De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De genoegzaamheid van de heilige Schrift

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De genoegzaamheid van de heilige Schrift

10 minuten leestijd

Aan het slot van de artikelen 2 tot en met 7 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt de kerk der Reformatie de genoegzaamheid of volkomenheid van de heilige Schrift om alleen te zijn een regel des geloofs. Daarover worden in artikel 7 behartenswaardige dingen gezegd, die wij nu in onze bespreking van de Geloofsbelijdenis nader gaan bezien. Daarbij zullen we ontdekken, dat het 'Sola Scriptura' van de Reformatie (door het Woord alleen) een aangevochten belijdenis is. Ook op dit punt is helaas de wortel van ketterij in ons aller hart te vinden.

De Bijbel — een handvol koren? !

De eerste vraag, die hierbij opkomt, is deze: Is de Bijbel eigenlijk wel af? In Johannes 20 : 30 lezen we: Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek...' Johannes, de evangelist heeft ons in zijn Evangelie slechts een 'handvol koren' uit de overvloedige oogst van Christus' woorden en daden ter hand gesteld. En wat van het Johannes-evangelie geldt, dat kan ook gezegd worden van de andere Evangeliën, ja dat is zelfs waar ten aanzien van heel de Schrift.

Lange tijd is de openbaring Gods aan patriarchen en profeten mondeling overgeleverd. Daarna is van die openbaring van God in Zijn voorzienigheid en wijs bestel het nodige opgetekend en bewaard. De wet nu werd aanvankelijk bewaard in de ark. De Thora, de eerste boeken van de Bijbel vonden later in de tempel een bewaarplaats. En zo heeft God in een tere zorg voor het nageslacht Zijn Woord van mond tot mond en van hand tot hand laten overleveren. De brieven van Paulus (om nog één voorbeeld te noemen) zijn zeer vermoedelijk reeds in de eerste christengemeente (Corinthe? ) verzameld en gebundeld en aldus overgedragen aan het nageslacht.

Maar niet alles van de gesproken woorden van God is opgeschreven. De prediking van de Oud-Testamentische profeten is slechts ten dele op schrift gesteld. Verder is van Jezus' jeugdjaren b.v. slechts een enkel verhaal in de Bijbel te vinden (de twaalfjarige Jezus in de tempel). Ook weten we haast zeker, dat de apostel Paulus aan de gemeente van Corinthe nog een brief of misschien zelfs wel twee geschreven heeft naast het tweetal Corinthische brieven, dat we in het Nieuwe Testament vinden.

Niet alles is opgeschreven. En ook is alles, wat geschreven is, niet bewaard gebleven. Is dat eigenlijk niet erg jammer? En brengt deze 'leemte' in de traditie van het Woord van God niet met zich mee, dat wij bij de lezing van onze Bijbel met bepaalde onoplosbare vragen blijven zitten? ! Hoe weinig weten wij o.a. van de tijd tussen Adam èn Noach! Hoe graag zouden we b.v. willen weten, wat koning Manasse in zijn gevangenis te Babel nu precies gebeden heeft, toen hij tot bekering kwam! En is het daarom niet te begrijpen, dat men steeds geprobeerd heeft deze leemten op te vullen? In de eerste tijd na Christus' hemelvaart zijn er allerlei verhalen geschreven over Jezus' jeugdjaren, soms zeer fantastische. Ik denk aan het apocryphe geschrift 'Het, Evangelie der kuisheid' (waarschijnlijk naar zijn inhoud uit de vijfde eeuw). Verder is er een groot aantal geschriften verschenen over de ten hemelopneming van Maria. Ook heeft men de preciese toedracht van Jezus' verhoor door Pilatus willen beschrijven en de lotgevallen van deze stadhouder na zijn veroordeling van Jezus. Ook daarover zijn een aantal fantasierijke verhalen in omloop gebracht. En tenslotte, om nog iets te noemen, heeft de zogenaamde ongewijde geschiedenis onze nieuwsgierigheid wat weten te bevredigen door verhalen o.a. over Petrus' gevangenschap en kruisiging (met het hoofd naar beneden) te Rome.

De vraag blijft klemmen, of het niet een betreurenswaardig feit is, dat in de heilige Schrift niet alles is bewaard gebleven wat ooit op aarde kenbaar is geweest van God en van Zijn Christus en van de instrumenten van Zijn openbaring, de profeten en apostelen? ! Ook al heeft de kerk terecht gewaakt tegen een voortwoekerende legendevorming door de apocryphe geschriften buiten de canon van de heilige Schrift te houden, daarmee is de vraag van zojuist met destemeer nadruk te stellen. De evangelist Johannes zegt; 'Er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, welke, zo zij elk bijzonder geschreven wierden, ik acht, dat ook de wereld zelve de geschreven boeken niet zou bevatten' (Joh. 21 : 15). Als dat zo is, dan is de Bijbel slechts een handvol korenaren, opgeraapt op de akker van Gods bemoeienis met deze wereld. Maar is het dan wel waar, wat onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt, dat de heilige Schrift de wil Gods volkomen bevat en dat al hetgeen de mens schuldig is te geloven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt en dat de leer van Gods Woord zeer volmaakt en in alle manieren volkomen is? (Artikel 7).

De gepraedestineerde Bijbel

Met grote nadruk wordt in het laatste artikel van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de Schrift de genoegzaamheid van de heilige Schrift beleden. Niemand mag nl., gezien de bovenstaande vragen, denken, dat onze Bijbel slechts een toevallige greep uit de geschiedenis der Godsopenbaring is, dat we dus eigenlijk maar zeer ten dele geïnformeerd zijn ten aanzien van de dingen Gods en dat we daarom in feite toch met heel wat onzekerheden blijven zitten.

Het ontstaan en voortbestaan van de Bijbel hebben we niet te danken aan het toeval, ook niet aan de willekeur van mensen, die om de één of andere reden sommige profetische en apostolische geschriften hebben bewaard en andere hebben verwaarloosd.

In de eerste plaats zullen we er ons over moeten verwonderen, dat God na de zondeval van de mens niet voorgoed Zijn mond heeft gesloten, 't Ware te begrijpen geweest, dat God in heilige toorn gezegd had: 'Ik spreek tegen die mens nooit meer'. De tweede reden van verwondering mag zijn, dat God maar niet zo nu en dan eens gesproken. heeft tegen de mens, maar dat Hij de geschiedenis van de mensheid aanhoudend heeft begeleid en bestuurd door Zijn Woord naar Zijn eeuwige Raad. Wat God van Zichzelf heeft geopenbaard, is uitdrukking van Zijn eeuwig voornemen ten aanzien van Zijn schepping. En in de derde plaats mag het onze verwondering opwekken, dat God deze openbaring van Zijn eeuwig voornemen niet aan de vergetelheid van de tijd heeft prijsgegeven, maar dat Hij er zorg voor heeft gedragen, dat Zijn Woord op schrift gesteld is en doorgedragen is, de geslachten door. Dat laatste heeft ook volop te maken met Zijn eeuwige raad. Het is naar Zijn Goddelijk bestel, dat Hij de dingen, die Hij van Zichzelf kenbaar heeft gemaakt, voor ons bewaard heeft in de Bijbel. Dr. A. Kuyper sprak in dit verband van een gepraedestineerde Bijbel. Dat betekent ook, dat wij niet zullen klagen over datgene, wat God ons kennelijk in Zijn wijsheid heeft onthouden. Hoe machtig veel heeft Hij ons trouwens geschonken in de heilige Schrift! Onze verwondering stijgt ten top, als wij zien, hoe klaar en duidelijk God ons in de geschriften van Oud en Nieuw Testament de weg der zaligheid wijst. Hoeveel machten zijn er door de loop der eeuwen immers niet aan het werk geweest om het Woord van God van de aarde weg te vagen! Maar God heeft over Zijn Woord gewaakt. Want als Hij naar Zijn eeuwig Welbehagen door alle tijden heen Zijn uitverkorenen toebrengt, dan zorgt Hij niet alleen voor een weg der zaligheid in Christus Jezus, maar dan is het tegelijk een blijk van Zijn verkiezende genade, als Hij de Zijnen het middel toereikt, waardoor zij kennis krijgen van de weg der zaligheid. En dat middel is de heilige Schrift.

De volkomenheid van de heilige Schrift

Als we dat in het geloof mogen zien, hebben we er geen behoefte aan om aan het Woord Gods iets toe of af te doen (Openb. 22 : 18, 19). De Bijbel is er immers niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, zodat we nu eens precies aan de weet komen, hoe het in de begintijd van de wereldgeschiedenis allemaal is gegaan en hoe het b.v. met allerlei gestalten uit de heilige Schrift tenslotte is afgelopen. Wat God voor ons bewaard heeft in de Bijbel naar Zijn verkiezend welbehagen, is meer dan genoeg voor de mens om te weten, wat hij schuldig is te geloven ter zaligheid. En de leer van dat Woord van God is dan ook 'zeer volmaakt en in alle manieren volkomen' (Artikel 7). Bij God hoeft geen mens erover te klagen, dat hij wat tekort komt. Zijn Woord is een volle korf van liefde en genade, waaruit een mens tot volle verzadiging eten kan.

Wij belijden de volkomenheid van de heilige Schrift. Zij geeft ons de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben (Luk. 1:1). En dat zijn de dingen, die ons een ontwijfelbare en vaste kennis geven van God en Zijn heilswil ten aanzien van zondaren. Daar kan een mens het zijn leven lang mee doen. Daarin komt hij niet spoedig uitgestudeerd. Ook al blijven er onopgeloste vragen, de grote levensvraag 'Hoe ben ik rechtvaardig voor God', wordt daarin zonneklaar beantwoord. Inmiddels mogen we wel altijd verlegen zijn om het licht van die Geest, Die de Schrift ingaf, opdat we de inhoud ervan kunnen verstaan. En onder de belichting van die Geest gaat het Woord van God voor ons stralen als een heldere lamp. Dan is de Schrift ook duidelijk. Dat wil niet zeggen, dat er niet moeilijk verklaarbare teksten in de Bijbel staan. Maar wel, dat er geen twijfel aan kan bestaan, welke de weg der zaligheid is.

In plaats van te zeggen, dat de Bijbel niet af is, draaien we het dus radicaal om en zeggen: We komen ogen en oren tekort om de wondere diepte van het Woord Gods te peilen. Het geloof ontdekt er altijd weer nieuwe dingen in. Daarom moet het voor geen dominee teveel moeite zijn om in de prediking met de gemeente door heel de Schrift heen te lopen. We zouden als predikanten, die al wat jaren gediend hebben in de kerk, voor onszelf eens moeten noteren, over welke teksten we tot nu toe gepreekt hebben om te ontdekken, dat we soms hele Bijbelboeken en Schriftgedeelten op de kansel nooit hebben besproken. Wij zeggen altijd, dat we graag de volle raad Gods preken. Wel, dan moeten we ook de hele Bijbel preken. Of durven we daar niet aan te beginnen, omdat het boven ons vermogen uitgaat? Of zullen we 't dan toch maar eens biddend en studerend gaan doen?

Ook is het goed en nodig, dat we de Bijbel aan tafel na de maaltijden cursorisch lezen, dat wil zeggen, van hoofdstuk tot hoofdstuk de Bijbel op de voet volgen. Hoeveel weinig gelezen stukken krijgen dan soms voor ons opeens nieuwe betekenis!

Als de Schrift genoegzaam is, dan moe­ ten we er niets aan toevoegen. Maar laten we er dan ook niets afdoen. Ook niet in die zin, dat we de leer van de kerk willen bouwen op een selectie van teksten, die ons in bepaalde tijdsomstandigheden aanspreken. Wij moeten niet willen leven bij een Bijbel in de Bijbel.

Het geloof buigt zich eerbiedig voor heel de Schrift. En het zegt met Samuel: Spreek, want Uw knecht hoort' (1 Sam. 3 : 10). Ook, als de Heere in Zijn Woord Zijn gerichten aankondigt. Zelfs als dat Woord ons ons doodvonnis voorhoudt. Dan halen wij uit de Schrift niet maar, wat ons aanspreekt. Maar dan worden wij door de Bijbel in het diepste van ons bestaan en over de hele lengte en breedte van ons leven beteugeld, gedirigeerd, wedergeboren. En al ware het ook een engel uit de hemel, er is geen gezag, op grond waarvan wij ooit permissie kunnen krijgen om anders te lezen dan ons geleerd is door de heilige Schriften.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De genoegzaamheid van de heilige Schrift

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's