In memoriam prof. dr. G. C. Van Niftrik
24 oktober 1904—25 oktober 1972
Het bericht van het zeer plotseling heengaan van Gerrit Cornells van Niftrik werd ook in de kring van de opstellers van het Getuigenis met diepe verslagenheid ontvangen. Een week tevoren op 16 oktober vergaderden wij nog met hem ten huize van mevrouw Van Ruler. Tijdens dit samenzijn maakte hij op ons nog een gezonde en krachtige indruk, hoewel gedrukt door de kerkelijke situatie onzer dagen. Niemand onzer vermoedde een zo'n plotseling heengaan. Wij maakten toen nog de afspraak om als 'commissie 6', zoals wij ons zelf kortheidshalve gingen aanduiden, in december aanstaande weer te vergaderen te zijnen huize in Amsterdam.
'Commissie 6' is 'commissie 5' geworden en plotseling beseffen wij een ernstig verlies van de meest markante figuur uit ons gezelschap.
Er zullen ongetwijfeld artikelen over hem geschreven worden, over zijn verdienste als dogmatisch theoloog, als professor voor de Amsterdamse studenten, als schrijver van een reeks veelgelezen boeken, als kroniekschrijver voor Kerk en Theologie, als prediker, die trouw elke zondag er op uittrok, als leidsman in het kerkelijke en politieke leven, als cultuurcriticus. . . en als man van het Getuigenis. In deze laatste hoedanigheid, die zijn laatste levensjaar zozeer heeft bepaald zou ik hem graag willen benaderen, omdat ik met de mede-opstellers hem daardoor van zeer nabij leerde kennen.
Hij ontwierp het concept voor het Getuigenis, dat in de grote lijnen (de zeven punten) werd aangehouden. Toch stelde hij het geheel volledig ter discussie en stond open voor iedere wijziging, aanvulling of verkorting, door anderen voorgesteld. Eigenlijk heb ik hem in deze royale houding wel het meest bewonderd. Hij was geen betweterig mannetje dat krampachtig aan zijn formuleringen vasthield. Hij luisterde naar ieder, stond open voor elke betere bijdrage als het de zaak van Christus en Zijn gemeente maar kon dienen: een man van grootse, geestelijke allure.
Wij kwamen onder de indruk van zijn helder inzicht in de complexe theologische en kerkelijke situatie van deze tijd, van zijn benijdenswaardige gave om moeilijke zaken eenvoudig te formuleren, van zijn sprankelende humor en zijn onverzettelijke kracht uit de diepe bron van zijn geloof. Maar kracht, inzicht en humor werden gedragen door een diepere dimensie: zijn gevoeligheid voor menselijke reacties en zijn bewogenheid voor de empirische gemeente van Jezus Christus.
Zeer ontvankelijk was hij voor menselijke reacties. Hij was — met ons — kinderlijk blij met de positieve reacties op het Getuigenis van zovele tienduizenden. Hij was diep verslagen door de persoonlijke en krenkende reacties van een aantal Nederlandse theologen. Wij wisten dat het Getuigenis bestrijding zou krijgen en wij waren bereid om deze bestrijding te beantwoorden en wel, zo spraken wij af, op een waardige en positieve manier en met open vizier. Maar wij hebben echt niet verwacht dat de kritiek van een aantal theologen zo weinig begrip zou opbrengen voor onze diepste intenties. en met zoveel persoonlijke aantijgingen zou neerkomen op het hoofd van onze vriend. Hij is op deze persoonlijke bestrijding nooit ingegaan, wel heeft hij op het theologische vlak vastberaden en kloek gestreden in de synode en op andere vergaderingen. Uiterlijk was hij dan een strijdbare held, die onomwonden zei zoals hij erover dacht, soms met het scherpe wapen van de ironie. Maar in de huiselijke kring ging hij er onder door en heeft de persoonlijke bestrijding hem veel verdriet gedaan.
Polarisatie? Wie veroorzaakt deze? Mag een Hervormd theoloog, die door de existentiefilosofie is heengegaan, die de theologie van Karl Barth ernstig heeft genomen, die openstond voor de diepe inzichten van ethische theologen, die zich bezig heeft gehouden met de cultuurcrisis van onze tijd en die daarin, na ernstig onderzoek, de richtlijnen van het theologisch modemisme moest afwijzen omdat fundamentele zaken van het Christelijk geloven werden aangetast, mag, ja mag een Hervormd theoloog, na de confrontatie en de cummunicatie in alle richtingen het nog opnemen voor de grondlijnen van het belijdende geloofsleven van zijn eigen, dierbare Nederlandse Hervormde Kerk?
Van Niftrik is dood.
Waar zijn onze doden?
Laten zij die diep bedroefd zijn om zijn heengaan getroost worden met zijn eigen woorden. Ik sla de laatste bladzij van zijn boek op.
'Zouden wij dat op de laatste bladzijde van een boek over sterven en dood mogen schrijven: de dood is een laatste mystieke verrukking en daarom mateloze vreugde? Vermoedelijk zullen wij ons wat gereserveerder moeten uiten en moeten zeggen: de dood kan ervaren worden als een zich volkomen en geheel verliezen aan God en zo de poort zijn tot een mateloze vreugde, wanneer de mens in de verrukking ener volledige overgave zichzelf en dan ook de ganse kosmos in God hervindt.
Er is troost in alle gemis dat schrijnt. Er is een kern van vreugde in de droefenis. Hoezeer wij de geliefde doden ook missen —, wij weten ze in de vreugde bij de Heer. En wij, die hier op aarde nog te strijden en te lijden hebben, mogen — al is het maar bij ogenblikken — dezelfde vreugde smaken, waarvan onze doden onvertroebeld en ononderbroken genieten. Wij zijn gescheiden en toch verbonden.
Alle heiligen groeten ons.'
Nu blijf ik bij U voor altijd.
God die mij troost, die bij mij zijt,
mijn twijfel stilt en mijn verlangen,
die mij in liefde houdt omvangen.
Gij neemt mij bij de rechterhand.
Gij zijt getrouw. Uw raad houdt stand.
Uw wijsheid is het die mij leidt
en eenmaal kroont met heerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's