De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kinderen aan het Avondmaal? 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kinderen aan het Avondmaal? 3

8 minuten leestijd

Na de tegenstanders van de kindercommunie het woord gegeven te hebben, laat ds. Aalbers de voorstanders spreken. Vooreerst zijn er een paar vrijgemaakt gereformeerde predikanten (ds. Smouter en ds. Visie), die helemaal uitgaan van het behoren tot de gemeente. Zij zeggen: gedoopt, dan ook aan het Avondmaal.

Men vestigt dan gaarne de aandacht op de Israëlitische feesten die door het hele volk werden gevierd. Vandaar dat ds. Smouter zonder enige aarzeling het woord van antwoord 75 uit onze Heidelberger: 'dat Hij mij en al Zijn gelovigen van dit brood te eten, en van deze drinkbeker te drinken bevolen heeft', toepast op de kinderen. Hier is m.i. een kortsluiting aanwezig, die samenhangt met het behoren tot de 'Ware Kerk', wat in deze kringen sterk leeft.

De kinderen zijn 'erfgenamen van het rijk Gods en van Zijn verbond'. Dat is waar. Maar ze zijn vooreerst ook erfgenamen van een belastende erfenis van zonde en verlorenheid, van een boos en onwillig hart. Daarvan is het gelovig-zijn niet een vanzelfsprekend produkt. Een erfenis kan zeer rijk zijn en toch bepalingen bevatten, die aanvaarding daarvan op weerstanden doen stuiten. Dat is ook hier het geval. De aanvaarding van de weldaden hangt samen met het bewustzijn van onze nood. Het gaat om een redding. Anderzijds hangt met deze aanvaarding ook samen de lust tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit alles is niet automatisch aanwezig. Ook niet bij de kinderen des verbonds. Heel de praktijk van datzelfde volk Israël demonstreert dat overduidelijk. En onder het nieuwe verbond is dat niet anders. God wil Zijn waldaden schenken. Maar dat wil niet zeggen, dat Hij ze zo maar aan ons kwijt kan. Het evangelie is ook in deze vorm niet naar de mens. De verlorenheid moet erkend en de noodzakelijkheid en de heerlijkheid van de verlossing in Christus moeten onderkend worden.

Met de veelgebruikte woorden 'op de wijze van een kind' is wel iets, maar niet alles gezegd. Bovendien denken we bij dat woord 'kind' veelal aan een periode van openheid en argeloosheid. Omdat bij de vragen, die hier liggen juist de jongeren van 12-18 jaar zo nauw betrokken zijn, is de naam 'kindercommunie' eigenlijk wat misleidend. Deze jongeren zijn juist bezig de kinderschoenen te ontwassen.

Dat er kinderen zijn, in wier leven zeer jong het werk van Gods genade rijke vruchten draagt, is waar. En dat er kinderen zijn, die door Hem bereid worden opgenomen in Zijn heerlijkheid is waar. Maar het gaat niet aan deze uitzonderlijke voorbeelden, te laten gelden als gedragsregel voor het geheel van de kerk.

Dr. J. van der Werf, die een warm voorstander is van de deelname der kinderen aan het Avondmaal, meent, dat die deelname veel meer op heel onze eredienst betrekking zou moeten hebben. Die eredienst is nu z.i. door de grote plaats, die de prediking inneemt, toch al zo rationalistisch, meent hij. Nu wil ik niet ontkennen, dat hier een levensgroot gevaar aanwezig is. Ook is er het gevaar, dat we wel willen, dat de kinderen met de gemeente zullen opgaan, maar dat we in de prediking doen alsof ze er niet zijn. Hier liggen problemen, die niet zo eenvoudig zijn op te lossen. Paulus heeft zijn brieven, waarin zelfs volgens Petrus vele dingen zwaar zijn om te verstaan, tot de gemeenten in hun geheel gericht. Hij richt zich af en toe ook tot de kinderen. Maar ik denk, dat dr. Van der Werf de apostel toch niet van rationalisme durft beschuldigen. Naast het bekende: 'als gij niet wordt als de kinderkens' staat: 'opdat wij niet meer kinderen zouden 'zijn'. Er is veel in de gehele Schrift, dat niet zonder meer kinderkost is, zonder daarom met het predikaat 'rationalistisch' te mogen worden afgedaan.

Dat het sacrament een leermiddel is (blz. 48) is waar. Maar de beste leermiddelen op het gebied van de muziek baten niet, wanneer de muzikale begaafdheid ontbreekt. Zo ook ziet het oog niet, wat het H. Avondmaal betekent en verzegelt, wanneer dat oog blind is. Het oog voegt geen lichtbron toe aan het licht, dat door God ontstoken is, maar het is wel nodig om dat licht te aanschouwen. Vandaar vanouds de vraag naar het geloof. Ook in de Schrift. Zonder hand kan men niets aanpakken. Wel moet het een ledige hand zijn. Juist een ledige hand.

Dr. Van der Werf meent, dat, als men eerst een persoonlijke geloofsbelijdenis moet doen, alvorens tot het Avondmaal toegelaten te worden, de waarde van de Doop, die men als kind ontving, praktisch tot niets wordt gereduceerd.

Dat is een mening, die toch wel op grove misverstanden berust. De God des verbonds is zelfs het grote Voorwerp des geloofs. Hij presenteert Zichzelf in het evangelie, in het bijzonder in de vaste vorm van het genadeverbond. Maar dat sluit niet uit, dat er een subject moet zijn, dat gelovig naar Hem uitgaat, dat op Hem bouwt en zich geheel aan Hem vertrouwt. Dr. Van der Werf staat wantrouwend tegenover die geloofsbelijdenis, die zo nadrukkelijk zou samenhangen met de grote ommekeer in ons leven.

En dan volgt deze opmerkelijke, veelzeggende zin: 'Maar de grote ommekeer is toch gegeven in dood en opstanding van Christus en wordt in de Doop aan ons voltrokken'. Ik zou zeggen: dat is nu het eigenlijke punt. Daar ligt een theologische achtergrond, waar wij elkander kwijtraken. Hier is een heilsobjectivisme en een sacramentalisme, dat in vroeger eeuwen de kerk reeds op een verkeerd spoor heeft geleid. Hier gaat het teken (de Doop) de plaats innemen van de betekende zaak. Bovendien zijn we dan eigenlijk op Golgotha wedergeboren en bekeerd. Alles is al gebeurd. En 'het is ons levenswerk om deze dingen in ons leven waar te maken', zegt dr. Van der Werf. Hier gaat het niet meer om de leeftijd van toelating. Maar hier is een andere theologie aan het woord dan die van de Schrift en van de belijdenis. Dr. Van der Werf wil sterk het individuele terugdringen ten bate van het gemeenschapsdenken. Hij meent zelfs, dat wij gedoopt worden op basis van het geloof der gemeente. Waar heeft hij dat ooit gelezen? Basis is, dacht ik, niet het geloof der gemeente, maar de belofte des verbonds aan de gemeente, waarbij de brede omvang van dat verbond de persoonlijke toeëigening van het heil niet uitsluit. Ten onrechte stelt dr. Van der Werf dan ook vast, dat de bijbelse noties van de Doop er geen twijfel over laten bestaan, dat deze Doop de dopeling tot lidmaat van de gemeente van Christus maakt en toegang geeft tot de Tafel des Heeren. Want het is niet de vraag of onze kinderen tot het genadeverbond behoren, maar hoe zij dat beleven.

Wel is volgens dr. Van der Werf catechese nodig. Hij gebruikt dan de oud-christelijke term 'catechumenaat' en stelt zich voor, dat daartoe de leeftijd van 9—12 jaar moet dienst doen, terwijl reeds tijdens dat catechumenaat de kinderen toegelaten zouden moeten worden. Enige respons, enig antwoord van 's mensen zijde moet er dan toch wel zijn, zo menen ook de voorstanders van de kindercommunie. Ds. Aalbers meent, dat daarbij uitgegaan wordt van een vrij sterke catechetische situatie. Ik ben geneigd hier nog wel een vraagteken bij te plaatsen. Afgezien nog van het bezwaar door prof. Hartvelt ergens genoemd, dat de catechetisch-pastorale begeleiding van de jongeren in een leeftijd met veel innerlijke crises al zo jong ophoudt.

De voorstanders van de kindercommunie leggen veel nadruk op de huiscatechisatie met verwijzing naar de bijbelse eisen aan vaders en moeders. Ds. Telder zegt: de ouders moeten met hun kinderen over de HEERE spreken bij vele gelegenheden, die zich daarvoor in het gezinsleven voordoen. Daardoor zou dan een zeer mondig klimaat ontstaan.

Hier worden we gesteld voor bijzonder waardevolle en ernstige gezichtspunten. Het ware te wensen, dat alle ouders daarin getrouw, bekwaam en eensgezind waren. Want dan mag er eerst wel een hervorming van het leven van de meeste ouders beginnen. Ik vrees nl. dat de algemene praktijk van het doorsnee-gezin een te wankele basis is, om daarop zo'n aantrekkelijk huis te bouwen.

Naast de huiscatechisatie komt dan de kerkelijke catechese, die blijkbaar haar brede opzet van bijbelkennis en geloofsleer, ethiek en kerkgeschiedenis zou moeten prijsgeven terwille van een onderwijzing, die 'duidelijk gestructureerd zou moeten zijn rondom Doop en Avondmaal', en die zelfs rechtstreeks verbonden zou moeten zijn aan de wekelijkse eredienst. Na die catechetische vorming (tot 12 jaar) zou dan in het 'leerhuis' een catechisatie voor iedereen moeten zorgen voor de nodige verdere onderwijzing.

Maar ik zou willen vragen: is de praktijk in de Lutherse landen met de vroege confirmatie zo aantrekkelijk om na te volgen? Hoevelen zijn er daar, die later het gevoel hebben, dat zij toen door hun jeugdige leeftijd de betekenis en de consekuenties niet konden doorzien en overzien van hetgeen zij deden, zodat er niet een bewuste keuze voor het leven geboren werd.

Is het dan niet verkieslijker, zoals in vele Friese gemeenten het geval is, dat men op latere leeftijd belijdenis doet en daarmede toegang tot het Avondmaal vraagt en dan ook in de regel levenslang Avondmaalganger blijft?

Jozua dringt er bij het volk op aan, dat zij de HEERE dienen zullen. Maar het moet wel een weloverwogen en besliste keuze zijn. Anders zullen zij Hem niet kunnen dienen, ondanks emotionele betuigingen (Jozua 24). En ook de Heere Jezus Zelf remt soms enthousiaste voornemens af, opdat men zich bewust zij, dat, wie achter Hem wil komen, zijn kruis op zich neme en Hem volge.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1973

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Kinderen aan het Avondmaal? 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1973

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's