, opdat tollenaars tegenover alle Farizeeërs gerechtvaardigd naar hun huizen teruggaan.
Verzuim kan erg zijn doch ook laakbaar is uitsluitend doen wat we bovendien niet mogen verzaken. Sommigen deinzen geschrokken voor de gapende afgrond vóór hen terug, dat ze achteruit in een even gulzig gat tuimelen. Daarom gaat het om een levende verkondiging, dat wil zeggen een verkondiging waarvan de verkondiger steeds corrigeert en bijstelt, steeds nauwlettend afremt of stimuleert naar dat hij zich rekenschap geeft van alle factoren die van belang zijn voor het juist 'richten en schikken' van de prediking. Schikken en richten — vide zondag 47 van de catechismus — want een preek is een goed werk zo wel als ons aller goede werken trouwens prediking horen te zijn. Of niet soms?
Ik zou me kunnen indenken dat getrouwe predikers zorg hebben gedragen, dat de engelen, als ze komen oogsten, alles al stevig en keurig in busselen aantreffen. Dat zou kunnen gebeuren. Alleen zou een laatste droeve ontdekking kunnen volgen. Wanneer die engelen naar de tarwe zoeken en vragen, zou het vergeefs kunnen wezen. Omdat die, helaas, met het onkruid, zo keurig in busselen verpakt, is uitgetrokken! (Matth. 13 : 29).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's