De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De wedergeboorte I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wedergeboorte I

Pastorale overwegingen

6 minuten leestijd

Een veel besproken onderwerp uit de Geref. Theologie is de wedergeboorte. Bij menigeen heeft de vraag in het hart geleefd: Ben ik wedergeboren? Gelukkig leeft deze vraag nog bij velen. Een vraag, die daar nauw aan verbonden is luidt: Waaraan kan ik wéten, dat ik wedergeboren ben? Dat deze vraag klemmen kan, , laat zich vanuit de H. Schrift verstaan. De Heere Jezus sprak immers: Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Er hangt dus nog al wat van af, er hangt alles van af. Vandaar, dat de redactie van onze pastorale rubriek mij vroeg in enkele artikelen wat nader op deze zaak in te gaan.

Om te beginnen moet dan gezegd worden, dat er over het begrip wedergeboorte nog al eens verwarring heerst. Dat is geen wonder, want nóch in de H. Schrift, noch bij de reformatoren, noch in onze belijdenisgeschriften wordt het woord steeds in dezelfde betekenis gebruikt. Er zal dus , eerst wat orde geschapen moeten worden in het woordgebruik. We beginnen bij de H. Schrift. Het meest bekende hoofdstuk dat over de wedergeboorte handelt is Johannes 3. Nicodémus kwam in de nacht tot de Heere Jezus om eens met Hem te praten, misschien wel te discussiëren. Maar Jezus snijdt hem meteen de pas af door strikt zakelijk te worden: om het Koninkrijk Gods binnen te gaan moet men wederom geboren worden. Men ziet het anders niet eens, laat staan, dat men er binnenkomt. Nicodémus meende, dat het vanzelf sprak, dat hij het Koninkrijk Gods zou binnengaan. Hij was immers een zoon van Abraham? En wel een trouwe zoon. Hij was een lid van het volk des verbonds. En wel een getrouw lid. Hij bad op geregelde tijden, gaf tienden van al wat hij bezat, vastte op de daarvoor bestemde dagen en gaf aalmoezen naar de eis der ouden. Was dat niet genoeg? Moest er nu nog méér bijkomen? Moesten een mens nog zwaarder lasten opgelegd worden? Néé, zegt Jezus, dat niet! Maar er moet iets met de mens zelf gebeuren; er moet ander léven in hem komen. Dat is een vreemde gewaarwording voor Nicodémus. Hij was nota bene een leraar in Israël, een (strenge) farizeeër, maar wat Jezus zei, daar had had hij nooit van gehoord. Hij kende wèl de wet van Mozes en vooral de overlevering (traditie) der ouden. Ja, hij kende meer dan 600 geboden en vèrboden, maar van de wedergeboorte had hij nog nooit gehoord. Dat blijkt uit zijn verbaasde vragen die hij Jezus stelt. Maar de Heere Jezus houdt vol: 'Verwonder u niet, dat Ik gezegd heb: Gij moet wederom geboren worden!' In het oorspronkelijke wordt hier een woord gebruikt, dat betekent: van het begin af, opnieuw, wederom, maar ook van boven, d.w.z. uit God geboren. Zó bedoelde de de Heere Jezus het. Er moet nieuw leven uit God in de mens komen om het Koninkrijk Gods te zien en binnen te gaan. Dat betekent, dat wij het léven uit God kwijt zijn, we hebben het verspeeld door de zonde en zijn afgestompt voor het goddelijke en heilige. De mens is vlees geworden en bedenkt alleen' de dingen die des vleses zijn. Hij is totaal vervreemd van God, zoekt Hem niet en kent Hem niet. En wat hij van Hem hoort, wekt vijandschap en haat op.

Ziehier de toestand van ons natuurlijk bestaan. Een beetje godsdienst, een beetje meelopen, een beetje vormendienst helpt niet. Zelfs een streng wettisch leven, zoals Nicodémus dat kende, helpt niet. Het bracht hem niet dichter tot God. Want het komt allemaal op uit een verkeerde, doodzieke wortel. Er moet een totaal nieuwe wortel komen, een nieuwe voedingsbodem en daardoor een nieuw leven. Hoe mooi ons leven aan de buitenkant ook lijkt, van binnen is het totaal verdorven, het bruist van innerlijke vijandschap, tenminste, als het er op aan komt. Wie kan hier verandering aan brengen? God de Heilige Geest! Wat uit vlees geboren is is vlees, wat uit de Geest (van boven) geboren is, dat is Geest. De Heilige Geest schept in de dood het leven en vernieuwt het verdorvene. Maar de Geest alleen! Alle andere vernieuwingen helpen niet, het zijn lapmiddelen, die geen wezenlijke verandering aanbrengen. Het valt ons op, dat de Heere Jezus tegen een man der wet (die ook alles van die wet verwacht) direct over water en Geest gaat spreken. Water duidt aan, dat er iets gewassen moet worden, dat er onreinheid, onzuiverheid bestaat. Daar had Johannes de Doper ook al op gewezen. Hij doopte met water tot bekering en vergeving der zonden. Tot Johannes kwamen tollenaren en zondaren. Die verootmoedigden zich en lieten zich            dopen. Maar dat deden Nicodemus en de zijnen niet. Die hadden dat, naar zij meenden, niet nodig. Die doop was goed voor slechte mensen, tollenaren en hoeren en zo. Maar voor hen, zonen van Abraham, niet. En nu wil de Heere Jezus Nicodemus duidelijk maken, dat hij toch óók zo'n doop moet ondergaan. Dat hij zich niet boven andere mensen kan verheffen. Nee, hij moet naast die tollenaren en zondaren gaan staan, als bewijs, dat hij die doop (tot afwassing van zonden) nèt zo goed nodig had als zij. Hij moest bekeerd worden van zijn eigengerechtigheid en vroomheid. Dit gebeurt door de Geest. Vandaar, dat Jezus zegt: water èn Geest. De Geest wordt al direct gesteld tegenover het vlees. De werken van hét vlees (werken der wet) worden hier metéén al bij de wortel afgesneden. Dit betekent: Uit u geen vrucht in der 'eeuwigheid. Evenmin als u met uw hand aan de sterren kunt raken, kunt u iets doen aan uw zaligheid. Ieder mens, van welke staat of hoedanigheden hij ook is, is en blijft in zichzelf een verloren schepsel.

In Johannes 3 maakt de Heere Jezus ons duidelijk, dat alleen het leven van boven, het leven uit God, ons brengt in Zijn Koninkrijk. Dat is een sombere boodschap. Wat valt dat negatief uit! Maar een goede arts stelt eerst grondig de diagnose vast voor hij tot het remedie overgaat. In dit artikel gaat het in de eerste plaats om op de noodzakelijkheid van de wedergeboorte te wijzen. En dat het een diep ingrijpende zaak in een mensenleven is. Een zaak, die we terdege gewaar worden. Als de Geest werkt, werkt Hij diep en grondig. Hij woelt alles ondersteboven wat Hem in een mensenleven in de weg staat en dat is héél veel. Daarom moet ons gehele levensbestaan tegenover God veranderd worden. De zonde heeft te diepe sporen in ons leven getrokken. Zalig worden is aan onze kant onmogelijk. Maar alle dingen zijn mogelijk bij God. De Heilige Geest is bij machte alles nieuw te maken,

(wordt vervolgd)

IJ.

J. Vos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De wedergeboorte I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's