Bedankt voor de TIP???
Van tijd tot tijd laat de Hervormde Jeugdraad (H.J.R.) een toelichtings-, informatie en publiciteitsblad verschijnen, dat de naam TIP draagt, naar de eerste letters van genoemde woorden.
Op zaterdag 13 januari kreeg ik een nummer van dit blad in mijn bus, dat geheel gewijd is aan de bekende 2% ontwikkelingssamenwerking. Omdat TIP de pretentie voert (dat blijkt uit gesprekken) de gehele jeugd van onze kerk te willen vertegenwoordigen en bereiken, voel ik me genoodzaakt, vooral door mijn contacten met de jeugd via de H.G.J.B., met een aantal kritische opmerkingen op deze uitgave in te gaan.
a. Op de voorpagina wordt geconstateerd dat de 2% actie niet vlot van start is gegaan omdat sommigen helemaal niet van plan zijn geweest om mee te lopen en anderen belemmerd werden mee te doen, aangezien er van de tribune geroepen werd dat de start vals was. De actie is niet overgekomen zoals dat heet. Daarom heeft de H.J.R. besloten een hele TIP in 'eenvoudig' Nederlands aan deze materie te wijden. Het is jammer en verkeerd dat er bij deze opmerkingen geen argumenten worden genoemd. Er is een deel van de kerk dat niet meedoet of anderen belemmert mee te doen. Waarom? Daarover lezen we niets. Wie de jeugd voorlicht zal ook de argumenten van de tegenstanders van deze actie moeten noemen en op hun gehalte toetsen. Dat is niet geschied. Waarom is er niet vermeld dat menigeen meent dat 'acties' als deze niet losgemaakt mogen worden van zending en diaconaat, aangezien dan de binding aan het Woord van God behouden blijft? De diaconie is toch de hand van de kerk? Waarom die hand niet sterker gemaakt en meer gevuld? Heeft onze regering met ons als burgers geen eigen taak in dit opzicht naast de specifieke taak der kerk (en)? Waarom is er niet gezegd dat menige kerkeraad en kerkvoogdij beducht was voor het stellen van prioriteiten (voorrang) in de aanbevolen reorganisatie van ons kerkewerk? Menigeen is niet ten onrechte verontrust wanneer het gaat over het stellen van prioriteiten inzake het gebruik van geld en mankracht. De kerk dreigt meer en meer (vanwege de 'geloofwaardigheid') te (ver)worden tot een sociaal instituut, terwijl de meer specifieke taken van de kerk als prediking, catechese en pastoraat naar de achtergrond worden gedrongen. Waarom is er niet verteld dat er bij menigeen grote bezwaren leven tegen het feit dat alle beslissingsmacht over het geld overgedragen wordt aan hen, die het ontvangen? Het is niet denkbeeldig dat het geld besteed zal worden aan doelen die zich niet verdragen met het wezen van de kerk. De oecumenische theologie stelt me wat dat betreft niet gerust. Waarom is er niet vermeld dat menigeen zich heeft afgevraagd hoe de synode van onze kerk deze actie verplicht kon stellen en zich daarvoor garant stellen? Hoe moet dat, zonder daarover vooraf classes te raadplegen? De hier aan de orde gestelde vragen kun je niet afdoen met te zeggen dat sommigen helemaal niet liepen en anderen belemmerend werkten.
b. Waarom ontbreekt aan deze toelichting en voorlichting een bijbelse fundering? In het stuk van de synode over deze actie ontbrak die trouwens ook. Als dit stuk werk een echt nieuwe taak van de kerk is mag dat wel bijbels gefundeerd worden. Er wordt in het hoofdartikel op de voorpagina onder de titel 'Aardse schijngestalten' waarin de noodzaak van de 2% actie wordt beklemtoond, met geen woord gesproken over de zonde en de gebrokenheid van ons menselijk bestaan; ook wordt niet gesproken over het herstel van de gerechtigheid door het werk van onze Heere Jezus Christus. De optimistische visie op de mens en zijn prestaties is beslist verwerpelijk in dit stuk. Ook hier treffen we de gangbare mening (in de moderne theologie) aan dat de mens het Rijk zal verwerkelijken. Indien op de begrippen zonde en gerechtigheid ingegaan zou zijn, was het geheel in een ander licht komen te staan. Ook dan zou de noodzaak van 'geven en hulpverlenen' beklemtoond kunnen worden, alleen dieper en in een ander kader, namelijk gebonden aan de norm van het Woord Gods. Wanneer mensen worden veranderd volgen de structuren. Wanneer wij zonder bekering tot God en onze medemens de structuren veranderen willen, vervallen we van het ene juk dat onze schouder drukt aan het andere.
c. Op pagina 3 onder het kopje 'Het nieuwe van Uppsala' wordt gezegd dat het 'nieuwe' waarover in dit opschrift gesproken wordt hieruit bestaat; de kerken zelf, niet de leden moeten de 2% betalen. Hoe dat moet weet waarschijnlijk geen mens aangezien nog steeds de kerken gevormd worden door hun leden. Als er zoiets geschreven wordt duidt dat op een afkeer van het instituut kerk. Ook dat is niet nieuw. Als we zo doorgaan zal het instituut het niet lang meer uithouden; voorbeelden genoeg. Verder lees ik daar: het is met de 2% een kwestie van begroten, en, het is maar 2 cent van elke gulden. Ik geloof dat het volkomen onjuist is om op' zo'n simpele manier over de gelden van de kerk te spreken. Alsof je via een begroting alles kunt... (schulden maken en tekorten hebben in elk geval wel); alsof er niet heel wat mensen zijn die inmiddels de zoveelste cent van een gulden al weggeven, b.v. aan zending, diaconaat, evangelisatie, eigen kerk, enz. Achter, de 'begroting' steekt wel het een en ander dat onze aandacht verdient. Ik lees: is het nodig dat elke wijk zijn eigen predikant en eigen kerkgebouw heeft gezien de teruglopende aantallen gemeenteleden?
Over de oorzaken van deze teruggang wordt met geen woord gerept of het moest zijn dat er heel wat gemeenteleden zijn die een hekel aan de kerk krijgen omdat zij altijd maar aan haarzelf denkt. Is dat nu werkelijk waar? Verlaten er niet grote aantallen mensen de kerken om eigen wegen te gaan los van God en Zijn Woord? Is er geen secularisatie op grote schaal, waardoor de lof des Heeren aan het uitsterven is? Het is misselijk dat het vernissen van de buitendeur van de kerk en het vernieuwen van de trouwloper van de kerk nog wel een jaar voor deze actie kan wachten; dat te schrijven terwijl er veel predikantsplaatsen worden opgeheven en kerken gesloten en gesloopt, is sterk hypocriet (huichelachtig).
d. Op de pagina's 4 en 5 wordt gesproken over de besteding van de gelden. Een vierde blijft in ons land om door middel van publikaties de 'mentaliteit' van de gemeenteleden te veranderen; de rest, drie vierde gaat naar de ontwikkelingslanden, naar de kerken, die daar ontwikkelingswerk mee doen. Alhoewel erop gewezen wordt dat het fonds van deze 2% actie (Oecumenisch ontwikkelingsfonds) niet verward mag worden met het speciale fonds van de Wereldraad tegen het racisme (geld voor geweld? ), blijft nochtans de vraag bestaan wat er dan wel met het geld gebeurt. Ook het schrijven van de synode van oktober 1972 geeft op die vraag geen concreet antwoord. De in de oecumene gangbare theologie maakt ons ongerust.
Op bladzijde 6 wordt een aantal suggesties gedaan om binnen de plaatselijke gemeenten de 2% actie op gang te brengen (door jongeren); het schrijven van brieven; het oprichten van een werkgroep; het bespreken van vragen. In de meeste gevallen dringt zich een probleemstelling aan ons op, die we op grond van ons theologisch uitgangspunt niet kunnen aanvaarden. We hebben niet zoveel fiducie in werkgroepen; we hebben meer fiducie in gemeenteleden, jong en oud die zich binden aan het Woord en zich daardoor alleen laten leiden; dat geeft een werkelijk nieuwe visie en opent een nieuwe toekomst zowel voor het heden als de eeuwigheid.
f. Op blz. 7 wordt een bemoediging gegeven voor moedelozen (omdat de actie niet zo goed gaat) onder het opschrift 'Perspectief'. Waarom wordt er hier niet gewezen op de bemoediging uit het Woord voor de kerk? De kerk is toch niet alleen maar te meten aan haar actie; dat is haar wezen niet; het 'heil' is en wordt gegeven en vandaaruit werken we toch? Waarom niet gesproken over het fundament Jezus Christus?
g. Is het niet beschamend te lezen dat in 1971 50 diaconieën en 10 kerkeraden hebben deelgenomen met als opbrengst een , bedrag van ƒ 40.000, — ? Zulke dingen zouden tot diepgaande bezinning moeten leiden.
h. Om niet het odium op onze hals te halen dat we overal tegen zijn en nergens aan meedoen zou ik met klem willen propageren extra inspanningen te verrichten voor de zending in de meest brede zin van het woord; medische zending, arbeid aan scholen, diaconaat enz. inbegrepen. Ook de jongeren kunnen zelf in dit opzicht vooruit. Was het project voor Kenya niet prachtig? Jongelui, als je dit leest, span je in op grond van het Woord; laten we als ouderen ons niet gemakkelijk van de zaak, die ernstig genoeg is (hoeveel en hoe groot is de nood niet? ) afmaken. Laten we er echter tegelijk voor oppassen dat we door naar de grote nood te kijken, het wezen van de kerk niet verloochenen.
De Hervormde Jeugd Raad suggereert (dat blijkt keer op keer) de gehele jeugd van onze kerk te willen bereiken. Dan is dit soort voorlichting toch wel zeer eenzijdig en niet rekening houdend met de mening van anderen, die zich toch duidelijk aan het Woord Gods en het belijden der kerk binden. Aan zo'n TIP heb ik althans geen behoefte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's