Boekbespreking
Rondom het Woord, 13 jaarg. (1971), 4 afl. blz. 1—444, ƒ8, 50, N.C.R.V., Hilversum (postrek. 125 30 00).
De radio-college's, die regelmatig des maandags worden gehouden vinden luisteraars niet alleen in de kring van predikanten, hulppredikers en catecheten om 'bij te tanken', maar zoals mij meer dan eens bleek ook daarbuiten. Menige niet-theoloog van professie volgt deze voordrachten. In het tijdschrift Rondom het Woord, dat om de drie maanden verschijnt worden de colleges gebundeld.
De dertiende jaargang bevat allereerst de uitgebreide serie over Paulus in de loop der eeuwen: De dertiende apostel en het elfde gebod. De reeks radiovoordrachten werd ingeleid door Oberman: Paulus in de spiegel van de Kerkgeschiedenis en uitgeluid door H. N. Ridderbos met Terugblik en uitzicht. De laatste wijst erop, dat dit de grote verwarring van de Kerkgeschiedenis zelf is, dat daarin Paulus steeds zo verschillend is verstaan en beoordeeld. Maar zegt hij: de gang van de kerkgeschiedenis is zonder de geweldige invloed, die Paulus opnieuw uitoefent niet te verklaren. En dat geldt evenzeer van de interpretatie van Paulus.
Het is zeer boeiende informatie, die hier gegeven wordt. Van Unnik sprak over De historische Paulus: persoon en werk. Bakker over De strijd om Paulus in de vroege kerk en zo gaat het verder de eeuwen door. In de tijd van de hervorming zijn wij met de voordrachten van Oberman over Paulus en Luther, van Van Vercruysse over Paulus en het concilie van Trente (Het ging in Trente erom de Schrift niet anders te verstaan dan zoals de universele kerk ze steeds verstaan heeft). — Belangrijk zijn ook de stukken over Paulus en het Piëtisme (J. Veenhof), over Paulus en Kohlbrugge (Locher) — In deze eeuw brengen ons de colleges over Paulus zoals die gezien werd en wordt door Bultmann, Kasemann, Barth.
Wie zich in deze verzameling van werk van zeer verschillend denkende theologen verdiept, ontmoet wel eens vreemde opvattingen, waardoor men meer leert wie de schrijver dan wie Paulus was. Scholder geeft hiervan meerdere voorbeelden (Paulus und die Aufklarung): Voor Morgan (1737) was Paulus de grote vrijdenker van zijn tijd. Nijenhuis vindt, dat Calvijn 'toch niet anders was dan een theologie onderweg'. Niet anders dan! Zou het door hem aangehaalde citaat niet gelden van de theologie van deze tijd?
Behalve deze serie over Paulus zijn in deze jaargang stukken opgenomen van Klijn over de recente ontwikkelingen op het terrein van de nieuw-testamentische tekstkritiek, van Heering over macht en onmacht van de mens over eigen bestaan, van Mulder over Jahwe en El, identiteit of assimilatie (hij kiest voor het laatste).
Uit de veelheid van onderwerpen en voordrachten deed ik een keuze. Het is lang geen eenvoudige kost, al is de stof in het algemeen in een niet te moeilijk te volgen betoog weergegeven. Aantekeningen achter de tekst geven documentatie.
Het is zeer de moeite waard van dit tijdschrift kennis te nemen, al zult u wel eens de conclusies niet delen, althans vraagtekens plaatsen bij sommige gevolgtrekkingen.
M. P. van Dijk, Angst en moed, 94 blz., ƒ7, 50, Uitg. T. Wever, Franeker, 1971.
De angst is universeel, zegt de schrijver, maar universeel is ook de moed, die de angst overwint. Wij mogen de angst niet cultiveren, maar ook niet camoufleren. De auteur gaat in op de angst als veroorzaakt door vervreemding van de naaste, van onszelf, van God. De angst heeft niet alleen betrekking op de toekomst: ook het schuldgevoel over het verleden heeft een diep moment van angst in zich. Het boek eindigt met een bespreking van het Onze Vader, omdat elke bede daarvan de angst tot achtergrond heeft en de bedoeling heeft, dat de mens moed zal vatten.
Het is wel een zeer moeilijk en gecompliceerd onderwerp, dat de schrijver hier aan de orde stelt. Hij kan het dan ook niet uitputtend behandelen. Het is bedoeld als een pastorale handreiking; daarom geen literatuuropgave, geen bespreking van de opvatting van anderen. — Veel vertroosting ligt er in de beschouwingen over de angst en de moed 'bij elkaar en naast elkaar in een en dezelfde Bijbel'. Zeer de moeite van het overwegen waard zijn herinneringen aan het verband tussen angst en haat, over de vele pogingen, die de mens doet om zijn angst te ontvluchten en zo is er veel meer in dit inderdaad pastorale geschrift.
De ontwikkeling van het leven in deze tijd heeft iets aangstaanjagends. De vrees en de angst wordt de mensen aangepraat, misschien moet ik wel schrijven opgedrongen. Wat is er een intimidatie! Denk eens de opvoeding. Zou het alleen vroeger zijn geweest, dat de angst een grote plaats innam in de opvoeding? Er is zinloze angst, er is verlammende angst, er is angst voor 'spoken', er is pathologische angst. Waar ligt ergens die grens tussen 'gewone' angst en ziekelijke, tussen angst die reëel is en ingebeelde angst? Heeft Jung gelijk. als hij het nauwe verband legt tussen levens-en doodsangst? Hij schrijft ergens: ik heb de ervaring, dat juist die jonge mensen, die het leven vrezen, later evenzeer aan doodsangst lijden. — Zo zijn er nog vele vragen, die boven komen als men dit werk leest.
De schrijver maakt (in het voetspoor van Kierkegaard, Heidegger e.a.) onderscheid tussen angst en vrees. Ik geloof niet dat dit te handhaven is. — Ik moet het hierbij laten, wijs er alleen nog op, dat dezelfde Paulus die altijd goede moed heeft op de noodzakelijkheid wijst 'om uw zaligheid met vreze en beven te werken'. Gaarne aanbevolen
C. den Boer
Dr. F. C. Rutgers: De geldigheid van de oude kerkenordening der Nederlandsche gereformeerde kerken. Ton Bolland Amsterdam 1971. 104 blz. ƒ 9, 90.
Er is een toenemende behoefte aan herdrukken van waardevolle boeken uit het verleden. Tot deze soort van boeken behoort ook dat van Rutgers dat wij hier mogen aankondigen. Uitgever Bolland heeft er aUen die öf in de kerkgeschiedenis van de vorige eeuw öf in het kerkrecht öf in beide geïnteresseerd zijn een goede dienst mee bewezen het opnieuw uit te geven. Dr. Rutgers is een man geweest die niet zoveel heeft geschreven, maar wat hij schreef was op hoog niveau. Zijn geschriften worden nog steeds gezocht maar het is moeilijk er aan te komen.
Hij was als weinigen thuis in de geschiedenis van het gereformeerde kerkrecht, waarin hij vooral Voetius volgde.
Zijn boekje dat wij hier bespreken schreef hij in 1889, dus 3 jaren na de Doleantie. Dat een weinig de gloed van de Doleantie er overheen ligt zal niemand verwonderen. Toch was Rutgers een te hoogstaand man om geheel in de strijd op en onder te gaan. Zijn boek is geen 'pamflet' maar een 'studie'. De heruitgave is voorzien van een Inleiding van 18 bladzijden van de vrijgemaakt-gereformeerde hoogleraar J. Kamphuis. Daarin worden enkele meesterlijke lijnen getrokken. Bij Rutgers blijven staan wil Kamphuis niet; en hij neemt de kans waar om opnieuw zich af te zetten tegen kerkrechtelijke ontwikkelingen in de (synodaal) Gereformeerde kerken. Niet aUeen kan ik Kamphuis hierin niet zonder meer volgen, maar ook vind ik het jammer dat hij een inleiding in een geschrift als dit hiertoe benut. Rutgers kon boven de strijd staan. Kamphuis niet; daarin was Rutgers groter.
F. A. Schaeffer: De dood over de stad, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1971, 119 blz. Prijs ƒ6, 90.
Een boek dat diepe ernst maakt met zonde en afval, met Gods toorn en oordeel. Heel onze hedendaagse cultuur is hiermee belast. God is vergeten, en hun eigen bestemming hebben de mensen ook vergeten. Eens was onze europees-amerikaanse cultuur gebouwd op de religieuze waarheid van de Reformatie, maar dat is thans niet meer zo. Al een vorige generatie heeft deze waarheid losgelaten. Wij zijn nu materialisten geworden, terwijl wij intussen toch ons nimmer ontdoen kunnen van onze menselijkheid en morele natuur. Vandaar dat wij als moderne mens in nood verkeren. De stad van de mens ligt onder de doem van de dood. Maar één ding kan onze cultuur redden, namelijk de wederkeer tot God, Hem kennen en verheerlijken. Van de christenen wordt gevraagd dat zij de nood van onze wereld zien, en haar het leven met God voorleven. Ziehier in mijn eigen bewoordingen in het kort een weergave van dit boek. Een goed boek, op bijbelse grondslag. De verleiding is groot een aantal citaten er uit weg te geven, maar men kan het zelf lezen. Temeer daar de prijs geen bezwaar behoeft te zijn.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1972
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1972
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's