Een themanummer over maatschappijkritiek
De redactie vroeg mij een kort artikel te schrijven over het nummer van Wapenveld van september 1972, dat gewijd is aan het onderwerp Maatschappijkritiek. Het valt niet moeilijk aan dit verzoek te voldoen, omdat er belangrijke beschouwingen in dit nummer staan. We zijn trouwens van Wapenveld veel goeds gewend. Dit nummer handhaaft het niveau waarop het blad zich beweegt. Ik moet het nog sterker zeggen: het biedt meer aan principiële bezinning dan wat men elders onder dit thema ontmoet.
Dat begint al direct in de bijdrage van prof. Troost. Hij schrijft over het thema onder de titel: 'Strukturele bronnen van maatschappijkritiek'. Hij wil de maatschappij confronteren met en meten aan hetgeen God in de scheppingsorde over de maatschappij gewild heeft. Hij haalt nogal breed uit tegen de theologie, die z.i. niet voorkomen heeft, dat de taal van de scheppingsorde niet voldoende in een christelijke wijsbegeerte is verwoord. Misschien moet men zelfs wel zeggen, dat de theologie er mede de schuld van is dat het zo gelopen is. In elk geval zoekt Troost de oplossing van de problemen in een voluit christelijke wijsbegeerte, waarbij het werk van Christus door Zijn Geest ons in staat stelt om de maatschappij te hervormen naar de door God verordende structuren. Ik acht dit een waardevol aangrijpingspunt. Het zou nog profijtelijker geweest zijn, wanneer de schrijver ons, al was het maar in enkele grondlijnen, wat over de betekenis van de scheppingsorde voor de concrete problemen van de huidige maatschappij had gezegd. Daarbij zal zeker de verhouding tot de openbaring door de Heilige Schrift een rol spelen. Dan kan men iets minder eenvoudig de theologie van de tafel schuiven als Troost dat pleegt te doen.
Ir. Van der Waal geeft een poging tot terreinverkenning. Hij gaat in op een aantal problemen uit onze maatschappij. Kern daarvan is de verhouding van welzijn en welvaartsverhoudingen. Van der Waal vindt het te eenvoudig om alleen de maatschappij als consumptiemaatschappij aan te klagen. De kritiek moet doorstoten tot op de wortels van onze samenleving. Dan stuit men op de ontkerstening. De mens acht zichzelf de norm van alles. Deze wereldbeschouwing is het die onze maatschappij openzet voor krachtige marxistische invloed. De normering van de welzijnswaarden moet aan de Bijbel ontleend worden. Waarom wordt op het gebrek daaraan niet meer de nadruk gelegd? Dat is maatschappijkritiek in de diepste zin van het woord.
Dr. Buskes heeft zijn uitgangspunt voor een artikel over 'Wat zegt de bijbel over maatschappijkritiek? ' gezocht in het boek Micha. Dat is één groot protest tegen de uitbuitingspolitiek van de grootgrondbezitters. Daartegenover spreekt Buskes dan van de droom, die het protest moet vergezellen. De droom moet uitgaan van de belofte van het Godsrijk dat de Messias brengt. Politiek en sociaal conformisme, in stand gehouden door een tot ideologie verworden God-met-ons-theologie is zonde, een niet-geloven in de Messias en de vreemde vrijspraak. In het themanummer 'Verzoening' van 'Voorlopig' (december 1972) heeft Buskes van dit artikel een samenvatting gegeven. Hij schrijft daar dat hij tot andere conclusies komt dan zijn medeschrijvers. Aan het eind zwakt hij die stelling wat af. Hij schrijft dan: 'De meeste schrijvers geven een ander geluid'. Het komt mij voor dat het verschil met bijvoorbeeld het artikel van prof. Graafland vooral hierin gelegen is, dat Buskes alle arbeid voor het menselijke zonder meer als arbeid voor het Koninkrijk van de Messias ziet. Dit is een vorm van 'inclusief theologiseren'. Het maakt inderdaad nogal enig verschil of je ook terugredeneert en zegt: de arbeid voor het Koninkrijk moet, dus geloof in de Koning en gehoorzaamheid, bewust en persoonlijk, en niet maar impliciet, als drijfveer hebben.
Het is in elk geval sympathiek dat Buskes zijn lezers van 'Voorlopig' aanraadt dat ze het themanummer van 'Wapenveld' zeker moeten lezen. Hij doet dat, omdat zijn medeschrijvers in dat nummer een ander geluid geven. We zijn met Buskes van mening dat het voor veel enthousiaste lezers van 'Voorlopig' heel goed zou zijn, als ze dit themanummer eens zouden lezen. Ze worden dan op zijn minst op de gedachte gebracht dat er nog een andere benadering mogelijk is, dan de eenzijdige welke 'Voorlopig' zijn lezers altijd voorschotelt.
Ik wens die lezers vooral het artikel van prof. Graafland in handen. In een kort, maar krachtig en zeer bijbels artikel bespreekt hij bijbelse gegevens. Interessant is dat hij ingaat op het verschil tussen Oud en Nieuw Testament. Hij spreekt dan over de concentratie, de vergeestehjking van het heil in het Nieuwe Testament. Dat is niet het eindpunt. Het is slechts een stadium in de geschiedenis die God met deze wereld gaat. Het einddoel is een nieuwe wereld, de herschepping. Men zou willen dat prof. Graafland deze gedachten verder uitwerkte. Als ik het goed zie liggen er hiervoor reeds aanknopingspunten in zijn bijdrage aan de bundel 'Luisterend Leven'. Graag schrijf ik de samenvatting van zijn kritiek over: 'Ik zie de hedendaagse maatschappijkritiek, met name in haar marxistisch-christelijk gewaad, als een klankenexegese van wat de profeten gezegd hebben. Het is een napraten, bijna naapen. Maar juist dit verraadt zijn surrogaat-karakter. De eigenlijk profetische dimensie wordt erin gemist, omdat de confrontatie met God en zodoende ook de echte bijbelse bekering erin wordt gemist'. Het laat zich denken dat Buskes na zijn beschouwing behoefte had om met enige reserve over deze bijdrage te schrijven. Toch zou ik juist nu zijn advies aan de lezers van 'Voorlopig' willen onderstrepen: laten ze het vooral lezen.
Drs. G. van Leijenhorst beantwoordt de vraag: Welke visie heeft de christelijke politiek op de samenleving. Gezien de verscheidenheid van christelijke partijen is dat geen eenvoudig, en waarschijnlijk ook niet eenduidig te beantwoorden vraag. In het eind van zijn betoog kunnen de partijen zich waarschijnlijk wel vinden. Het gaat er dan om: hoe verhoudt de schepping zich tot haar Schepper. De wereld moet liturgisch gevuld worden. Dat is een politiek uitgangspunt bij uitnemendheid. stemmen we Van Leijenhorst toe. Hij wil 'de eeuwige muziek' in de politiek hebben. De liturgie en de preek horen bij elkaar. Het zijn waardevolle uitgangspunten voor een concrete uitwerking.
Drs. S. Meijers schrijft het slotartikel, dat handelt over opdracht en grenzen van de maatschappijkritiek. Hij schrijft over de gereformeerde traditie terzake van de relatie tot de maatschappij. Hij wijst op de Nadere Reformatie en kiest dan als typeringen: een unieke, kwetsbare, zelfstandige, zakelijke en riskante positie. Hij uit de vrees dat de tijd wel eens kon komen, dat de kerk en de christenen geen invloed meer hebben op de maatschappij. Men moet dan bepaalde dingen binnen de maatschappij maar eens laten uitwoeden. Het uitzicht op het Koninkrijk van God en op de Nieuwe Orde blijft bewaard. De kerk heeft om de komst daarvan in elke maatschappelijke situatie en in elke fase van haar geschiedenis te bidden.
Het is duidelijk: ik kon geen overzicht geven van de rijke inhoud van de onderscheiden artikelen. Hoogstens kon ik proberen de lezer van dit artikel er wat aan te laten ruiken. Mijn eindindruk is: een waardevol nummer, dat sterker is in het formuleren van kritiek op de kritiek en in het aanwijzen van de uitgangspunten dan dat het zelf een beeld schetst van hoe het moet en hoe het kan. Aanzet daartoe vindt men echter stellig in hetgeen op tafel is gelegd. Dat is in de verwarde situatie van onze dagen niet weinig. Ook Buskes moet dat beseft hebben, toen hij de lezing aanbeval.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's