De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De twaalfjarige Jezus  in de tempel 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De twaalfjarige Jezus in de tempel 1

8 minuten leestijd

In de volgende nummers treffen de lezers als meditatie aan de preek die door ds. Boer op de zondag voor zijn overlijden in Zoetermeer werd gehouden over de twaalfjarige Jezus in de tempel. Zoals al eerder werd aangekondigd zullen in het boekje dat verschijnen gaat ook twee preken worden opgenomen en wel de laatste preek in Zoetermeer over Zondag 31 van de H.C. en verder een preek over Hebr. 11 : 9 en 10. De andere preek die hij nog in Zoetermeer gehouden heeft drukken we graag af in ons blad.De redactie

En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zei tot Hem.: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? zie. Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zei tot hen: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? Lukas 2 : 48 en 49

Wie in de bijbel een levensbeschrijving naar ónze opvatting, een beschrijving van het leven van de Heere Jezus zoekt, komt teleurgesteld uit. De geboortegeschiedenis vooral in het evangelie naar Lucas, wordt ons breed verhaald. Maar dan na het bezoek van de wijzen uit het oosten valt er een stilzwijgen dat duurt tot aan het twaalfde levensjaar. Er valt opnieuw een langgerekt stilzwijgen tussen het twaalfde en dertigste levensjaar van de Heere Jezus Christus. Dat kan ons wat leren: namelijk dat het evangelie niet een levensbeschrijving van de Heere Jezus naar onze snit is, maar dat het verkondiging is van de grote daden Gods in het leven, het sterven en de opstanding van de Heere Jezus.

Vooral over de kinderjaren van de Heere Jezus is weinig bekend. Des te meer legenden zijn er dan ook in omloop in de oud-christelijke literatuur, waarin allerlei bijzondere voorvallen over het leven van Jezus worden verhaald, zonder dat het één been in de Schrift heeft. Het zijn dan ook legenden, en daar gaan we niet op in. Wat geen legende is, dat is, wat ons wordt verteld door Lucas aan het eind van hoofdstuk 2. Jozef en Maria zijn wetsgetrouw, dat wil zeggen, ze houden zich aan de inzettingen en geboden des Heeren. Dat gold niet alleen de besnijdenis en de voorstelling in de tempel, maar dat geldt nu ook de eerste tempelgang. Het was een geweldige gebeurtenis voor een joods jongetje, wanneer hij op ongeveer twaalfjarige leeftijd 'zoon der wet' werd, en allerlei verplichtingen, uitgebreide geboden van Mozes op zich kreeg, om die te onderhouden. Het hoogtepunt was vooral: de eerste tempelgang. We zouden zeggen: de eerste kerkgang. Dat is wat voor een kind op wiens ziel nog geen eelt zit, dat nog niet zo doorgewinterd is in de kerkgang en vaak in de onbekeerlijkheid; een kind dat het gebed hoort, de invloeden ondergaat, die daar soms van uitgaan als er bediening van de Geest is, het zingen, en soms ook een woord opvangt! Het is van ontzaglijk grote betekenis, wanneer het zich opgenomen weet in het geheel van de gemeente. Ja, zeggen de moeders. die eerste keer gaat het nog wel, maar die tweede en derde keer ! .. . Ach, ieder zal daarin tijd en wijze moeten vinden. Maar het blijft staan, dat het van geweldige betekenis is, dat wij en onze kinderen, niet in allerlei soort aparte diensten, maar in de samenkomsten van de gemeente voor Gods aangezicht verschijnen. Leren wij onze kinderen dat de kerkgang een hoogtepunt is in ons leven? Hoezeer zij ook een gewoonte is, en dat mag, want het is een goede gewoonte, zij is een feest. Hoe onbeschrijfelijk moeten de indrukken geweest zijn van de Heere Jezus, niet alleen toen Hij na veertig dagen werd ingedragen in de tempel, maar vooral toen Hij als twaalfjarige knaap met Jozef en Maria en al de mensen uit Nazareth en omgeving, zich naar Jeruzalem gaat begeven. De profetie van Maleachi gaat in vervulling: dat de Heere snel tot Zijn tempel zal komen. Stelt u het zich eens voor, het lichaam schuift zich in de schaduwen, want Hij was het Die toch het lichaam van de schaduwen was.

Het blijkt, dat daar in de karavaan plaats is voor jongens en meisjes en ouderen en dat er uiteraard afspraken zijn tussen de ouders en de kinderen: daar en daar zien we elkaar terug. Op de heenreis, en ook wel op de terugreis worden de liederen Hammaalóth gezongen, die wij nog altijd zingen. Prachtige liederen: Ik ben verblijd (Ps. 122). Wanneer zij over een heuvel-of bergtop Jeruzalem in het vizier krijgen dan barst er een groot gejubel los; blijdschap! Want Jeruzalem was de navel van de wereld. Daar draaide alles om. Daar had God Sions toppen verkozen, om er Zijn stad, maar vooral Zijn tempel te bouwen. Zijn tegenwoordigheid te tonen. Daar stond in die kubus de ark des Heeren, met daarboven de cherubim, en daaronder het verzoendeksel. Daar woonde de Heere Zelf. Daar was het huis van de Vader.

Maria en Jozef hebben druk gesproken. Ach, het is een beetje een oneerbiedige vergelijking, maar stel dat u met uw kinderen naar de zendingsdag gaat in Driebergen, waar zo'n tien- tot vijftienduizend mensen komen en die kinderen zijn nog wat klein, dan moet u ze geducht in de gaten houden om ze niet kwijt te raken. Wat zijn er dan niet een ontmoetingen en begroetingen tussen oude bekenden, mensen die je soms in jaren niet gezien hebt. Natuurlijk, het is een zendingsdag, geen tempelgang in de zin van het Oude Testament, maar het gaat om het punt van de vergelijking. Ze gaan met elkander met de karavaan mee. Bij het vertrekpunt zijn afspraken gemaakt.

Maar wanneer alles voorbij is, het Pascha gevierd is, dan blijkt plots bij de eerste halte het Kind verdwenen. Het Kind is er niet! Dat is een schrik die zo door je gebeente gaat, als je je kind kwijt bent. Waar is m'n kind ? ! 't Zal ons allemaal weleens overkomen zijn. Waar is m'n jongen ? ! Waar is m'n meisje ? ! Wat een zelfverwijt! Dan zeggen we altijd: we hebben niet goed genoeg opgelet. We hebben veel te weinig zorg aan dat kind besteed. Wat een schrik! Het Kind, ja, de Zoon Gods, Die zij in bewaring hadden gekregen. Gods eigen Kind. Jawel, daar zo slecht opgelet? O gemeente, dacht u dat ze één minuut geslapen hebben in die nacht? Want 's avonds in het donker teruggaan naar Jeruzalem was er niet bij. Dat kon niet. Ze moesten, of ze wilden of niet, wachten tot de andere morgen.

Zo gaat dat, wanneer er in ons gezin een klap valt. Dan zegt ons hart: dat is om jouw zonden, dat is om je ongerechtigheden. Nu scheelt het veel wie dat zegt. Als de Heilige Geest dat zegt dan maakt Hij ons klein. Als de duivel het zegt dan zegt hij: zie je wel het is ook nooit wat met je geweest. Maar wanneer krijgen we het eind zwaarder naar ons toe, dan wanneer er iets met ons kind gebeurt. Wanneer er aan ons kind zo getrokken wordt, dat we het of kwijt zijn of bijna kwijt zijn? Wat zijn we dan voor ouders? Wat geven wij onze kinderen mee? Maria heeft al zoveel angsten om dat Kind uitgestaan. Had Herodes niet zijn zwaard getrokken tegen al de kindertjes van Bethlehem? Als het aan Herodes gelegen had dan was dat Kind er zeker bij geweest. Maar Goddank, er was een ingreep van Boven. Egypte was er. En toen terug, nee, niet naar Bethlehem, maar naar Nazareth want o, die Herodes! Gemeente, wat een zorg! Simeon had het wel terecht gezegd: ook zal een zwaard door uw ziel gaan. Mijn ziel verheft Gods eer, zong Maria. Jawel, dat is óók zo. Maar mijn ziel ligt plat op de vloer vandaag. Dat is óók waar. Zo gaat dat. Vanuit de hoogte in de diepte. Vanuit de diepte naar de hoogte. Gaat dat ook in het geestelijk leven niet zo? Want we hebben onoverwinlijke vijanden: de zonde, de dood en het oordeel! En wie dat niet alleen van horen zeggen heeft, maar dat ook uit innerlijke beleving weet, wie ook weet, dat die onoverwinlijke vijanden door Gods almacht en genade en liefde zijn overwonnen, en dat dit Heilig Kind Jezus de Overwinnaar is van dood, hel en graf en zonde, wat kent die mens niet een vreugde! Want dan zijn zonde en dood en hel en duivel net goed genoeg om de genade nog des te overvloediger te maken. Wat een blijdschap, als dat Kind wordt ontdekt, dat heel de schuld van de zonde op zich genomen heeft!

David wist ervan! Gij had, zo zegt hij, mijn berg vastgesteld door Uw goedertierenheid. Maar, zegt hij er achteraan, toen Gij Uw aangezicht één ogenblik verborg, toen werd ik verschrikt. Toen kwamen al de verschrikkingen Gods op hem aan. Toen heeft hij gekermd en geklaagd. Dan is Jezus toegedekt. Hij is er wel, maar Hij is niet bij ons. Dan is er geen troost, geen kracht. Dan is er die ontzettende angst. Zou Hij wel terugkomen? Zal 'de genade' verliesbaar zijn? Zou God ooit weer op Zijn gegeven Woord terugkomen? Zou Hij verder het geloof schenken? Niet iedere gelovige doorlijdt deze angsten en ontzettingen tot in de diepste diepte. We leren er allen wel wat van kennen in het leven des geloofs: 'toen Gij Uw aangezicht verborg werd ik verschrikt'. Waar is het Kind? Want laten we er goed aan denken, wat hier staat is niet terwille van Maria geschreven. Zij was misschien al lang overleden toen Lucas schreef. Maar het is terwille van u en mij opgeschreven, opdat we toegerust zouden worden in de aanvechtingen van 't leven.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De twaalfjarige Jezus  in de tempel 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's