Kerk naar buiten
Getuigende kerk
In een boekje van dr. Praamsma, getiteld 'Met de kerk van alle eeuwen' zegt de schrijver heel typerend dat sommige kerken in hun belijdenissen uitspreken wat ze belijden en anderen wat ze beleden. Hij reageert daarmee op wat prof. dr. C. Augustijn schreef in een boekje 'Kerk en belijdenis', namelijk dat een predikant in de Gereformeerde Kerken soms dingen moet zeggen, die regelrecht tegen de inhoud van bijvoorbeeld de catechismus ingaan, omdat je in een tijd waarin de zaken niet duidelijk liggen, vooral niet streven moet naar duidelijkheid. In datzelfde boekje stelde prof. Augustijn dat in onze tijd veel mensen in de belijdenisgeschriften allerlei dingen tegen komen die voor hen onbelangrijk zijn en verder allerlei dingen missen, die naar hun stellige overtuiging heel nauw verbonden zijn met de kern van hun geloof in Jezus Christus. Over wat die onbelangrijke dingen zijn rept prof. Augustijn niet verder, zodat dr. Praamsma ervan zegt: 'Het is niet duidelijk of ze betrekking hebben op de leer van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, op het stuk van de ellende, de verlossing of de dankbaarheid, op de uitverkiezing, de middelen der genade, de rechtvaardigmaking, de heiligmaking of de heerlijkmaking; in elk geval moeten hier ergens onbelangrijke dingen worden gevonden'. De belangrijke dingen echter, die in de huidige belijdenisgeschriften naar de mening van prof. Augustijn ontbreken, worden aangeduid met de volgende woorden: 'Er zijn grotere vragen aan de orde: de eenheid van alle mensen, oorlog en vrede, mondiale verdeling van de welvaart, de grenzen van de wetenschap enz., enz.' 'Dat enz., enz.', zegt dr. Praamsma, 'is zeer welsprekend; hier zijn we gearriveerd op het terrein waarop dr. Augustijn kennelijk wel uren kan doorspreken; dit is het horizontale terrein, en hier worden we niet gestoord door alle mogelijke en onmogelijke verticale uitstapjes. Dat horizontalisme is in onze tijd een sterke macht; een sterke wettische macht; een sterke slavendrijversmacht. Niet de kreet: wat moet ik doen om zalig te worden? Neen, de kreet: wat moet ik doen om deze wereld (vandaag nog) te veranderen? Niet het jagen naar het eeuwige leven. Neen, het jagen naar een heilsstaat (vandaag nog) hier. Niet een hemel en een hel aan de andere zijde van de horizon. Neen een hel hier, die vandaag nog (met geweld) moet worden omgezet in een hemel.
Dat is horizontalisme en ik onthoud me van het geven van een stamboom. Ik wijs er alleen op dat we hier te maken hebben met een ontzaglijke saecularisatie van het evangelie van Jezus Christus.' Tot zover dr. Praamsma. Ik meen dat met deze woorden duidelijk getypeerd is de crisis waarin kerk en theologie verkeren. Dr. Praamsma tekent hier met eigen woorden de achtergrond waaruit het Getuigenis geboren werd. Er is enerzijds in onze tijd een sterke afweer tegen confessionele duidelijkheid, dat wil zeggen tegen een onvoorwaardelijk belijden van de dingen die volkomen zekerheid hebben, van datgene wat de kerk van de eeuwen beleden heeft. Anderzijds is er echter een sterke roep om duidelijkheid, namelijk inzake die vragen die dr. Augustijn als de grótere vragen aanduidde. En terwille van die duidelijkheid wordt dan het evangelie gesaeculariseerd, uitsluitend getrokken in de horizontale verbanden. Vandaar dat het Getuigenis stelde: 'Ons Getuigenis is noodzakelijk geworden, omdat wij steeds opnieuw merken, dat veler prediking en theologie niet meer ten doel hebben dezelfde bijbelse dingen van het evangelie anders te zeggen met het oog op de nieuwere vragen van de tijd, maar om geheel andere en nieuwe dingen te zeggen waarin de boodschap van het Woord Gods niet meer doorklinkt. 'Het is overduidelijk dat de huidi ge kerkelijke crisis een geloofscrisis is en het wordt met de dag duidelijker dat de veranderingen in theologie en prediking een volledige breuk met het verleden der kerk kunnen gaan betekenen, gesteld dat dit mogelijk zou zijn.’
Getuigende Kerk naar buiten
De kerk is als het goed is in de wereld een Getuigende Kerk. Dat is met dé zendingsopdracht gegeven. Gaat heen, onderwijs de volken, ze dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Of, zoals het in de Handelingen der apostelen staat: Gij zult mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, tot aan het uiterste der aarde. Een kerk die niet in de wereld getuigt verwaarloost haar eerste roeping. En dan getuigt de kerk in feite van één gebeuren, waarop alles geconcentreerd is, namelijk van de Opstanding. Van Matthias, de apostel, die na Jezus' hemelvaart werd toegevoegd aan de apostelkring, wordt gezegd dat hij mede Getuige zou zijn van Zijn opstanding. Het hele kerkelijk getuigenis staat of valt met de Opstanding. Dat leert ons 1 Cor. 15 duidelijk: Indien Christus niet opgewekt is zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden. Zo zijn dan ook verloren die in Christus ontslapen zijn. Indien wij alleen in dit leven op Christus hopen zo zijn we de ellendigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen die ontslapen zijn.
Het is duidelijk, met de Opstanding staat of valt alles. Christus is opgestaan tot onze rechtvaardiging. Daarin is het behoud van de mens gelegen. Elke verminking van deze centrale heilboodschap betekent in feite dat de hele boodschap verdwijnt. De kerk heeft dan niets meer te zeggen. Dan blijven wij mensen nog in onze zonde. Daarom stelt het Getuigenis: 'Wij keren ons tegen zulk een leer en prediking, die het als christelijke roeping en taak voorstellen, dat wij mensen door onze goede werken, door onze politieke en maatschappelijke geëngageerdheid, Christus tot opstanding moeten brengen, zodat het lot van God en van Zijn Christus afhankelijk zouden zijn van deze menselijke activiteit'. En daarom wordt óók in het Getuigenis gezegd: 'Het heil van God komt niet tot ons door de evoluties en revoluties van de geschiedenis, maar in en door het heilshandelen dat God, naar het Getuigenis van de Heilige Schrift na het verloren paradijs begonnen is, en voltooien zal tot op de grote dag van de wederkomst van Jezus Christus. Om deze reden verwerpen en bestrijden wij de ideologisering van het Christelijk geloof, die dit geloof laat samenvallen met de ideologie van de revolutie.’
Nu hebben velen geroepen om concreet aan te wijzen waar zo gepreekt en getheologiseerd wordt dat de Opstanding van Christus vervangen wordt door opstand tegen onrecht, tegen de wantoestanden in de wereld. Welnu ik zou erop kunnen wijzen dat de laatste maanden telkens namen van theologen gevallen zijn, waar deze lijnen volledig in hun theologisch werk te vinden zijn. Ze hebben zichzelf ook vaak gemeld in de felle reacties op het Getuigenis. Maar ik wil het liever van een andere kant benaderen. Deze vorm van denken zit in de lucht. Het is veel concreter om over opstand te praten dan over de Opstanding. Het is eenvoudiger om je de hemel hier op aarde voor, te stellen dan daar waar God woont, in het hoge en verhevene. De moderne mens denkt in categorieën van hier en nu. Daar komt hij niet meer bovenuit, omgeven als hij is door het zichtbare en tastbare. En bij dit denkklimaat sluit de moderne theologie aan en sluit ook veler prediking aan. Het wordt allemaal concreet en tastbaar gemaakt, maar inmiddels heb je er geen houvast meer aan. Bij de jeugd, zo menen velen, kan je niet meer aankomen met een zo miraculeus gebeuren als de opstanding van Christus uit de doden. Dat merk je op de middelbare scholen, bij morgenwijdingen en derg. Vertaal het maar in horizontale termen. Zo wordt echter het evangelie verbasterd, vaak ook niet eens door de Opstanding van Christus als zodanig te ontkennen maar door deze te negeren, niet meer te noemen en te vervangen door een boodschap waarin de mens en zijn daden centraal staan.
Mondige mensen
Sommigen echter trekken de lijnen in navolging van Bonhoeffer consequent door en zeggen: de moderne mens is mondig geworden, hij duldt geen bevoogding meer van bovenaf, dus ook geen God, die het leven leidt en bepaalt. Daarom gaan we toe naar het tijdperk zonder religie. Daarin moet de kerk niet meer met woorden aankomen, laat staan met hèt Woord. De kerk kan volstaan met er te zijn voor anderen, met anoniem christendom, dat zich louter terugtrekt op de daad. God ontmoet je in de medemens. Zending en evangelisatie worden een overbodige zaak. Er is geen zendingsopdracht meer, al zegt het Nieuwe Testament dan ook: Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn zal behouden worden. Men kan b.v. vanuit de kring van Septuagint horen zeggen dat het er helemaal niet op aan komt dat de kerk in landen als Angola de boodschap van het evangelie predikt en deze gepaard doet gaan met de oproep tot bekering. Verbetering van de politieke toestand is daar de enige pijl die de kerk op haar boog moet hebben. En op de Hervormde predikantenvergadering werd onlangs in gemoede opgemerkt dat in een kring van predikanten de stelling werd verdedigd dat je met een ernstig zieke als pastor moet praten over de problemen in de wereld. Die zieke weet namelijk eigenlijk nauwelijks meer wat er in de wereld te koop is. Hij is al enige tijd aan het wereldgebeuren onttrokken. Zo wordt de kerk een kerk zonder boodschap, een kerk zonder getuigenis.
Hoe heeft de Kerk dan wèl te getuigen in de wereld? Drs. Noordegraaf zegt in zijn boekje 'Christen zijn vandaag': 'De liefde van Christus moet ons dringen overal in de wereld het heil in Hem uit te dragen en te proclameren. Er loopt namelijk een beslissende scheidslijn door de wereld, getrokken door Gods verkiezende genade en voor wat de mens betreft, bepaald door het geloof en ongeloof'. Hier ligt de kern. Dat is de eerste en laatste ernst van het evangelie. Een kerk die voor deze scheidslijnen geen oog meer heeft misleidt met haar boodschap de wereld, hoe zij ook de wereld in het vizier hebben mag.
De kerk heeft zich dan ook in haar getuigenis tot de wereld primair tot de enkeling te richten om hem te confronteren met Christus en hem op te roepen tot geloof en bekering. En vandaar uit komt dan de kerstening van de samenleving in het vizier. Want dan is Gods gebod ook zeer wijd. Het geldt niet alleen de individuele mens, het geldt de hele samenleving. God heeft recht 'op erkenning en lofprijzing in het geheel van de samenlevingsverbanden. De zonde zit allereerst in het menselijk hart en doortrekt vandaar uit de verbanden van de samenleving. Wanneer Christus dan het leven vernieuwt dan is die vernieuwing allereerst een vernieuwing van het hart maar vandaar uit ook, als het goed is, van de samenleving.
Men heeft de opstellers van het Getuigenis verweten dat ze geen oog hebben voor de wereld, dat ze a-politiek zijn, dat ze een consumptiechristendom voorstaan, gericht op de religieuze bevrediging van de individuele gelovige. Zulke verwijten komen echter mijns inziens voort uit het feit dat men geen notie meer heeft van waarin dan werkelijk de dienst van de kerk aan de wereld bestaat, namelijk de verkondiging van het heil, van de genade aan verlorenen. Maar bovendien, wanneer het Getuigenis een aparte paragraaf zou hebben bevat, die gericht was op het politieke, op de wereld, dan zou zo'n paragraaf in het verlengde gelegen hebben van de andere zeven punten. Ook in het politieke, in de grote vragen van het wereldgebeuren gaat het namelijk in de eerste plaats om God. Alles moet Hem eren, zegt Psalm 33: Alles! God wil niet alleen gediend zijn in de binnenkamer, maar ook in het publieke leven. In dat licht bezien is het zelfs zo dat er dingen zijn in de volkerenwereld die eeuwigheidswaarde hebben, al weet ik niet hoe. De koningen zullen de eer en heerlijkheid van de volkeren indragen in het nieuwe Jeruzalem. Daarom, de kerk heeft wel terdege oog te hebben voor de volkerenwereld, voor de samenleving. Ook daarin gaat het om het profetische woord dat zeer vast is. Het gaat om de theocratie, om de regering van God, en vandaar uit heeft de kerk profetisch zicht op de samenleving. Dat behoort óók tot het Getuigenis naar buiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's