De praktijk van de evangelisatie
De evangelisatorische roeping van de gemeente
Op verzoek van de redactie zal ik trachten in dit artikel aan te geven hoe wij de evangelisatorische roeping van de gemeente, zoals ik die in mijn lezing aan de hand van Gods Woord heb trachten te ontvouwen, in de situatie van vandaag in praktijk kunnen brengen. Ook hierbij zullen wij ons primair hebben te laten leiden door wat de Bijbel hieromtrent te zeggen heeft.
De vraag die zich direct aan ons opdringt is of onze gemeenten zich van hun evangelisatorische roeping voldoende bewust zijn. Is het niet zo, dat evangelisatie een zaak is die de Kerk veelal heeft overgelaten aan bonden en verenigingen? Wordt niet te weinig ingezien dat de plaatselijke gemeente primair geroepen is tot het doen van evangelisatie? Is voor velen in onze gemeenten evangelisatie niet een begrip dat eerder geassocieerd wordt met activiteiten van bepaalde functionarissen of verenigingen dan met de eigen roeping om dagelijks getuige van Jezus Christus te zijn in de plaats waar God ons gesteld heeft? Ik vrees dat de situaties in Nederland en Engeland op dit punt niet veel zullen verschillen en dat het er primair om zal moeten gaan de gemeenten weer te bezielen van haar roeping tot evangelisatie.
Prediking van het evangelie moet centraal staan en hoogste prioriteit hebben
Onze gemeenten zullen de bezieling moeten terugkrijgen waarmee de eerste christelijke gemeenten hun roeping tot de verkondiging van het evangelie in praktijk brachten. Dit zal moeten gebeuren door de prediking van het evangelie de hoogste prioriteit en een centrale plaats in het kerkewerk te geven. Uit de opdracht die Christus aan Zijn kerk gegeven heeft: Gaat heen in de gehele wereld en predikt het evangelie aan alle creaturen' (Marc. 16 : 15) vloeit dit toch noodzakelijk voort. Er zijn drie elementen in deze opdracht die onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn, nl. prediking, evangelie en mensen. Dit houdt in dat wij het evangelie niet los mogen maken van prediking of van mensen. Prediking is het door God gewilde middel waardoor het evangelie aan de mensen gebracht moet worden. In praktische begrippen betekent dit dat wanneer mensen in onze kerken komen of wanneer wij ze in hun huizen opzoeken, zij van ons het evangelie zullen horen. Over de inhoud van de boodschap van het evangelie zal geen misverstand kunnen bestaan. In navolging van onze Heere Christus en Zijn apostelen zal onze prediking een boodschap aan zondaren moeten zijn. In onze dagen is de prediking in vele kerken als het ware verlamd omdat alle toehoorders beschouwd worden als geredde mensen. Wij zouden in onze taak ten opzichte van onze medemens, maar nog erger ten opzichte van God, ernstig tekort schieten als wij niet alle mensen, waar zij ook zijn, bevelen om zich in Gods naam te bekeren. Wij moeten hun tonen dat zij vervloekt zijn als overtreders van Zijn heilige Wet: 'want door de wet is de kennis der zonde'. Maar wij moeten er onmiddellijk aan toevoegen: 'Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegdraagt'. Immers een evangelieboodschap, die van geen Zaligmaker van zonden spreekt, is geen evangelie.
Wij zullen met het brengen van deze boodschap net zo lang moeten doorgaan, hoe donker ook de omstandigheden of hoe dood de mensen ook mogen zijn, totdat wij de vraag horen: 'Wat moeten wij doen om zalig te worden? '. Wij moeten niet rusten van onze arbeid voordat wij van onze mensen een persoonlijke getuigenis horen van hun geloof in de Messias: 'Ik weet dat mijn Verlosser leeft'. Wij moeten blijven doorgaan met prediken totdat wij kunnen zeggen tot zulken in onze gemeenten: 'En u heeft Hij weder levend gemaakt toen gij dood waart in zonde en misdaden'.
Wij, als predikers van Gods Woord, zullen onszelf steeds weer na het houden van een preek enkele vragen moeten stellen, zoals: 'Kon met deze preek werkelijk een ziel gered worden? ' - of 'Volg ik mijn Meester na door werkelijk te zoeken naar hetgeen verloren is? '. Kunnen wij werkelijk in alle ernst de apostel nazeggen: 'Want ik ben vastbesloten niet anders te weten onder u, dan Jezus Christus en Die gekruisigd'. Wij, die de evangelische boodschap van harte liefhebben en die wellicht al te haastig verklaren dat wij de gehele 'raad Gods' verkondigd hebben, moeten ons biddend met de vraag bezighouden, of onze ambtelijke werkzaamheden gekenschetst kunnen worden als 'betuigende zowel de Joden alsook de Grieken, de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus'.
Toch zullen wij niet tevreden kunnen zijn met de prediking van het evangelie binnen de muren van onze kerken, als wij tenminste het Nieuwe Testament serieus willen nemen. Wij zullen ons in moeten zetten voor de verspreiding van het evangelie in nabijliggende dorpen of gebieden, als daar het evangelie in zijn ware zin nog niet gebracht wordt. Totdat wij ons werkelijk daarvoor hebben ingezet kunnen wij nauwelijks zeggen: Ik heb het evangelie van Christus volbracht' (Rom. 15 : 19). De apostel Paulus kon immers verklaren: En alzo zeer begerig ben geweest om het evangelie te verkondigen, waar Christus niet genoemd was' (Rom. 15 : 20). Begrijp mij goed, ik spreek hier niet noodzakelijk van activiteiten die een enigszins spectaculair karakter hebben zoals straatprediking en massabijeenkomsten. Wat ligt meer voor de hand dan dat levende leden van de gemeente mensen uit de buurt uitnodigen om op zo'n gelegenheid op informele wijze te getuigen van hun geloof in hun God. Ik heb uit eigen ervaring geleerd dat zulk werk rijk gezegend kan worden. De gemeente, die ik thans als predikant mag dienen, is op deze wijze ontstaan. Was het in de tijd van de eerste christelijke gemeenten anders? Op deze wijze werd immers in die dagen het evangelie verbreid. Ook in onze tijd is het onder de zegenende hand van onze God mogelijk dat op deze wijze ook onze gemeenten vruchtbaar bezig zijn. Uiteindelijk moet zo een heel land weer onder het beslag van het evangelie gebracht kunnen worden. Als wij maar getrouw zijn, zal God zeker de wasdom geven.
De noodzaak van het persoonlijk getuigenis
Het is uit het voorgaande reeds gebleken dat het persoonlijk getuigen van de christenen van vitale betekenis is voor de verbreiding van het evangelie. In Hand. 8 : 4 lezen wij van de leden van de gemeente: 'Zij trokken het land door, het evangelie verkondigende'. Zowel mannen als vrouwen waren hierbij betrokken. Door het getuigenis van de vrouw uit Samaria werden velen in deze stad voor Christus gewonnen: 'En velen van de Samaritanen uit de stad geloofden in Hem om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij alles gezegd wat ik gedaan heb' (Joh. 4 : 39). Elke christen in onze gemeenten moet altijd bereid zijn tot verantwoording aan een iegelijk, die rekenschap eist van de hoop, die in hem is met zachtmoedigheid en vreze' (1 Petr. 3 : 15). Wij herinneren ons ongetwijfeld wat Christus aan een bekeerde man zei: 'Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun wat grote dingen u de Heere gedaan heeft en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft'. En het resultaat was dat 'allen zich verwonderden' (Marc. 5: 19, 20).
Wij moeten ons als predikanten afvragen of wij onze eigen mensen wel genoeg op hun verantwoordelijkheid in deze gewezen hebben. Wij weten het allemaal heel goed dat Christus van de christen spreekt als 'het zout der aarde' en 'het licht der wereld', maar wat wordt er in de praktijk van terecht gebracht. Het moet aan elke christen in onze gemeenten duidelijk gemaakt worden dat Gods voorzienigheid hem gesteld heeft in het huis waarin hij woont en de plaats waarin hij werkt, of studeert, om die plaats in dienst te stellen van zijn Heere om daar van Hem te getuigen. Want in de kern is het zo dat hier het hart klopt van ons missionair bezig zijn. Hoe belangrijk de arbeid van evangelisten, zelfs van de meest bekende, mag zijn, waar het uiteindelijk op aankomt is dat de ware christenen in hun dagelijks leven voor Christus uitkomen op de plaats waar zij gesteld zijn en de mogelijkheden daartoe aangrijpen die God hun daar geeft. Hoe kunnen anders de miljoenen die ronddolen zonder herder tot bekering gebracht worden en tot kennis van Jezus Christus als hun Zaligmaker?
Sommigen zouden wellicht kunnen aarzelen om zo open voor hun God uit te komen. Zij zouden zich daarvoor zelf onbekwaam kunnen achten. Laten wij echter bedenken dat het Nieuwe Testament nergens spreekt over zwijgende of geheime christenen. Integendeel, Christus spoorde Zijn volgelingen aan met zulke woorden als: 'Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken' (Matt. 5 : 16).
Als wij deze woorden serieus nemen dan is evangelisatie geen werk meer dat aan specialisten wordt overgelaten, maar een dagelijkse arbeid voor iedereen die zich in Christus geborgen weet.
Hoe functioneert dit nu in de praktijk?
In wezen is het antwoord op deze vraag erg simpel. Als nl. de gemeente zicht krijgt op haar evangelisatorische roeping, dan zal wat wij noemen 'het kerkewerk' niet alleen naar binnen, maar ook vooral naar buiten gericht zijn.
De zondagschool b.v. functioneert niet alleen voor de onderwijzing van de eigen kinderen, maar is er speciaal op gericht om zoveel mogelijk kinderen uit niet-christelijke gezinnen met het evangelie in aanraking te brengen. De kinderen moeten worden gestimuleerd om vriendjes of vriendinnetjes mee te brengen. Voorts zou er in de schoolvakanties een speciale week gearrangeerd kunnen worden met gevarieerde activiteiten, waarvoor de kinderen uit de gehele omgeving worden uitgenodigd. In mijn eigen gemeente kennen wij een zg. Paasschool die in de week na Pasen gehouden wordt, 's Morgens is er een programma voor de kleineren, gevuld met zingen, bijbelvragen en vertellingen en 's middags een soortgelijk programma voor de oudere kinderen. De school wordt op zaterdag besloten met een gemeenschappelijke pick-nick. De Paasschool is een belangrijke recruteringsbasis gebleken voor de zondagschool.
Ook de wekelijkse avond voor de 'teeners' is erop gericht om onder de opgroeiende jeugd in de omgeving evangelisatorisch bezig te zijn. In het begin van de avond is er een tijd van gezellig samenzijn met diverse spelen. Daarna wordt de avond besloten met het bespreken van een levensvraag die zodanig aan de orde wordt gesteld dat het evangelie centraal komt te staan. Om een beeld te geven wat voor kerkewerk er in mijn gemeente gedaan wordt, is het wellicht van interesse om hieronder het vaste weekprogramma weer te geven:
Zondag:
09.30 'De Zoekers', jeugd 12—14 jaar
10.45 Morgenkerkdienst
15.00 Zondagschool 4—12 jaar
15.00 Bijbelschool 16 jaar en ouder
18.30 Avonddienst daarna elke twee weken Gemeente-avond
Dinsdag: Vrouwenbond
Woensdag: 'De Zoekers'
Donderdag: Bijbellezing en gebedsbijeenkomst
Zaterdag: Jeugdavond
Deze activiteiten vinden hun complement in wat de gemeenteleden in de omgeving van hun eigen huis doen. Zij worden gestimuleerd om contact te leggen met mensen in de buurt door ze uit te nodigen voor koffie-of theevisites. Gedurende zo'n contact wordt het gesprek gebracht op levensvragen, om op die manier de weg te openen tot de confrontatie met de Heere Jezus Christus. Zulke contacten worden gevolgd door een uitnodiging tot het bijwonen van een kerkdienst of het participeren in andere kerkelijke activiteiten, zondagschool, jeugdclub, bijbelkring en wat dies meer zij. Het is wonderbaarlijk hoe de Heere zulk werk zegenen kan. Juist het persoonlijke contact in de intieme sfeer van de huiskamer blijkt de eenzame van God vervreemde mens van onze tijd aan te spreken.
De herleving van het gebed
Om te eindigen zou ik gaarne tenslotte willen wijzen op de noodzaak dat wij in gehoorzaamheid aan het Nieuwe Testament in ons persoonlijk en kerkelijk leven de betekenis van het gebed herontdekken. De eerste christelijke gemeenten volhardden niet alleen in de leer van de apostelen maar ook in het gebed. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de nieuwtestamentische kerk ontstaan is uit een gebeds-bijeenkomst op de pinksterdag. 'Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders' (Hand. 1 : 14). Als wij de Handelingen van de apostelen bestuderen, is het verrassend te zien hoe dikwijls wij de gemeente aantreffen in gebed. Wij constateren dan ook dat de prediking van het Woord voorafgegaan werd door een gebedsbijeenkomst. Wij lezen immers: En terwijl zij baden werden zij vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid (Hand. 4 : 31). Het evangelie kwam voor het eerst in Europa in een plaats in Griekenland waar een 'gebedsplaats' was (Hand. 16 : 13). Als u mij zoudt vragen waar het hart moet kloppen van het evangelisatiewerk van de gemeente, dan is dat in de wekelijkse gebedsbijeenkomst. In deze dienst wordt gezamenlijk gebeden voor het kerkewerk in het algemeen maar voor het evangelisatiewerk in het bijzonder. Het is niet alleen de predikant die bidt, allen die zich daartoe geroepen voelen participeren om beurten in hardop gebed. Van zo'n gebedsbijeenkomst gaat geweldige kracht uit. Zegt Christus niet Zelf dat een gemeente die niet bidt spoedig zal verslappen (Luk. 18:1).
We kunnen allerlei activiteiten organiseren, maar als ze niet gedragen worden door een biddende gemeente, zullen ze geen vrucht dragen. Alleen als wij als gemeente weer leren om samen te bidden voor de verbreiding van het evangelie, over de gehele wereld, kunnen wij verwachten dat de Heere onze gemeenten wil zegenen door het redden van hetgeen verloren is en door het groot maken van Zijn naam in ons midden. 'Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit' (Ps. 2:8).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's