De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Verzoening en verandering

De Amsterdamse studentenpredikant, dr. H. Wiersinga, heeft èn in zijn proefschrift en in een latere publikatie de klassieke verzoeningsleer van de reformatorische belijdenisgeschriften fel gekritiseerd. Van een verzoening door voldoening aan Gods gerechtigheid, het stillen van Gods toorn, de plaatsbekleding door Christus' offer wil Wiersinga niet weten. Het offer van Christus mag, volgens Wiersinga nooit worden tot een excuus en een alibi voor ons handelen. Wiersinga spreekt van verzoening als verandering. Jezus' kruis brengt een schokeffect teweeg. Daardoor komt het tot bekering, verandering en geschiedt verzoening. Duidelijk blijkt bij Wiersinga de inbreng van de nieuwe theologie, waar sterke nadruk gelegd wordt op de mens als partner in het heilsgebeuren.

In zijn tweede publikatie heeft Wiersinga nogal wat nadruk gelegd op de ethische relevantie van de bijbelse verzoeningsboodschap, o.a. in politiek opzicht. In 'De Reformatie' van 13 januari heeft prof. dr. J. Douma deze gedachten van Wiersinga aan een scherpe kritiek onderworpen. Douma weigert zich het dilemma te laten opdringen van of een politiek avondgebed in de zin van Sölle e.a. of het zegenen van de bestaande orde. Geen oprecht christen zal de bestaande orde ooit kunnen zegenen.
In dit verband schrijft Douma:
In de eerste plaats willen wij hongeren en dorsten naar de gerechtigheid zoals zij uitsluitend in het rijk der hemelen, het rijk van Christus te vinden is. Wie het heeft over de gerechtigheid voor de armen, de gediscrimineerden, de uitgebuitenen zal ons niet naast zich vinden, omdat Christus heil schenkt aan de Zijnen die Hij uit de wereld haalt en opneemt in Zijn kerk — die speciale bevolking voor Zijn nieuwe wereld. Ik weet hoe ergerlijk deze woorden voor modernistische oren klinken — wèg met deze discriminatie, de kerk is er voor de wereld en niet de wereld voor de kerk, gêne moet wassen, déze moet minder worden —, maar het getuigenis van de Schrift omtrent de antithese is te machtig om zelfs door een heirleger theologen te kunnen worden weggevlakt. Jeruzalem is mijn hoogste vreugde, het hemelse Jeruzalem dat onveranderlijk vastligt en vanwaar ik mijn Heiland — Die daar reeds langer dan negentien eeuwen verkeerd heeft — verwacht.

In de tweede plaats wensen wij de bestaande politieke orde niet te zegenen, en elke oprechte christen doet dat minder dan welke maatschappij-kritische theoloog ook. Wie met verlangen de wederkomst van Christus, lijfelijk na zoveel eeuwen, verwacht, zal met geen enkele status quo hier genoegen nemen. Hij beschouwt — in tegenstelling tot genoemde theologen — alles als pleisterwerk van mensen die haken naar wat terecht een utopie genoemd moet worden, als de Naam van Jezus Christus mensen niet op de knieën brengt. Wat daarvan terecht komt laat zich raden voor wie weet hoe verziekt de moderne theologie met haar ideeën over 'kerk buiten de kerk', 'anoniem christendom' etc. is. Voor ons echter betekent de belijdenis van de naam Jezus Christus door heidenen via het ouderwetse werk van de zendelingen méér dan dat er een miljoen mensen onder een kapitalistisch of communistisch stelsel vandaan komen zonder dat zij zich bekeren. Vlees en bloed, hoe ook onder de armoede en knechting vandaan gekomen en hoe welverzorgd en weldoorvoed, zullen het koninkrijk niet beërven.

In de derde plaats zullen wij, bij alle verandering die ook in déze wereld, zolang zij zal draaien, tot stand moet komen, het betrekkelijke van alles dat zich aan Christus niet wil laten verbinden accentueren. Ik loop niet in Utrecht mee om tegen Nixon te protesteren en tegelijk in mijn oren geschald te krijgen dat het de Vietcong is die bevrijding zal brengen. De bombardementen van Nixon roepen vragen op en ik bid er in de kerk voor dat zij mogen ophouden. Maar te menen dat de bevrijding daagt voor Vietnam wanneer de Amerikanen vertrokken zijn is het zoveelste staaltje van blijmoedig optimisme dat zich door geen duizend betogen over aard, doel en praktijk van het communisme laat verslaan.

In de vierde plaats weten wij op grond van de Schriften, dat wel de ene status quo door de andere zal opgevolgd, maar nooit radicaal opgeheven worden. Wij gaan een prachtige wereld tegemoet — mogelijk ~ maar het zal dan de gestroomlijnde wereld van de antichrist zijn, waarin de mens zich demonstreert zoals hij al eeuwen geweest is: van nature onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, wèl met erfschuld. Christenen zijn optimisten, niet over het werk der mensen, maar over dat van Christus. Zijn wereld komt er, die van de utopisten gaat na veel schitterende schijn ten onder.

In de vijfde plaats 'maken' wij niet de riskant genoemde vrede van Gods heerschappij, maar ontvangen wij haar uit de hand van Hem Die deze vrede alleen verworven heeft. Buiten en zonder, maar helemaal voor allen die in Zijn rijk — niet van deze wereld — worden opgenomen. Wij moeten hier arbeiden zolang het dag is. Ook tekenen van vrede oprichten, niet alleen voor de huisgenoten des geloofs maar voor alle mensen. Er is een politieke roeping, die zich niet verschuilen kan achter liederen als 'O daar te zijn waar nimmer tranen vloeien', en wat onrecht is moet ook als onrecht worden aangewezen, zowel achter als voor het ijzeren gordijn (...). En wie dat belijdt doet wel wat anders dan de bestaande samenleving conserveren, zoals het dilemma van dr. Wiersinga ons voorhoudt.

In de zesde plaats willen wij wel in de voetsporen van Christus gaan door hongerigen en dorstigen die op onze weg komen van eten en drinken te voorzien en zo hun levensomstandigheden te veranderen. Maar Christus was geen Partijganger der armen (zoals dat tegenwoordig heet) zonder méér. Niet alleen kon Hij de maaltijd gebruiken bij de rijken, heeft Hij bij hen in het graf gelegen en koos Zich apostelen onder wie sommigen een goede baan hadden. Maar wat belangrijker is: Hij werd Partijganger der armen om hen het evangelie te verkondigen. Brood kregen zij; maar van brood alléén wordt geen mens 'héél' — ook niet maatschappelijk. Christus gaf het brood des levens. Het kan gebeuren, dat de armen in de gemeente van Smyrna rijk worden verklaard zonder belegde boterham, maar verzadigd door het evangelie. En dan is het geen opium van het volk wanneer zij in hun — naar aardse maatstaven — uitzichtsloze positie te horen krijgen: 'Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden'. Openb. 2, 11.

De prediking omtrent hel en hemel kan in de politieke theologie van vandaag naar de oude doos verwezen zijn, wat zij zelf verkondigt houdt de hongerigen mager. Men kan wel over brood praten, maar wie als theoloog niet meer heeft te vertellen, valt onder het odium dat hij stenen voor brood geeft.

In de zevende plaats laten wij de vereenvoudiging van negentien eeuwen kerkgeschiedenis tot 'idealisme' — d.w.z. een kerk zonder echte geschiedenis — gaarne voor rekening van dr. Wiersinga. De bewering zal het uithouden zolang de bazuinen van de politieke theologie zullen klinken. Wij hebben eerst het existentialisme gehad (ook een vorm van idealisme bij Wiersinga) (22); wij moeten nu onder het marxisme (weer) door. Ook deze regenbui zal overdrijven. Maar de geschiedenis gaat door. Wie meent dat er pas van geschiedenis sprake kan zijn als de wereld — déze wereld — hervormd zal worden in haar structuren, kan negentien eeuwen met gemak naar de rommelzolder verwijzen. Maar wie gelooft dat Jezus Christus Zijn gemeente uit deze wereld vergadert en elk jaar weer tallozen voor de keus van leven en dood plaatst, weet van deze eeuwen toch meer te vertellen. Hij ziet er ook meer van, met het oog van zijn geloof. Want de kerk mag duizendmaal gefaald hebben — en dat heeft zij: Velen, ook Marx, konden terecht met veel bitterheid over haar spreken. Maar zij is ook de plaats waar wij het woord van onze ware bevrijding en vrede mochten horen. Zij, als moeder der gelovigen. Men kan soms moedeloos zijn over haar gebreken, haar diepe zonden en verscheurdheden. Maar waar de Geest van Christus haar geleid heeft in de verkondiging van de waarheid maakte zij geschiedenis, die vruchten van eeuwig leven opleverde. Een geschiedenis waarbij alle 'verandering' in maatschappij-kritische zin slechts pleisterwerk blijft dat hooguit een paar decennia meegaat en dan weer afbrokkelt. Het is maar net waar iemand het hart der geschiedenis hoort kloppen: in de kerk of in de wereld.

Een belangrijke kritiek, waarin Douma tegelijk de vooronderstellingen van de politieke theologie als onbijbels karakteriseert en tevens laat zien dat de politieke vragen hem niet onverschillig zijn.

Het frappeert telkens weer, hoezeer de concepties van Wiersinga e.a. in feite uitgaan van een algemene verzoeningsgedachte, waarin het onderscheid tussen kerk en wereld wegvalt. In de wijze waarop Wiersinga zijn visie op de verzoening vruchtbaar maakt voor de politieke en sociale vragen is de paulinische oproep: Laat u met God verzoenen, nauwelijks meer te herkennen. Ën bovendien: Waar blijft de troost van het 'Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven'?

Demonstreren

In de rubriek Van maand tot maand in het Hervormd Weekblad van 8 februari schrijft dr. C. Bezemer het een en ander over de protestdemonstratie tegen Vietnam:

Hoewel niet gesproken kan worden van een verschijnsel, dat tegenwoordig aan de orde van de dag is, kan wel gezegd worden, dat demonstreren vandaag aan de dag een nogal veelvuldig gehanteerde methode is, waardoor allerlei groeperingen uit de samenleving hun ontevredenheid over bestaande situaties of hun verlangens naar verandering van in hun ogen heersende misstanden aan de overheid willen kenbaar maken. Vastgesteld kan worden, dat zowel nationaal als internationaal voor degene, die maar wil, er aanleidingen te over zijn om wekelijks langs het Haagse Binnenhof, de regeringsgebouwen en de ambassades te lopen, of elders in het land de spandoeken met allerlei aanvaardbare of soms niet-aanvaardbare leuzen te ontrollen.

Op zaterdag 6 januari werd in Utrecht een grote Vietnam-demonstratie gehouden, waaraan meer dan 50.000 personen deelnamen, die op deze wijze hun verlangen wilden kenbaar maken naar beëindiging van de oorlog in Vietnam en massaal wilden protesteren tegen de door Amerika gevoerde Vietnampolitiek. Met name de hernieuwde bombardementen op Noord-Vietnam vormden de min of meer directe aanleiding tot deze Vietnam-manifestatie.

Nu gaat het er mij in geen geval om, deze protestdemonstratie te veroordelen, vooral niet omdat wij ervan moeten uitgaan, dat daarin een oprecht verlangen naar vrede in Z.O.-Azië lag uitgedrukt. Er zullen trouwens wel meer dan 50.000 mensen in Nederland zijn, die dit verlangen delen met degenen, die aan de protestmars deelnamen, en bepaald niet ingenomen waren met de hernieuwde bombardementen op Noord-Vietnam. Oorlogvoeren is goed beschouwd nooit goed te praten, maar het feit, dat er voortdurend weer oorlogen zijn, toont duidelijk aan, dat we leven in een gebroken wereld, die God verlaten heeft en de gevolgen van de zonde ook in dit opzicht nog dagelijks ondervindt. Daarom is — en dat wil ik gaarne vooropstellen — het optreden van Amerika nooit toe te juichen. Oorlogvoeren is als zodanig uit den boze (hoewel het volk Israël op deze wijze het beloofde land in bezit heeft moeten nemen). Toch dienen we te bedenken, dat we met een eenzijdige veroordeling van de Amerikaanse Vietnam-politiek niet klaar zijn.

Is de oorlog, die door Amerika aan de zijde van Zuid-Vietnam gevoerd wordt een aanvalsoorlog of een verdedigingsoorlog? Men kan stellen, dat Amerika in Z.O.-Azië niets te maken heeft. Maar dan geldt dat ten aanzien van andere mogendheden in andere delen van de wereld ook. Men kan de bombardementen die door Amerika in Noord-Vietnam werden uitgevoerd afschuwelijk vinden (dat waren ze ook), maar dat gold ook de bombardementen op Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. De berichten daarover werden echter destijds met instemming van de Engelse zender vernomen. Terwijl bovendien de beschietingen van Zuidvietnamese steden door de Vietcong ook niet over het hoofd moeten worden gezien. En zo zou er nog wel meer te noemen zijn. Ik neem aan, dat velen tegen de oorlog in Vietnam geprotesteerd hebben uit humanitaire overwegingen en dat vele anderen het hebben gedaan vanuit hun christelijke overtuiging. Men zal de mening van degenen, die zich tot dit protest geroepen achtten, dienen te respecteren. Het is inderdaad te hopen, dat niet alleen een wapenstilstand, maar ook een duurzame vrede in Vietnam spoedig een feit zal zijn. Maar ik wil hieraan wel toevoegen, dat er op de wereld nog allerlei andere situaties zijn, die hetzij uit christelijke hetzij uit menslievende overwegingen een protestmars waard zijn.

Men zou de vraag kunnen stellen: Weten de demonstranten wat zij doen? Anders gezegd: Zit in een demonstratie niet een groot element van afreageren van onlustgevoelens, uiting geven aan meeleven etc. Dat kan goed bedoeld zijn. Maar laat men vooral de beperkte betekenis van een dergelijke demonstratie zien. Nog afgezien van de eenzijdege politieke tendenzen die vele demonstraties kenmerken — en ook de Vietnam-demonstratie was daar niet vreemd aan, gelet op de reactie die oudminister dr. Klompé kreeg op haar woorden! — zou ik willen zeggen: Laten we kritisch staan tegenover het demonstreren. De bijbel roept wel op tot getuigen, in woord en daad, maar dat is wat anders dan onze vaak luidruchtige demonstraties te zien geven. Christenen zouden ook hier een eigen geluid moeten laten horen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's