De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Knelpunten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Knelpunten

Rond het predikambt

6 minuten leestijd

En ondertussen duurt het voort. Het predikantentekort, en het dringt tot ons door. Het aaiital vacatures neemt eerder toe, dan af. Er is vooralsnog geen sprake van dat we de achterstand inlopen. En zolang dat het geval is, kunnen de predikanten wel van standplaats verwisselen, maar het probleem blijft. Alleen wanneer er voldoende candidaten tot de H. Dienst hun intrede in de gemeente doen, treedt er een verandering ten goede in. Vijftien was het streefgetal, op grond van allerlei gegevens. Nu, die vijftien komen er ook dit jaar waarschijnlijk niet.

Het beroepingswerk lijdt onder dit predikantentekort. Er heerst enige paniek. Snel beroepen! — waarom nog steeds die toezeggingen? — En óók beroepen! We hebben evenveel kans als een ander. Maar de orde van de Geest is daarbij ver te zoeken. Het is best te begrijpen, dat de kerkeraden haast maken; dat ze zich gezamenlijk storten op een predikant, die beroepbaar wordt. Maar enige kerkelijke en geestelijke overweging zou hier wel op zijn plaats zijn.

Zolang er een tekort is, zullen de gemeenten dat in het beroepingswerk terdege merken, al was het alleen maar in de vele teleurstellende beslissingen. Het aantal beroepen, dat wordt uitgebracht in het geheel van onze kerk daalt duidelijk. In 1971 bedroeg het 415. Daarvan werden er 227 uitgebracht op predikanten en candidaten van de hervormd-gereformeerde modaliteit. Dat is meer dan de helft, en in verhouding opvallend. Er werden er slechts 27 aanvaard. Twee honderd keer: bedankt voor!

In onze kring liggen de knelpunten. De zorg voor de opvolging en in verband daarmee de opleiding is een wezenlijke zorg. Daarom wil ik hier mijn vreugde uitspreken over de benoeming van dr. C. Graafland; hij krijgt met opleiding en begeleiding der studenten te maken. God moge hem, samen met de andere hoogleraren, de wijsheid geven, om hen als aanstaande dienaren van het Woord vast te houden en verder te brengen. Van de theologische studenten verlaten 40 pct. tussentijds de kerkelijke opleiding, om allerlei redenen; al ligt dit percentage voor 'onze' studenten gunstiger.

Voorlopig moeten de gemeenten lang, te lang op een predikant wachten. Daaronder zijn er redelijkerwijze 20 op candidaten aangewezen. Het laat zich denken, dat hier het eerst in voorzien zal worden; met enig geduld en enige hoop zien deze gemeenten de beroepbaarstelling van de candidaten tegemoet. Langzamerhand zullen hier de ongeregelde toestanden een einde nemen; en gemeenten en studenten zullen zich daar beter bij bevinden.

Als die verbetering eenmaal intreedt, duurt het nog geruime tijd voor die merkbaar wordt in de grotere gemeenten. Daar vooral zijn de langdurige vacatures, daar ook gaan de meeste predikanten met emeritaat en ontstaan dus nieuwe vacatures. De doorstroming vergt tijd.

De knelpunten liggen in die grotere gemeenten, nader beperkt tot stedelijke gemeenten. Het verschil tussen stad en platteland wordt gaandeweg uitgewist; de bevolking verplaatst zich en de uitbreiding van vele dorpen brengt stedelijke toestanden met zich mee, ook op kerkelijk gebied. Met stedelijke gemeenten bedoel ik stadsgemeenten en gemeenten, waar men meerdere modaliteiten kent en een predikantsplaats voor de hervormd-gereformeerde modaliteit met moeite kan handhaven, of ook met enige onwil nog wil toestaan. Deze gemeenten hebben met bijzondere moeilijkheden te kampen, predikantsplaatsen daar zijn kwetsbaar. Het gevaar is niet denkbeeldig dat ze opgeheven worden, en er zijn voorbeelden van. Als het beroepingswerk lang gaat duren, neemt dat gevaar toe.

Wij spannen ons, gelukkig, in voor de inwendige zending. Wij zijn genegen, stedelijke gemeenten te hulp te komen bij de vestiging van een predikantsplaats. In stedelijke gebieden krijgen we steeds meer predikbeurten. Alles goed en wel. Wat baat het, als bestaande predikantsplaatsen niet bezet kunnen worden?

Hierbij denk ik niet aan kerkelijke politiek, aan onze positie, die gevaar loopt. Al te vaak vergeten wij, dat het om heel de kerk gaat, en om heel het volk. Niet, dat wij aan onze trekken komen, maar dat de prediking van het Woord naar de belijdenis der kerk, de gemeente als een zuurdesem zal doortrekken. Is dat onze echte en rechtmatige bezorgdheid, dan zullen we, zo veel mogelijk, kerkelijk te werk gaan; en we zullen de grote waarde van een predikant ter plaatse ontdekken. Eén vogel in de hand is beter dan tien in de lucht. Eén predikantsplaats is beter dan tien predikbeurten!

De randstad loopt gevaar geestelijk en kerkelijk te verkommeren. Het beroepingswerk gaat er veel langzamer, er zijn meerdere instanties in gemoeid, ieder beroep is er een. De kerkeraad is niet gemakkelijk voltallig te houden; wijkgemeenten verouderen, gemeenteleden verhuizen, er doen zich wijzigingen voor. De teleurstellingen worden hier niet zo gauw verwerkt en de verantwoorde keuze is ook moeilijker. Moedeloosheid dreigt zich van de mannen broeders meester te maken. Wat kunnen zij een beroepen predikant 'bieden'? Een aantrekkelijke woonplaats, een aantrekkelijke werkkring, een mooie pastorie, een tractement met toelagen? Vaak niets van dat alles. Is het daarom, dat de vacature zo lang duurt?

Sommigen zeggen: laten we ons maar terugtrekken, de stad is toch verloren. Maar de beslissingen vallen nog altijd in de stad. Wat hier verloren gaat wordt elders niet teruggewonnen, dat merkt u wel aan de nieuw-ingekomenen. De stad loopt wat op de ontwikkeling vooruit, het dorp loopt er wat achteraan, maar met die ontwikkeling krijgen beiden te maken; de ontkerstening van stedelijke gebieden wreekt zich landelijk.

Hulde aan de broeders, die volharden. Het behoort tot de hartversterkende ervaringen, dat velen op hun post blijven en doen wat ze kunnen, zo lang het nog kan. Het behoort tot de hartverkwikkende ervaringen, dat de gemeente in de stad, hoe verstrooid ze is, zich laat vergaderen. Er doen zich verrassingen voor; wij hebben met een verrassend God te doen. De Here houdt Zijn hoge hand aan de bediening van Woord en sacrament, en als Hij werkt, zullen wij dan zeggen, dat er niet te werken valt?

Het beroep dat hier gedaan wordt, is een klemmend beroep. Schapen, die geen herder hebben, zoekt de Here op. Ik zal naar mijn schapen vragen. Mag men voor zo'n beroep niet bedanken? Stellig wel. Maar niet zonder dit alles bedacht te hebben. Wie weet hoe korte tijd ons nog maar gegeven wordt, en de tijd gaat snel. De ontwrichting van de christelijke gemeente gaat door. Wat vandaag nog te bereiken is, is morgen buiten bereik, voor zo ver men dat mag zeggen en ziet aankomen. Vergeet de jeugd niet. Het zijn niet de velen, het zijn de weinigen, die er om verlegen zijn. Versterkt het overige, dat sterven zou.

Knelpunten. Er zijn er meer te noemen. Laat de stedelijke gemeente niet het kind van de rekening worden, door het predikantentekort en in het beroepingswerk. Dat is de korte inhoud van dit verhaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Knelpunten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's