De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Dr. M. H. Bolkestein en dr. J. Thomas: Over preken gesproken; Uitgave Boekencentrum N.V., 's-Gravenhage, 137 pagina's, ƒ 12, 90.

De auteurs van deze bundel hebben willen nagaan hoe er in Nederland gepreekt wordt. Daartoe hebben ze een preek beluisterd van een predikant uit de Geref. Kerken, van een Hervormd hoogkerkelijk predikant, van een voorganger van de Protestanten Bond, van een R.K. priester en van een Geref. Bonder. Behalve de tekst van de preken staat in het boekje steeds een toelichting van de predikant op tekstkeuze en voorbereiding op de preek, waarna een weergave volgt van een gesprek, dat de auteurs na afloop van de preek hadden met enkele gemeenteleden. Verder geven de auteurs dan nog een eindbeoordeling. Het is duidelijk dat de selectie, die de auteurs hebben toegepast, bepaald willekeurig is. Er zijn heel wat — alleen al protestantse — denominaties te noemen, die in deze bundel ontbreken. Ik zou daarbij alleen al willen noemen de brede stroom van de Afscheiding, waarvan geen preek in deze bundel te vinden is. Dat acht ik bepaald onvergeeflijk in een bundel, die een doorsnede wil geven van de prediking in Nederland.

Mij interesseerde — uiteraard — vooral de preek van de Gereformeerde Bonds predikant. Het feit, dat de predikanten in kwestie in deze bundel anoniem zijn maakt het een recensent in een bepaald opzicht gemakkelijk, omdat hij niet gehinderd wordt door het feit dat hij de persoon in kwestie kent, en dus zijn persoonlijke sympathie of antipathie laat meespelen. Welnu, ik had er bepaald moeite mee de preek van de G.B. predikant eruit te halen en ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat ik deze bepaald niet representatief acht voor de doorsnee G.B.-prediking. De auteurs zeggen in een ten geleide dat er verband is tussen de G.B. prediking en de Nadere Reformatie. Dat is juist, al is daar niet alles mee gezegd. De G.B. prediking wil reformatorische prediking zijn en ligt zo in het verlengde van de theologie van Calvijn en de Nadere Reformatie, al is de Nadere Reformatie nogal gevarieerd van  samenstelling. De, bedoelde preek van de G.B. predikant heeft echter vrijwel geen raakvlakken met de Nadere Reformatie, als men tenminste de Nadere Reformatie als de representant ziet voor de bevindelijke prediking. Maar ik mis überhaupt in deze preek de diepte van de Reformatorische prediking, waarin het ontdekkende werk van de Heilige Geest en de toeëigening van het heil in Christus centraal staan. Dan zwijg ik nog over het feit dat de hele liturgie, die de prediking omlijst, van dien aard is, dat deze ook niet representief is voor de G.B. prediking. Nieuwe berijming en Nieuwe Vertaling en een kinderkoor, dat tijdens de dienst liederen van Barnard zingt, zijn bepaald niet kenmerkend voor de G.B. prediking. Ziehier mijn eerlijke commentaar op de G.B. preek. Mijn mening dienaangaande werd nog versterkt door ds. M. A. Groenenberg, die in Trouw schreef dat de G.B. preek onherkenbaar was.

Wat de overige preken betreft, in geen ervan vond ik de Schriftuurlijk bevindelijke noties, die aan de prediking diepte en warmte geven, terwijl al evenmin de oproep tot bekering, de ernst van de beslissing, die in ons leven vallen moet, in de preken wordt aangetroffen. Daarmee is niet gezegd dat in verschillende preken geen waardevolle dingen voorkomen. Maar het geheel acht ik toch teleurstellend.

Het pleidooi, dat de auteurs in hun slotbijdrage van deze bundel voeren voor een prediking die afhankelij]k is van de behoefte van de hoorders, wil ik ook graag van enkele vraagtekens voorzien. Het referentiekader, waarover ze spreken, doet me te sociologisch aan. Er is een voor allen geldend referentiekader, namelijk de eis tot bekering voor jong en oud, het geheim van de verborgen omgang met God, de bevinding, de geloofstoeëigening van het heil, dat in Christus geschonken wordt. Ontbreekt dit kader, dan ontbreekt alles, waarmee niet gezegd wil zijn dat in de prediking geen rekening moet worden gehouden met de omstandigheden, waarin de hoorders verkeren. Jacobus schreef anders dan Johannes. Kinderen vragen een andere benadering dan volwassenen. Er is in de Schrift sprake van voeden met melk en met vaste spijs. En Paulus wist ervan de Joden een Jood en de Grieken een Griek te zijn. Maar dat is nog wat anders dan dat men de gemeente in allerlei categorieën gaat opsplitsen — arbeiders, intellectuelen, ouderen, jongeren, studenten etc. — die elk voor zich een ander type preek nodig hebben.

Ik bleef dan ook na lezing van deze bundel met vele vragen zitten en ik meen dat we met deze bundel wat de prediking betreft niet wezenlijk geholpen zijn.

Dr. G. Puchinger: Zending en Ontwikkeling; Uitgave W. D. Meinema N.V., Delft, 373 pagina's, ƒ 17, 90.

Alweer een boek met interviews van dr. Puchinger, de correcte, goed geïnformeerde interviewer, die door de veelzijdige vragen die hij stelt in staat is een bepaald onderwerp zeer grondig te laten behandelen. Zo ook in deze bundel waarin de ontwikkelingssamenwerking in relatie tot de zending aan de orde komt. Puchinger laat hierover aan het woord drs. H. A. M. Smeets, prof. dr. M. Neels en prof. dr. Stephanus Willems, alle drie R.K. priesters, die werkzaam zijn in één of andere functie te Malawi, dan dr. B. de Gaay Fortman, de man van de Politieke Partij Radicalen, die lector in de economie is aan de universiteit van Zambia, te Lusaka. Verder Mgr. Emanuel Milinge, aartsbisschop van Lusaka, dr. Kenneth David Kaunda, president van Zambia, dr. G. J. Leibbrandt e.a. van de universiteit van Kisangani (Kongo), dr. J. W. Hollenweger, vroeger pinksterprediker, thans werkzaam bij de Wereldraad van Kerken, evenals dr. A. H. van den Heuvel, de nieuwe secretaris generaal van de Hervormde Kerk, verder prof. dr. B. Goudzwaard, tweede kamerlid van de A.R.P., mr. A. A. Wagner, president directeur van Shell Nederland, prof. dr. J. Tinbergen, die in 1969 de nobelprijs voor economie ontving, en tenslotte prof. dr. J. Verkuyl, vroeger zendingsman, thans hoogleraar aan de V.U.

Men ziet aan de veelheid en de geschakeerdheid van het gezelschap dat geïnterviewd is hoe grondig dr. Puchinger dit onderwerp heeft aangepakt. Nu is het uiteraard zo dat men in een bundel als deze minstens zo veel te weten komt over de ondervraagden als over het betreffende onderwerp. Maar ik moet zeggen dat deze bundel de hele problematiek van de ontwikkelingssamenwerking doet leven en klemmend laat zien hoe hier een grote opdracht ligt voor onze westerse samenleving en daarmee ook — als het maar is in directe relatie tot de zending, voor de kerken. Er zijn interviews bij waarvan ik de theologische en/of politieke achtergrond voor rekening van de geïnterviewden laat, maar de bundel in zijn totaliteit maakf toch duidelijk dat óók voor wie van mening is dat de zaak van de ontwikkelingssamenwerking vaak gefrustreerd wordt door allerlei linkse ideologieën, de kous niet af is. De nood in de derde wereld ligt voor onze voeten.

Bepaald met kritiek heb ik evenwel gelezen, wat de principiële kant betreft, de bijdragen van b.v. dr. B. de Gaay Fortman, die in feite redeneert vanuit de gedachte van de algemene verzoening, en die van dr. Van den Heuvel, die in dit interview zijn sterke verwantschap aan de theoloog Hoekendijk laat blijken, en die zegt dat de assemblee van de Wereldraad van Kerken te Uppsala de meest representatieve kerkvergadering is geweest na de dood van Christus. Een bijdrage die mij zeer heeft aangesproken was die van prof. dr. B. Goudzwaard vanwege het indringend zoeken van de weg die ons vanuit het evangelie gewezen wordt inzake de onderhavige problematiek. Belangrijk is ook de bijdrage van mr. Wagner, die erop wijst dat wat door de industrie in de ontwikkelingslanden wordt gedaan van het grootste belang is. Maar men leze zelf. De problematiek is het waard en de bundel blijft niet steken in kreten, maar zoekt naar verantwoorde wegen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's