Kerknieuws
BEROEPEN TE:
Amersfoort, H. J. de Bie te Wierden — Opheusden, B. Haverkamp te Nijkerkerveen.
AANGENOMEN NAAR:
Vaassen (toez.), C. J. Baart te Raamsdonkveer — Hoogeveen, dr. B. W. Steenbeek te Nunspeet.
BEDANKT VOOR:
Assen, Ph. J. Stoutjesdijk te Hellendoorn — St. Jacobiparochie en Wier, J. Rienstra te Ruurlo (nadere beslissing) — IJsselmuiden, W. Verboom te Benschop — Ede, B. Haverkamp te Nijkerkerveen — Wekerom A. J. Timmer te Woudenberg — Bussum, M. V. d. Bosch te Goes — Krabbendijke, J. B. Cats te 's-Gravendeel — St. Annaland en Monster, A. v. Brummelen te Hierden — Ede, C. v. d. Bergh te Katwijk aan Zee.
IN MEMORIAM
Op 11 jmii jl. is na een ziekbed van twee maanden de heer H. F. van de Wetering op zeventigjarige leeftijd overleden. Nog geen jaar geleden stonden wij in deze kolommen stil bij zijn vijftigjarig jubileum als onderwijzer in verschillende plaatsen, als hoofdonderwijzer te Drimmelen, te H.I. Ambacht en te Oldebroek en na zijn 65ste verjaardag nog enige jaren als leraar aan de Grafische School te Utrecht. De Gereformeerde Bond heeft altijd zijn warme belangstelling en actieve aandacht gehad. Van zijn sterven mag worden gezegd dag Gods genade zichtbaar werd. Zo werd hij door de rust die de Here hem schonk, voor degeneen die zijn laatste levensdagen van nabij hebben meegemaakt tot een pedagoog ook op zijn sterfbed. Onze deelneming gaat uit naar zijn familie en in het bijzonder naar zijn vrouw, mevr. Van de Wetering-van Bruggen.
LANDDAG TE OLDEBROEK
D.V. woensdag 5 juli a.s. zal er een landdag worden gehouden in de Ned. Herv. Kerk te Oldebroek. Aanvang 1.30 uur. Sprekers zullen zijn: ds. G. Voordijk, opening; ds. B. Haverkamp te Nijkerkerveen; ds. j. J. W. Mouthaan te Wilsum en ds. W. Vroegindeweij te Eemnes.
GIFTEN
Ds. G. den Duyn werd een gift ter hand gesteld van ƒ 1000 voor de kerk te Wapenveld.
KAMPEN
Ds. W. L. Tukker in vierde Kamper lezing NGB Artikel 20 Woensdagavond 17 mei sprak in de Broederkerk ds. W. L. Tukker, Ned. Herv. predikant te Groot-Ammers. Op uitnodiging van de Herv. Geref. Ambtsdragersvereniging hield hij de vierde lezing van de cyclus over: De zaligheid is in geen ander. Ds. Tukker sprak over artikel 20 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Hij bracht in herinnering dat de opsteller van dit stuk, gelijk met de belijdenis zelf verbrand is op het kasteel te Doornik. 'Het oordeel over degenen die deze schennende daad verrichtten, is rechtvaardig geweest. Wij moeten echter bedenken dat het terzijde stellen en negeren van dit erfgoed niet minder streng zal gestraft worden.' Daarom riep ds. Tukker zijn gehoor op om belijdenisgeschriften te lezen en te onderzoeken. 'Je zult om te kunnen 'belijden' eerst moeten 'weten'. Niets kom je te weten zonder het eerst te hebben ge-'hoor'-d.'
In zijn betoog accentueerde de predikant dat de zondeval het gevolg was van het aktief handelen van de mens, alles ging van de mens uit. Hij verliet het Woord van God en gaf gehoor aan het woord van satan. Toen de mens was gevallen, kon hij van de zonde niet meer scheiden en dus niet meer tot God wederkeren. Slechts de vlucht restte hem. 'Hoewel de mens Gods Woord verliet, verliet God Zijn Woord niet. De psalm zegt daarvan: Door al Uw deugden aangespoord, hebt Gij Uw Woord en trouw verheven. Voortvloeiend uit Gods deugden, ondernam God zelf het werk tot redding van de mens.
God was dit in de Raad des Vredes overeengekomen met Zijn Zoon, Hij had Zijn Zoon een gemeente beloofd, nl. de heidenen tot Zijn erfdeel en de einden der aarde tot Zijn bezitting. Wederkerig stelde de Zoon zich bij de Vader Borg voor deze gevallen mensen. De deugden Gods zijn volkomen, en in harmonie met elkaar. Dit is voor de mens niet te doorgronden. Het hoogste wat in de menselijke taal hiervan kan gezegd worden is dit: Gods goedheid is hemelhoog, Gods waarheid is tot de wolkenboog, Gods oordeel is grondeloos en Gods gerechtigheid is oneindig aldus ds. Tukker.
'In artikel 20 worden de deugden van God toegespitst op de barmhartigheid en de rechtvaardigheid. Deze klonken reeds volkomen door in het proef gebod dat aan Adam in het paradijs werd gegegeven. God wilde in volkomen barmhartigheid de mens waarschuwen en van de zonde afhouden; in Zijn volkomen gerechtigheid moest Hij bij overtreding de straf uitvoeren. Daarom moest Christus onze natuur aannemen, haar zwakheid en sterfelijkheid. Omdat Hij Zich borg had gesteld, keerde het recht van God zich tegen Hem. Hij zegt er zelf van: 'Hoe werd Ik geperst totdat het alles volbracht zij.' In volkomen gehoorzaamheid ging Hij de gang langs en door de drie G's: Gethsemané, Gabbatha en Golgotha. Zijn ganse leven moest Hij lijden, terwijl Zijn beminden nog niet één uur met Hem konden waken. Hij droeg voor hen de tijdelijke, de geestelijke en de eeuwige dood. Van Hem werd geëist, wat Hij niet had geroofd. De helse verlatenheid heeft Hij gedragen. God was van God verlaten, maar na volbrachte gehoorzaamheid was God met God voldaan.. Ongeschonden en ongebroken bleef de tweede Adam staande. Daarom kon Hij aan het einde zeggen: 'Vader... in Uw handen beveel Ik Mijn geest'.
Christus is de enige die volledig gekend heeft 'hoe groot mijn zonde en ellende zijn'. Gods kinderen kennen van dit noodzakelijke stuk maar iets, nl. zoveel als nodig is om hen tot verootmoediging te brengen, en om hen de toevlucht te doen nemen tot Christus. Omdat Christus de eisende gerechtigheid volbracht, is er voor Zijn kinderen vergevende gerechtigheid. Hierin roemt de barmhartigheid tegen het oordeel. Die barmhartigheid is zo groot, dat zij nader gepreciseerd wordt met de woorden 'goedheid' en 'zeer volkomen liefde'.
Ds. Tukker betoogde dat de gelovige twee keer leert 'mijnen'. Eerst mijnt hij de schuld. Deze drukt op zijn schouder als een zware last. De dagelijkse zonden zijn niet meer dan symptomen van de oneindige last die op hem drukt vanwege de toerekening van de erfzonde. De tweede keer dat de gelovige mijnt is, als God aan Zijn verbond gedenkt. God doet hem dan zien, dat in de opstanding van Christus de grond ligt van zijn rechtvaardigmaking. Om dat hij in Christus rechtvaardig is, is hij ook heilig. Hij komt in één rij te staan met de heiligen van het oude en het nieuwe verbond. De gelovige heeft niet alleen deel aan Christus zelf, maar ook aan Zijn gaven: onsterfelijkheid en het eeuwige leven. Het sterven van de christen is slechts een af-sterven.
Ds. Tukker sloot zijn lezing af met een uitspraak van ds. Witsius: 'Wel u, indien gij met uw ganse hart Christus Jezus erkent en Hem van ganser harte dient, indien gij uw toevlucht tot Hem neemt en uit Zijn Hand de zaligheid verwacht. Dit is de som van mijn geloof en hoop en mijn enige wens.'
Nieuw Kamper Dagblad 19-5-1972
KAMPEN
Ds. Den Boer in laatste lezing N.G.-belijdenis
Woensdagavond 31 mei werd in de Broederkerk de vijfde lezing gehouden van de cyclus: 'De zaligheid is in geen ander'. De Herv. Ger. ambtsdragersvereniging had hiervoor uitgenodigd ds. C. den Boer te Zeist. Deze predikant behandelde artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dit artikel heeft als opschrift: Van de voldoening van Christus, onze enige Hogepriester, voor ons.
In een inleidende opmerking noemde hij de taal waarin dit artikel gesteld is, niet dogmatisch, maar doorademd van praktische godsvrucht.
Hij illustreerde dit met het volgende citaat: 'Wij vinden allerlei vertroosting in Zijn wonden, en hebben niet van node enig ander middel te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen, dan alleen deze enige offerande'.
Deze zinsnede geeft tevens de begrenzing aan van artikel 21, dat vooral spreekt over de hogepriesterlijke arbeid van Christus hier op aarde: Zijn offer aan het kruis. Over zijn arbeid als hogepriester in de hemel spreekt artikel 26.
Het was ds. Den Boer opgevallen, dat de Geloofsbelijdenis meer spreekt over Christus' hogepriesterschap, dan over Zijn profetische en koninklijke bediening, hoewel die er wel in mee klinken. Hij verklaarde dit uit de omstandigheid dat de opsteller, Giudo de Bres, in zijn tijd geconfronteerd werd met een groot aantal 'priesters', die in het onbloedige, dagelijks herhaalde misoffer, het enige offer van Christus als het ware herhaalden, waarmee zij het tevens miskenden.
Tegenover die 'vele priesters' stelde De Bres 'één Priester', waarvan de Schrift spreekt. De inzet van artikel 21 herinnert aan Hebreeën 7, dat de draad opneemt van psalm 110.
Deze beide bijbelgedeelten spreken van Melchizedek als type van Christus. Deze koning-priester verschijnt in de bijbel als een komeet: plotseling is hij er even, laat een lichtstreep na, en verdwijnt dan. Hij is behalve koning des Vredes en koning der Gerechtigheid, ook priester. Abraham gaf tienden aan hem. In Abrahams lendenen waren de 12 stammen, w.o. de priesterstam Levi. Door Abraham hebben dus de priesters die later tienden zouden ontvangen, tienden gegeven. In Abraham ligt dus het Oud Testamentische priesterschap geknield voor (de meerdere) Melchizedek, die hen zegent.
Melchizedek was priester volgens een niet nader bekende aparte verordening, enig in zijn soort. Hij bediende een priesterschap dat niet over ging op anderen. Hierin is hij type van Christus, die ook een onovergankelijk priesterschap bedient. Hij is niet priester naar het vleselijk gebod. Hij komt van boven. Onder de aardse priesters kwam aflossing en opvolging voor, maar Jezus heeft een onovergankelijk priesterschap. Bij hem is het in de beste handen, nl. doorboorde handen. Nimmer ook zal Hij ontdaan zijn van Zijn priesterlijke barmhartigheid. Dit is de enige troost en toevlucht voor zondaren. Deze wetenschap wordt door de gelovigen niet alleen 'standvastig verdedigd', maar ook 'teder bemind'.
Over de offerande van Christus aan het kruis, merkte ds. Den Boer het volgende op: Christus bracht verzoening teweeg door volkomen te voldoen aan het recht Gods, dat is: God zelf. God is de ongenaakbare, een verterend vuur, een ijverig God. Wij vergaan door Zijn toorn. Hij doet wraak en vergeldt overvloedig.
Alle misvattingen en verkeerde theorieën over het wezen der verzoening zijn terug te brengen tot deze bron: Ergernis aan het recht Gods. Hierdoor wordt God voorgesteld als eensdeels rechtvaardig en anderdeels barmhartig. Of men stelt dat de toorn niet wezenlijk is in God, daar toch het initiatief tot verzoening van Hemzelf is uitgegaan.
Wezenlijk in de voldoening is, niet dat Christus solidair geworden is met de mens waardoor Hij een goed voorbeeld werd en een bron van inspiratie, maar wel dat Hij het recht Gods billijkte en dat dat recht Hem veroordeelde. De mond van het recht (Pilatus) verklaarde Hem onschuldig, maar liet Hem desondanks kruisigen. Zo volbracht Christus niet alleen de Wet, Hij droeg ook de straf.
Hij gaf weder, wat Hij niet had geroofd: In dit Zijn Kind krijgt God Zijn eer terug. Dit laatste is de aller allergrootste vreugde van Gods kinderen, die hebben geleerd dat het aller allerergste van de zonde is, dat zij God van Zijn eer berooft.
Het is een ernstige misvatting, aldus ds. Den Boer, dat Christus soms wordt voorgesteld als een soort vredesonderhandelaar die twee partijen naar elkaar toepraat: de mensen en God. Door dat de partijen een andere houding ten opzichte van elkaar aannemen, zijn beide tevreden.
Maar Christus is geen onderhandelaar. Hij is de Borg. Hij bemiddelt wel, maar door zelf te voldoen aan de schuldeiser. Hij heeft Zich garant gesteld met Zijn leven.
Hij is de weggezonden bok geweest, op welke door handoplegging de schuld werd overgedragen, en die vervolgens de duivelse woestijn werd ingestuurd. Door Zijn opstanding zijn de vruchten van deze plaatsvervanging voor anderen. Wij moeten alles schade leren achten om de uitnemendheid van deze kennis te gewinnen. Wee degenen die hun vrijmoedigheid wegwerpen en zich onttrekken ten verderve, aldus ds. Den Boer. Deze vijfde lezing was tevens de laatste van dit seizoen. Er was voor deze lezingen steeds een constante, interkerkelijke en interlokale belangstelling.
Nieuw Kamper Dagblad, vrijdag 2 juni 1972
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1972
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1972
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's