De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

15 minuten leestijd

De Wereldraad en de gerechtigheid

Het valt te verstaan, dat de kerkelijke pers zich in deze weken in allerlei artikelen nog wat bezig houdt met de vergadering van het Centrale comité van de Wereldraad van Kerken. Niet, dat de resultaten zo geweldig zijn. Zeker niet, waar het theologische en kerkelijke aspecten betreft. Wie de verslagen in de pers gevolgd heeft, kan zich niet onttrekken aan de gedachte, dat men bijna met een semi-politieke instelling te doen heeft. De teneur van het nieuwe theologische denken, dat de wereld de agenda voorschrijft aan de kerk, zien we ook hier duidelijk voor ons. Het grote doel van de Wereldraad is gericht op de nieuwe wereld, de nieuwe mensheid. De ene ongedeelde kerk staat model van de komende wereld. In de inleiding op het rapport over het investeringsboycot in Zuid-Afrika lezen we: De Heilige Geest, de Geest der Waarheid die Christus in de wereld heeft gezonden, overtuigt ons ook vandaag van zonde, van gerechtigheid en van oordeel (Joh. 16:7—11). Niet alleen van individuele zonden, persoonlijke rechtvaardigheid en oordeel op de jongste dag, de Heilige Geest overtuigt ons ook van zonde, die heerst in de structuren van onze maatschappij; en drijft ons om een rechtvaardige maatschappij na te jagen en niet bevreesd te zijn de sterke machten van het kwaad in de wereld te oordelen, die God al veroordeeld heeft in Christus'. Een m.i. volstrekt ongeoorloofde 'maatschappijkritische' exegese van het bijbelwoord. Wat is hier nog speurbaar van het werk des Geestes, gericht op de verheerlijking van Christus? Welke Schriftbeschouwing zit hier achter en vooral: welke hermeneutiek wordt hier toegepast? Ik meen dat we op de achtergrond van een dergelijke passage de typisch moderne wijze van vertolking voor ons hebben, waarin de inbreng vanuit de gedachtenwereld van de mens die het Bijbelwoord leest, bepalend is voor de uitleg.

In 'Opbouw' van 1 september schrijft prof. Veenhof, in wiens artikel ik dit citaat van de Wereldraad over Joh. 16 aantrof, dat er bij velen gevoelens van onbehagen leven als we letten op de pretentie van de Wereldraad (gerechtigheid in een nieuwe wereld najagen) en op wat er gezegd en besloten is. .

Prof. Veenhof herinnert aan de in 1948 door de Verenigde Naties aangenomen verklaring van de Rechten van de Mens, waarbij hij opmerkt, dat hoe men ook over deze verklaring en haar achtergronden denken mag, ze toch een aantal rechtsregels bevat die als ze nageleefd worden de realisering betekenen van een stuk gerechtigheid in het volkerenleven. O.a. recht op leven, vrijheid, onschendbaarheid van zijn persoon, recht op vrijheid van gedachte en geweten, en godsdienst, recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Maar hoe worden deze rechten met name in communistische landen met voeten getreden?

De grove schending

In dit verband wijst de auteur van dit artikel op het volgende: Ook wanneer men maar oppervlakkig de krant leest weet men dat al de geciteerde bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in alle volken die onder de knoet van een kommunistische dictatuur zuchten reeds vanaf het moment waarop ze beloofden die te houden, op een schandelijke, soms zelfs ploertige wijze worden geschonden. Daardoor zijn de onder deze tyrannie levende volken soms reeds zover in het moeras van de demoralisering neergedrukt dat ook het allerlaatste vonkje van geestelijk verzet is uitgetrapt en de mensen tot slaven zijn gedenatureerd die in het grauwe geestelijke klimaat waarin ze leven maar één angst hebben: in de klauwen van hun beulen te vallen, en één begeerte koesteren: eten, veel drinken en een beetje plezier. Ze beginnen te lijken op de volken van het oude Egypte en Babel, die als het slavenbestand van de goddelijke vorst werden beschouwd en behandeld.

Wij weten — al is het nog maar oppervlakkig — wat het lot is van Letten, Litauers, Joden, Krim-Tartaren en nog vele andere volkeren, die door de Russen het sovjet-paradijs zijn binnen geranseld. En wat daar de trouwe christenen dag in dag uit overkomt. Wie het 'voorrecht' had daarover ooggetuigen of slachtoffers te horen weet dat het lijden van deze mensen onvoorstelbaar veel erger is dan wat we er hier van vermoeden.

We hebben de snerpende klacht gehoord van de 1453 moeders die het uitschreeuwden dat hun kinderen te gronde worden gericht en dat honderdduizenden gelovigen geterroriseerd worden door tyrannieke atheïsten met behulp van de geheime staatspolitie en rechtbanken die organen zijn van een door en door corrupte klassejustitie. Wie de moed en, de kracht opbracht Solzjenitsyns 'Een dag uit het leven van Iwan Denisowitz', 'Kankerpaviljoen', 'In de eerste cirkel' uit te lezen heeft iets geproefd van het satanische van deze terreur.

We lezen bijna dag aan dag over de schandelijke processen waardoor de schurken die in Tsjecho-Slowakije aan de macht kwamen, de mensen die nog een beetje geest en vrijheidszin hebben overgehouden 'kalt stellen' — Nee, deze zin neem ik terug. Want Tsjecho-Slowakije is een 'bevriende natie' en van de regeerders daarvan mag je alleen maar vriendelijke dingen zeggen. Ik zeg het daarom zo: we lezen dagelijks van de processen die de onpartijdige rechtbanken van de vrije democratische republiek Tsjecho-Slowakije tegen boeven als Huebel, Sabata c.s. aanspannen.

Tijdens het schrijven van dit artikel las ik het zo juist verschenen boek van Joroslav Brodsky: Het land Gamma.

Brodsky is een wetenschapsman. Vóór 1948, het jaar waarin de Russen met behulp van schavuiten als Gottwald, Novotny en hun bende het prachtige, vrije, democratische Tsjecho-Slowakije van Mazaryk en Benesj tot een kommunistisch concentratiekamp met dwangarbeiders maakten was hij lid van een commissie ter voorbereiding van een nieuwe schoolwet. Dit vonden de 'kameraden' zo'n afschuwelijke misdaad dat zij hem daarvoor tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeelden. In 1968 werd hij in de 'Praagse lente' onder Dubcek gerehabiliteerd.

Dit boek beschrijft koel, zakelijk, grimmig de onvoorstelbare schurkenstreken onder welke het Tsjecho-Slowaakse volk — met de korte onderbreking van de 'Praagse lente' — nu reeds meer dan een kwart eeuw lijdt. Het is een vreselijk boek. Maar ik raad ieder dringend aan het te lezen. Laat men het evenwel niet 's avonds doen. Want dat kost zeker een nacht van wanhopige woede, zelfverwijt, schaamte over de onverschilligheid waarmee de overgrote massa uit het 'vrije Westen' dit alles beleeft of — nog erger — niet eens naar zich laat toekomen.

Nu is ook de vergadering van de Wereldraad van Kerken bezig geweest met deze flagrante schending van mensenrechten. Nadat men eerst in duidelijke bewoordingen, waarin ieder terstond kon begrijpen wat bedoeld werd, Zuid-Afrika de les gelezen had en het rassisme had veroordeeld, met instemming van alle progressieven in de 'eerste wereld', onder applaus van de 'tweede wereld' en grote bijval van de 'derde wereld', kwam in dit debat ook het schenden van de rechten van de mens ter sprake.

Veenhof schrijft in dit verband:

Dat deed de Noorse bisschop Stoylen. Hij deed het zeer voorzichtig. Hij sprak over 'de uitermate gevoelige kwestie hoe de bezorgdheid over schending van de mensenrechten moet worden geadresseerd.' En naar aanleiding van de processen in Tsjecho-Slowakije vroeg hij: 'Waarom zwijgen wij in het openbaar over deze aangelegenheden? Wij moeten oppassen omdat anders de integriteit van de Wereldraad op het spel zou kunnen worden gezet.' Op deze eenvoudige vraag volgde een ongelofelijk knappe en glasheldere uiteenzetting van de directeur van de commissie voor internationale aangelegenheden!

Deze verklaarde onder andere dat het er bij deze 'problematiek' (ik vind dat 'problematiek' zo'n mooi, zo'n gewichtig woord) om gaat 'hoe de algemene rechtsstandaard zich verhoudt met de culturele, sociaal-economische en politieke patronen van verschillende delen van de wereld.'

Hij wees er voorts op dat het Centraal Comité de vele tekenen van 'ontspanning' in Europa verwelkomt. Maar —-en nu komt het — 'als een representatief en mondiaal (weer zo'n mooi woord) orgaan van christenen wijzen wij er op dat Europese veiligheid en samenwerking gezien moet worden in het kader van de wereldsituatie. Er is een wijdverspreide en begrijpelijke zorg, vooral in de ontwikkelingslanden, dat als het belangrijkste doel van de ontspanning is om een nog machtiger Europa te krijgen, dit zou kunnen worden gevolgd door nieuwe pogingen tot een verdergaande overheersing van Europa van andere delen van de wereld.' Heus lezer, dit is er gezegd.

Ik heb het zorgvuldig uit 'Trouw' overgeschreven. Het stond daarin tussen aanhalingstekens.

Natuurlijk snapt u er niets van wat dit fraais met de simpele vraag van de Noorse bisschop heeft te maken. Net zo min als ik.

Maar het is desalniettemin toch knap. Talleyrand of Metternich zouden het niet hebben kunnen verbeteren. Bomans zou zeggen: hier heb je nu de grote kunst van niets te zeggen te hebben — of te willen zeggen — en het dan toch te zeggen!

Toen het over Zuid-Afrika ging spraken de Utrechtse 'kerkvorsten', ongehinderd door de ingewikkelde 'problematiek' — laat ik dat woord ook eens gebruiken — van revolutie en geweld, op de 'toer' van de actiegroepen.

Ten aanzien van de schending der mensenrechten bewogen ze zich helemaal op de 'toer' van de diplomatie van het establishment. Nou ja, pluriformiteit moet er zijn — ook in de kerk.

Het 'verweer' van Nikodim

Men proeft de ironie uit het bovenstaande. Niettemin beseffe men, dat de schrijver in volle ernst zijn verontrusting erover uitspreekt over dit diplomatieke gepraat, dat zo duidelijk meet met twee maten. Natuurlijk, wij moeten oppassen, dat we ten aanzien van de Wereldraad niet met goedkope etiketten gaan werken. Maar kan het nog verwonderen, dat velen, als ze lezen hoe de Wereldraad zich opstelt ten aanzien van Vietnam, Zuid-Afrika, Angola en hoe ze tegelijk zo omzichtig zich uitlaat over het onrecht in communistische landen, de beschuldiging uiten dat de leiders van deze oecumenische wereldorganisatie een links-politieke koers volgen? Ik meen, dat deze beschuldiging allerminst uit de lucht gegrepen is. Op de Utrechtse vergadering hebben ook de Russen van zich laten horen, bij monde van archimandriet Nikodim.

In de discussie over het in geding zijnde thema nam namelijk ook Nikodim deel. Dat is de archimandriet van Moskou. Hij is de uiterrnate getrouwe, om niet te zeggen: serviale uitvoerder van de wil van het Kremlin ten opzichte van de kerk. Hij heeft indertijd op bevel van Moskou na het 'boosaardig' optreden van Dubcek in Tsjecho-Slowakije de Praagse vredesconferentie-van-christenen gezuiverd. En ik las in de krant dat ook hij het is die aan Kremlin verslag moet uitbrengen over wat er in Utrecht is uitgespookt.

De interventie van deze kerkvorst, zo schreef 'Trouw', was even kort als mysterieus. En in deze ben ik het volkomen met 'Trouw' eens. Nikodim zei: 'Dit zijn vragen die niet iedereen verstaat. Juist in dit geval is het belangrijk niet emotioneel te handelen'.

Met zo'n zin staat feitelijk iedere opponent reeds bij voorbaat schaakmat!

De archimandriet ging daarna als volgt verder — er komt nu iets heel moois!: 'De rooms-katholieke kerk heeft in Nederland geen recht om straatprocessies te houden en toch klaagt niemand daarom over een gebrek aan godsdienstvrijheid.'

Met deze zin heeft Nikodim in ieder geval de nederlandse gedelegeerden volledig knock-out geslagen. Na deze voltreffer wees de Moskouse aartsbisschop op deze zinsnede uit het rapport van de commissie voor internationale aangelegenheden: 'Het Centraal Comité moedigt de C.C.I.A. (de zo juist genoemde commissie) aan om naar haar beste oordeel(!) zowel publiek als vertrouwelijk actie te nemen om de toepassing van de mensenrechten te ondersteunen waar deze geweld wordt aangedaan, pogend om alle ideologisch vooroordeel te vermijden(!) en uitgaande van de voornaamste zorg die altijd is het bijstaan van de slachtoffers zelf.'

Het is weer prachtig. Maar ook doorzichtig! Het is de bekende vlucht uit een concrete situatie met behulp van een vermaning 'in het algemeen', die niemand echt raakt. Ik denk dat de Moskouse bazen bijzonder tevreden zullen zijn over hun nuntius'. Want de (Tsjechische, Russische) koe is niet bij de horens gepakt! En daar ging het om! De rest is van geen belang.

Ik kan niet anders zeggen, dat het een onwaardige zaak is als een kerkelijke ver­gadering — en dat pretendeerde de bijeenkomst in Utrecht te zijn, op een dergelijke omsluierde wijze spreekt. Wat een hemelsbreed verschil met de belijdende uitspraken van zovelen uit het verleden. Een kerk die waarlijk getuigt tegen onrecht, weet zich alleen gebonden aan het Woord. Dat bepaalt haar spreken. De Wereldraad spreekt hoogstens op de wijze van het compromis. Waarbij we terzake van de Utrechtse uitspraken nauwelijks van een compromis kunnen spreken. Men krijgt de indruk dat de marxistische ideologie hier de grote winnaar is.

Drie slotwoorden

Prof. Veenhof besluit zijn artikel, dat de scherpe titel draagt: 'Pilatus wast de handen' met drie slotwoorden. Wij hebben met opzet uitvoerig aandacht gegeven aan zijn artikel omdat het naar mijn mening de vinger legt bij een ontwikkeling die voor de oecumene alleen maar heilloos is. Helaas wordt deze ontwikkeling door vele communicatieorganen luid of stilzwijgend toegejuicht. Ziet men dan niet, dat men op deze wijze het communisme in de kaart speelt? Zeker, wij mogen van de weeromstuit het onrecht in westerse staten niet goedpraten. Wij zullen ook hier eerlijk de vinger hebben te leggen bij onbijbelse practijken en ideeën. Maar dan ook voluit vanuit de Schrift, en niet van uit een vooropgezette linkse ideologie.

Tot slot dus nog de afsluiting van Veenhof's artikel en een post-scriptum dat de auteur er aan toevoegde.

Ik eindig met drie slotwoorden. Het eerste is van Brodsky. Hij is een atheïst. Maar hij wijst in zijn boek toch ergens op Christus. Speciaal daarop dat toen Christus gekruisigd werd Pilatus zich bedroefd de handen wies.

En dan zegt hij het volgende in verband met de inval der Russen in Tsjecho-Slowakije: 'De (Sovjet)ster op de tanks is ook de ster van Pilatus. Hij, de onverschillige, kwam gisteren met de onverschilligen mee, en vandaag, en in al die andere ontelbare nachten. Pilatus kende het uur waarop ze de Balkanrepublieken uitmoordden en hij waste de handen... Hij wist wie Polen in tweeën scheurde, en hij waste zijn handen. Hij wist van de moorden in de Oekraïne, in Hongarije, in Bulgarije, en elke keer waste hij zijn handen. Getroffen door de rachitis, kronkelt hij zich naar links en naar rechts en weer naar links en weer naar rechts en weer naar links en weer naar rechts, hij mompelt de regels van het koningsspel, die niemand respecteert, hij wordt steeds zieker van het reinigende water, en wast zich de handen, dwangmatig — zelfs op dit uur.'

Ja, Pilatus wast zich de handen ook op dit uur, nu reeksen nobele Tsjechen de gevangenissen en de strafkampen ingejaagd. Joden en christenen in Rusland gemaltraiteerd worden en over miljoenen de grauwe ellende van de geestelijke slavernij is geko­men. Het tweede slotwoord is van dr. A. H. van den Heuvel, de (mogelijk) toekomstige algemene secretaris van de Ned. Herv. Kerk. In verband met de bekende brief van Solzjenitsyn schreef deze.dat de russische Nobelprijswinnaar er niets van af weet wat het betekent kerk te zijn in een socialistische maatschappij. Vandaar ontbrak er in zijn brief 'een verwijzing naar wat de kerken in Oost-Europa aan het communisme hebben te danken.'

Ik wijs er in verband met deze verbijsterende uitspraak er alleen op dat de grote leider van de socialistische partij in het Duitsland van na de oorlog, Kurt Schumacher, de man die jaren lang onder Hitler in een concentratiekamp verbleef en daarna alle schurkenstreken meemaakte waardoor de kommunisten de macht over Duitsland in handen poogden te krijgen, steeds weer verzekerde dat kommunisme niet anders is dan rood gelakt nazisme.

Het derde slotwoord is van een man die ik in dit verband bijna niet durf te noemen, namelijk Dietrich Bonhoeffer. Hij schreef ergens: De onzichtbaarheid der Kerk maakt mij wanhopig. 'Men moet nu eindelijk de theologisch gefundeerde terughoudendheid t.o.v. wat de staat doet verbreken — het is toch alles alleen maar angst. Doe uw mond open voor de stommen. Spr. 31 : 8 — wie weet dat vandaag nog in de Kerk, dat dit het minste is, wat de Schrift in dergelijke tijden van ons vraagt.'

Post Scriptum.
Er is in deze duisternis toch een lichtpunt. Zeven en dertig Russen hebben namelijk de Tsjechoslowaakse nationale vergadering gevraagd alles te doen om de vrijlating en rehabilitatie te verkrijgen van degenen die in de afgelopen weken in Tsjecho-Slowakije werden veroordeeld wegens 'ondermijnende activiteiten'. Deze Russen, er zijn prominente geleerden bij, schrijven dat het uitdelen van pamfletten voor de verkiezingen het uitoefenen was van grondwettige rechten.

De processen, zo gaat hun petitie verder, 'deden denken aan de massa-onderdrukking ten tijde van het stalinisme. De sfeer van stalinisme wordt gekarakteriseerd door het organiseren van politieke processen waaraan geen ruchtbaarheid mag worden gegeven, de vage beschuldigingen en een verbod voor buitenlandse journalisten en internationale organisaties en juristen deze te mogen bijwonen.' En ze durven zelfs dit schrijven: 'Wij zijn in het bijzonder verbitterd te hebben ingezien, dat de Sovjet-Unie die met militairen vier jaar geleden Tsjecho-Slowakije is binnengevallen, de volle verantwoordelijkheid draagt voor de huidige situatie daar, met inbegrip van de politieke processen die er thans worden gehouden.'

Wie zich indenkt welk een moed er toe behoort om als Russen dit te schrijven en de geweldige risico's die zij daarmee lopen, beseft te meer hoe weerzinwekkend de houding van de Utrechtse vergadering was. Voor de zoveelste maal heeft de 'wereld' de 'kerk' te schande gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's