Over de verhouding van geloof en bevinding I
Wanneer wij de twee begrippen uit de titel in de Schrift en met name in het Nieuwe Testament opzoeken, dan komen wij erachter dat het woord geloof veel vaker voorkomt dan de term bevinding; dat het laatste begrip in de Statenvertaling voorkomt in Romeinen 5:4; dat het daar in het Grieks gebezigde woord beproefdheid betekent en alszodanig, zij het anders in het Nederlands vertaald, vaker voorkomt, te weten in 2 Korinthiërs 2 : 9, Filippenzen 2 : 22, 2 Kor. 9 : 13, 2 Kor. 8 : 2, 2 Kor. 13 : 3, en op andere plaatsen. Ook wordt het werkwoord bevinden in de Statenvertaling meer dan eens gebezigd, en wel zo dat het dan altijd gaat over feiten, die als feiten waar bevonden worden: Mattheüs 1 : 18, Lukas 23 : 2 en andere. Dat de woorden voor geloof en geloven in Oud en Nieuw Testament vertrouwen en kennen in onderling verband betekenen, veronderstellen wij bekend te zijn.
Beproefdheid
Gaan wij nu nader in op die ene tekst, Rom 5 : 4, waar het woord bevinding in de Statenvertaling voorkomt en waar de vertaling van het Ned. Bijbelgenootschap beproefdheid bezigt, dan lezen wij van vers 1 van dat hoofdstuk af, dat degene die gerechtvaardigd is uit het geloof, door Jezus Christus vrede heeft bij God en door Christus geleid wordt tot die genade waarin hij. 'staat' — bij Paulus niet zozeer een toestand, als wel vrucht van de gelijkvormigheid met Christus' opstanding — en roemt in de hoop op de heerlijkheid Gods. Maar hij roemt ook in de verdrukkingen, omdat de verdrukking via de lijdzaamheid, dat is: volharding, en de bevinding diezelfde hoop bewerkt, waarin hij reeds mocht roemen. En tenslotte roemt hij ook rechtstreeks in God door Jezus Christus. Het roemen is dus het 'Stichwort', het kernwoord van het begin van Romeinen 5, en waar het om gaat. is dat de gerechtvaardigde zondaar driemaal leert roemen, namelijk in de hoop op de heerlijkheid, in de verdrukkingen, en in God, met Wie hij verzoend is en Die hem aktief door Christus met Zichzelf verzoende.
In de hoop: dat begrijpen wij, want het is de hoop op de heerlijkheid en zij beschaamt niet. In God: dat begrijpen wij, want het is de in Christus Jezus verzoende God, en dit is het eeuwige leven dat wij God kennen en Jezus Christus, Dien Hij gezonden heeft; de kennis van God wordt een zaak van roem. Maar... in, of temidden van de verdrukkingen? ! Of nog scherper: roemen in de verdrukkingen als het voorwerp van het roemen? ! Laten wij eraan toevoegen, dat die verdrukkingen het deel zijn, dat de wereld die in het boze ligt, ieder die gerechtvaardigd is, toemeet. Echter, zegt Paulus, die verdrukkingen brengen ons niet af van de hoop, maar naar de hoop tóe, zoals de drukking van de melk boter voortbrengt. Hoe? Doordat God die verdrukking bij ons lijdzaamheid, dat is: volharding laat bewerken. Dus hoe harder wij geslagen worden, des te vaster klemmen wij ons vast aan onze enige hoop. Hoemeer tranen wij in onschuld(!) moeten schreien, des te sterker zien wij uit naar het land zonder tranen. Hoemeer wij moeten strijden en lijden, des te vaster hopen wij op de heerlijkheid, die God als krans en kroon aan de wettige strijd als loon verbindt. Die volharding werkt immers beproefdheid? ! Die volharding brengt immers naar voren dat wij staande blijven, niet om wat wij klaarmaken, maar om wat God in ons werkte? ! Die volharding laat immers de beproeving, de beproefdheid van ons geloof naar boven komen, en dat beproefde en waar gebleken geloof is veel kostbaarder dan zilver en goud, dat vergaat hoewel het ook beproefd is, nl. door vuur. Welnu, déze beproeving, waarin wij niet zien op mensen en op de wereld, maar op God, werkt op haar beurt opnieuw de hoop die niet beschaamt, omdat in de beproeving en beproefdheid het de liefde Gods blijkt te zijn, die in onze harten door de Heilige Geest is uitgestort. Die liefde vergaat nimmermeer, want de Heere Jezus zegt van de Geest: 'Die zal bij u blijven'.
Gods werk in ons wordt beproefd in de verdrukkingen via de volharding, en werkt de hoop der heerlijkheid, omdat de beproeving van ons geloof blijkt te zijn tot heerlijkheid Gods. Dat zijn de christenen in de wereld, voor wie Christus bidt: '... niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze'. Dat is hetzelfde dat de Geloofsbelijdenis in artikel 5 (over het gezag van de H. Schrift) zegt: 'Wij geloven zonder enige twijfel al wat daarin begrepen is .... inzonderheid omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij (de Schriften) van God zijn'. Echter, bij ons is dit inwendig getuigenis van de Heilige Geest wat losgemaakt van de Heilige Geest en ook heel wat losgemaakt van de beproeving die de Bijbel bedoelt, wanneer hij over bevinding spreekt. Daardoor is het aan de ene kant losgemaakt van het werk Gods en tot een bezit in ons geworden, aan de andere kant 'onecht', niet-levend, een soort begrip voor een super-schepping, of pure innerlijkheid. Dat is de bevinding in de Schrift geen van beide! E. Erskine zegt inzake leven uit gevoel of leven uit geloof: 'Het gevoelen beschouwt de dingen zeer oppervlakkig, en wordt ook zeer gemakkelijk door vertoningen bedrogen; maar het geloof is een doordringende en overleggende genade, het dringt zeer diep op de zaken in’.
Heiligmaking
Aan het begin sprak ik van het griekse woord voor bevinding als beproefdheid en van het daarbij behorende werkwoord als beproeven, terwijl in al de teksten, waar de Statenvertaling van bevinden spreekt, een waar-bevinden van feiten bedoeld wordt. Dat dekken wij niet met een super-schepping of pure innerlijkheid, want in beide gevallen komen wij met de vrijmetselarij, de rozekruisers en de kosmische 'wijsbegeerte' in het occulte terecht en in alle gevaren van verwarring tussen de Geest en onze geest. Beter zou het zijn om wat de Bijbel onder bevinding verstaat, te vatten in het begrip heiligmaking. Dan begrijpen wij ook het verband in Romeinen 5 beter: de bevinding staat daar tussen de volharding en de hoop in, als vruchten van de rechtvaardigmaking voor en de vrede bij God. Met bevinding als heiligmaking verwijderen wij ons nl. niet van het werk van de Heilige Geest en verwijderen wij ons ook niet van de schepping en de feitelijkheid van ons leven in die schepping. Bevinding is antwoord op de vraag: wat werkt de Heilige Geest in ons hart, verstand, gemoed, geweten en lichaam? En ook: hoe is ons leven een leesbare brief van Christus in de schepping, onder een krom en verdraaid geslacht, opdat zelfs dat geslacht onze goede werken ziet en onze Vader Die in de hemelen is, verheerlijkt?
De hoop
De Heilige Geest verheerlijkt Christus door het uit het Zijne te nemen en ons te verkondigen. Daarbij geeft Hij getuigenis in onze harten, dus in ons levenscentrum, dat de Schriften — dat is: wat Hij ons verkondigt — van God zijn. Dat is een verkondiging met macht, zoals de verkondiging van Jezus, Die de scharen leerde als Machthebbende en niet als de Schriftgeleerden, met macht was. De Heilige Geest bidt voorts voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen, omdat Hij naar (de wil van) God voor de heiligen bidt, zoals van Christus geldt dat Hij in de hemel altijd leeft om voor Zijn volk te bidden. Bovendien leert de Geest ons in de aanneming tot kinderen Gods bidden: Abba Vader. Dat is een soort heilige drieslag in het gebed, die hemel en aarde omvat. Voorts werkt de Geest heel de vrucht van de rechtvaardigmaking in ons leven als daar is; hoop — verdrukking — lijdzaamheid, dat is volharding — bevinding, dat is beproefdheid — opnieuw hoop. Het valt daarbij op, dat Paulus in Romeinen 5 telkens spreekt van 'werken': de verdrukking werkt volharding, de volharding werkt beproefdheid, de beproefdheid werkt hoop. Dat is niet omdat al die begrippen als 'begrippen' dat goede bewerken. Maar het is de Geest Die de verdrukkingen aanwendt zo dat Hij er volharding mee bewerkt, en de volharding zo dat Hij er beproefdheid mee bewerkt, en de beproefdheid zo dat Hij er hoop mee bewerkt. En het is de Geest Die op zodanige wijze de liefde uitstort in onze harten, dat wij weten en geloven dat deze hoop niet beschaamt. Dit wat betreft het hart. i(Wordt vervolgd).
Kamerik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's