De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

New year with Canaanites and Israelites, Deel I: Description; Deel II: The Canaanite Sources, door prof. dr. J. C. de Moor, Kamper Cahiers No. 21-22, Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen 1972.

In beide deeltjes vinden we de uitwerking van de oratie van dr. J. C. de Moor, gehouden bij zijn aanvaarding van het ambt van hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken te Kampen.

De auteur beschrijft, dat te Oegarit twee nieuwjaarsfeesten werden gevierd: én in de lente en één in de herfst. Dit laatste was het belangrijkste en luidde het cultische en agrarische jaar in. De verschillende onderdelen van dit feest worden beschreven, waarbij opvalt, dat de koning de centrale figuur was bij de ceremonieën van dit Kanaanietische nieuwjaarsfeest. Daarna worden de gevonden gegevens vergeleken met de Bijbelse bronnen. De oudste verwijzing naar de Israëlietische variant van dit feest zou te vinden zijn in Richteren 21:19 en 21. Saul wordt tot koning gezalfd op het nieuwjaarsfeest. In die tijd had het Nieuwjaar van de Israëlieten een nauvve formele overeenkomst met dat van de Kanaanieten. Het werd eveneens gevierd in de zevende maand, dus in het najaar. Bij de verdeling van het Rijk besloot Jerobeam zijn nieuwjaar te plaatsen op het feest van de volle maan in de volgende maand. Dit was de eerste verschuiving.

Vanaf het eind van de 7e eeuw voor Chr. werd het gebruikelijk de jaren van de koningen te tellen vanaf de lentemaand Nisan. De schrijver stelt zich te weer tegen de opinie, dat in het boek Deuteronomium het Loofhuttenfeest (gevierd in het najaar) en het nieuwjaarsfeest reeds van elkaar gescheiden zijn. Naar zijn mening werd de jaarrekening vanaf de lente juist vóór de Babylonische ballingschap geïntroduceerd, dus ongeveer 605 v. Chr. Maar ook daarna heeft Ezra het nieuwjaarsfeest nog in de herfst gevierd.

In kort bestek werkt hij verder uit de relatie tussen het nieuwjaarsfeest en de troonsbeklimming van de koning. In sommige opzichten toont hij zich een aanhanger van de these van S. Mowinckel, die deze verbinding voor de Psalmen sterk naar voren bracht. Hier rijst bij mij de vraag, of er wel genoeg recht wordt gedaan aan het Oude Testament, dat geen zelfstandig 'troonsbestijgingsfeest' kent. Of ziet dr. De Moor dit feest louter als een aspect van het Loofhuttenfeest? Zijn opvatting gaat zeker die riching uit, maar doordat hij in deze rede vaak met onderstellingen werkt (uitdrukkingen als 'may be' en 'might' komen herhaaldelijk voor) komt dit niet genoeg uit de verf.

Een beschrijving van de eschatologische aspecten van het nieuwjaarsfeest (o.a. voorkomend in Jesaja 24:27 en Zacharia 14) voltooit deze beschrijving. '

Samenvattend meen ik te mogen schrijven, dat we hier een zeer interessante studie voor ons hebben. Wel roept deze studie om een verdere doorlichting, zowel wat de Bijbelse gegevens aangaat als wat de Qumran-gemeente en het Rabbinistische Jodendom betreft, welke beide het nieuwjaarsfeest in de lente vierden en daarbij de gerichtsmotieven benadrukten. Maar tenslotte kan niet alles in twee werkjes met ieder zo'n 30 'bladzijden vermeld worden.

Onstwedde

J. Broekhuis

Dr. B. Rietveld: De geloofspraktijk. Theologie en Gemeente 2 Kok Kampen 1972; 100 biz. Prijs ƒ7, 90.

Waarschijnlijk doen wij geen onrecht aan de schrijver van dit boekje, dr. Rietveld, wanneer wij hem rekenen tot de op zekere hoogte verontrusten in de Gereformeerde Kerken van het ogenblik. In ieder geval ligt de inhoud van zijn geschrift niet in de lijn die de gereformeerde (en andere) theologen, althans voor een deel, thans volgen.

Breed wordt geschetst de geloofsonzekerheid die er leeft bij vele gemeenteleden en die niet voor het minst op de rekening staat van de theologische leiders die zich critisch uitlaten over de Schrift en him tol betalen aan de horizontalistische ideeën van onze tijd.

De schrijver is op zoek naar een nieuwe aanraking van God, de beleving daarvan, men kan ook zeggen: naar echte religie. De geloofspraktijk waar hij over schrijft draait bij hem om de Godsontmoeting.

Hierin zegt hij vele behartenswaardige dingen die ik dankbaar heb genoteerd. Zo sprak mij b.v. aan de nadruk die hij legt op het individuele tegenover de overdreven nadruk die tegenwoordig gelegd wordt op de structuren (40v). Ik kwam fraaie passages tegen, als b.v. die over het unieke van ieder mensenleven (47).

Toch kreeg ik aan het eind het gevoel dat de schrijver tot het eigenlijke niet doorstoot, de beleving van zonde en genade. Hoeveel moois hij ook zegt over het beleven van Gods 'voorzienigheid' en de Godsontmoeting daarin, hij blijft daarmee staan in het voorhof en komt niet in het heilige. De bevinding waar hij voor pleit is nog maar de buitenkant van de bevinding. Anders gezegd: wanneer de schrijver inzet bij Zondag 10 van de Heid. Cat., die over de voorzienigheid gaat, slaat hij mij teveel Zondagen over. Bedoelt hij zijn boekje als een eerste aanloopje, dan kan ik daarmee accoord gaan, maar dan zal er echter wel een vervolg op moeten komen.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's