De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Cornelis van Niel en zijn ’Welrieckende Balsem’ 1683 - II

Bekijk het origineel

Cornelis van Niel en zijn ’Welrieckende Balsem’ 1683 - II

Minder bekende oude schrijvers

8 minuten leestijd

Van Niels bronnen

Van Niel was een eerlijk man, hij erkent openlijk dat hij veel te danken heeft gehad aan anderen. Hij heeft geen aanspraak gemaakt op oorspronkelijkheid, met vrijmoedigheid citeert hij uit andere schrijvers.

Dat betekent intussen niet dat hij het ene citaat aan het andere heeft geregen, de compositie van zijn boek was van hemzelf en slechts waar het hem te pas kwam haalde hij oudere schrijvers aan.

Geheel naar de gewoonte van die tijd vinden wij onder deze schrijvers zowel heidense als christelijke. Maar het mag worden gezegd dat Van Niel bepaald niet gepronkt heeft men zijn kennis van alle mogelijke griekse en romeinse auteurs. Plato en Aristoteles, Plutarchus en Vergillius, Seneca en Marcus Aurelius draven slechts enkele keren op. Veel rijker zijn de kerkvaders vertegenwoordigd. Augustinus verreweg het meest, gevolgd door Hieronymus, Chrysostomus en Lactantius. Dan de middeleeuwers, vooral Bernard maar ook Gregorius de Grote. Twee Engelsmannen kwam ik tegen: de bekende bisschop Hooper en de puritein Nehemia Rogers, ook de laatste een trouw lid van de Engelse staatskerk. Apart wil ik vermelden dat ook een enkele maal naar Luther wordt verwezen. De eerste keer dat Van Niel Luther aanhaalt betreft het een fragment van een brief die Luther schreef aan Melanchton. Van Niel noemt hem dan de 'vermaerden Lutherus' en toont kennelijk bewondering voor Luthers rotsvast geloofsvertrouwen. De tweede keer dat Van Niel Luther aanhaalt noemt hij hem 'dien treffelijcken geleerden Man Gods'; hij citeert dan uit een van Luthers werken, en wel op een punt waarin Luther het hart van zijn theologie blootlegt, door in scherpe tegenstellingen de functie van de Wet en die van het Evangelie uiteen te zetten. De derde keer dat Luther door Van Niel wordt aangehaald gaat het over de antwoorden die Luther gegeven heeft aan de duivel toen hij op een keer weer eens door hem sterk werd aangevochten.

Wat de historische literatuur betreft die Van Niel heeft geraadpleegd, wij vonden vermeld Het Leven van Marcus Aurelius, de Kerkhistorie van Eusebius, het Martelarenboek en het grote werk van Emanuel van Meteren 'Historiën der Nederlanden’.

In zijn 'Donderslagh der Godloosen' vinden wij dezelfde auteurs vermeld, alleen wat vaker. Daar wordt echter behalve Luther ook Calvijn aangehaald.

De volledige titel

'Een welrieckende ende Hertsterckende Balsem vloeyende uyt den Heylsamen Boom des Levens, staende Midden in het Paradys, Gevende den elendigen Mensch, gevallen in den Doot, wederom het leven.' Op de titelplaat komen twee teksten voor, Amos 3 : 6 'Salder een quaet in de Stadt syn dat de Heere niet en doe? ' en Hosea 6 : 1 'Hy heeft verscheurt ende hy sal ons genesen; hy heeft geslagen ende hy sal ons verbinden’.

Wat verder de titelplaat, betreft, daar staan twee vrouwen op afgebeeld, de ene als zinnebeeld van de rechtvaardige, de andere als zinnebeeld van de goddeloze. Boven de hoofden van deze vrouwen zien wij temidden van dreigende wolken en hevige winden de wereldbol. De aarde is het voorwerp van Gods oordelen en gerichten. Er is boven de wolken het alziende oog van God en daarboven staat, in hebreeuwse letters, Gods naam: HEERE! Voor de rechtvaardige zijn Gods oordelen geen reden tot schrik en ontzetting, de vrouw die de rechtvaardige moet uitbeelden draagt in haar rechterhand hoog opgeheven een palmtak van overwinning. Zij draagt een helm op het hoofd en ziet er weerbaar uit. Geheel anders is het echter gesteld met de goddeloze, de vrouw die de goddeloze moet uitbeelden kijkt handenwringend naar omhoog. Haar haren hangen los, zij is weerloos. Zij wil vluchten maar kan niet.

Rest nog te vermelden dat het boek gedrukt is te Amsterdam 'By de weduwe van Michiel de Groot en Gysbert de Groot', in 1683.

Het onvermijdelijke kruis

Reeds de titel van het boek geeft een vermoeden aangaande de inhoud. De mens is 'gevallen in den Doot', hij is alle mogelij kse soorten van ellende onderworpen, heeft derhalve troost nodig. In de H. Schrift vindt Van Niel de ware balsem waarmee de wonden van de zondaar kunnen worden genezen.

Meer dan eens citeert hij de woorden van Seneca, dat ieder huis zijn kruis heeft; hij voegt er aan toe: en anders staat het voor de deur! Niet zodra is de mens geboren of er hangen al donkere wolken boven zijn hoofd; de stormen nemen het meest toe aan het einde van de levensreis, wanneer de haven in zicht begint te komen. Wanneer het kruis op iemand afkomt heeft de mens de neiging het te ontvluchten, maar de praktijk leert dat hij dan een ander, nog veel erger kruis in de armen loopt. De schering van het leven is droefheid, de inslag is vertroosting. Het lijden is dus de ondergrond van het levenspatroon, de vertroosting moet erbij komen.

In het bijzonder voor Gods kinderen geldt dat zij het kruis in hun leven niet kunnen ontgaan. Er zijn de duidelijke uitspraken van Christus en de apostelen als: Een knecht is niet meer dan zijn heer, zij hebben Mij gehaat, zij zullen ook u haten! en: Door vele verdrukkingen moeten wij ingaan in het koninkrijk Gods. Wie Christus wil volgen zal volgens zijn eigen Woord het kruis dagelijks moeten opnemen.

Er is voor Gods kinderen niets zo gevaarlijk als voorspoed. Toen David voorspoed genoot viel hij in zware zonde, kwam hij immers tot het bedrijven van overspel met Bathseba. Niet in Egypte, waar hij weelde genoot, ontmoette Mozes de Heere, maar bij het brandende braambos, in de woestijn, waar zijn leven hard en moeilijk was. Zijn liefste kinderen heeft de Heere God nooit gespaard. Zijn eniggeboren Zoon is nooit zonder lijden geweest. Armoede, verachting, vervolging, smaad, kruis en dood zijn de schatten der kinderen Gods op aarde, de merktekenen van de Heere Jezus. Welke heilige was ooit zonder kruis? Is de poort tot het eeuwige leven niet eng en smal? Wij behagen God meer wanneer wij in lijden zijn dan wanneer wij in weelde leven. Want hoemeer een kind van God met allerlei tegenspoeden bezocht wordt des te meer wordt hij gereinigd van de zonde. Het lijden werkt louterend, het is een vuur, dat het goud zuivert van schuim en vuil. Neem bijv. de gebeden van Gods kinderen, in tijd van voorspoed zijn zij meer gebeden met de mond dan met het hart, komen zij meer uit gewoonte voort dan uit ijver. Het is nood die doet bidden, met het hart en uit ware ijver.

God legt het óns op

Het is reeds balsem voor het gewonde hart wanneer de mens bedenkt uit wiens hand het hem toekomt. Al cijfert Van Niel niet weg dat ook de duivel er zijn hand in heeft, voor hem is het toch God zelf die het zijn kinderen toeschikt. Het is met de duivel als met de Egyptenaren: toen zij ontdekten dat het volk Israël op het punt stond uit te trekken verzwaarden zij de druk. Omdat de duivel ziet dat de gelovigen zijn strikken ontkomen, stelt hij alles in het werk om ze alsnog te plagen wat hij kan. Juist diegenen der gelovigen die de meeste genade ontvingen, bezoekt hij het zwaarst. In de herfst lopen die takken van de bomen die het zwaarst met vruchten zijn beladen het meest gevaar te breken. Toch is de macht van de boze beperkt. Met alle instrumenten die hem ten dienste staan is hij toch aan handen en voeten gebonden aan de wil van God. Had Christus het hem niet toegestaan, hij zou zelfs niet één zwijn kwaad hebben kunnen doen (MattheüsS : 31).

Het lijden moeten wij dan ook ervaren als komende uit 's Heeren hand. 'Het belieft Godt de Heere ons te kastijden en te laten lijden, God heeft het alsoo gheordonneert'. Bepaalt Hij dat ge arm door het leven moet gaan, wat hebt ge er tegenin te brengen? Staat niet de rijkdom van het eeuwige leven er tegenover? Sterft een van uw kinderen — troost u met Gods voorzienigheid! Er is in God een vrijmacht die wij te eerbiedigen hebben.

Ook de hoeveelheid van het lijden ofwel het gewicht van het kruis wordt door niemand anders dan door God bepaald.

Wat past ons anders dan met lijdzaamheid te dragen wat Hij ons oplegt? Een christen kenmerkt zich door lijdzaamheid en geduld. Zelfs in tegenspoed is hij nog tevreden. In dagen van droefheid weent hij, maar hij gaat ook dan niet de perken te buiten, er is bij hem een 'matelicke droefheyt'. Hij grijpt ook niet naar onwettige middelen om zich van zijn moeilijkheden en kruis te ontdoen. Zelfs heeft een christen wanneer het lijden over hem komt er al van tevoren op gerekend. Hij ervaart de tegenspoeden als evenzovele tekenen van de liefde Gods. Hij weet dat God niet slaat uit lust tot slaan maar omdat wij het nodig hebben. De kastijdingen zelf maar ook de mate waarin zij zijn deel worden, herleidt hij tot de liefde en de wijsheid Gods. Zijn berusten is dan ook niet een berusten in het onvermijdelijke, in zoiets als een noodlot dat hem treft, maar het rusten in God zelf, die oneindige liefde is, slaat gelijk een Vader slaat. Tegelijk vermanend en vertroostend horen wij Van Niel ergens aldus spreken: 'Een Brouwer rolt en wentelt de ton met bier, maer de aerde draeght de last daervan. Doet evenso, wat voor moeijelickheyt ghy oock siet of hoort of u bevanckt, leght het op den Heere. Dit is dat de Apostel Petrus seght: Werpt alle bekommernissen op Hem, want Hy sorgt voor u. Het is Godts Ampt en eygen werck: Hy sorget voor uwe ziele, denckt dat ghy hebt eenen liefhebbenden, meweerdigh (= medelijdend) en teerhertigen Vader, die ons liefheeft ende gunstigh is, ende een vaderlicke genegentheydt ons toedraeght’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Cornelis van Niel en zijn ’Welrieckende Balsem’ 1683 - II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's