Afscheid aan Trouw/Kwartet
Ingezonden
Ds. G. Boer, de oud-voorzitter van de Gereformeerde Bond zond ons de volgende brief, die hij schreef aan de redactie van Trouw/Kwartet, toe ter plaatsing in ons blad.
Het is niet voor de eerste keer, dat er van mijn kant een brief gaat naar u. Er is reeds een en andermaal een correspondentie geweest over de koers en de inhoud van uw blad.
Mijn bezwaren tegen de inhoud en de koers van TROUW/KWARTET zijn u bekend: het verlies van eigen identiteit; het vervagen van het principieel karakter van uw blad; uw visie op het eigen geheim van de Kerk en haar plaats en taak in deze wereld, een visie, die m.i. op gespannen voet staat met de Heilige Schrift en het reformatorisch belijden; het aanhangen van een bepaalde doorbraakgedachte die voorheen fel door u werd bestreden; uw constante propaganda voor de Wereldraad van Kerken en de door haar voorgestane ideeën; het invoeren en uitbreiden van de verslagen over de zondagssport, enz.
Deze en andere verschijnselen wijzen naar achtergronden, die mij hoe langer hoe meer bezighouden. Zij zijn uitingen van een geestelijke crisis, waarin wij met onze kerken en met ons volk zijn geraakt en waarvoor wij hoofd voor hoofd verantwoordelijk zijn. Zij wijzen op een loslaten van de diepe bijbelse religie, waardoor een groot vacuum is ontstaan, dat met velerlei kan vvorden opgevuld. Kortom, het is een geloofscrisis van ongekende diepte en omvang.
Dat u als redactie in het jaar 1972 met zaken bezig bent, die nu aan de orde zijn, neemt niemand — bij mijn weten — u kwalijk. Maar dat u temidden van deze crisis ep de daarmee gepaard gaande verwarring zo weinig principiële leiding geeft, is u wel kwalijk te nemen. Nog meer, dat, wanneer u leiding geeft, deze niet of nauwelijks verankerd is in de bijbelse religie en daarom een verkeerde is.
Daarvoor zijn vele voorbeelden te noemen, die in een vroegere correspondentie aan de orde zijn gesteld en in dit schrijven in enkele hoofdlijnen zijn geschetst. Het laatste en voor mij een van de meest indrukwekkende voorbeelden is het artikeltje van ds. A. Klamer in het nummer van zaterdag 21 okt. 1972 onder het opschrift: Wat zegt de E.O. over homofilie?
De leden van de E.O. zijn grotendeels lezer van uw blad. Zij zijn te hoop gedreven door de verkeerde voorlichting, die de communicatiemiddelen, waaronder ook helaas vaak uw blad, over dit en andere onderwerpen geeft aan ons volk. Nu er eindelijk via radio en televisie uit de protestants-christelijke groep een ander en m.i. bijbelser geluid wordt gehoord, moet onmiddellijk daarna ds. Klamer het opnemen tegen de E.O. en voor het rapport: Over mensen die homofiel zijn.
Wanneer u aan anderen, b.v. aan prof. Lindeboom, tegelijk gelegenheid gegeven had zijn visie uiteen te zetten en daaruit een grondige discussie was ontstaan met ds. Klamer, had ik, hoezeer ik ervan overtuigd ben dat er eenheid in de leiding van ons volk behoort te zijn, in deze situatie vrede mee kunnen hebben. Maar niets daarvan. Dit is voor mij de druppel, die de emmer doet overlopen. Daarom bedank ik per 1 jan. 1973 als abonnee van uw blad. Ik ben mij bewust, dat ik u daarmee geen schok bezorg, omdat een abonnee meer of minder voor u niet veel zal uitmaken.
Wanneer ik dit bedanken desniettemin motiveer dan is dat om aan een langzaam groeiproces van vervreemding uiting te geven. Een huisvriend die ongeveer vijftig jaren over de vloer komt en dat dagelijks, wijs je niet zomaar de deur. Deze huisvriend was De Rotterdammer, hoewel ik jaren Trouw daarbij gelezen heb. Wanneer je vanaf je jeugd de vriend van je vader en moeder hebt gekend en hem ook als je eigen vriend hebt leren liefhebben, is er heel wat pijn geleden voordat je afscheid van hem neemt. De liefde voor de christelijke pers is mij van huis uit meegegeven, omdat daar een intense belangstelling leefde voor alles wat met de arbeid in het Koninkrijk Gods te maken had. Daarom gaat het je aan het hart en gaat het dwars door je hart wanneer je van die vriend vervreemdt; sterker wanneer je in die vriend trekken opmerkt, die niet op vriendschap maar op vijandschap wijzen. Het zou niet moeilijk vallen uit uw rijke geschiedenis voorbeelden te geven hoe ge nu bestrijdt datgene wat ge jaren hebt voorgestaan. U bent bevriend geraakt met mensen, die u nu zeer prijzen maar vroeger op alle fronten bestreden en u doet hen, die de pijn van het hooghartig liberalisme vanuit de voorgeslachten nog meedragen, verdriet aan, omdat ge in hen bestrijdt wat ge vroeger verdedigde. Deze pijn en dit verdriet gaan soms over in verontwaardiging, wanneer wij voor ogen krijgen, dat u datgene, wat met gebeden en offers door een anders geaard voorgeslacht is opgebouwd nu wordt afgebroken. Wij gaan langzaam maar zeker en steeds sneller de tijd tegemoet, waarin de christelijke pers tenonder gaat, tenzij de overheidssubsidies nog rijker gaan vloeien, waardoor ge nog verder van het volk, dat ge pretendeert te vertegenwoordigen, zult vervreemden. Ik ben mij bewust, dat — en dat is mij uit de vorige correspondentie gebleken — u meent in deze tijd zo te moeten handelen. In hoeverre ge dit met een gerust geweten doet is niet aan mij om dit te beoordelen.
Naar mijn mening is uw schuld — hoe groot die ook is — niet zo groot als die van de kerken, waaruit wij voortkomen. Zij hebben grotendeels nagelaten in deze tijd klaar en duidelijk het profetische Woord te laten spreken. Daarom is de kritiek op u getemperd door de grote schuld van ons allen. Ook is deze kritiek getemperd door het besef hoeveel goeds er in het verleden en soms ook in het heden door u geboden is. Dit neemt uw persoonlijke verantwoordelijkheid niet weg. Mijn verantwoordelijkheid noopt mij heen te gaan. Uw verantwoordelijkheid is benauwend groot, omdat u een bepaald monopolie hebt op protestants-christelijk terrein en daarmee de lezers, die een andere koers van uw blad voorstaan, met de rug tegen de muur zet. Zonder iets af te doen van de lofwaardige pogingen van het Reformatorisch Dagblad en van het Nederlands Dagblad alsook van Koers om in deze leemte te voorzien en zonder voorbij te zien, dat b.v. het Reformatorisch Dagblad op een zeer goede wijze uw pag. 2 (Kerknieuws) van wat eertijds de Rotterdammer was heeft overgenomen, het kan ieder bekend zijn wat het in deze tijd aan inspanning en fmanciën kost een goed geoutilleerd dagblad te formeren, dat over de apparatuur van een jaar en dag bestaand dagblad kan beschikken. En dan zwijgen wij maar over een goed getraind kader en het reservoir, waaruit dit voortkomt.
Door uw vervreemding van uw oorspronkelijke grondslag hebt ge niet alleen meegewerkt, dat mensen voor een enorme inspanning komen te staan om een nieuw dagblad te formeren, maar hebt ge vooral meegewerkt aan een verdergaande versplintering van het protestants-christelijk dagbladwezen. Er zijn en komen alternatieven, die steeds beter zullen gaan voldoen en waaraan van harte wordt gewerkt en geofferd, maar zij hebben nu nog niet die reikwijdte en apparatuur, zoals uw blad had en ten dele nog heeft. Daarmee is gesteld, dat gij medeverantwoordelijk zijt voor de keuze die velen van uw lezers moeten doen. Deze keus wordt hun opgedrongen.
Want waarin bestaat die keus? Dat een van de bovengenoemde bladen wordt gekozen in de plaats van uw blad en dat daarbij een dagblad moet worden gelezen, dat goed geoutilleerd is en geheel bij is in de dagelijkse berichtgeving. Afgezien van de financiën die voor sommigen zwaarwegend zijn, werkt ge op deze wijze het lezen van 'neutrale' bladen in de hand. Dit is de noodsituatie, waarin vele van uw lezers verkeren. Hoe groot dat deel is zal de toekomst wel leren. Is het niet een ernstige zaak, dat, terwijl gij pretendeert een christelijk dagblad uit te geven, velen tegen heug en meug voor hun dagelijkse berichtgeving op een 'neutraal' dagblad aangewezen zijn? Wie had dit ooit gedacht, dat lezers van uw blad, die u altijd hebben gesteund mede door uw beleid voor deze afschuwelijke keus komen te staan?
Wanneer van uw kant gesteld wordt dat het lezen van 'neutrale' bladen grote gevaren in zich bergt, ben ik de eerste om dat te beamen. Ik zal niemand van uw lezers, die een opgroeiend gezin heeft, aanraden een 'neutraal' dagblad te gaan lezen. Andere gezinnen, waarvan de leden tot de jaren van het onderscheid gekomen zijn, zullen zich wel behelpen totdat genoemde alternatieve bladen in hun nieuwsgaring zo van de grond zijn gekomen, dat zij met één christelijk dagblad kunnen volstaan. Maar waar blijven de gezinnen met opgroeiende kinderen, die door uw blad op een verkeerde wijze worden voorgelicht? Wat moeten de ouders in deze situatie doen? Gevoelt u de grote moeilijkheden, die u mede veroorzaakt?
In de pijn, de verontwaardiging, maar vooral in het verdriet wil ik u voor deze laatste maal deze noodsignalen laten horen. Graag wdl ik stem geven aan al die gezinnen, waarmee ik dagelijks in aanraking kom. Zij klagen steen aan been over de ontwikkeling van uw blad en vragen of er niet iets aan te doen is.
Gaat dat niet aan uw hart? Hoort ge dan niet de stemmen van de zeer velen uit de Hervormde Kerk? Hoort ge dan niet de vele stemmen uit de Gereformeerde Kerken, die zich niet vertegenwoordigd weten door hun scribenten, voor wie gij ruim baan maakt? Hoort ge dan niet de stem van de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en vele andere denominaties van ons kerkelijk leven? Is het edel deze stemmen te smoren? Gezien de lange lijdensweg die gegaan is met uw blad en de toenemende verslechtering na de fusie van de Rotterdammer en Trouw en gelet op het feit, dat alle verzoeken tot nu toe beleefd maar toch beslist zijn afgewezen staat mijn keus vast en adviseer ik vanaf vandaag aan ieder, met wie ik in aanraking kom, de pogingen van het Reformatorisch Dagblad en van Koers te steunen en u verder elke steun te ontzeggen. Liever een blad, dat een gebrekkige apparatuur heeft en door alle kinderziekten heen moet dan een goed geoutilleerd blad dat ons verder afvoert van de bijbelse religie.
Deze brief heeft mij meer moeite gekost dan een van de vorige brieven. Lange tijd heb ik erover nagedacht. Zij komt uit mijn hart. Ik hoop, dat u deze als zodanig aanvaardt.
Ik beschouw deze brief als een open brief. Daarom zend ik deze toe aan kerkelijke bladen. Er staat zoveel op het spel. Wat u ermee doet is aan u overgelaten. U moogt haar publiceren in uw blad, op welke wijze dan ook. U moogt haar bestrijden en van commentaar voorzien, maar zwijg haar niet dood, omdat zij een noodkreet wil zijn namens de vele duizenden van uw lezers.
Hopende dat God u de wijsheid en de trouw zal geven om zo te handelen als Hij van ons vraagt, met hoogachting,
Zoetermeer 31 'oktober 1972
Het is duidelijk dat deze hartekreet van ds. Boer een symptoom is van de crisis waarin we met de christelijke pers terecht zijn gekomen. Eerdere symptomen daarvan waren het ontstaan van het Nederlands Dagblad, Koers en het Reformatorisch Dagblad. Verder is er de nodige discussie geweest rondom de fusie van Trouw en Kwartet. De oorzaak van de crisis bij de christelijke Pers is uiteraard terug te voeren tot de interne situatie binnen het Nederlands Protestantisme, hoewel er anderzijds ook sprake is van wederzijdse beïnvloeding. Daarom is een goede en principiële christelijke krant van onschatbare betekenis. Het wordt tijd dat de identiteit van de christelijke krant weer eens duidelijk ter sprake gaat komen. Het gaat me om de voorlichting van de christelijke gezinnen, waarin de krant een verantwoordelijke plaats heeft. De persoonlijke uiting van onbehagen en bezorgdheid van ds. Boer kan, dunkt ons, een stimulans zijn voor het opgang brengen van de bezinning. Ds. Boer laat in zijn brief immers ook duidelijk doorklinken dat de voorlichting breed principieel moet zijn, twee elementen die bij een brede bezinning duidelijk naar voren moeten komen.
(De Redaktie)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's