De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het huwelijk in bijbels licht 4

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het huwelijk in bijbels licht 4

In gesprek met het gezin

11 minuten leestijd

HET HUWELIJK HERSCHAPEN

Wij hebben gezien, dat men wel eens gezegd heeft, dat het huwelijk met de sabbat behoort tot de geschenken, die God ook na de zondeval, dus na de verdrijving uit het paradijs, de mens heeft laten behouden.

Inderdaad, zo kan men het zeggen, maar al is het huwelijk een geschenk vanuit de staat der rechtheid, dus vanuit het paradijs, het huwelijk wordt nu buiten het paradijs gesloten en buiten het paradijs geleefd, met alle gevolgen van dien. Maar al wordt het buiten het paradijs geleefd, toch gelukkig niet zonder de goedkeuring en de zegen des Heeren. Aan die zegen is ook voor de gehuwden alles gelegen.

Maar, wie Gods zegen wil ervaren, die moet Gods wegen bewaren. Laten wij dat wel bedenken. Als wij Gods wegen verlaten kunnen wij vroom schijnen of oppassend, wij kunnen optimistisch zijn of niet, maar wij zullen in plaats van Gods zegen Gods verberging, ja Gods straffen te wachten hebben. Hij doet verlaters van Zijn wet in het dorre wonen.

Wij zingen misschien wel eens: 'Ga niet alleen door het leven, die last is u te zwaar' enz. Inderdaad, die last is ons te zwaar. Wie zonder God leeft zal het vroeg of laat — misschien zelfs te laat — ervaren, dat wij klem lopen. Wij kunnen het leven niet aan! Daarom is een huwelijk zonder God radicaal verkeerd begonnen.

Een drievoudig snoer

In verband met het huwelijk worden wel eens aangehaald de woorden uit Prediker 4 : 12 'een drievoudig snoer wordt niet haast — wordt niet spoedig — gebroken'. Of dit Schriftwoord op het huwelijk slaat is zeer de vraag, maar de praktische toepassing is in elk geval wel juist als men ervan zegt: Het tweevoudig verbond tussen man en vrouw moet drievoudig worden. Als derde in het verbond, die de Eerste moet zijn, moet de Heere erkend worden. Dit is volkomen juist. Hoe mensen zonder geloof het jaar in jaar uit met elkander uithouden, weet ik niet; ik weet in elk geval, dat ik de Heere hard nodig heb, niet alleen Zijn leiding en bewaring, maar ook Zijn onderwijs en Zijn bestraffingen om mij op het rechte pad te houden, uiterlijk en innerlijk.

Het is wel leuk om als jongen een meisje te leren kennen, het is wel leuk om je te verloven, om getrouwd te zijn enz., maar hoe houd je dat twintig, dertig, veertig jaar en langer uit, als je de Heere niet erkent? En dat moeten wij beiden doen. Een zogenaamd gemengd huwelijk is mijns inziens een kreupel huwelijk. Iemand, die kreupel is, heeft twee ongelijke benen; zulk een huwelijk heeft twee ongelijke partners. Dat loopt op den duur niet goed. Een huwelijk is geen liefdesroes; het huwelijk is geen huwelijksreis, onbezorgd en onbekommerd, maar... samen leven, samen het leven delen met zijn wel en wee. Daarin heb je elkaar hard nodig en boven alles hebben wij daarin de Heere nodig.

Men zegt wel eens: liefde maakt blind. Akkoord, dat kan, maar men blijft niet blind! Later ziet men eikaars gebreken en hoe zullen wij die verdragen als de Heere ons niet ons onze eigen gebreken doet zien en als onze liefde niet geworteld is in de kennis van en het buigen voor de Heere? Liefde moet toch het cement zijn in de tweeëenheid van man en vrouw; nu de ware liefde kan alleen maar bestaan en blijven bestaan als zij gevoed wordt door de kennis des Heeren.

Liefde in soorten

Wat is liefde? Ja, dat is niet eenvoudig te zeggen; die is er in soorten. Om die soorten te onderkennen gaan we even een taallesje volgen, een taallesje in het Grieks. Waarom in het Grieks? Omdat dit de taal is waarin het Nieuwe Testament geschreven is.

Toen de apostelen het Evangelie gingen verkondigen in de wereld en toen de evangelisten het Evangelie-verhaal gingen beschrijven hebben zij de waarheid Gods, vroeger alleen in het Hebreeuws — het Oude Testament — medegedeeld, in de wereldtaal, het Grieks, moeten overzetten. Overgieten zonder morsen lukt niet altijd, overzetten of vertalen in een andere taal geeft ook meermalen verlies aan inhoud. Zeker als dit het Woord van God betreft. Gods waarheid is te rijk en te vol, dan dat mensenverstand het kan bevatten, ook te vol dan dat mensentaal het kan weergeven.

Goed, het Evangelie moest in het Grieks weergegeven worden, dus ook het bijbelse woord voor de liefde Gods en de liefde tot God. Het echte Volksgrieks had daar geen geschikt woord voor. Vreemd, maar toch waar.

Het Grieks kende twee woorden voor liefde, namelijk 'eros' en 'filia'. Die woorden kende iedere Griek en wat ermee bedoeld werd, kende iedere Griek ook wel.

De eerste soort

Het éérste woord voor liefde was 'eros'. In de verhouding van mensen, in de verhouding van man en vrouw betekent dat: genieting, vreugdegenieting, liefdesgenieting, lustgenieting en daarom is dit hèt woord voor de seksuele lustbevrediging. Dit Griekse woord 'eros' leeft nog na in onze begrippen: erotisch, zinnen-prikkelend en erotiek als zinnelijke liefde. Nu zit er in de ware huwelijksliefde ook de uitloper naar de erotiek, naar de liefdesgenieting, maar als de huwelijksliefde niet meer is, dan is het een droevige zaak. Zonder de ware liefde zal de erotiek uitlopen op walging en verachting, mogelijk op haat. Dan is de liefde louter lustbevrediging, zonder diepere en duurzame band. Dit woord konden de apostelen en evangelisten dan ook niet gebruiken. Het woord liefde of liefhebben en andere samenstellingen komen in het Nieuwe Testament ongeveer tweehonderd en vijftig keer voor, maar nooit het woord eros, erotiek of iets van dien aard. Dit woord is te arm en in de praktijk te ordinair geworden om dat voor het bijbelse begrip liefde te gebruiken.

De tweede soort

Het tweede woord, dat in de Griekse volkstaal bekend was om het begrip liefde weer te geven was 'filia', een zaak van edeler inhoud. Filia duidt aan toegenegenheid, vriendschap en wijst dus op een band van hartelijke toegenegenheid tot elkaar. Het is hèt woord voor de liefde, tussen vrienden en vriendinnen, maar ook wel tussen ouders en kinderen, zelfs wordt het gebruikt voor de liefde des Vaders tot de Zoon, b.v. Johannes 3 : 35, 5 : 20 enz. Is eros het woord voor liefde, waardoor men vooral zinnelijk geniet; filia is de liefde, die het leven verrijkt, verwarmt. Men geniet elkanders vriendschap; het is een toegenegenheid tussen twee, die elkaar als gelijken beschouwen. Deze warme vriendschap mag en behoort er ook te zijn tussen man en vrouw. De liefde, waardoor men elkander als gelijken waardeert, dus niet alleen denkt: Ik maak jou gelukkig, maar ook: Jij maakt mij gelukkig. In eros zit de genieting voorop; in filia zit het wederzijds begrip, de gezelligheid voorop.

Maar zelfs het woord filia heeft de Heilige Geest en door Hem de Bijbelschrijver te arm geacht. Filia mag warm zijn en een sterke band veronderstellen, filia, vriendschap, heeft toch ook een beperktheid in zich. Vriendschap duurt zolang de ander ons ook vriendschappelijk blijft behandelen, maar als de ander ons teleurstelt, telkens weer, dan bevriest doorgaans ook onze toegenegenheid en een langdurige vriendschap raakt uit.

Hoe kan dit dan het woord zijn voor de liefde Gods: liefde tot gevallen zondaren, liefde tot vijanden, reddende liefde voor gevallenen? Neen, hoe rijk de Griekse taal overigens ook was, voor deze liefde had het Grieks geen woord. Dus dan de liefde Gods verzwijgen? Neen, dat kon niet en dat behoefde ook niet. Daar was reeds een woord voor gevonden, het bijbelse woord 'agapè'.

De ware liefde 


Inderdaad, zo kunnen wij het stellen: door de Heilige Geest verlicht en gebonden hebben de Bijbelschrijvers een woord voor liefde gebruikt, dat de Griekse taal van huis uit niet kende. Toch hebben de apostelen dit nieuwe en diepe woord voor liefde, agapè, niet zelf uitgevonden. Dat hadden driehonderd jaren tevoren reeds joodse Bijbelvertalers gedaan. Die waren omstreeks 250 jaar voor Christus bezig met de vertaling van de toenmalige Bijbel, dus het Oude Testament, en hadden, waarschijnlijk in nauw verband met een Hebreeuws woord voor liefde, een eigen en nieuw woord voor liefde gevormd, namelijk het woord 'agapè'. Dat woord alleen kon weergeven, wat er bedoeld wordt met de liefde Gods.

Eros is de genietende liefde; filia is liefde die sterk in vriendschap, in gezelligheid opgaat en duurt zolang de ander ook wederliefde betoont; agapè is liefde die stand houdt, zelfs als er een offer gebracht moest worden; is liefde, die het welzijn van de ander steeds voor ogen houdt. Men heeft het wel eens zo weergegeven: agapè is geen liefde omdat, maar liefde ondanks. Liefde omdat de ander ook goed en prettig is in de omgang is geen offer; maar iemand liefhebben, als het moeite kost, liefde, die trouw blijft ondanks hetgeen aangedaan wordt, die is van andere aard. Zo is Gods liefde jegens zondaren, jegens Zijn volk: liefde ondanks hun zonden, zo is de ware moederliefde jegens haar kind, ook als zij nachtenlang aan het ziekbed moet waken, ook wanneer het kind de liefde met ondank beloont; zo moet de liefde zijn tussen man en vrouw. Liefde ondanks alles, liefde die het welzijn van dé ander bedoelt.

Daarom moet onze huwelijksliefde wortelen in de liefde Gods, ons in Christus geopenbaard; aan deze liefde moet onze liefde verwant zijn: liefde, die zo nodig kan verdragen en vergeven; liefde waarmede men elkanders stemmingen en moeilijkheden aanvoelt en begrijpt. Deze liefde alleen wordt ons in de Bijbel beschreven als de ware christelijke liefde. Deze liefde — en zij alleen! — zoekt zichzelve niet, 1 Corinthe 13.

Nu moeten wij dat liefhebben — ondanks in ons geval, dus in verband met het huwelijk, niet al te zwaar belasten. Dat ondanks valt nogal mee, want wij ontvangen van elkaar zo ontzaglijk veel terug; begrip, zorg, geduld, liefde.

Maar mikken wij toch zodoende niet veel te hoog? Hoe is dat ooit mogelijk elkaar zo lief te hebben, zo lief, dat Vondel ervan kan dichten: 'Niets komt Gods liefde nader'?

Ja, dat kan, al blijft het slechts een klein beginsel van de volmaakte liefde, die God heeft en die Hij van ons eist, zie Catechismus, antwoord 114. Dat kan als wij God kennen en vrezen. Dan komt de wederliefde in ons en die liefde doorgloeit ook onze huwelijksverhouding. In die liefde Gods wordt onze zondige eigenliefde geoordeeld en gekruisigd, wordt ons tirannieke eigen-ik onttroond; dan kunnen wij buigen voor God en zonodig ook voor elkander.

Deskundigen weten uit jarenlange ervaring, dat veel huwelijksmoeilijkheden uit karaktermoeilijkheden voortvloeien. Men wil geen ongelijk erkennen; men blijft halsstarrig staan op eigen standpunt; men kan niet vergeven; daarom groeit men niet naar elkander toe, maar van elkander af. In het vuur van de smidse worden twee stukken ijzer aan elkaar gesmeed, in het vuur van de liefde Gods worden mensen aan elkaar gesmeed en kunnen geen koude harten blijven bestaan. In het licht van Gods Woord en Geest wordt onze gelijk-hebberige aard onttroond en gekruisigd; door Gods genade wordt ons eigen hart vernederd. Als het in een huwelijk misgaat, is het dan niet vaak omdat het in de verhouding tot God mis gegaan is? Dit soort liefde, dat is: agapè, dienende liefde, liefde die zichzelf niet zoekt maar het welzijn van de ander, kan alleen geleerd worden in de leerschool van het Evangelie en van de Heilige Geest. Daarom is de eenheid van man en vrouw in de geestelijke dingen van onschatbare waarde. Als wij het in het grote één zijn, worden wij het ook wel in het kleine, in het alledaagse.

Zegen van het verbond

Toch moet u niet denken, dat die liefde alleen mogelijk is als iemand, of als man en vrouw beiden kinderen van God zijn. Gods zegen valt veel wijder, binnen Zijn verbond, dus ook binnen Zijn verbondsgemeente, dus ook onder de bediening van Zijn verbond in Woord en sacrament geeft God ook reeds een schat van zegeningen. Als de bediening van Woord en Geest ons niet tot ware bekering leidt, is dat heel erg en ook een grote schuld tegenover God, maar toch is er in het leven onder en bij Zijn Woord een grote zegen, voor ons en onze kinderen. Als het in ons huwelijk of in ons gezin verkeerd gaat, moeten we maar eens beginnen te vragen of onze verhouding tegenover God niet verkeerd is of verkeerd geworden is. Wij kunnen het rechte pad niet vinden, wij kunnen het rechte pad niet bewaren zonder de Heere.

Bovendien moet u nogmaals bedenken, dat ook de allerheiligste, zolang hij in dit leven is, maar een klein beginsel van die ware liefde heeft. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht, om er elkaar op te wijzen, dat de ware huwelijksliefde moet wortelen in Gods Liefde (Agapè). Een zeevaarder vaart ook niet helemaal tot aan de Noordpool, toch is zijn kompas altijd op die Noordpool afgestemd; wij bereiken ook nooit de volle liefde, maar onze liefde moet op dat kompas, het kompas van de liefde ciie uit God is en zichzelf niet zoekt, afgestemd zijn.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het huwelijk in bijbels licht 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's