De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geloof 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloof 1

Pastorale overwegingen

6 minuten leestijd

Devaluatie van het woord

Wanneer in het pastoraat het geloof ter sprake komt, dan zitten we al spoedig in een babylonische spraakverwarring, doordat de één onder 'geloof' iets totaal anders blijkt te verstaan dan de ander. Het woord 'geloof' is één van de woorden, die op een ontstellende wijze zijn gedevalueerd.

Dat komt al uit in ons gewone spraakgebruik. Ik kan zeggen: 'Ik geloof dat we beter weer krijgen'. Of: 'Ik geloof dat er regen op komst is'. En als ik dat zeg, dan bedoel ik: 'Dat is mijn persoonlijke mening'. Maar zekerheid heb ik daarover niet, ik denk het zomaar.

Trekken we het woord 'geloof' in de kerkelijke sfeer, dan kunnen we zeggen: 'de rooms-katholieken hebben een geloof en de protestanten hebben een geloof'. Of: 'het geloof hebben we van huis-uit meegekregen'. Of ook wel: 'ieder gelooft op zijn eigen manier'. Als we het woord 'geloof' zó gebruiken, dan bedoelen we ermee: de leer; het geheel van opvattingen over God, over de bijbel, over de weg der zaligheid.

We kunnen nog een stap verder gaan en zeggen: ik geloof alles wat in de bijbel staat'. Dat is al heel wat, want het kan niet van alle kerkmensen en zelfs niet van alle dominees gezegd worden, dat ze de hele bijbel voor waar houden. Maar als we niet méér doen dan verstandelijk aannemen wat de Heere in Zijn Woord heeft geopenbaard, dan doen we altijd nog minder dan de duivel. Denk maar aan Jacobus 2 : 19: Gij gelooft dat God een enig God is en gij doet wél... de duivelen geloven het ook en ziji sidderen'. Het zogenaamd historisch geloof (het louter verstandelijk voor waar houden wat de bijbel zegt) is nodig, maar niet genoeg tot de zaligheid.

'Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen', zegt de Schrift in Hebr:11:6. En daarom moeten we eerst te weten zien te komen wat de bijbel nu eigenlijk onder 'geloof' verstaat.

'Geloof' in de bijbel

Het woord 'geloof' komt in het O.T. weinig voor. De verhouding tot de Heere wordt daar vaak uitgedrukt met 'de vreze des Heeren' of met 'vertrouwen'. Wanneer we toch in de vertaling het woord 'geloof' of 'geloven' tegenkomen, dan vinden we in de grondtekst het woord 'amman', dat zoveel betekent als 'vastmaken, bevestigen'. Denk maar aan ons woord 'amen', het is waar, het staat vast.

Ter verduidelijking een voorbeeld uit het dagelijks leven in het O.T. Wanneer in oorlogstijd een bode het bericht bracht dat de vijand in aantocht was, dan sloot men de poorten van de stad, dan riep men alle weerbare mannen op en dan werd de bewaking verdubbeld. Niemand had nog een vijand gezien, maar men hield het bericht dat die bode gebracht had, voor waar, men 'bevestigde' het bericht, van die bode en men trok daaruit de consequenties.

Het Woord van God geloven wil dus zeggen: God betrouwbaar achten, amen zeggen op Zijn boodschap, met alle consequenties daaraan verbonden.

Hèt voorbeeld van geloof in het O.T. vinden we in het leven van vader Abraham. Niet voor niets wordt hij genoemd 'de vader aller gelovigen'. Abraham heeft van de Heere de belofte ontvangen dat zijn nageslacht even talrijk zal zijn als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee. En hoewel hij alles tegen had (hij was hoogbejaard en kinderloos) lezen we van hem: 'Abraham geloofde God en het is hem tot gerechtigheid gerekend'. Dat wil dus zeggen: Abraham hield de belofte Gods voor waar, omdat hij niet twijfelde aan de betrouwbaarheid van Hem, Die het beloofd had en aan Zijn almacht om die belofte ook te vervullen.

Een ander schoon voorbeeld vinden we in de profetie van Habakuk. Wanneer daar het gericht Gods losbarst en de Chaldeeën komen aanstormen, dan staat er ineens: 'Maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven'.

Geloven wil dus in het O.T. zeggen: Gods belofte beamen, daarin rust vinden, en daaruit moed en kracht putten, zelfs in de meest hachelijke situaties.

In het N.T. komt het woord 'geloof' veelvuldig voor, met name in de apostolische brieven. En evenals in het O.T. betekent het dat men Gods Woord voor waar houdt, daarop vertrouwt en daaruit leeft.

Zo zegt Christus bijvoorbeeld tegen de ongelovige joden: 'Zijn Woord hebt gij niet in u blijvende, want gij gelooft Hem niet. Die Hij gezonden heeft'. En na de opstanding lezen we van de discipelen: 'Zij geloofden de Schrift, en het Woord dat Jezus gesproken had'.

In de brieven, en met name in die van Paulus, is geloof en geloven steeds nauw verbonden met het heilshandelen van God in Jezus Christus. Het is een aanvaarden van het evangelie van Jezus Christus en Die gekruisigd; een persoonlijk amen zeggen op de blijde boodschap van het evangelie.

'Geloof' in de belijdenisgeschriften

Wanneer we stellen dat 'geloof' altijd gericht is op Gods heilshandelen in Christus, dan denken we als vanzelf aan de Heidelbergse Catechismus: 'Wat is dan een christen nodig te geloven? Al wat ons in het evangelie beloofd wordt. ..' En dan volgt de geloofsinhoud, samengevat in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Het ware geloof is dus altijd gericht op datgene wat de Heere heeft geopenbaard en beloofd. Maar dan zó dat het mij persoonlijk aangaat.

Immers, wanneer de Catechismus vervolgens vraagt naar de aard van het ware geloof, dan luidt de definitie: 'Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat God in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar ook een vast vertrouwen, dat niet alleen anderen, maar ook mij, vergeving van zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid geschonken is, enz...'

Met andere woorden vinden we dezelfde omschrijving in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. 'De Heilige Geest ontsteekt in onze harten een waar geloof, dat Christus en al Zijn verdiensten omhelst en niets meer buiten Hem zoekt'.

Telkens weer komen in de reformatorische omschrijvingen van het ware geloof dezelfde elementen terug: het voor waarachtig houden van het Woord van God, het amen zeggen op de beloften van God in Christus, en dat altijd met insluiting van zichzelf, het persoonlijk daarbij betrokken zijn en daaruit leven.­

Van hoeveel belang deze reformatorische (en wat nog meer zegt: bijbelse!) opvatting aangaande het geloof is, zal hopelijk in het vervolg blijken.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het geloof 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's