De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

20 minuten leestijd

Achter het chinese masker

In de persschouw van "Waarheid en eenheid' van 11 juli troffen we een artikel aan onder bovenstaande, titel van dr. J. V. d. Linden uit het Utrechts Kerkblad. Naar aanleiding van het bezoek van president Nixon aan China schrijft v. d. Linden dat China's leiders de donkere kant van het communistisch regiem zorgvuldig schuilgehouden hebben achter bloemen en toespraken. Achter de mooie voorgevel speelt zich een hard leven af, een streng dictatoriaal bewind, een onderdrukken van elke vrije meningsuiting. Dr. Van Linden schrijft in dit verband:

Naar schatting 800 miljoen mensen leven in China onder een autoritair regime, zoals dat alleen in communistische landen de illusie levendig houdt van een volksregime, Mao's bewind gunt het volk nauwelijks enige vrijheid en door willekeurige veranderingen in de binnenlandse politiek heeft het China meer dan eens aan de rand van de chaos gebracht.

Niemand beschikt meer over eigen toekomst. De bekende beweging, aangekondigd onder veel tamtam als 'terug naar het land', heeft de studie van duizenden studenten volkomen willekeurig onderbroken, voor velen voorgoed. De controle op de Chinese maatschappij is zo strak doorgevoerd, dat niemand ontkomt aan de maatregelen die de regering in Peking meent te moeten nemen. Of het nu gaat over geboortecontrole, of het late huwelijk, dat nu als ideaal wordt voorgesteld, in de praktijk heeft de partij, de regering het laatste woord. De politieke indoctrinatie volgt de Chinees van stap tot stap. Een vrije markt bestaat niet, voedsel en kleding, alles wordt toegemeten. Het volk heeft geen enkele zeggenschap in de vorming van de regering, laat staan in het bepalen van politieke richtlijnen. Het Nationale Volkscongres komt éénmaal in de zoveel jaar bijeen en mag dan door handgeklap de maatregelen van de regering onderstrepen. Abrupte veranderingen in de kring van de leiders is een ander bewijs van de autoritaire machtsverhoudingen, die af en toe aanleiding geven tot een strijd op leven en dood.

Het laatste voorbeeld is de verdwijning van het toneel van Lin Piao, de aangewezen opvolger nog wel van Mao. Van de ene op de andere dag wordt een held als verrader gezuiverd en men hoort niets meer van hem.

Nooit heeft iemand een schatting durven maken van het aantal slachtoffers van deze laatste Chinese revolutie. Dat getal is hoog. Ook nu komen nog volksrechtbanken voor die op staande voet recht spreken, en de onmiddellijke executies zijn het bewijs, hoe de rechten van het volk 'gehandhaafd' worden.

Het China van vandaag is nog geen paradijs. Het getal vluchtelingen, dat dagelijks de uiterst gevaarlijke wateren tussen China's vasteland en Hongkong komen overzwemmen spreekt boekdelen. In 1971 waren dat officieel 3.900. Waarnemers taxeren het op 20.000. Dertigduizend anderen zouden bij hun pogingen om het paradijs te ontvluchten zijn omgekomen of gearresteerd.

Geen enkele kring ontkomt aan de harde hand van het regime. Ook de universiteiten niet. Dat ondervonden die journalisten die met westerse idealen voor zich daar een bezoek mochten brengen. In de universitaire wereld kwamen zij in aanraking, niet met de bloemen bij Nixons bezoek, maar met de harde realiteit van het communistische regime, dat in een ongelooflijke - greep zijn mensen aan zich dienstbaar maakt.

De eerste indrukken waren bijzonder gunstig. De campus was een oase van rust. Daarna werden veel vriendelijke woorden uitgewisseld. Maar bij de informele gesprekken ging het masker af. Met name waren er twee professoren, één uit de jongere, één uit de oudere generatie, die met hun bekentenissen een blik gunden in de 'democratische vrijheden' van de universiteit in China.

De oudere mr. Chou, voorzitter van het revolutionaire comité, een man die in Amerika en Europa had gestudeerd, begon met zijn bekentenis. Voor de culturele revolutie was hij een hoogleraar geweest die zich helemaal had aangepast aan het revisionisme van de Sovjet.

’Nu zie ik, dat ik toen dwaalde. Ik bestudeerde Mao's geschriften en ik realiseerde mij, dat ik op de verkeerde weg was'. Hij voerde verder aan, dat het universitaire onderwijs niet had beantwoord aan de behoeften van het volk, dat het alleen maar de elite bediende. De universiteit was nu anders geconstrueerd. Zij bracht nu studenten en arbeiders samen en accepteerde daarbij alleen hen die door de partijinstanties waren aanbevolen.

Eenmaal op de universiteit besteden de studenten een derde van hun tijd aan arbeid in fabrieken. Hun studie is teruggebracht van zes tot twee, hoogstens drie jaar. Alle professoren hadden hun fouten nu ingezien. Zij hadden de wijsheid van Mao erkend.

Wie dit leest, denkt even aan de studenten van Europese of Amerikaanse universiteiten, die zo warm lopen voor Mao. Nu de deuren van China opengaan, zou het een goed ding zijn, als juist deze studenten zich eens op de hoogte gingen stellen van wat democratische vrijheid in China betekent. Ik stel mij voor, dat het getal Maoïsten in de imiversitaire wereld beduidend zou afnemen en hun stemmen behoorlijk gedempt zouden worden.

Temidden van dit alles blijft de bange vraag: hoe kunnen christenen nog leven in een dergelijke wereld? Wat komt er van de kerk terecht? In een autoritaire, aan het christendom zo vijandige omgeving verwondert het niet, dat het leven van onze christen-broeders en - zusters aan alle kanten bedreigd is. Dagelijks staan zij aan vele verzoekingen bloot, dagelijks zien zij zich omringd door allerlei gevaren.

Laatste berichten meldden, dat officiële toestemming is gegeven voor de viering van een islamitisch feest. Andere bezoekers hebben ergens een roomskatholieke mis mogen bijwonen. Maar dit zijn beslist uitzonderingen. De culturele revolutie heeft met één slag heel het religieuze leven de catecomben ingejaagd. Voor het Chinese volk, en dat geldt bijzonder voor de jongere generatie, is de godsdienst uit het leven verdwenen, net als dat in Rusland het geval is. De staat en zijn ideologie eisen de Chinese mens van ogenblik tot ogenblik op. Voor iets anders is geen aandacht meer. Het rode boekje is het enige evangelie dat ze mogen behouden, en Mao's filosofie zal de intelligentia doen verstaan, dat alleen daarin het laatste antwoord op de vragen van deze tijd is gegeven.

Hoeveel mensen er in de gevangenissen van China zitten om hun geloof, weet niemand. Wat er in de toekomst hen nog te wachten kan staan, tekent ons het boek van de Openbaring.

Nixon's bezoek moest worden gebracht. De muur moest eindelijk worden doorbroken. Wat dit bezoek betekenen zal voor de doorbraak van Gods Woord in China kan niemand voorspellen.

Zo te zien zal er nog heel veel tijd verlopen voor wij weer verbindingen kunnen openen met onze broeders en zusters in dat grote rijk. Nog verder weg schijnt de tijd, dat de 'zwijgende' kerk van China vrijuit zal mogen spreken van het evangelie, dat ook voor de nieuwe Chinese mens het bevrijdend heil bevat.

Het is goed dat dit onder onze aandacht wordt gebracht. Maar al te dikwijls wordt door allerlei voorlichtingsmedia gesuggereerd dat het Marxisme toch eigenlijk hetzelfde doel nastreeft als het christendom en dat samenwerking best mogelijk is. En zeker het Marxisme mo­ge zich in vele vormen en gedaanten aan ons voordoen, en in verschillende richtingen uiteenvallen, laten we niet blind zijn voor de grote bedreiging van een communistisch-marxistisch regime. Inderdaad, westerse studenten die zo warm lopen voor China en 'flirten' met het Maoïsme mogen zich wel terdege afvragen wat vrijheid, geestelijke vrijheid betekent in communistisch China.

De kerk in Vietnam

Dagelijks houdt de kwestie Vietnam vele gemoederen bezig. Onvoorstelbaar is het leed van de bevolking in Noord-en Zuid-Vietnam. Het is te begrijpen dat velen vraagtekens zetten achter de Vietnampolitiek van Amerika. Niettemin is te vrezen dat de voorlichting van pers en t.v. op zijn minst eenzijdig gekleurd is en bepaalde facetten verzwijgt. In Opbouw heeft proj. Veenhof erop gewezen dat onze voorlichtingsorganen doorgaans zwijgen over de situatie van de kerk in Vietnam. Hij publiceert nu een getuigenis van een Protestants Zuidvietnamees predikant, dat hij aantrof in een Canadees tijdschrift. Boven dit getuigenis van deze Vietnamese christen staat: Ik geloof in God voor Vietnam. We citeren uit dit aangrijpende stuk enkele gedeelten:

Ik zou graag getuigenis willen afleggen van mijn geloof in God.

Het is voor anderen heel moeilijk het verdriet en het lijden te verstaan waarin gedurende de laatste 25 jaar het volk van Vietnam werd gedompeld. En ook vandaag woedt nog steeds een bittere oorlog. Onze kerkhoven zijn vol, en het aantal wezen en weduwen neemt van dag tot dag toe. Alle 45 provincies van Zuid-Vietnam hebben militaire hospitalen, en in Saigon is een inrichting waarin altijd twee of drie duizend patiënten verblijven. Ongeveer twintig duizend mensen zijn voor heel hun leven verminkt.

Altijd wanneer ik aan deze dingen denk vervult grote droefheid mijn hart. Maar nog dieper smart komt er in mij als ik zie hoe mijn volk God de rug toekeert en voortgaat met een leven in zonde. Ik weet dat, tenzij God het genadig is, mijn volk de ondergang waard is.

Maar ook in het grote verdriet is er voor mij toch heel veel om God te loven. Wij hebben een klein beetje troost: wij hebben namelijk nog steeds vrijheid, in het bijzonder de vrijheid van godsdienst. De Vietnamezen strijden om die vrijheid te behouden. Wij willen geen oorlog, maar wij willen evenmin slaven worden.

Toen verleden jaar herfst bekend werd gemaakt dat de Amerikaanse regering besloten had de bombardementen op Noord Viet Nam te staken, werden de mensen hier zeer verontrust. Zij dachten dat de Amerikanen ons in de steek zouden laten en dat vroeg of laat Viet Nam zou worden overgegeven aan de communisten. Iedereen werd zeer pessimistisch en had geen vertrouwen meer in de toekomst. In die dagen durfde ik geen krant meer in te zien. Ik durfde niet meer naar de radio te luisteren, omdat het aardse nieuws mij bedroefd maakte. Ik verlangde er naar iets uit de hemel te horen en daarom begon ik te bidden en meer te lezen in het Woord van God. Ik verlangde er naar te weten wat God met ons vóór had. Gedurende vele jaren bad ik zó: 'Heere, in het verleden, ver weg in het verleden, zaagt Gij neer op de 120.000 mensen in Nineveh en Gij verdelgde ze niet. Heere, kunt Gij nu de vijf en dertig miljoen Vietnamezen niet liefhebben, de vijf en dertig miljoenen van mijn volk? Onder hen zijn er meer dan vijftigduizend van Uw kinderen.'

Troost vervulde mijn hart en ik ging voort met op deze wijze te bidden. Ik smeekte, of de Heere de vijf-en dertig miljoen Vietnamezen wilde blijven liefhebben en ik herinnerde Hem er aan dat er meer dan vijftigduizend van zijn kinderen onder hen waren.

Opeens dacht ik aan China. Daarin leefden honderdduizenden van Gods kinderen onder de zeven honderd miljoen Chinezen, en toch liet God hen in de handen van de communisten vallen. En vandaag leven zij daar in groot verdriet en lijden. Hoe kan ik dan de Heere vragen de vijf en dertig miljoen Vietnamezen lief te hebben terwijl er slechts vijftigduizend, christenen onder hen zijn? Ik begon te wanhopen en mijn geloof zonk ineen...

Ik geloof dat wij door het geloof de beloften die vroeger gegeven zijn mogen aangrijpen in het heden. De beloften in het Woord van God die tot de geschiedenis behoren kan ik in het heden op mijzelf toepassen. Jesaja 41:10 is daarvan een voorbeeld: Vrees niet, want Ik ben met u: Wees niet verschrikt, want Ik ben uw God.' Deze belofte was waar voor de Israëlieten lang geleden en zij kan waar zijn voor mij vandaag.

Ik begon te zoeken in de historische boeken en ik vond beloften die in het algemeen waren gegeven, maar ik kon die op mijzelf toepassen. God is trouw. Hij kan niet liegen. Ik wilde Hem loven door alles te geloven wat Hij had gezegd. Ik verlangde ernaar dat de hele wereld zijn glorie zou kennen.

Ik wil getuigen door de geschiedenis van Abraham. God beloofde aan Abraham drie dingen. In de eerste plaats het land Kanaan als een erfenis; in de tweede plaats dat zijn nakomelingschap talrijk zou zijn als de sterren aan de hemel en het zand van de zee; en in de derde plaats dat zijn nakomelingen ten zegen zouden zijn voor alle volken der wereld. Nu, deze beloften zijn groot. Behalve God is er niemand die ze kan vervullen. Toen God deze beloften aan Abraham gaf bezat deze geen enkel stukje land. Hij had niets waarop hij zijn voet kon zetten en zeggen: 'Dit is van mij'. Hij had geen kinderen. Maar Abraham geloofde in God en hij verliet Ur der Chaldeën en volgde Hem. Omdat Abraham God geloofde liet hij Lot het beste deel van het land kiezen — hij wist dat Lot niets van dat land zou kunnen krijgen, omdat God het geheel aan zijn — Abrahams — afstammelingen had beloofd. Evenzo waagde hij het vanwege zijn geloof zijn enig kind te nemen en het gereed te maken om het op een altaar aan God op te offeren. Als Abraham het waagde zó te geloven kon God niet anders doen dan zijn beloften waar maken.

En we weten dat God dat ook inderdaad deed. Kanaan behoort nu aan de Israëlieten. Naar het vlees behoort Jezus tot de Joden, en door het geloof wij ook. Door Jezus Christus is heel de wereld gezegend.

Toen paste ik de belofte op mij zelf toe. Ik dankte God omdat Hij zijn beloften aan Abraham vervulde en ik zei: 'Heere, wilt U als het U behaagt deze beloften ook op mij toepassen. Zoals Gij het land Kanaan aan Abraham beloofde, zo vraag ik U nu, Heere, ons het land Viet Nam te geven — zodat wij hier, in dit land, kunnen blijven wonen en U hier eren en dienen. En laat ons niet alleen het voorrecht ontvangen om het evangelie in Zuid Viet Nam te prediken, maar wilt U als het U belieft ook de deuren van Noord Vlet Nam openen opdat wij ook daar mogen prediken. En ik deed de belofte: 'Heere wij zullen niet uit dit land weggaan. We zullen hier blijven. Vervul deze belofte als het U behaagt zoals U dat deed aan Abraham.'

In de tweede plaats dacht ik er aan welk een groot ding de Heere aan Abraham deed toen Hij zijn nakomelingen vermenigvuldigde tot ze in aantal waren als de sterren van de hemel en het zand der zee. Toen knielde ik neer en zeide: Heere, geef als het U belieft, tien miljoen bekeerlingen in Viet-Nam.

In de derde plaats: De Heere zeide dat in Abrahams zaad alle volken der aarde gezegend zouden worden. En daarom bad ik: Heere, vergun, als 't U behaagt. Uw kinderen en Uw kerk hier een bron van zegen te worden voor de mensen rondom ons. 'Bidt dat de Heere moge antwoorden op dit gebed en dat wij metterdaad een bron van zegen mogen zijn voor al ons volk in Viet Nam.' Wij leggen ons met alle kracht toe op het prediken van het evangelie. Wij hebben het besluit genomen 'diep en wijd' het evangelie te brengen. Wij geloven dat daardoor God ons land van de oorlog verlossen en de vrede herstellen zal.

Van die tijd af tot nu toe vraag ik, telkens wan-, neer ik neerkniel om te bidden, om deze drie dingen: 'Geef ons het land van Viet Nam; sta ons toe hier te blijven en U te eren en te dienen. Geef ons tien miljoen bekeerlingen. Heere, indien het U behaagt, laat de kerk een bron van zegen worden voor onze gehele natie.'

Ik houd mij met alle kracht vast aan de beloften van God omdat ik weet dat God veel meer kan doen dan ik heb gevraagd. Soms werd mijn ziel geschokt en moest ik tot God terugkeren en heeft Hij mij bestraft. De Heere herinnerde mij er aan wat met de Israëlieten in de woestijn gebeurde. Hij gaf Kanaan aan de Israëlieten en zei tot hen dat zij dat land moesten binnengaan. De Heere zei: 'Gaat er in. Weest niet bevreesd.'

Maar er was een aantal Israëlieten dat er niet in wilde gaan. Dat geschiedde niet omdat hun vijanden sterker waren dan zij. Dat geschiedde ook niet vanwege gebrek aan voedsel of wapens. De oorzaak waarom zij niet in staat waren het beloofde land binnen te trekken was dat zij niet geloofden. Ongeloof belette hen. Ongeloof beroofde hun van een grote zegen. Ongeloof doodde hen. Ik vroeg de Heere mij te bewaren voor ongeloof. Ik vroeg Hem mij geloof te geven om sterk te zijn voor Hem omdat ik alleen door het geloof Hem kan prijzen. Indien ik niet geloof beledig ik Hem. Ik maak Hem dan tot een leugenaar.

Prof. Veenhof wijst erop dat men een dergelijk getuigenis niet gaat analyseren. Wel is het goed in het licht van bovenstaande de vaak zeer eenzijdige voorlichting over Vietnam critisch te bezien. Weet men wel, wat men doet, wanneer ook in Nederland allerlei mensen zich zo posi­ tief opstellen ten aanzien van Noord-Vietnam? Veenhof merkt in dit verband op:

Waar de Vietcong even de macht in handen kreeg heeft zij op gruwelijke wijze huisgehouden. Gedurende de 26 dagen dat de Vietcong-Iieden de oude keizerstad Hue bezetten hebben zij ongeveer 5000 burgers op beestachtige wijze vermoord. De Vietcong had lijsten van mensen opgesteld die zonder vorm van proces gehquideerd moesten worden. 2800 lijken zijn tot dusver gevonden. Van de vermoorden waren vaak de handen met ijzerdraad op de rug vastgebonden, vaak ook waren lappen in de mond gestopt. Velen waren levend begraven.

Met Pasen begon Noord-Vietnam, gesteund door de Vietcong een formele oorlog tegen Zuid-Vietnam. Het was een openlijke agressie, een schending van het verdrag van 1954. Het leek er eerst op dat Zuid-Vietnam onder de voet zou worden gelopen. Waar de communisten aanvielen ging de gehele bevolking in doodsangst op de vlucht. Oorlogscorrespondenten spraken van files vluchtelingen van 100 km lang. Van een begroeting van de indringers als 'bevrijders' was nergens sprake. Na de eerste verwarring hebben de Zuid-vietnamese soldaten met de moed der wanhoop gevochten. Het offensief kwam tot staan. An-Loc werd heroverd. Quang Tri wordt thans door de zuidelijken aangevallen.

In ons land werd een comité gevormd, 'Jongeren voor Vietnam' dat zich zonder meer achter het communistische regiem van Hanoi en de Vietcong plaatste. Een groot aantal jongeren-organisaties doet daarin mee. O.a. de Antirev. Arjos, het L(andelijk) C(entrum) (voor) G(eref.) J(eugdwerk), de studentenraad van de Vrije Universiteit enz. Bovenaan op de lijst van meewerkende organisaties prijkt het A(lgemeen) N(ederlands) J(eugd) V(erbond), de communistische jeugdorganisatie. In één front steunen deze organisaties de strijd der communisten tegen het vrije Zuid-Vietnam.

Spoedig na het optreden van dit Jongeren-Comité trok de F.J.G. — de federatie van jongeren-groepen van de P.v.d.A. — zich daaruit terug. De reden daarvan was dat de communistische jeugdorganisatie weigerde te aanvaarden 'dat beslissingen in het Comité met meerderheid van stemmen worden genomen, wanneer geen overeenstemming zou bereikt kunnen worden door discussie'. Daarbij speelde een rol dat het A.N.J.V. 'bij al zijn doen en laten volledig afhankelijk is van en ondergeschikt is aan de C.P.N.' De Geref. jeugdorganisaties bleven evenwel in het comité.

Ds. Ruitenberg, de bekende redacteur van 'Hervormd Nederland', lid van de P.v.d.A., uitte zijn verwondering over dit blijven meedoen van de Gereformeerde jeugdorganisaties in het Comité. Hij schreef letterlijk: De gereformeerde jeugd 'heeft bepaald minder ervaring dan sociaal-democraten met de sinds 50 jaar ongewijzigde tactiek van communisten. En die is: meedoen met anderen en ervoor zorgen dat  je je zin krijgt onder het gezichtspunt van de politiek van de Communistische Partij. Het doel waarvoor je vecht is altijd ondergeschikt aan het belang van de partij. Het klinkt zo fraai: eensgezinsheid na brede discussie. Maar... zo'n discussie heeft alleen zin bij reeds bestaande fundamentele eensgezincheid. Dan is het mogelijk op onderdelen elkaar te overtuigen. Waar die eensgezindheid er niet is, en men toch wil samenwerken, zal men meerderheidsbesluiten moeten nemen en verantwoordelijkheid willen aanvaarden voor zaken, die men op zichzelf anders gewenst had.

Wie dat niet wenst, stelt zich buiten het samenwerkingsverband. En wie daar de consequenties niet uit trekt, is een dwingeland. Bij meerderheid van stemmen besluiten is altijd een eerlijke verlegenheidsoplossing tussen mensen, die elkaar ook bij verschil van mening vertrouwen.

De eis om niet gebonden te zijn als men zijn eigen zin niet krijgt is een blijk van autoritaire, soms wel terroristische gezindheid.

Wij hebben geen behoefte aan anti-communistische hetze. Maar wel aan duidelijkheid op het stuk van democratische gezindheid.

Die duidelijkheid is ten aanzien van het Jongeren Vietnam comité weer eens gegeven. In het overkoepelend orgaan van de Geref. Jeugdorganisaties, de L.C.G.J., is onlangs het deelnemen aan het Vietnam-comité opnieuw ter sprake gekomen. De provinciale centra in Groningen en Drente keerden zich tegen de deelname daaraan. Maar in grote meerderheid besloot het bestuur op de ingeslagen weg voort te gaan.

Wat Zuid-Vietnam te wachten staat als de Vietcong de overmacht zou krijgen werd door de Vietcongradio zeer openhartig bekend gemaakt. Zij maakte nl. in een uitzending de richtlijnen bekend volgens welke in de 'bevrijde' gebieden van Zuid-Vietnam zou worden opgetreden. Het zijn deze:1. Politieke herscholing in zo snel mogelijk tempo. 2. Alle mankracht moet worden ingezet om de verliezen van het 'bevrijdingsleger' te kunnen herstellen. 3. Alle medewerkers van Thieu moeten worden verwijderd. 4. Ongewenste elementen moeten onmiddellijk worden geliquideerd. De onlangs overleden journalist Jan Rups zond in april uit Washington het bericht door dat de 'denkfabriek' van de Rand Corporation op grond van diepgaande studie had be­ rekend dat wanneer de Vietcong in Zuid-Vietnam aan de macht kwam zeker zo'n honderdduizend 'andersdenkenden' zouden worden geliquideerd. Wat in Hue in 1968 gebeurde maakt deze becijfering alleszins geloofwaardig.

Prof. Veenhof is dan ook, m.i. terecht, beducht voor een coalitieregering waaraan ook de Vietcong deelneemt in Saigon. Wij hebben z.i. de les van de oosteuropese staten na wereldoorlog II ter harte te nemen.

We weten toch maar al te goed wat er van coalitieregeringen waaraan communisten deelnamen vlak na de tweede wereldoorlog geworden is! In'Oost-Duitsland, in Tsjecho-Slowakije, in Polen, in Hongarije! Op welk een schandalige wijze de communisten zich daar van de macht meester maakten! En welke gruwelijke dingen daarop gevolgd zijn. In ons land heeft men de mond vol over democratie, vrijheid in het uitoefenen van het kiesrecht, onafhankelijke rechtspraak, het recht om te gaan en staan waar men wil — kortom over al de beroemde 'Rechten van de Mens'! En als aan dat alles maar even getornd wordt, ja, als men maar méént dat daaraan getornd wordt, komen overal protestacties, woede-explosies, stakingen, 'bezettingen' enz. En nu zegt men: laat Zuid-Vietnam dat alles maar prijsgeven! Daar komt nog bij dat een communistisch regiem in Zuid-Vietnam zeker veel meer slachtoffers zal eisen dan een oorlog.

Als Zuid-Vietnam de nacht van de communistische dictatuur zou ingaan — net zoals Tsjecho-Slowakije, Hongarije en vele andere landen — dan kan o.a. de Geref. Jeugdbeweging zich er op beroemen daaraan actief te hebben meegeholpen. Als ik aan een dergelijk lot van Zuid-Vietnam denk komt mij steeds een woord van een intelligente Koreaan, met wie ik veel contact had, voor de geest. Vertellend van wat hij in Korea had meegemaakt zei hij meermalen: Men heeft er in Europa geen flauw besef van hoe wreed het Aziatische communisme is. De nood van Zuid-Vietnam is onbeschrijfelijk groot. Daar moeten wij wel diep van doordrongen blijven. En het besef daarvan zal christenen dringen tot het gebed om het leven — en de vrijheid! — van dat zwaar beproefde volk.

Beide artikelen waar we in dit persoverzicht een en ander uit overnamen raken de relatie 'kerk en politiek'. Vreemd, dat we uit de mond van hen die zo geporteerd zijn voor politieke prediking, voor gerechtigheid in de samenleving over deze aspecten zo weinig horen. Of toch ook weer niet zo vreemd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's