Lezers aan het woord
Ik heb momenteel een stapel brieven voor mij liggen, die ik de laatste weken ontving. Stuk voor stuk brieven waarin lezers ingaan op artikelen die de laatste weken in ons blad verschenen of die handelen over onderwerpen die het kerkelijk leven in het algemeen raken. Het is ondoenlijk ze hier alle weer te geven. Het is voor mij ook ondoenlijk ze alle persoonlijk te beantwoorden. Daarom licht ik uit het geheel wat onderwerpen en geef ik hier door wat de lezers daarover schreven. Met het verzoek aan de lezers mij niet kwalijk te nemen dat ik niet elke brief persoonlijk beantwoord of ook dat ik niet alle brieven, die over eenzelfde onderwerp gaan, noem. De behandeling hier van de onderwerpen moge voldoende bewijs zijn dat ik deze reacties zeer op prijs heb gesteld.
De nood in de wereld
Vele brieven kreeg ik naar aanleiding van mijn artikel Taak en Roeping in het nummer van 4 januari 1973. Inzake de actie Kom over de Brug schreef ik dat we na het niet meedoen wèl zouden moeten zorgen dat datgene wat we uitspaarden bij deze actie, aan het eigen zendingswerk ten goede zal komen en ook dat er een groot stuk nood in de wereld is, ook buiten de zendingsgebieden waarvoor wij ons verantwoordelijk weten, waar we een roeping hebben. Ik schreef: 'Wij baden in Welvaart, mogen we anderen laten baden in armoede? ' Het is opvallend hoe velen met deze zaak bezig zijn, met hun hele hart bezig zijn. Ik licht daarom uit enkele brieven een paar zinsneden.
Iemand schreef: 'Reeds jaren tob ik met de zaak rijkdom/armoede. In feite vind ik dat wij als christenen heel veel, enorm veel tekort schieten in ons verantwoordelijkheidsbesef ... Als wij in 'rijkdom baden' — en daar ben ik het geheel mee eens — dan kunnen wij geen genoegen nemen met de verkeerde verdeling van de gaven welke God aan deze wereld heeft geschonken. ... Daarom vraag ik mij twee dingen af: 1. De mensheid die zo knap is om naar de maan te vliegen is m.i. zeer zeker in staat een economie te ontwerpen welke het onrecht opheft. 2. Waarom geven wij als christenen niet een voorbeeld om afstand te doen van alle bezit? ... Duidelijk is voor mij dat in het Oude Testament het bezit niet is afgekeurd, maar daar staat tegenover dat het Nieuwe Testament ons leert dat Christus Zelf niets bezat op deze wereld en dat Hij ons leerde dat ons brood en water gewis is. Een ander schrijft: k kom vaak mensen tegen, die principieel vele ontwikkelingshulpacties afwijzen en verder vrolijk in welvaart leven, zonder schuldgevoel! En dan noemt de schrijver mogelijkheden om hier aan onze roeping gestalte te geven, bijvoorbeeld in projecten van de I.C.C.C.
Weer iemand anders vraagt: 'we hebben toch het Werelddiaconaat' Een ander schrijft: 'Ik hoop van harte dat er een weg gevonden zal worden voor hulpverlening in de hele wereld waar nood is. Nu ook de acties voor Vietnam. Net zoals u schrijft durf je er niet aan mee te doen, door de communistische achtergronden, die je er soms in proeft. Maar tegelijker tijd ben je zo begaan met het lot van die mensen en voel je jezelf schuldig staan door alle welvaart die we bezitten. En ik merk het ook wel eens aan de mensen, ze zijn er zo mee klaar als ze zeggen aan een bepaalde actie niet mee te kunnen doen. En dan maar kijken hoeveel ze al op de bank hebben of wat ze nu weer zullen kopen. ... Ik voel me persoonlijk schuldig, omdat ik mens ben, aan alles wat er voor onrecht en leed in de wereld is. Daarom hoop ik zo erg dat er kanalen gevonden worden waarin we voluit mee kunnen doen.'
En tenslotte nog één brief: 'Wat geven we enorm veel geld uit aan allerlei luxe dingen, terwijl er velen kramperen. Wat maken we soms in onze bedrijven grote winsten en de soms arme consument is er de dupe van. Bezit is geen diefstal, maar wel als het verkregen is door maar te halen wat we maar kunnen halen, al moet een ander ervoor kromliggen...' De brief besluit met: 'We moeten meer uit Pinksteren leven: een nieuw Reveil verwachten van de Heilige Geest. En vanuit Pinksteren naar de grote dag, de wederkomst. Dankbaarheid voor veel maar ook oog voor de nood van de wereld, voor de naaste veraf en dichtbij. Voor de enkeling en de massa, voor degenen die er niet meer uitkomen.'
Tot zover uit de brieven. Anderen reageerden op soortgelijke wijze. Terwijl overigens in al de brieven meeklonk de grote zorg, dat bij allerlei acties en bewegingen in onze tijd een bepaalde politieke instelling meespreekt en het evangelie van Christus verbasterd wordt. Ik ben dankbaar voor deze vele reacties. Daaruit spreekt bezorgdheid voor wat er in de wereld plaatsvindt en het diepe besef dat wij ons van die nood niet terug mogen trekken. Daarvoor zou geen enkel excuus te vinden zijn. Intussen liggen hier ook levensgrote vragen. De kwestie van de verhouding rijk en arm. Hoe ligt dat bijbels? Het bezit wordt in de Bijbel nergens afgekeurd. Maar de rijken hebben tegenover de armen wel hun roeping. Rijken en armen ontmoeten elkaar, de Heere heeft ze allen gemaakt (Spr. 22 : 2). Daarin ligt de gedachte dat ze voor God gelijk zijn. De rijken kunnen zich op deze tekst nooit beroepen om zich aan hun roeping tegenover de armen te onttrekken.
De arme Lazarus ligt voor ons aller poorten. En we kunnen er niet omheen dat de bijbel op vele plaatsen de roeping van de rijken voor de armen onderstreept. Laten we dat goed bedenken bij alle bezwaren die we hebben tegen de ideologieën die in onze tijd welig tieren. Er zal onder ons naar wegen gezocht moeten worden om ook hier collectief onze roeping te verstaan. We moeten helaas zeggen dat het werk van het Werelddiaconaat niet vrij is van politieke smetten en dat daar ook vaak een denken naar voren komt dat hulpverlening los maakt van de roeping der kerk om het evangelie te verkondigen. Maar dan zullen we zelf naar andere wegen moeten zoeken. We ervaren sterk dat we in dit opzicht, wat betreft het Werelddiaconaat, temeer nu projecten van achter het ijzeren gordijn weggevallen zijn, in een impasse gekomen zijn. Maar ongetwijfeld zal hier de komende tijd iets ter hand genomen worden om projecten die ons van allerlei zijden worden aangereikt te toetsen en zo te zien waar wij onze hulp kunnen geven.
Bij dit alles dienen we evenwel te bedenken dat er behalve de sociale armoede en rijkdom ook sprake is van het arm van geest zijn. Er zijn rijken die het arm van geest zijn kennen en armen die in geestelijk opzicht rijk en verrijkt zijn. Het is de roeping van de kerk om temidden van armen en rijken de evangelieboodschap te laten horen om de mens te doen zien vanwaar hij komt, wie hij is en wat zijn bestemming is. Elke loskoppeling van het diaconaat van de verkondiging van het evangelie zal leiden tot een stuk humanistisch bezig zijn.
Rest mij in dit verband nog op te merken dat in onze kring een studiegroep komen zal die zich met de geweldige ethische vragen die hier liggen in bijbels licht zal gaan bezighouden. Want de nood is groot, en ons opgelegd.
De nood van de vervolgden
Iemand schrijft mij dat hij vanaf de kansels zo weinig hoort bidden voor de vervolgden om des geloofs wil. Hij wijst op formuliergebeden waarin deze voorbede een duidelijke plaats heeft en wijst ook op het woord van Paulus in Hebr. 13 : 2: Gedenk de gevangenen alsof gij medegevangen waart en degenen die kwalijk behandeld worden alsof gij zelf kwalijk behandeld werd.
Ik geef deze opmerking hier maar door. In het bovenstaande ging het over rijkdom en armoede in sociaal opzicht. Maar er is ook de nood van de vervolging om des gelóófs wil in de wereld. We weten van de kerken achter het ijzeren gordijn, van de christenen in China. We mogen ze inderdaad nooit in de voorbede in de gemeente vergeten. Gelukkig vindt deze voorbede vaak plaats. Maar het is goed er hier nog eens de aandacht op te vestigen. In de nood van onze wereld is de nood van de vervolgde christenen er één die ons wel ten zeerste ter harte moet gaan, niet alléén in de voorbede maar ook — waar het mogelijk en nodig is — in stoffelijk opzichte Doe wel aan alle mensen maar het meest aan de huisgenoten des geloof s.
De nood van de prediking
Er is ook een andere nood. De nood van de prediking, ook in eigen land. Telkens weer ontvang ik brieven of andere reacties van mensen die in streken wonen waar de gereformeerde prediking niet is, waar men soms lange afstanden gaat rijden om een preek te horen die nog uit het belijden der kerk opkomt. Velen zijn er ook die jarenlang in hun eentje of met een kleine kring van mensen ploeteren en op hun post blijven om zo mogelijk de gemeente in het spoor van het belijden te brengen en een gereformeerde prediking te krijgen. Men kan respect hebben voor deze mensen die het volhouden om jarenlang tegen stroom op te roeien. In gemeenten waar nog een bloeiend, gereformeerd kerkelijk leven is kan men zich de moeite en zorgen van deze mensen nauwelijks voorstellen.
Iemand schrijft: 'Hoe meer ik te maken krijg in deze streek met een vals evangelie, hoe kouder mijn ziel en hoe hongeriger en dorstiger ik word naar het Brood des levens dat mij onthouden wordt. Zo veel te feller is mijn reactie tegen de ontrouwe herders en leraars. Ik eis van hen op grond dat zij zich aanmatigen gezanten te zijn van Christus dat zij deze roeping waar maken op de kansel. Ik vraag het niet 'als 't u belieft', neen ik roep hen ter verantwoording want God zal het van hun hand eisen en deswege heb ik het recht als gemeentelid en gelovige. Het mag niet vrijblijvend op de kansel verkondigd worden en ik ben er al meer van overtuigd dat een zwijgende gemeente schuldig staat... en naar de mate van mijn gehoorzaamheid aan die opdracht ontvang ik ook de goedkeuring des Heeren in mijn ziel. Daarom alleen kan ik voortgaan als een roepende in de woestijn. .. Ik had behoefte u dit te schrijven opdat u weten mag dat in het verborgen nog veel gestreden wordt op eenzame plaatsen. Gelukkig heb ik veel steun aan mijn man die hier als ouderling ook geen medewerking ontvangt maar toch zijn tijd wil uitdienen.'
Een brief als deze, waaruit ik deze hartekreet nam, is een voorbeeld van vele die soortgelijk zijn. Ik wil maar zeggen, er is ook een nood van de prediking, vlakbij, in eigen land. Laten we het niet vergeten! Een jeugdig lezer, 18 jaar, leerling van een christelijk lyceum, zond me een uitvoerig schrijven waarin hij zijn zorg over de kerk bloot legt aan de hand van het bijbelgedeelte 2 Kon. 18 : 13—27 waardoor hij getroffen werd. De profeet Micha voorspelt Achab — tegen de voorspellingen van de leugenprofeten in — dat hij gedood zal worden in de strijd tegen de Syriërs. Hij moet deze profetie bekopen met opnieuw in de gevangenis te gaan. Hij profeteerde: Ik zag het ganse Israël verstrooid op de bergen, gelijk schapen die geen herder hebben'. Zijn enige motief om te spreken was: Zo waarachtig als de Heere leeft, hetgeen mijn God zeggen zal dat zal ik spreken.'
De jongeman trekt de lijnen door naar deze tijd, naar predikanten die denken dat ze het Woord verkondigen en predikanten die weten dat ze het Woord verkondigen. De echte profeten en de leugenprofeten. En hij vraagt zich af of er vanuit dit bijbelgedeelte niet een profetie ligt naar onze tijd, waarbij hij dan Achab, die sterven zal, met de kerk vergelijkt, waarna de overgebleven schapen verstrooid zullen zijn. De vergelijking tussen Achab en de kerk gaat dunkt me mank. Bovendien is het altijd riskant om concrete oud-testamentische situaties over te brengen op situaties nu, waarbij alles dan precies in een systeem wordt gebracht.
Maar het bijbelgedeelte op zich geeft genoeg stof tot nadenken. Daarom geef ik het hier maar door. Er is altijd weer, niet in het minst ook in onze tijd, - de strijd tussen de waarheid en de leugen. Er zijn altijd weer de zogenaamde profeten, die met de geruststellende mededeling komen: 'vrede en geen gevaar'. Maar daartegenover staat het bijbels vermaan: 'Hun zal een haastig verderf overkomen'. Daarom staat dit gedeelte van 2 Koningen, waarover de briefschrijver spreekt, wel midden in onze tijd. Tot waarschuwing! Het luisteren naar de profeten die alleen maar van vrede spreken heeft tenslotte tot gevolg dat de schapen verstrooid worden.
Ik begon dit stuk, waarin ik een aantal lezers aan het woord liet, met de nood in de wereld: er zijn de duizenden armen die geen helper hebben. Er is ook de nood van de vervolging der christenen: verdrukten om de Naam van Christus. Er is ook de nood van de prediking, van de schapen zonder herder.
God weet van de armen, de vervolgden en de schapen zonder herder. Maar wij hebben de roeping mee aan hen te denken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1973
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's