Boekbespreking
Larry Collins en Dominique Lapierre: O Jeruzalem; Uitgave Elsevier, Amsterdam, 496 pagina's, ƒ....
De schrijvers van dit boek zijn in 1965 begonnen aan de opzet ervan, door honderden personen, die in de strijd om Jeruzalem betrokken waren te interviewen, zowel gewone burgers en soldaten alsook politieke leiders. Verschillende politieke leiders, zoals David Ben Goerion en Golda Meir openden zelfs hun dagboeken voor hen, zodat op deze wijze een zeer minutieuze geschiedschrijving is ontstaan van de Joodse staat vanaf het begin van zijn ontstaan en van het Joods-Arabisch conflict. Het is een geschiedschrijving geworden zoals men dat niet elke dag tegenkomt doordat het hele volk van hoog tot laag erin meespreekt en er vaak ontroerende en dramatische momenten in zijn vastgelegd door de ervaringen en reacties op bepaalde gebeurtenissen van de bevolking te beschrijven. Aan de orde komen uiteraard ook de politieke verwikkelingen, die aan het ontstaan van de Joodse staat vooraf gingen, terwijl het boek verder streeft naar een evenwichtige, weergave van de gevoelens van Joden en Palestijnen beide. Het verwondert niet dat dit boek, dat overigens compact geschreven is, in de Franse uitgave al een verkoop van meer dan 370.000 exemplaren kreeg. Al met al een belangwekkend boek.
v. d. G.
J. A. E. Vermaat, Kerk en Tegenkerk, Buyten en Schipperheijn, ƒ 10.
In dit boek, dat tot ondertitel draagt 'de oecumenische beweging getoetst aan de heilige Schrift, vindt de lezer een uitnemend overzicht van hetgeen de Wereldraad van kerken drijft en inspireert. In drie hoofdstukken ontvangen we een inzicht in het streven naar wereldeenheid, in de bedoeling de dialoog met andere godsdiensten sterker dan voorheen te accentueren, terwijl het boek afsluit met een exposé over de houding van de Rooms Katholieke kerk in deze beweging, en de oecumene in ons land. De verdienste van de auteur is dat hij zijn beweringen feilloos staaft met citaten uit de onderhavige geschriften, rapporten en documenten, die alle in omloop zijn.
De titel maakt ons reeds duidelijk, dat de schrijver de eenheidsbeweging fel afwijst en dat op deugdelijke gronden.
Wij hebben wel eens behoefte aan niet te omvangrijke geschriften, die ons de stromingen en achtergronden van onze levensperiode helder schetsen. Het komt ons voor, dat de lezer hier een boekwerk ontvangt, dat hem meer geeft dan de titel belooft. Hij legt het uit handen vol dank, maar ook in gedachten verzonken. De contouren van onze eeuw zijn er onbewust in getekend. Wij zouden het allen in handen wensen, die bewust hun tijd willen beleven, als predikanten, leraren en meelevende gemeenteleden. Ons heeft het gebracht tot een herlezing van het boek der Openbaring van Johannes. Ons dunkt, geen geringe verdienste tot het Boek der Boeken te leiden. Zeer aanbevolen.
A.v. Br.
J. Kamphuis, 'De hedendaagse critiek op de causaliteit bij Groen van Prinsterer als historicus'. 'De Vuurbaak', Groningen ƒ 8, 90.
Wij hebben hier een rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Theologische hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland op 6 december 1962. De rede handelt over de vraag in hoeverre Groen van Prinsterer nog als geschiedschrijver kan worden gewaardeerd, nu zovele historici het krachtenveld dat historie door andere motieven laten bepalen dan door christelijk-nationale beweegredenen. Met andere woorden: ziet men de geschiedenis, door Bijbels licht verklaard; of waardeert men haar als immanent filosofisch bepaald. historisch-materialistisch, toevallig geleid of anderszins? Het is een werkstuk, dat getuigenis aflegt van de speurzin en de vlijt van de schrijver, maar dat vermoedelijk alleen wel zal belanden op de werktafels der vakgeleerden. En dat is jammer, want de rede doet juist een pleidooi voor herwaardering van de geschiedschrijving van Groen met de visie van het geloof. Nu velen de zin der geschiedenis kwijt zijn geraakt, ware het goed voor deze rede dubbele aandacht te vragen. Maar de vorm, met wetenschappelijke aantekeningen en al, doet ons verzuchten: wat jammer! Een stille wens: Goethe spreekt ergens over de noodzaak niet alleen te letten op het wat, maar ook op het hoe. Kon met behoud van het wetenschappelijk apparaat niet het betoog wat doorzichtig zijn gemaakt? Wat zijn de Fransen meesters van de vorm! De vrucht van deze doorwrochte rede ware met wat soepeler tooi zeker veel dieper en langduriger. Voor lezers met brede ontwiickeling zeer aanbevolen.
A. v. Br.
Dr. B. Wentsel: De koers van de kerk in een horizontalistisch tijdperk 1, Theologie en Gemeente 3, Kok Kampen, 1972 ƒ 8, 50.
Van dit boekje kan ik heel veel goeds zeggen en ik wil het ook gaarne doen. Het is glashelder en overzichtehjk geschreven. De schrijver geeft er blijk van goed op de hoogte te zijn van wat er op theologisch gebied te koop is en zich binnen de kerken afspeelt. Hij geeft een voortreffelijke situatietekening. De eigenlijke strekking van het boek is de nieuwe vrijzinnigheid, de ondermijning van het gezag van de Schrift, het horizontalisme en wat dies meer zij tegenspel te bieden. Hierin stemmen wij van harte met hem in.
Toch sluit dit niet uit dat wij bepaalde bezwaren hebben. Zij hangen hiermee samen dat Wentsel een soort midden-positie wil innemen. Hij begint zijn geschrift met al dadelijk vast te stellen, dat er een polarisatie is die leeft van eenzijdigheden. Door persoonlijk zich op te stellen in het midden koestert hij de illusie deze polarisatie te kunnen doorbreken. Het komt mij voor dat hij de polarisatie verkeerd beoordeelt en dat zijn geschrift ze ook niet zal doorbreken. Zij is geen kwestie van eenzijdigheden, veeleer van geloof en ongeloof, waarheid en leugen. Het is niet waar dat ter rechterzijde God alleen maar de Verhevene en niet ook de Nabije is en dat de kerk daar uitsluitend als een belijdeniskerk wordt gezien (11), maar het is wèl waar dat ter linkerzijde het Verhevene van God geheel wordt prijsgegeven en men weigert nog te spreken van een belijdeniskerk. Het kwaad zit niet aan beide (!) kanten maar aan één kant. Daarom kan men ook niet in het 'midden' gaan staan maar moet men kiezen.
Blijkens hetgeen ik las op blz. 58 schijnt Wentsel ook zelf wel te beseffen of althans te vermoeden dat de polarisatie niet zo gemakkelijk is te doorbreken. Ik zou ook weleens willen weten of hij ooit van Kuitert, Verkuyl of een der andere linkse heren een sympathiebetuiging heeft ontvangen; ik heb er niet veel verwachting van!
Misschien komt het zwakke van Wentsels boek het sterkst voor de dag, waar hij, evenals Buskes, vaststelt dat God en mens geen concurrenten zijn (59). Ik zou hierbij willen opmerken: eens waren zij dat niet, maar nu zijn zij het helaas wel! De genade is een eenzijdig werk van God, dat is steeds het eerste wat gezegd moet worden en pas daarna kan worden gesproken over al wat de mens doet. Niet diep genoeg kan worden gepeild de verlorenheid van de zondaar. Dat geeft aan ons theologiseren een dimensie die gelukkig in het boek van Wentsel niet geheel ontbreekt, maar sterker had moeten doorklinken. Dit neemt niet weg: ik beveel dit boek gaarne aan.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's