De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bij het overlijden van prof. Van Niftrik

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij het overlijden van prof. Van Niftrik

'Hier en Heden'

6 minuten leestijd

Verwacht hier en heden geen in memoriam gewijd aan de nagedachtenis van de bekende Amsterdamse hoogleraar in de godgeleerdheid. Evenmin een waardering van zijn theologisch werk en tenslotte ook niet een persoonlijk gekleurde herinnering.

Ik vind het trouwens een juist niet heidens maar wel christelijk karwei om de theo­loog uit zijn theologie tevoorschijn te halen. Theologen laten hun vakgeschoolde verstand veel te veel opknappen. Zodoende verschijnen pagina's, zelfs boeken vol boeiende beschouwingen, maar Adam, , waar zijt gij? We zijn op zoek naar volzinnen, waarin plots de 'ik' tevoorschijn treedt. Dat is hij nu helemaal, zeggen we. Typisch je weet wel. Vaak kost het grote moeite in het spoor van die zinnen te geraken. Soms gelukt het posthuum, als de man er niet meer bij is. Maar ik ga niet op die toer. Trouwens alles ontbreekt me ervoor.

Wat ik doe is aan een paar rafeltjes trekken. Van Niftrik was voor ons om te beginnen de man van de 'Kleine Dogma­tiek'. De 'Kleine Dogmatiek' mocht er zaterdags wel bij zijn als we met een aantal godgeleerden uit verschillende eeuwen in consult gingen over de catechismuspreek voor de komende dag. Vaak ging het er meer om dat we trachtten te beluisteren wat lang gerenommeerden over Van Niftriks dogmatische gedachten naar voren brachten dan om voluit naar hem te luisteren. Dat het boek onderwijzers voor na- akte en zo de leer moest bijbrengen vonden we gevaarlijk. Wij, zeg ik. Dan bedoel ik dat we ons aansloten bij hen die ons voorgingen, die het toch echt wel begon­nen was om de enige troost. Deze voorrekkers wisten ook niet waar het met Van Niftrik terecht zou komen en het is diepe wijsheid om onze handen niet rap te leggen op iemand of op wat van iemand is. Zo was het in de veertiger jaren: Van Niftrik dat was zijn alter ego te weten de 'Kleine Dogmatiek', die zijn naam droeg.

Intussen bewoog Van Niftrik zich verder. Er werden snaren bijgespannen op zijn instrument. Ik herinner me een los zinnetje, waarin hij wat loskwam van een te krampachtig Sola Fide. Want het is nodig en goed dat het geloof alleen er aan te pas komt, maar het is niet goed dat het geloof alleen blijft. Wellicht op praktische  overwegingen wierp Van Niftrik de gedachte op dat een scheutje piëtisme er wel bij, moest. De conclusie was niet onredelijk, maar het gaf — mogelijk wel ten onrechte — het gevoel of een doctor in de medicijnen gul deed over een huismiddeltje. Ik dacht toen dat je op zo'n zinnetje een paar pijlen moest afschieten. Het gaf echter wel een indicatie, al was het een wolkje als de vuist van een man. Een aanwijzing dat er een ontwikkeling op gang was.

Toen kwam Van Niftrik: De boodschap van Sartre. We begrepen het allemaal heel best. Paulus trouwens kon ook naar filosofen luisteren. De denkers van eigen tijd geven inderdaad te denken en met begrip en verstand en vooral met de Bijbel bij de hand was er zinvols genoeg te beluisteren. Al is de filosoof wel eens verbaasd dat ook dat nog in zijn wijsheid besloten ligt. Een iegelijk mens moet ras zijn om te horen en traag om te spreken en traag tot toorn. Vermits een theoloog ook mens is geldt dit ook voor hem. Ik denk wel eens dat menigeen eerst maar eens mens moest worden voor hij aan de hooggeprezen medemenselijkheid toekomt. Het is wel op en top medemenselijk, maar niet meer menselijk, lijkt het. Vertaald wat Jacobus zegt zou een theoloog ras moeten zijn om te horen, ook naar wat aan heimwee en aan diep zoeken naar verspeelde kennis te beluisteren valt in de verwoordingen van hedendaagse filosofen. Voorts traag om te spreken, te schrijven voeg ik er gauw aan toe, en traag tot toorn, waarbij ik wens aan te tekenen dat spreken en schrijven gauw en gemakkelijk identiek zijn met toorn. Ik wil geen kritiek uitoefenen op de bezigheid om de boodschap van Sartre op te vangen en aan ons door te geven. Wel heeft de titel me tot vandaag dwars gezeten. Waarom moeten wij altijd in de boodschap van de kinderen van deze wereld, die dikwijls inderdaad voorzichtiger en wie weet wijzer en wat dies meer zijn dan de kinderen van het licht, de Boodschap van het Evangelie proberen op te vangen en waarom horen de kinderen van de wereld niet de Boodschap van de kinderen van het licht? Met andere woorden: waarom niet eens een boek van Sartre getiteld: De boodschap van Van Niftrik? Daarmee bedoel ik dan eigenlijk de boodschap van het Evangelie. En bovendien: waarom zijn we vaak meer in de weer om enkele zwakke tonen met heel veel inspanning te horen bij de wijzen en bij de geleerden van deze eeuw, terwijl de volle klanken van het hoogheilig Evangelie — om met Luther te spreken — dikwijls aan ons niet besteed zijn?

Tenslotte kwam de Van Niftrik van het Getuigenis. Het ging hem uiteindelijk om iets meer dan het scheutje piëtisme. Het ging toch om de boodschap van het Evangelie en dan meer onmiddellijk en rechtuit. Daarmee willen we geen veroordeling uitspreken. Doch alles gaat verder. Een theoloog volgt een route. De indruk ontstond dat de professor op weg was naar het Oer en het Ultra van de gereformeerdheid. Het Oer en Ultra met zijn ontelbare fouten van zijn kwaliteiten. Op weg naar het Oer en Ultra van de gereformeerdheid, die in ons vaderland vanouds genationaliseerd is. Op zoek naar het Oer van de gereformeerdheid, die actueel is ook voor deze tijd waarin we leven. Het gaat niet om series woorden en reeksen vormen en een optocht geijktheden. Prof. Van Niftrik woonde niet op ons nummer, wel in onze straat. Dat is in de loop der jaren gebleken, kwam me voor. Hem verdroot dat het Getuigenis verklonk. Het was een nationale oproep: Voed weer het oud vertrouwen, zoek in 's hoogsten lof uw lust. 's Hoogsten lof, immers Soli Deo Gloria als wezenskenmerk van het waarlijk gereformeerde.

Op deze manier heeft het zich de laatste jaren ontwikkeld. Iemand kan soms wel eens wat pijnlijk meer dan voorheen gebondenheid aan hen, die zeer dichtbij staan, gevoelen en verbondenheid met die wat verderop zijn geplaatst.

Het hart van de gereformeerde leer is ongetwijfeld vertolkt door de Schrift: De Heere kent ze, die de Zijnen zijn. Hij kent ze bij name en zij leren Zijn Naam kennen, aanroepen en noemen en die die Naam noemt sta af van ongerechtigheid. Dat is de vrucht waaraan de boom gekend wordt. Het afstand nemen van ongerechtigheid in welke vorm en uitgaaf. Ongerechtigheid ook in de vorm van ijdel roepen en in onze dagen is de geluidshinder van ijdel geroep onverdragelijk. Het geeft verbondenheid, wanneer we ervaren het gedeelde verlangen om ons te distantiëren van holle klanken, hoe vol ze soms lijken te zijn.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bij het overlijden van prof. Van Niftrik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's