De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is het om niet?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is het om niet?

7 minuten leestijd

Toen antwoordde de satan de Here en zei: Is het om niet, dat Job God vreest? Joh 1 : 9

Aan Job wordt tenminste duidelijk, wat het is: God te vrezen! Hij meent het, en niemand kan hem daarin op oneerlijkheid betrappen. Satan ook niet, daarom is Job voor hem een raadsel. Zou er dan toch iemand zijn die God vreest? Hij zet er een vraagteken achter. Zijn wedervraag luidt: Is het om niet. . . dat Job God vreest? De vraag klinkt onschuldig, het is maar een vraag. Maar er broeit een duivels wantrouwen in. Satan kan niet ontkennen dat Job vreest; hij is poolshoogte gaan nemen in diens woonplaats; hij loerde min of meer op hem, wanneer zijn kinderen feest vierden. Maar hoe scherp hij oplette, er viel niets te ontdekken. Hij moet het dus toegeven: oprecht en vroom. Hij wil het echter niet toegeven. Het komt niet in zijn kraam te pas, dat er op aarde mensen zouden zijn die God dienen en dat eerlijk menen.

Is het om niet, dat Job God vreest? Een duivels venijnige vraag. Het mag dan waar zijn, maar wat beweegt hem daartoe? Echte godsvrucht is aanvechtbaar, niemand weet dat beter dan de satan. Volgens hem is ze onvoorstelbaar. Zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Satan diende — hoe lang is dat al geleden — God. Hij zocht daarin zichzelf, hij wilde er beter van worden, tot hoger aanzien stijgen. Berekening was het. En berekening is het bij Job.

Zo trekt hij diens godsvrucht in twijfel. Satan twijfelt aan alles wat met God te maken heeft. Hij vertrouwt hem niet, en strooit het zaad van de twijfel met kwistige hand in de harten. En hij vertrouwt het niet. Daarom maakt hij mensen, die de Here vrezen, onzeker. Zou het wel waar zijn? Hij kan niet bewijzen dat het niet waar is. Hij maakt het wel stelsematig verdacht. Is het om niet? Job heeft niet over God te klagen. God is zijn beschermheer. Het gaat hem goed, geen wonder dat hij de Here te vriend wil houden. Heel zijn welstand is er mee gemoeid. Zijn vroomheid legde hem geen windeieren. God is de garantie van zijn geluk. Houdt de Here niet langer Job de hand boven het hoofd, dan heeft die vroomheid afgedaan. Dan zal Job er de brui aan geven. God zegenen. Dat is hier zo veel als vaarwel zeggen, verwensen. Daar is de satan van overtuigd. Maar dan deugt die vroomheid niet, dan dient ze het eigen belang. En daarmee legt hij de vinger bij de wonde plek van de godsdienst in het algemeen, en van Jobs godsvrucht in het bijzonder.

God dienen; zolang het de moeite loont, zijn we er voor te vinden. Het loont kennelijk de moeite, daarom doen we er aan. We voelen ons en het onze beveiligd, en willen dat graag zo houden. Maar het is kennelijk niet 'om niet'. Wij winnen er iets mee. Als de satan dit zo stelt, moet dat goed tot ons doordringen. Hoe veel godsdienst is in de grond geen belegging, die goed betaalt. Het is voordelig, en zo lang wij menen dat het voordelig is, houden wij er de hand aan. O wee, wanneer dat voordeel in nadeel zou omslaan! Boekhouders zijn wij; brengt het winst, zo veel te beter.

God vrezen is winstgevend. Zo vecht satan in dit geval de godsvrucht aan. Vandaag waait de wind meestal uit een andere hoek. God vrezen doen de mensen, omdat, en zolang ze er ellendig aan toe zijn. Ze hebben hem nodig alweer om er beter van te worden, hier, en hiernamaals. De mensen voelden zich vroeger bedreigd door de natuur. Ze stelden zich veilig in hun godsdienst. Nu we de natuur langzamerhand overmeesterd hebben, gaat de godsdienst zijn zin verliezen. Hoe meer de mens zichzelf weet te redden, hoe zelfstandiger hij wordt, hoe minder er van de godsdienst overblijft. Zo wordt er beweerd, en schuilt er geen waarheid in? Zien we het niet gebeuren?

U mag in de plaats van de natuur ook over de structuur spreken. De maatschappelijke structuur, met z'n vele misdeelden, houdt de godsdienst in stand, als een soort compensatie. Verander de maatschappij, maak er een socialistische samenleving van, dan zal de godsdienst uitsterven. De mensen hebben er dan geen behoefte meer aan. Waar armoede en nood verdwijnen wordt God overbodig. Hij moet nu het een en ander voor ons opknappen. Maar hoe meer 'doe het zelvers' er zijn, hoe minder Hij er aan te pas komt. Dat zei Marx. Dat zegt de satan: Is het om niet? Zou hij gelijk hebben?

De vraag is aan ons gericht. Dienen wij de Here — nu neem ik dat dienen heel ruim en daarom wat vaag — dan doen we dat, in de hoop door Hem geholpen te worden. Dat wordt nergens duidelijker dan in het gebed. Is godsdienst dan middel tot doel. Het doel is mijn welstand, mijn behoud desnoods. Mijn zaligheid soms. Wij willen dat doel bereiken, met behulp van God. De dienst van God is vergiftigd door eigenliefde, al zijn we ons daarvan niet bewust. Een ontdekkende vraag: Is het om niet? Is de liefde tot God geraffineerde eigenliefde? Onze natuur nam de draai om ons eigen ik en neemt alles, ook onze godsdienst, als het zou kunnen ook God, daarin mee. Wat moet ik met zo'n vraag? Ik kan alleen maar in hoger beroep gaan: Doorgrond mij o God en ken mijn hart. En zie of bij mij een schadelijke weg is.

De ware godsvrucht is geen zelfzucht! Ware godsvrucht, dat is een hersenschim. Daar gelooft satan niet in, daar gelooft hij nooit in. Daar geloofde hij ook niet in toen hij Christus in de woestijn ontmoette. Dien mij, en alles valt u in de schoot. Hij trachtte Hem te verleiden, vragender en gevender wijze. Aan Christus werd het duidelijk, dat de echte godsvrucht toch bestond en in de duivelse verzoeking stand hield. En aan Job zal het duidelijk worden in een weg van beproeving. Laat mij het er eens aan proberen, dan zal ik u de proef op de som leveren. En de Here zei: zie al wat hij heeft zij in uw hand. Neem hem alles maar af en zie dan wat er overblijft. Zo zeker is de Here van Zijn knecht Job. Van Zijn zaak, van Zijn werk.

Dat is hoog spel; dat is diepe ernst. Want nu gaat het niet alleen om de eerlijkheid van Job maar ook om de eer Gods. Satan randt die aan: Uw werk kan de toets niet doorstaan. Uw knecht zal U vloeken. Hier is de satan de tegenstander bij uitstek. Hij grimlacht boosaardig: Job is in zijn hand gegeven. Nu zal hij God te schande maken in Zijn dienstknecht. Laat God hem zijn gang gaan? Ten dele! Hij houdt de teugel in handen, maar het is een lange teugel, de satan krijgt benauwend veel vrijheid. Hij zal Job ontzaglijk veel leed berokkenen, hij zal een ware kwelgeest voor hem worden, naar lichaam en ziel. En Job, die nergens van weet, zal rondtasten in de duisternis van zijn lot, zal de handen uitstrekken in deze donkerheid naar zijn God.

Waag er alles maar aan, dan nog! Wat is God machtig. Hij neemt de handschoen op, die de satan Hem toewerpt. Is het om niet, dat Job God vreest? Inderdaad, het is uit God en door God en tot God. Het is om God! Daar kan de satan geen vinger tussen krijgen. Als wij dit lezen, houden wij ons hart vast voor Job. We houden ons hart vast voor ons zelf. Als geloof en hoop en liefde in de smeltkroes gegooid worden en het vuur wordt heet gestookt, wat zal er overblijven? Het goud wordt gelouterd. God wordt verheerlijkt. In Job? In Christus. Houdt u aan Hem, de Wortel van de ware godsvrucht. Hoort Hem; de overste dezer wereld komt en ... heeft aan Mij niets.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Is het om niet?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's