De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toepassing II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toepassing II

Aandacht voor de prediking

12 minuten leestijd

Het is dus de roeping van de prediker de tekst toe te passen op hen, die niet tot bekering kwamen. Maar in de tweede plaats behoort hij de tekst te brengen tot het hart van hen, die in beginsel met meerdere of mindere bewustheid de Here Jezus liefhebben. Daartoe past hij het Woord Gods toe ten aanzien van de geestelijke ervaring der gelovigen. Dit deel van de preek moet dus bevindelijke preek zijn. Onder 'bevindelijk' moet men verstaan, hetgeen de christen in zijn geestelijk leven, hetzij meer normaal, hetzij meer abnormaal, ondervindt, wat hij ervaart, zodra het werk van Christus door de Heilige Geest aan het hart wordt toegepast.

Nu zijn er in de bevinding lijnen te onderscheiden. Sommigen leven sterk verstandelijk, anderen sterk naar de wil gericht en derden overwegend voelend. Dat hangt uiteraard samen met onze natuurlijke verschijning als mens, waar deze drie trekken verstand, gevoel en wil niet te loochenen zijn. Met wijs onderscheid, al naar de geaardheid van de gemeente, zal de prediker nu eens dit register opentrekken, dan weer het andere. Is de gemeente sterk gemoedelijk van aard, leeft ze veelal naar de emotie van het leven, het staat de dienaar vrij om voor overspanning van het emotionele element te waarschuwen. In het algemeen moet wel worden opgemerkt, dat in de gemeente veel onhelderheid in het geestelijk leven, onvastheid aangaande zijn staat vóór God en twijfel voortkomt uit gebrek aan kennis. Daarom blijft het vooral voor onze tijd nodig, dat in aansluiting aan Gods Woord getekend wordt hoe de Heilige Geest in de regel werkt en op welke manier het geestelijk leven zich ontwikkelt. Wij moeten ons in de bespreking van deze tere zaken uiteraard beperken, maar het ware zeker op zijn plaats in ordelijke trant deze dingen eens breedvoriger aan de orde te stellen. Wij hebben wel veel lectuur in de zogenaamde oude schrijvers en men doet er zeer zeker goed aan de vruchten van het onderzoek niet te verwaarlozen, maar de gemiddelde kerkganger komt er niet toe zich te voeden met boeken van hun hand. De prediking ontvangt zalving wanneer de dienaar afdaalt in het zieleleven van de gelovige en het is werkelijk geen geringe lof, wanneer men van de trouwe gemeenteleden u hoort toegevoegd: u hebt me helemaal uitgeschilderd. Daar treedt het pastorale element van de prediking naar voren. In een kille rationalistische tijd beijvere de prediker zich daarnaar deze tonen aan te slaan. De behoefte aan geestelijke voorlichting uit het Woord Gods over de diepste vragen van het mensenleven is schreiend. De rage van de maatschappijcritische prediking geschiedt meestal voor lege kerkbanken. Geen wonder: men werkt van buiten naar binnen. De orde Gods is die van binnen naar buiten. Wanneer werkelijk in de prediking het priesterlijk vertroostend, maar ook profetisch vermanend element zijn plaats terugontvangt, men oogst een dubbele winst in een gestegen kerkgang, maar ook in een onderwijzend beslag. Zulk een prediking snijdt diep in en men voorkomt er door, dat de gemeente her en der fladdert naar leidslieden, die wel veel beloven, maar per slot van rekening stenen voor brood geven.

Bevindelijke prediking dus — maar wel te verstaan, naar de norm der Schrift. De levens der vromen, de psalmen; ge hebt hier een bron van kennis voor het bevindelijke leven. Men ga te rade met wat de Schrift zelf overvloedig over deze dingen spreekt. Tolk moet de prediker wezen van wat God door Zijn Geest in de harten der zijnen werkt. Men late als gemeente en als voorganger toch niet ongebruikt wat dienaangaande aan allerlei onderwijs is verschenen. Wij moeten niet alleen een prediker over Jezus maar ook een leidsman tot Jezus zijn. Wij hebben dit hier met een enkele pennestreek neergeschreven. De scholing echter daartoe is alleen van de Heilige Geest onder gebruikmaking van allerlei middelen. En deze scholing duurt... het ganse leven!

Intussen, de toepassing strekt zich nog veel verder uit dan het eigenlijk persoonlijke godsdienstige leven. Wij denken aan de verhoudingen in het huisgezin, ouders en kinderen, in kiesheid het sexuele leven, wetenschap en kunst; het sociale leven — moeten wij niet erkennen, dat over het algemeen de stof der prediking spoedig aan eenzijdigheid lijdt? De oorzaak is tweeërlei. In de eerste plaats is er in gereformeerde kringen veelal een merkwaardige weerzin tegen de vermanende stoffen uit bijvoorbeeld de brieven. Het gevaar bedreigt ons daardoor dat we wel eens te verticaal gaan preken. Alleen over God en de ziel. Dat toch is zeker niet Bijbels. In de tweede plaats: het middel tegen een verengde tekstkeuze is voortgezette ononderbroken lezing van de Schrift. Daardoor schiet het Woord open, daardoor valt het Woord open naar allerlei zijden van het leven. Hoe meer we met de Schrift leren leven, hoe meer verwonderd we worden. Er is geen terrein van het leven of het licht des Woords straalt er over. Gebrek aan Schriftkennis doet platgetreden paden gaan. Wij kennen de Schrift zo weinig. Wij komen tot haar als tot een onbekend gebied. Zeker we kennen wel de vierbaanswegen en de rotondes; de centrale bewijsplaatsen voor de dogmatiek. Maar de doorsnee kennis van de Schrift is veeleer fragmentarisch, brokstuksgewijze. Wij zijn niet van haar koninklijke geheimen op de hoogte. Wij doorvorsen haar zo weinig, al gaande van stad tot stad langs weinig gebruikte landwegen. Dan zouden wij de verstilde schoonheden zien stralen. Wij zouden de gemeente voeren kunnen langs de vergezichten der kleine profeten, door de dromen van een Daniël, langs de levenswijsheid van het Spreukenboek. Wat zijn er niet totaal onbekende Bijbelboeken. De schuld valt wel eens op ons dat we ons zo snel haasten langs de hoofdwegen, maar wie verdiept zich nu ooit eens in Judas' brief? ...

De oorzaak schuilt wellicht reeds in de universitaire periode. Daar is wel scholing in exegetisch omgaan met de Schrift, maar zo weinig practische vorming. Dat moet terstond worden in gehaald in de pastorie. We hebben daar prachtig materiaal voor. Met alle respect voor de theologische opleiding die we niet gaarne zouden hebben willen missen — maar veelszins pover is toch geweest het leren omgaan met het geheel der Schrift. Reeds in de vorige eeuw is dit gebrek onder­kend door Vilmar, een rechtzinnig Luhers theoloog, hoogleraar in de practische theologie in Marburg. Een man, uiterst aangevallen door de toonaangevende geleerden van zijn dagen — maar hij was degene, die het gebrek aan Schriftkennis onderkende en naar de mate zijner gaven trachtte te verhelpen. Wie zijn geschriften na een eeuw leest, staat verbaasd over de profetische, pastorale inzichten in de tijd van zijn leven. Deze man ging met zijn studenten geheel de Schrift door van Genesis tot Openbaring. Het was de opzet van zijn theologisch programma zijn studenten grondig bekend te maken met de Schrift. Vilmar is nagenoeg vergeten in de theologische discussie van onze dagen, maar het doel van zijn colleges de omgang met geheel de Schrift te verdiepen en aan te moedigen blijft voor altoos actueel.

Intussen dwalen we af. Het ging ons er om aan te tonen, dat een leven met de Heilige Schrift de bron is van een veelkleurige en diepe toepassing op allerlei terreinen van het leven. Daarbij past nog één opmerking ten besluite voor deze paragraaf. De vrucht van een jarenlange Schriftomgang is ook, dat wij helder gaan zien, dat alleen de Bijbel zelf ons de wezenlijke behoeften tekent. Het grote gevaar van heden is dat wij ons door het wereldgebeuren, de mode en de tijdverschijnselen de motieven ter toepassing laten aanreiken. En het zij erkend, wij behoren niet tijdloos te preken. Maar och lieve — wanneer wij de laatste gril, het nieuwste boek, de nieuwste uitzending van de massamedia als achtergrond nemen voor de prediking, dan verarmt deze maar al te spoedig. De Schrift is norm voor de toepassing, zij wijst koninklijk de wegen. Dat staat nimmer buiten de tijd, maar de tijd van ons is niet het één en het al. Men krijt allerwege: de wereld is anders geworden. Het lijkt zo, maar het is een bedrog. De wereld is niet anders geworden in haar wezen, maar wel in haar oppervlakte. De wereld bedriegt in de veelvoud van haar levensvormen. Ze geeft het aanzien alsof er in een onoverzienbare rijkdom van sociale, politieke en economische organisatie bestaat. Maar deze veelvuldigheid is niet een teken van levensrijkdom in de diepte. Het is veeleer een teken van drukte, die verschraalt en -uitholt. Ons leven is wel gecompliceerd, maar veelszins arm en eentonig geüniformeerd, gestroomlijnd. Ons leven is vlot, vlug en het vliegt daarheen, maar wie nauwlettend acht geeft op de sfeer van onze tijd gaat vragen: zijn er ook vele karakters? Daarom niet de tijd, maar de Schrift fundament voor de toepassing in haar inhoudelijke zin.

Wordt nu gevraagd naar een leidraad in deze, een oude regel is geweest, dat de preek moet slaan op de behoefte der gemeente. Er zijn algemene behoeften van elke gemeente, door alle tijden hetzelfde. Bijzondere behoeften; iedere gemeente heeft haar eigen kenmerk. En ogenblikkelijke behoeften, wij bedoelen de nood zowel van het eigenaardig tijdperk als van het bijzondere tijdstip, waarin het Woord wordt gesproken. Men zij evenwel op zijn hoede voortdurend met pikante tijdsbijzonderheden te komen. Brood hebben wij allen iedere dag nodig, maar banket draagt het kenmerk van het uitzonderlijke in zich. Wie al te zeer het nieuws van de dag uitstrooit over de toebereide spijzen, loopt gevaar het Kruis van Christus te omhullen met ijdelheid van woorden. Natuurlijk oriëntere de prediking de hoorders in tijd en wereld — maar het ware, eeuwige en vaste oriëntatie punt is Christus alléén. Hoe meer we zien, dat Hij alles in allen is, hoe duidelijker het ons wordt, dat Hij in iedere levenssituatie spreekt. De prediker sta tot de tijd en zijn tekenen, gelijk het schip tot de zee: er in, en toch er boven. Daartoe is echter vóór alles, tegenover al de uitersten ter rechter- en linkerzijde een hoge, waarachtig geestelijke onpartijdigheid nodig, die ons belet licht of schaduw uitsluitend aan één zijde te zien, en ons evenzeer voor een oppervlakkig optimisme als voor een kleingelovig pessimisme bewaart. Als men in een beek slechts kikkers hoort kwaken, dan volgt daaruit nog niet, dat er volstrekt geen vissen in zijn.

c. Practijk

Hoe zal zulk een toepasselijk preken worden voltrokken? Nodig is allereerst wel voor de prediker, dat hij zijn mensen kent en zijn wereld. Een prediker, die niet tevens zielzorger is, is als een vogel met één vleugel. Wij maken deze opmerking echter onder voorbehoud. Bovenal is nodig Schriftkennis. Maar aangezien we dit reeds breedvoerig hebben ontwikkeld, behoeven we daar niet nader op in te gaan. Wat is evenwel het geheim van mensenkennis en wereldkennis? Het oude woord is: ken u zelf! Dan bewandelen we de weg om ook in te dringen in de geheimen van de ziel der gemeente. Zelfkennis is de bron der mensenkennis. Wij geven het toe: deze weg is werkelijk niet gemakkelijk, maar wie vraagt om de hulp en de leiding van de Heilige Geest zal niet beschaamd uitkomen. In een afsterven aan zichzelf en al zijn gerechtigheden, komt ook een afwassen van de Here Jezus Christus. Het geschiedt dan, dat de Schrift, de geloofsbelijdenis nieuw wordt. Bovendien, ze gaat ook verstaan het geloof der gemeente. Want God geeft op onze weg mensen, die u hun ziel openbaren, al zijn het er ook maar weinigen. De ritselingen der zonde, de bewegingen van het nieuwe leven gaan we verstaan en wat is er heerlijker dan dat ons in het ambtelijk leven wordt toegevoegd: u hebt geheel mijn leven in de prediking getekend? Daarnaast is ook zeer bevorderlijk voor toepasselijk preken kennisname van oude schrijvers. In dit weekblad worden gedurig namen genoemd van verantwoorde schrijvers en er is tegenwoordig een overvloed van herdrukken voorhanden. Wanneer ook de gemeenteleden een zorgvuldige keuze maken voor lectuur in deze, het zal het beluisteren van de prediking niet weinig verhogen.

Bij dit alles schenkt ook een jarenlange omgang met een klassieke auteur uit de oudheid of de moderne tijd ons een zekere mate van oefening in het onderscheiden van mensen. Wie, zoals Bavinck bijvoorbeeld aanraadt, langdurig omgaat met een Goethe, een Vondel, ontvangt een talent voor het aanvoelen van de fijnzinnigste, algemeen menselijke kenmerken. Met dien verstande evenwel, dat wij bij het lezen van de allergrootsten in de wereldliteratuur voortdurend smartelijk bemerken, dat waar de Heilige Geest wordt gemist, alles wordt gemist. Niets gaat dan ook boven de Heilige Schrift. Maar het blijft waar: in de letterkunde der grote meesters komt het gebroken menselijke dieper en reëler op ons af dan in de verbrokkeling van het dagelijks leven. Hierbij mogen ook niet vergeten worden de klassieken der kerk. Waar zijn ze nog in de gemeente, die hun Bunyan en de Belijdenissen van Augustinus doorgekropen zijn? Het blijkt telkenmale opnieuw, dat een geestelijke tucht nodig is voor het geloofsleven. De vrucht van een gestage concentratie is een verdiept inzicht. Wanneer wij eenmaal onszelf een weinig hebben leren kennen, zo blijkt dat we krachtens onze natuur nu eenmaal allen eerder naar de post grijpen dan naar de Bijbel. Zo diep in zonde was onze val, dat ook het dagelijkse leven de trekken vertoont van een immense verstrooiing en ijdelheid. Hier helpt alleen dwang en regel. Keuvelen, kijken en dagdromen zijn venijnige vijanden.

Het gezegde zij genoeg. Wij dienden een keuze te doen. De zegen van de toepassing komt van boven, maar ontslaat ons niet van alle arbeid in het Woord. Derhalve, wie wil weten hoe de vorm van de preek; de toepassing in haar dosering moet zijn — wie wil weten van algemene en bijzondere zielzorg, hij wete, dat dit alles en veel meer terzijde moest worden gelaten. Het onderwerp zette slechts tot denken aan . . .

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Toepassing II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's