Deining om de kerk
In onze Hervormde Kerk is het ene rumoer nog niet verstomd of het andere is er al weer. Het Getuigenis veroorzaakte veel deining. Daarna kwam de kwestie van het Werelddiakonaat. De sectie Werelddiakonaat vertrok, omdat het synodale apparaat als een dwangbuis werd ervaren. Toen kwam de benoeming van dr. Van den Heuvel, die inmiddels door de commissie voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen ongedaan werd gemaakt.
In het verlengde van dit alles, je kan zeggen in nauw verband met voornamelijk de laatste twee conflicten, trad nu een groep van ongeveer vijftig Hervormden — van allerlei kleur overigens — voor het voetlicht met een brochure 'Om de Kerk', waarin de 'wanorde' binnen de Hervormde Kerk onder de loep wordt genomen. Gezegd wordt: 'Vol verdriet en verontrusting zien wij hoe onze kerk dreigt vast te lopen, de generale synode is in opspraak, om haar heen verdikt de bureaucratie en de afstand tussen de synode en de plaatselijke gemeente is onmetelijk groot geworden. Maar in de samenkomst van die gemeente behoort het echte spreken van de kerk te klinken, niet zozeer in de synodale geschriften.'
Deze zinsnede is wel de kem van het pamflet, wat dan verder wordt toegespitst op een aantal concrete punten, zoals de benoemingsprocedure van de nieuwe secretaris generaal, de kwestie van het werelddiakonaat. Men brengt verder vragenderwijs ter sprake of het nog wel verantwoord moet worden geacht het synodale apparaat financieel te steunen en zo op de been te houden.
Zo op het eerste gezicht zit er veel goeds in het stuk 'Om de kerk'. Ook wij laken de 'verdikking van de bureaucratie', de grote afstand tussen synode en gemeente, de vele rapporten, die de gemeente eigenlijk nooit bereiken en zó zijn opgesteld, dat je er het hart van de kerk niet in voelt kloppen. Het komt bepaald nogal eens voor dat stukken, die van de synode komen op kerkeraadsvergaderingen als kennisgeving worden aangenomen. 'Het komt van de synode, dus 't zal wel niks zijn' wordt nogal eens gezegd. Ik wil niet zeggen dat dit de hoogste vorm van wijsheid is maar het is wel typerend voor de afstand tussen synode en gemeente. Het kan ook bijna niet anders. De synodale rapporten zijn vaak het resultaat van een compromis, van een touwtrekkerij tussen commissieleden van meest uiteenlopende richting. Of het is werk van een aantal koplopers, die vaak vakmatig bij de opstelling betrokken waren, en die het contact met de gemeente allang kwijt zijn. De stukken zijn bovendien vaak gegoten in een taal, die de gemeente niet verstaat of aanspreekt. De rapporten kosten tijd en geld en slechts zelden werken ze iets uit in de gemeenten. Het gemeentelijk leven klopt elders. Vaak zijn de rapporten niet meer dan een zelfbevrediging van theologische of sociologische koplopers.
Ik wil dus meezeggen dat het eigenlijke van de kerk ligt in de plaatselijke gemeente en dat het topzware synodale apparaat vaak frustrerend werkt voor het gemeentelijke leven. Ook wat betreft de financiële verplichtingen, die hier uit voortvloeien.
Er is bovendien ook een ander punt. Zo weinig hoort men ter synode een authentiek bijbels getuigenis. Het is vaak alles vlak en formeel. Vaak liggen de discussies in de sfeer van de vrijblijvendheid. Een profetisch spreken vanuit het Woord is spaarzamelijk, al is het er wel, gelukkig wèl.
Nu mogen we van de weeromstuit echter niet doen alsof de hele synode er niet toe doet. De plaatselijke gemeente is inderdaad het centrum, het eigenlijke. Daar klopt het hart van de kerk in de prediking, de liturgie, de sacramenten, het pastoraat, het verenigingsleven. Maar er is een onderlinge samenhang tussen de gemeenten. Er zijn classes en er is een synode, waaraan het gereformeerde presbyteriale stelsel ten grondslag ligt. De kerk kent ambelijke vergaderingen, plaatselijk om het eigen gemeentelijke leven te leiden, maar ook regionaal en landelijk om in gemeenschappelijkheid belijdende kerk te zijn en plaatselijke willekeur te voorkomen. De kerk is één ook in haar landelijke presentatie. Het verlies van deze ambtelijke structuren kan alleen maar de willekeur en de chaos vergroten, omdat er dan geen onderlinge correctie meer is, maar ieder in principe kan doen wat goed is in eigen ogen. Ik zeg niet dat de groep 'Om de kerk' dit bedoelt. Maar er kan achter dit streven schuil gaan een afdingen op de presbyteriaal-synodale structuur van onze kerk ten gunste van de 'groepjes' zonder dat er nog sprake is van gebondenheid aan orde en regel. Er kan achter zitten een uitgesproken laagkerkelijkheid, waardoor het ambtelijke karakter van de kerk óók uit het oog verloren wordt. De werkgroep 'Om de kerk' is te heterogeen van samenstelling om hier een vaste lijn te ontdekken. Maar ik ben ervan overtuigd dat de kritiek op het synodale apparaat nogal verschillende wortels heeft bij elk van de ondertekenaars en dat er onder hen bepaald ook zijn die voor de Reformatorische structuren van de kerk weinig oog meer hebben. Als dat zo is wil men de chaos te lijf met het oproepen van een andere chaos.
Wat is nodig?
Intussen blijft recht overeind staan dat 'de bureacratie zich verdikt' en dat 'de afstand tussen synode en gemeente' toeneemt. Wat hebben we daarom nodig? Geen liquidatie van de synode, ook geen synode, die zich alleen beperkt tot bestuurlijke zaken, want dan hebben we helemaal de bureaucratie ten top. Maar vernieuwing, wezenlijke vernieuwing. Die vernieuwing zal zodanig moeten zijn dat de synode zich weer primair richt op de gemeente als het centrum van het kerkelijk leven. De synode moet de gemeente dienen. In plaats daarvan maken we al jaren mee dat de synode over de gemeenten heerst, de afschaffing van de Reglementenbundel ten spijt. Het synodaal presbyteriale karakter van onze kerk heeft episcopale, dat wil zeggen bisschoppelijke trekken gekregen, doordat een kleine leidinggevende bovenlaag een grote 'macht' heeft gekregen en de invloed van enkelen zó groot is dat allerlei beslissingen soms al achter de schermen geforceerd worden. De benoemingsprocedure van dr. Van den Heuvel was daar eert triest voorbeeld van. Bovendien, de functie van secretaris generaal is wat de invloed betreft, die ervan uitgaat, ontoelaatbaar groot.
Het dienen van de gemeente door de synode zal ook moeten betekenen dat de synode zich bezig zal moeten houden met die zaken, die direct het geloof van de gemeente, de religie, het belijden raken. Er zijn vele zware en zwaarwichtige rapporten geschreven over zaken, die wereldproblemen raken of die rondom theoretische kwesties cirkelen, maar een boodschap ter bemoediging van de gemeente kon er tot nu toe niet komen. Dit verraadt bloedarmoede, die doet schreeuwen om grondige vernieuwing. De synode heeft telkenjare dagenlang vergaderd over allerlei zaken, maar weet met een boodschap ter bemoediging van de gemeenteleden geen raad. Dan moet men het contact met de gemeente wel verliezen. Dan wordt het synodale apparaat gerund door koplopers, die hun hobbies uitleven, en niet meer weten wat er in de gemeente leeft.
Wanneer de synode dan ook morgen vergadert om een nieuwe secretaris generaal te kiezen, dan heeft dit alles te maken met de inhoudelijke koers, die onze kerk wil gaan. Wil men de oude koers voortzetten, in verscherpte zin, of wil men eens ernst gaan maken met de kerk zelf, met de gemeente, met het belijden?
Synodale vernieuwing betekent ook dat van onder af de afvaardiging naar de synode serieus bekeken wordt. In januari a.s. moeten weer elf classes nieuwe afgevaardigden gaan kiezen. Hoe gaat het dan? Wordt er dan allereerst gekeken naar de tijd, die iemand beschikbaar heeft? Of ziet men uit naar de besten — wat is best overigens? — die koste wat het kost tijd vrij maken voor dit verantwoordelijke werk? En kan er niet een modus gevonden worden, dat de synode niet persé altijd èn 's morgens èn 's middags èn 's avonds vergadert, maar bijvoorbeeld alleen op middagen en avonden, zodat het probleem van zich vrijmaken — hoewel het zo toch nog wel offers vraagt — toch niet zo zwaar geaccentueerd behoeft te worden?
En hoe is het met de kerkeraden zelf? Is men ter vergadering op de classes als de afvaardiging ter sprake komt? Of denkt men: het is Den Haag maar? Laten we niet vergeten, het kerkelijk leven klopt in de gemeenten, maar de synode geeft een dwarsdoorsnede van wat in de gemeente leeft. De afvaardiging vraagt om een serieuze inzet van allen die in de kerk een ambt bekleden.
Synodale vernieuwing betekent ook dat we af moeten van het monddood maken van de synode door zogenaamde deskundigheid, niet alleen bij het opstellen van de rapporten maar ook bij het synodale beraad zelf. Als belangrijkste stukken enkele dagen voor de synode-zitting aan de leden worden toegestuurd, zodat ze eigenlijk geen tijd krijgen om zich grondig te oriënteren, en op de synode zelf de deskundigen, de opstellers van de rapporten, of de adviseurs, die ook al lang op de hoogte waren, gelegenheid krijgen om langdurig hun zegje te doen, dan wordt de synode zelf monddood gemaakt. Enkele kritische noties worden wel verwerkt maar het geheel wordt toch aangenomen zonder dat de synode er eigenlijk serieus mee bezig was.
Synodale vernieuwing betekent vooral verlichting door de Heilige Geest. Als het goed is is daar het openingsgebed op de synode op gericht. Als vooraf al in kranten te lezen staat — zoals nogal eens gebeurt — dat 'uit betrouwbare bron' vernomen is dat een beslissing wel zus of zo genomen zal worden, dan komt dat altijd heel vreemd bij me over. Is er dan niet het gebed aan het begin om verlichting door de Heilige Geest? Ik weet dat er ambtelijke vergaderingen zijn in onze kerk waar men geen slotgebed meer uitspreekt. Ontstellend! Maar van de synode geldt dat daar gebeden en gedankt wordt. De kranten weten het echter soms tevoren al hoe het afloopt. Een vreemde zaak!
Onze kerk zit in de crisis. Er is veel rumoer. De groep 'Om de kerk' heeft op bepaalde punten terecht de trom geroerd. Maar het gaat toch niet om liquidatie van de ambtelijke structuren, maar om vernieuwing. Intussen geeft al het rumoer, dat er nu is, toch ook aan dat er leven is. Deze rumor in casa is me liever dan de dood in de pot. Ik ontveins me niet dat deze rumor ook alles te maken heeft met het faillissement van de midden-orthodoxie, waardoor het schip kraakt in zijn voegen. Daarom is de vraag: hoe komen we uit deze crisis? Als een vernieuwde kerk? God geve het!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's